Weblog
2 april 2012
De melkcontrole
Sommige dingen in het leven komen op hun pootjes terecht. Rustig draai ik mijn uurtjes in het bedrijf. Ik melk, ik voer en draai weer kazen. De kredietadviseur heeft mijn 06 ook in zijn telefoon, zodat hij altijd kan bellen. Ook als ik van het erf af ben om mij druk te maken als bestuurder van het Biohuis; de vereniging voor alle biologische boeren van Nederland.
Melken
Het melken krijg ik steeds beter in de vingers. De relatie tussen de koeien en mij krijgt steeds meer diepgang. Je kunt een koe kennen, door het nummer te lezen dat om haar nek hangt. Nog beter ken je een koe, als je haar naam kent, en haar herkent aan haar kop. Ooit kwam ik er achter dat Jan Dirk de koeien het beste herkent aan het uier. Dit komt omdat je onder de koe staat als je het melkstel onderhangt tijdens het melken. Toen heb ik mij heilig voorgenomen om de koeien te leren kennen aan de kop, en dat is gelukt. Eerlijk gezegd moet ik soms ook nog wel even naar het nummer kijken… en sommigen hebben zo’n markant uier, die herken je meteen!
Maar er is meer. Je kent een koe ook door haar karakter. Sommige koeien zijn knuffelig en aanhankelijk, anderen zijn schuw. Sommige koeien zijn dominant, anderen staan lager in de hiërarchie. Weer anderen zijn ronduit gemeen. Sigrid bijvoorbeeld, net niet sterk genoeg om bij de sterken te horen, werd gemeen, en reageerde zich af op de zwakkeren. Ze hield alle koeien zwakker dan haar, tegen in de wachtruimte, voordat de koeien de melkcaroussel in lopen. Ze ging altijd bij het gangetje staan voor de ingang, om alle anderen tegen te houden. Dat hield enorm op tijdens het melken, het schiet totaal niet op. En als er dan eindelijk een koe langs haar durfde te gaan, dan gaf ze altijd een haal met haar horens na. Even gemeen prikken in de buik van de andere koe, tot bloedens toe. We hadden nog nooit een koe naar de slacht gedaan om het karakter. Sigrid was de eerste. Sommige vrouwen zijn gewoon gemeen.
Er is nog meer. Je kunt een koe kennen door haar voor- en nageslacht te kennen. Dus welke moederlijn is het, en welke vaders zitten er achter (vader en moedersvader?) en welke dochters zijn van haar? Beauty’s, Sennes, Mara’s en Kroby’s, we hebben ongeveer 25 moederlijnen. Sommigen zijn heel oud, anderen zijn pas gestart bij de aankoop van 10 Deense dames in 2007. Onze oudste lijn is Karin. Dit is een nakomeling van één van de eerste drie Jerseys die mijn schoonvader eigenhandig uit Denemarken is gaan halen in 1967. Dit waren tevens de eerste Jerseys die in Nederland aankwamen, samen met twee andere boeren die er ook elk drie kochten.
De andere twee lijnen uit 1967 die wij in de stal kregen zijn lijnen die uitgestorven zijn. Karin heeft één dochter, ook Karin, en die heeft dit voorjaar gekalfd. Helaas was dit een stiertje, zodat de Karinnen nog steeds een beetje dun gezaaid blijven.
Maar last but not least kun je een koe ook kennen aan haar productie. Bij mij bleef deze kennis een beetje achter, maar dat begint nu toch echt te komen. Als een koe maar twee liter geeft, dan ga ik niet meer Jan Dirk bellen, maar dan weet ik dat zij aan het einde van haar lactatie is. Ik weet nu welke koeien echt goed zijn, en altijd veel geven, en welke koeien het niet goed doen. En eerlijk is eerlijk, het heeft invloed op mijn relatie met haar. Ik begin de koeien die veel geven echt te waarderen.
De melkcontrole
Eens in de 8 weken komt de melkcontrole. Er komt een man van CRDelta, een bedrijf dat ook sperma levert, de hele fokkerij voor je kan adviseren en ook allerlei managementprogramma’s voor alle onderdelen van het bedrijf kan leveren, en die man neemt van de melk van alle koeien apart een monster. Het komt erop neer dat we samen in de melkput staan. Normaal is melken een eenzame bezigheid, waarbij je op gaat in de rust van de koeien. Jan Dirk heb ik er graag bij, maar die laat zich eigenlijk nooit zien in de melkput als ik melk. Ik moest dan ook een beetje wennen aan deze man in mijn melkput. Ik zie het melken als een meditatieve bezigheid, waarbij ik altijd ondertussen wegmeimer, zodat belangrijke dingen mij weer te binnen kunnen schieten. Ik melk een beetje te langzaam naar de zin van deze man, maar dat komt omdat hij steeds in de weg staat. Afijn, Jan Dirk heeft het nu zo geregeld dat het monsternemen en mijn melkbeurten niet meer samenvallen. Als het melken dan in de soep loopt, dat kan gebeuren, dan gaat alles tegelijk fout, dan krijgt de arme monsternemer in ieder geval niet meer de schuld.
De uitslag
Als alle monsters genomen zijn, twee monsters per koe, één van de ochtendmelkbeurt en één van de avondmelkbeurt, dan rolt de uitslag na een paar dagen in de bus. Een zee van cijfers staat op vier A4’tjes. Jan Dirk en ik kunnen er uren naar turen. Precies staat aangegeven wat iedere koe geeft, wat het vetgehalte is in haar melk, wat het eiwitgehalte en wat het suikergehalte. Ook het zogenaamde “Ureum” staat erbij. Dit is de losse stikstof in de melk, de restjes als het ware waaraan je kan zien of je niet te veel eiwit voert van een onopneembare soort. En het celgetal is ook belangrijk, dit is een maat voor de gezondheid van het uier. Als het celgetal hoog is, zit de koe tegen uierontsteking aan, of er is iets anders aan de hand wat haar weerstand om laag heeft gehaald. Ook hoeveelste kalf, en het aantal dagen dat de koe melk geeft na afkalven, staat er allemaal netjes bij opgesomd. Ook een overall score, zodat je kan zien of de koe meer of minder dan gemiddeld geeft, gecorrigeerd naar gehalten en tijd na afkalven. Dit kun je natuurlijk allemaal relateren aan de fokkerij en conditie, zodat Jan Dirk en ik hebben afgesproken dat we niet meer over koeien praten in bed.
En verder
Boer worden is een groeiproces, waar bij je soms niet door hebt hoe hard je groeit. Omdat Jan Dirk graag wel de touwtjes in handen houdt op de boerderij, hobby ik ernaast als bestuurder bij het Biohuis. (www.biohuis.org, biologische boeren kunnen lid worden van deze nieuwe vereniging en u kunt vriend worden.) Dit maakt mij erg gelukkig en het loopt allemaal erg goed, tot grote tevredenheid van Jan Dirk, ook al loopt ons 24-uurs huwelijk terug in uren door de vele vergaderingen buiten de deur. Ook mijn geliefde CDA levert mij een date op met Bleker, wat ik handig kan gebruiken in mijn uitdijende netwerk. Tenslotte begint de verkoop van “De Boerin vertelt” aardig te lopen. De aandacht die dat oplevert , maakt Jan Dirk op geen enkele manier jaloers. Mannen zijn daar toch beter in dan vrouwen….
Aan de hand van de actualiteit geeft Irene van de Voort, boerin, iedere maand uitleg over hoe gewerkt wordt op de boerderij. De praktijk van alle dag, de keuzes, de bedrijfsfilosofie en de dilemma’s komen daarbij aan bod. Zo weet u beter wat u eet.



