








|
Weblog
Aan de hand van de actualiteit geeft Irene van de
Voort, boerin, iedere maand uitleg over hoe gewerkt wordt op de
boerderij.
De praktijk van alle dag, de keuzes, de bedrijfsfilosofie en de
dilemma's komen daarbij aan bod. Zo weet u beter wat u eet. Januari 2010
Geiten ruimen, een wetenschappelijke of
politieke noodzakelijkheid?
Is het ruimen een zuiver
wetenschappelijk besluit dat de politiek heeft overgenomen uit het RIVM rapport
van Dr. Cothinho? Of waren er vanuit het ministerie van Landbouw en het
ministerie van Volksgezondheid verschillende wetenschappelijke adviezen en was
het dus een politiek besluit? Zo ja, was dat dan een zuiver politiek besluit,
of was het gekonkel om de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA), die dan weer bij
het ministerie van Volksgezondheid hoort en dan weer bij het ministerie van
Landbouw? In ieder geval wilde de VWA liever ruimen dan “opschalen”, dat wil
zeggen het individueel testen van de geiten op Q-koorts.
LuchtjeMisschien zit toch aan beiden,
wetenschap en politiek, een luchtje. Dat luchtje wordt wel erg indringend als
de geur van de lijken van de geitjes je in het gezicht slaat. Je hoeft geen
veganist te zijn en Marianne te heten of je menselijkheid te ontkennen, om toch
een diepe walging te voelen als je ziet hoe geiten worden afgemaakt alsof het
insecten zijn.
Klopt dit wel? Heeft dit nu echt
zin? Nee, het heeft geen zin. Dit wetenschappelijke antwoord ligt bij de
tegenhanger van het RIVM. Het RIVM is het Rijks Instituut voor de
Volksgezondheid en Milieuhygiëne, dat gaat dus over de gezondheid van mensen.
De GD is de Gezondheidsdienst voor Dieren, dat spreekt verder voor zich. De GD
heeft de verantwoordelijkheid voor het monitoren van dierziekten en had het
probleem en de risico’s goed in kaart gebracht. Er zijn maatregelen genomen en
er is gevaccineerd. Bij de GD staan gewoon mensen in het lab, geen geiten en
zeker geen boeren. Het wetenschappelijk advies om te ruimen kwam nadrukkelijk
niet van de GD. OverdraagbaarQ-koorts is niet de eerste
dierziekte die ook direct overdraagbaar is op mensen (zoals hondsdolheid,
Salmonella en griepvirussen) . Het probleem is dat de bacterie niet alleen in
het dier voorkomt maar ook overleeft in mest en stof. De bacterie is dus alom
tegenwoordig, en dat blijft ook zo, ook al ruim je de besmette dieren. Zij is
komt ook al heel lang voor in de omgeving van mens en dier . Mensen die altijd
met Glorix hun wc schoonmaken en denken dat er dan geen bacteriën meer op het
toilet zitten, zitten er naast. Steriele hygiëne is een fictie waar ze zelfs in
operatiekamers moeite mee hebben. Op die manier risicoloosheid inbouwen is een
illusie waar de honden geen brood van lusten, en geiten ook niet. Er zullen dus
altijd weer geiten besmet raken en die zullen dus altijd weer geruimd moeten
worden. Tankmelkonderzoek
Het aantonen van Q-koorts gaat via
een monster van de melk van de geiten. Iedere twee weken wordt een monster
genomen op het bedrijf, en dan is het wachten op de uitslag. Als die positief
is, worden alle drachtige geiten geruimd. Misschien denken mensen dat dat dus
wel meevalt. Wie is er nou zwanger? Onder geiten is dat praktisch iedereen! Het
gaat namelijk in de geitenhouderij om de melk. Dus moet er eerst een lammetje
geboren worden. Dan geeft de geit weer voor een jaar melk, en wordt er in het
volgend voorjaar weer een lammetje geboren. Of twee of drie, zo gaat dat bij
geiten.
De uitslag van het
tankmelkonderzoek hangt als een zwaard van damocles boven het hoofd van de
geitenboer. Alleen al om die reden zou ik geen geitenboer meer willen zijn.
Maar goed, wie toch volhoudt zal vroeger of later van de bank moeten stoppen.
Zonder aanwas van jongvee en zonder fokkerij kun je geen geiten melken. Het
ruimen betekent gewoon het einde van de geitenhouderij in Nederland. Zo
duidelijk moeten we zijn. Risico's
Het kan alleen bestaan als de
risico’s voor de menselijke gezondheid beheersbaar zijn. Risico’s totaal
uitsluiten bestaat niet in de praktijk. Er zullen altijd mensen doodgaan aan
dierziekten, zo duidelijk moeten we zijn. Is het niet onze eigen Q-koorst, dan
is het wel een varkensgriep uit Mexico. Daar kunnen we de grenzen niet voor
dichtdoen. Risico’s beheersen, daar gaat het om. En het risico ís onder
controle, en zou dat ook gebleven zijn zonder ruimen. Het ruimen haalt de
bacterie niet uit het milieu, ruimen heeft geen zin. Vaccineren heeft zin,
omdat vaccineren voorkomt dat Q-koorts zich massaal kan ontwikkelen in geiten.
Ruimen heeft alleen zin in een Q-koorts-vrije omgeving, waar de bacterie voor
het eerst wordt aangetoond in een geit. Het heeft dus zin om dieren individueel
te testen, om zo het onnodig ruimen van dieren die niet besmet zijn of geen
risico meer vormen te voorkomen. De uitslag van individueel testen is wel voor
100% zeker, maar alleen in een Q-koorts vrije omgeving, en daar heb je de test
nu net nodig. Als een dier in een omgeving wordt gebracht waar al Q-koorst
heerst, en het dier krijgt Q-koorts, dan kan het dier ook nog negatief in de
test zijn. Dit enkele dier mis je dus, maar in een gevaccineerde omgeving kan
dat geen kwaad. Net als bij kinderboerderijen kun je dan kiezen voor een ander
protocol, namelijk extra hygiëne tijdens de bevalling. Verder is het logisch
dat gevaccinieerde dieren, waar geen bacterie meer bij aangetroffen wordt, ook
geen risoco meer vormen voor het op grote schaal uitscheiden van deze bacterie.
Maar als de Q-koorts bacterie wordt aangetoond bij een geit in een
Q-koorts-vrije omgeving, dan is het dier altijd besmet en dient het wel zo snel
mogelijk te worden afgevoerd. De test mist deze dieren niet, omdat de omgeving
schoon is. Met het duiden van de monsters t.o.v. de omgeving valt heel goed te
werken. Daar hoeven we niet alles voor af te maken. Oorzaak
Hoe zit het nu eigenlijk met de
oorzaken van de omvang van deze besmetting? De varkenspest uit 1996-1998 trof
het varkensgebied rond de Groote Peel, tussen Deurne en Nederweert, heel zwaar.
Alle varkens moesten geruimd worden. Daar zijn varkensboeren massaal overgegaan
op geiten, omdat je voor geitenmelk geen productierechten (quotum) hoeft te
hebben. Je kunt gewoon beginnen. Er werden mega grote bedrijven opgezet, met
duizend of zelfs duizenden geiten, ongekend in de geitensector. In een gebied
waar dus nog nooit een koe of een geit gestaan had, en waar dus ook nog nooit
een Q-koorst bacterie geweest was, en waar dus ook een hele gevoelige
menselijke populatie omheen woont. Als op een dergelijke grote schaal dieren
worden gehouden, kunnen lastige mutantjes ontstaan. Dat is dus ook gebeurt met
de Q-koorts bacterie, ook nog eens in een gebied met een menselijke populatie
zonder of met weinig antistoffen tegen Q-koorts. Die twee factoren hebben in
Nederland dit probleem op de kaart gezet. Het speelt ook in het gebied tussen
Herpen en Heesch bij Oss, waar nu de Q-koorts besmeting is begonnen. Zo zie je
maar, van ruimen komt ruimen.
|
 De meeste dierziekten gelukkig niet overdraagbaar via speeksel.
Emotioneel
Door de uitzending van Zembla op 6
december werd het Q-koorts probleem zwaar overtrokken. Het rondbazuinen van
angst is leuk voor Glorix, in een marketing campagne. Van de Tweede Kamer
verwacht ik kennis van zaken. Zo scoren op menselijk leed is verder iets waar
de Partij van de Dieren nog iets van kan leren( maar zelfs deze partij was
eerder ontdaan van het menselijk leed dan dat zij opkwamen voor de gedupeerde
geiten). Dat onze tweede kamer meteen reageert met ruimen bewijst dat ze zijn
verworden tot een soort spoednixen, die hun eigen adviesorganen niet goed
kennen, en bovendien de Voedsel- en Warenautoriteit eens moeten bemensen met
een voldoende capaciteit. Het volk weet wel beter. Een vergissing is menselijk.
Het is tijd voor een goed spoeddebat.
De teller staat op 61 besmette bedrijven, rond 10 januari waren er 21
geruimd.
Schaal bij bioMisschien kunnen we het daarna in
een gewoon debat eens hebben over oorzaken en oplossingen. De oorzaak is
duidelijk, die ligt in het op grote schaal houden van dieren. Daar zijn
epidemiologen het wereldwijd over eens. Er ontstaan op kleinere schaal even
vaak mutanten, maar een eenzame geit aan een ketting, kan geen epidemie
veroorzaken, en sterft een eenzame dood. De schaal veroorzaakt de verspreiding,
de epidemie. Nu kiezen de meeste consumenten altijd voor het goedkoopste product,
dus dat verklaart de schaal van de productie. Als wij die geiten niet melken,
dan doen ze dat wel in het buitenland. Onze Tweede Kamer kan de grenzen niet
dicht doen voor goedkope producten uit het buitenland, en dat lijkt mij ook
beter voor onze welvaart. Het buitenland doet het ook goedkoop en op grote
schaal en de wereld krijgt de ziekten over zich heen, kijk maar naar de
varkensgriep uit Mexico. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de
consument. Maar in dit geval kan de consument niet kiezen, want zelfs de
biologische sector is niet gebonden aan schaal. Je kunt zomaar 3000 geiten
houden, en nog biologisch ook. Hier zie ik een nobele taak voor de tweede
kamer: de biologische sector aan banden leggen wat betreft schaal: maximaal 300
geiten, 120 koeien, 1000 vleesvarkens en 10.000 kippen. Hoor ik daar het RIVM
piepen dat dat wetenschappelijk gezien geen zin heeft? Ook biologische eters
worden tenslotte ziek. Als je alles wetenschappelijk bekijkt, kun je jezelf
maar beter op de composthoop storten. Gevaccineerd vlees
Verder is het natuurlijk heel
belangrijk dat consumenten gevaccineerd vlees eten. Ze eten niet anders, alle
dieren worden tegen van alles en nog wat gevaccineerd, wat dat betreft zijn het
net mensen. Maar als er dan iets in de krant staat over vaccinatie en bij
geiten, dan willen mensen het vlees niet meer eten. Heel raar. Alle consumenten
eten altijd al vaccinaties tegen BVD, IBR, pinkengriep, Rota Corona, noem maar
op, via hun rundvlees. Varkens hebben een heel vaccinatieschema, als je er daar
een bij wilt doen, moet je er eentje afhalen. Gewoon eten wat de pot schaft
dus, of.. nouja, dit is natuurlijk een inkoppertje voor ons Marianne van de
PvdD.
PraktijkDe praktijk van het vaccineren mis
ik een beetje de discussie over het te laat ingrijpen door de overheid. De
Gezondheidsdienst voor dieren heeft alles op alles gezet om het vaccin
beschikbaar te krijgen voor de geiten, en het zo doelmatig mogelijk ingezet,
dus besmette bedrijven eerst. Geitenhouders stonden in de rij voor het vaccin,
los van het feit dat de verplichting te laat kwam. De praktijk loopt altijd
voor op de besluitvorming. Alle boeren wilde het ruimen voor zijn. Hier blijven
De machtige landbouwlobby in Den
Haag de schuld geven, en daarmee de landbouwsector, lijkt mij een beetje hypocriet. Als consumenten altijd kiezen
voor het goedkoopste product, wordt de landbouw grootschalig. Consumenten
krijgen de rekening daarvan nu op hun bord. Het probleem is wereldwijd, omdat
grenzen niet dicht kunnen voor besmettelijke ziekten. Ook kunnen goedkope
producten uit het buitenland niet geweerd worden, omdat er vrijhandelsafspraken
zijn binnen Europa binnen de WTO. We kunnen in Nederland niet kiezen voor
kleinschalige productie. Het gaat dus echt om het beheersen van risico’s. Juist
in het Westen zijn we daar beter in dan in de Derde Wereld, dus laten we die
geitjes maar hier houden.
|
Augustus 2009
Vooruit boeren
Boerin worden is een gunst, boerin zijn
een hele kunst
Mijn carrière als boer verloopt redelijk voorspoedig. Ik heb
geen tijd voor een burn-out, dus als moederende werkende ga ik manmoedig
verder. We gaan twee dagen naar Denemarken, bezoeken de Jersey fokshow en nemen meteen de melkfabriek Thise even mee.
Denemarken
Een boerenbedrijf is veelzijdig. Daarbinnen is de fokkerij
is een fundament dat je niet mag missen, als je jezelf serieus wilt nemen als
boer. Het is zowel letterlijk als figuurlijk een mannenzaak. Ik voel mij er
altijd toe aangetrokken. Goed fokken is een vingertoppengevoel, je redt het
niet met intelligentie alleen. Volgens mij is het zelfs beter om het zo min
mogelijk met je hoofd te doen…zonder de zaken direct door elkaar te halen. De
fokkerij, dat is gewoon het echte leven.
Jan Dirk en ik gaan naar de fokshow in Herning, Denmarken,
omdat op Nederlandse fokshows alleen
van die zwartbonte monsters geshowd
worden. Voor de echte lady onder de koeien, de Jersey, moet je naar Denemarken.
Daar is 15% van de veestapel een mooi
klein bruin koetje, met grote ogen en een intelligente kop. Ze is als een
koningin en werkbijtje tegelijk: ze werkt heel efficiënt per kg koe. Dat is de
dubbelzinnigheid in de agrarische romantiek: ze moet wel goed zijn en hard
kunnen werken.
Omdat we nog nooit eerder samen op vakantie zijn geweest, en
er dit keer geen kinderen mee kunnen, nemen we voor de zekerheid maar personeel
mee. Personeel moet je onderhouden tenslotte.
Herning
In Denemarken aangekomen blijkt Herning een echte
familieaangelegenheid. Kleine kinderen rennen vrolijk rond tussen de koeien,
hele schoolbussen stappen uit, ook met kleuters, ik mis de kinderen meteen.
De fokshow duurt vier dagen, mensen slapen in de stallen
tussen de dieren. Wat een gezelligheid, het lijkt wel de middeleeuwen. Het is
grappig om te zien dat mensen echt aan de wandel gaan met een koe, als deze
verderop in een tent een show moet lopen. Alle showkoeien zijn heel mak. Het is
zo knus, ik voel mij meteen thuis. Jammer dat we Gerda niet mee hebben genomen,
dat is onze mooiste en één van de beste.
Jan Dirk leert mij de verschillende rassen, ik blijk er al
veel te kennen. Tussen al deze koeien vind ook ik de Jersey werkelijk de
mooiste en beste. Misschien is dat ook de bekendheid met haar. Rondkijkend
vraag ik mij af of dat met mannen ook zo ligt.
Helaas zijn we het
fototoestel weer vergeten.
De Deense biologische
melkfabriek
Als levenslang bestuurslid van het Nederlandse
Jerseystamboek, worden we door de voorzitter van het Deense Jerseystamboek
uitgenodigd om de Deense biologische melkfabriek te bekijken. Dat deze
biologisch is, is geen toeval. De Jersey is dermate duurzaam en efficiënt op
ruwvoer, dat zij gewoon dé biologische koe genoemd zou mogen worden. Heel
anders dan die zwartbonte krachtvoer tubes, waar gewoon bijna geen pens meer in
zit, ook niet in potentie. Gewoon eruit gefokt. Vergeef mij het jargon. De
pens, dat is de belangrijkste maag van een koe, waar zij natuurlijke dingen kan
verteren, zoals gras. Als koeien dat niet meer hebben, dan kunnen ze alleen
goed melk geven op brokjes. Die zijn duur en niet gezond, kosten veel energie
en hebben veel overige nadelen waar koeien van slijten.
Van die 15 % Jerseykoeien in de Deense veestapel, is een
groot deel dus biologisch. Biologische
boeren hebben in Denemarken een eigen melkfabriek. Dat werkt super. Geen gezeur
over de biologische melkprijs ten opzichte van de gangbare, geen
tegenstellingen als het gaat om het neerzetten van een natuurlijke uitstraling,
omdat gangbaar ook een natuurlijk imago wil. Gewoon kunnen zeggen wat je denkt
en een goeie biologische prijs neerzetten. Wel was er binnen deze fabriek een
lichte tegenstelling tussen Jerseymelk- en Zwartbonte melk leveranciers, omdat
het een publiek geheim moest blijven dat Jerseymelk lekkerder is. De Jerseymelk
werd apart verwerkt en goed vermarkt, herkenbaar in het schap. Iedere Deense
huisvrouw (m/v) weet dat Jerseymelk lekkerder is, kwaliteit waar je iets meer
voor betaald. In Engeland is dat ook zo. In Nederland hoef je daar niet mee aan
te komen zakken…
Thise
Deze Deense biologische melkfabriek, Thise, was net
toevallig in opspraak in Nederland. Gezien de huidige lage melkprijs, hoe dan
ook als gevolg van een overschot op de markt, was er enige beroering in
bestaande handelsrelaties. De biologische markt is hard, maar net iets
redelijker dan de gangbare. De spelers op de markt gaan voor een betrouwbare en
langdurige handelsrelatie, de markt is minder anoniem. Zonder naïef te worden,
leeft er binnen de biologische handelscultuur toch een andere intentie dan
binnen de gangbare. Met gangbare supermarkten is het natuurlijk niet mogelijk
om met die intentie te werken, zodoende wordt de biologische sector langzaam
“volwassen”. Van mij hoeft dat niet zo, persoonlijk kom ik nooit in een
supermarkt, maar dit is dermate biologisch dat niemand er een boodschap aan
heeft. Dit terzijde.
Er zijn altijd spelers op de markt die, zeker als er een
overschot is, de markt behoorlijk kunnen verzieken. Stunten met prijzen, dat is
het spel. De biologische markt overleeft dit altijd, de intentie komt altijd
weer bovendrijven. Dat komt omdat de opbrengsten grilliger zijn, afhankelijker
van de natuur, partijen zijn kleiner, volumes passen niet op grote inkopers,
het is maatwerk, je moet de mensen kennen, tja, en dan moet je elkaar iets
gunnen, anders maak je je partners kapot en dan heb je niet zomaar een ander.
Zo werkt het, en dat is een prima mechanisme om kwaliteit te waarborgen.
|
 Het pak van Vechtenaer, de koeien staan er iets suf op, let op die ene Jersey.
 Psalm 23 aan Vechtenaer niet besteed.
Meneer Bijl
Zo niet meneer Bijl. Een soort van bonusman, met een
stropdas van geitenwol. Een wolf in schaapskleren dus. Hij heeft het merk “Vechtenear”
ontwikkeld. Een merk voor biologische zuivel onder het mom van streekproducten.
Nu komt het, Thise levert deze melk! Het is gedeeltelijk Jerseymelk, dus extra
lekker, maar dat verklapt meneer Bijl niet, hij wijdt de smaak aan het fenomeen
streekproduct. Zakelijk gezien loepzuiver, het mag gewoon, er is geen
regelgeving voor streekproducten. Zelfs de Chinees hier op het dorp mag zijn
nasi verkopen als streekproduct. De rechtspersoon die de regels voor
Vechtdalproducten heeft opgesteld heeft wel een kilometerzone, maar blijkbaar
wordt daar niet op gecontroleerd. Er is geen certificering, het is allemaal
boterzacht, en soft. Daar pakt deze bonusman natuurlijk zijn marge, over de rug
van de goedgelovige consument.
Dit is nu een van de redenen dat ik de politiek in wil.
Marktregulering prima, maar dan wel met een duidelijke etikettering. Waar is
mijn overheid? Ik wil een scheidsrechter op de markt, die harde regels opstelt
voor streekproducten. En de term “vers” die wil ik ook gereguleerd hebben. En
nanotechnologie, iedere Bijl kan het door zijn melk roeren, omdat het in de
regelgeving eenvoudig nog niet bestaat. Ik vind ook dat de gangbare producten
de bespuitingen met bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten zetten. Eens
kijken of we daar de rentmeestershanden voor op elkaar kunnen krijgen binnen
het CDA.
In de agrarische en biologische pers communiceert meneer
Bijl dat de melk binnenkort uit het Vechtdal komt, maar bij Thise waren ze
duidelijk: de melk komt van ons, uit Denemarken. En dat blijft zo. Ik had de
indruk dat ze meneer Bijl nog niet zo goed kende daar, de tekst op het pak, het
etiket, was hen ook onbekend. Al lag de verpakking van Vechtenear gewoon in de
fabriek, zelfs de verpakking werd in Denemarken verzorgd. In het Vechtdal staat
alleen het kantoor van meneer Bijl. Gelukkig was er een geëmigreerde
Nederlander ook lid van de coöperatie, hij ging de tekst van het etiket
vertalen in het Deens. Ook weer opgelost. De coöperatie Thise was echt heel
indrukwekkend en integer bezig. Met alleen maar biologische boeren, daar kunnen
wij in Nederland nog iets van leren! De biologische melkprijs los van de
gangbare… Dat is in Nederland al een agendapunt in de vergaderingen van de
Natuurweide, de vereniging van alle biologische melkveehouders.
Als toetje hierbij de tekst van het etiket, let op, dit
staat er letterlijk, ik heb er niks tussendoor gebabbeld:
“Een frisse kom Vechtenear yoghurt met de geur van grazige
weiden (vrij vertaald naar Psalm 23).
Net als bij de andere producten uit het Vechtdal is het
proeven puur genieten. En meer. Het is de bekroning van het boeren met hart en
ziel. En van samenwerking die niet alleen leidt tot biologische en (h)eerlijke
producten, maar ook tot een gevarieerd en natuurlijk Vechtdal, zodat ú in alle
opzichten van ónze streek kunt genieten! De Vechtdalproducten zijn het
resultaat van samenwerking tussen agrarische ondernemers, organisaties voor
natuur en landschap, horeca- en recreatieondernemers en overheden in het
Vechtdal en de biologische zuivelcoöperatie Thise uit Denemarken, zie www.thise.dk.
Pure passie uit het Vechtdal.”
Aha, dus daar is de overheid, ze zitten er gewoon bij in,
bij deze samenwerking!
De kwark van Thise is overigens ook te krijgen bij La Place,
gedeeltelijk met Jerseymelk. Ze zijn bij La Place helemaal wild van de kwark met de Jerseys!
|
Juli 2009
Bloemetjes en bijtjes
Vakantie
Druk, druk, druk. Moe, moe, moe. Ik ben even kwijt hoe je
ook alweer moet uitrusten. Gelukkig is op de eerste dag van de vakantie de
tandpastatube leeg. Ik haal een nieuwe uit de doos en heb weer een doel voor ogen:
bijtanken! We slapen een gat in onze vakantie, en na twee dagen staan we
uitgerust op. Tijd voor een kopje koffie en een krantje. Gezellig bij de kiosk
van camping De Roos, de enige camping in Nederland met een biologische
campingwinkel. Zelfs in de zomer consumeren wij doorgewinterd biologisch.
Ondanks dat gaat het met de bijen helaas minder goed. Het staat in de krant.
Bijensterfte
We hebben alleen de burgerpers tot onze beschikking. Er
staat een interessant artikel in Trouw over bijen: “Zonder bijen geen
bestuiving”. Er sterven hele bijenvolken uit vandaag de dag en van de overigen
is een groot deel zwak, ziek en misselijk. In het Agrarisch Dagblad staan al
langer alarmerende berichten over de bijensterfte. Ik ben blij dat dit
landbouwkundige feit, dat de natuur ons opdringt, nu ook is doorgedrongen tot
de krant voor niet-boeren.
Wageningen doet zijn zegje
De situatie is dermate ernstig dat zelfs de
landbouwuniversiteit in Wageningen onderzoek heeft gedaan naar de oorzaken.
Deze zijn:
- Eentoniger
landbouwgewassen die minder bloemrijk zijn.
- Een
opmars aan ziektekiemen en parasieten, waaronder de Varroamijt.
- Minder
imkers.
Nu is er een niet-Wageningse hoogleraar opgestaan die
beweert dat bestrijdingsmiddelen een belangrijke oorzaak zijn. Het is een Nederlander,
Jeroen van der Sluijs, die onderzoek heeft gedaan aan de Universiteit van
Versailles. Een knappe man moet dat zijn, want hij kan zich blijkbaar aardig
redden in het Frans. In Wageningen spreken ze nog altijd don’t-take-me-in the
maling-engels (spreek uit: mailing), waar echte buitenlanders geen touw aan
vast kunnen knopen. Je bent bèta of je bent het niet. De chemicus Jeroen van
der Sluijs in het romantische Frankrijk is zijn bèta-zijn blijkbaar ontstegen
en komt met de scherpzinnige en wetenschappelijke conclusie dat
bestrijdingsmiddelen een belangrijke oorzaak zijn. Bestrijdingsmiddelen tasten
het zenuwstelsel van bijen aan. Motoriek en leervermogen raken verstoord.
Wellicht tast dit ook de weerstand aan. Niet alleen in een laboratorium situatie,
Van der Sluijs ziet een relatie tussen bijensterfte en bestrijdingsmiddelen in
oppervlaktewater.
Multidisciplinair
En passant maakt Van der Sluijs een multidisciplinair
uitstapje buiten zijn vakgebied naar de politicologie: hij ergert zich aan de
trage reactie van de Nederlandse overheid op wetenschappelijke kennis. In niet
nader genoemde landen is meteen gekozen voor een stop op niet nader genoemde
bestrijdingmiddelen. Jan Dirk zegt dat in Italië in hele gebieden bepaalde
middelen verboden zijn. De boeren zitten daar met de handen in het haar. Zo
niet in Nederland, dat zich baseert op een Wagenings rapport. Volgens Van der
Sluijs zijn er in Wageningen geen chemici die een uitgebreide bijdrage over
pesticiden in hun rapport hadden kunnen ophoesten. Beste Jeroen, het stikt in
Wageningen van de chemici en bio-chemici in Wageningen. Er loopt slechts een
enkele niet-chemicus rond in een vies bloesje zonder laboratorium. Dé landbouw,
met al haar belangen, dat ís Wageningen. Zoeken naar onafhankelijk landbouwkundig
onderzoek in Wageningen, is zoeken naar een spelt in een hooiberg. Vandaar dit
opmerkelijke resultaat: in het hele rapport over bijensterfte is slechts een
kleine paragraaf gewijd aan bestrijdingsmiddelen.
Nog zo’n onafhankelijkheidsakkefietje.
Laatst hadden we een dergelijk akkefietje in de krant.
Boeren zijn naar de rechter gestapt, omdat zij zieke en zwakke koeien
overhielden na de vaccinatie tegen IBR. Minder melk en een enkel sterfgeval,
kortom schade. De fabrikant van het vaccin, Bayer weet van niets: men ziet geen
relatie, het komt nooit voor, het kan van alles geweest zijn in voer of milieu.
Dat verhaal krijg je dan. De rechtbank wijst een onafhankelijk deskundige aan,
professor Aart de Kruif van de faculteit Diergeneeskunde in Gent. De rechtbank
doet dat dus, .. de rechtbank. Nu heeft de advocaat van de boeren een klacht
ingediend, omdat de faculteit van deze heerlijke Belg gesponsord wordt door
Bayer. Gelukkig is deze bèta ook niet al te politiek, want zijn officiële
commentaar luidde: “Dat is inderdaad het geval, maar bij andere faculteiten is
dat niet anders”. De Jeroen van de Sluijzen moeten we gewoon snikkend om de
hals vallen. U begrijpt steeds beter waarom wij naast het gebruik van
bestrijdingsmiddelen ook niet willen vaccineren.
Ervaringskennis
Misschien gaat u dit echt te ver. Daar waar de
onafhankelijkheid van wetenschap zélf een onzekere factor is geworden, kun u
alleen nog terugvallen op uw eigen ervaringskennis. Tijd voor een experimentje
in uw eigen vensterbank. Om te beginnen heeft u luizen nodig in uw geranium.
Zonder plaaginsecten geen bestrijdingsmiddelen. Om dat te bereiken gooit u een
flinke scheut Pokon bij de potgrond. U gaat gewoon kunstmest toedienen. Uw
plant reageert met groei, enorme groei, maar ergens gaat er iets mis, en daar
zijn ze: luizen. U kunt uw geranium nu bespuiten en in de buurt van een
bijenkast neerzetten. Maar eigenlijk is dat niet meer nodig, u heeft uw lesje
al geleerd. Tussen kunstmest en bestrijdingsmiddelen zit een recht evenredig
verband. Nu wordt het interessant, we stuiten hier op de basis van de
biologische landbouw. Een bestrijdingsmiddel bestrijdt een ziekte of plaag. De
plant is hier blijkbaar zelf niet toe in staat. Hoe komt dat??? Waarom kan een
biologische plant het wel zelf, die krijgt immers nooit bestrijdingsmiddelen,
en een gangbare plant niet, die krijgt immers altijd bestrijdingsmiddelen.
Maakt u zich geen illusies, er is geen gangbaar onbespoten groente of fruit of
brood of suiker. Dat staat niet op de verpakking, maar dat komt omdat het er
niet op hoeft te staan.
Het verschil zit ‘m in kunstmest. Kunstmest pompt je op als
plant, voedsel in overvloed, je groeit en groeit, als een soort “supersize me”
slurp je shake na shake naar binnen. Maar ergens gaat er iets mis. Je weerstand
ontbreekt en de bodem staart je aan als een zwart gat waar je zo in kan
knakken. Geen nood, daar komt de tractor of het vliegtuig met een cocktailtje
en weg met alle ziekten, plagen en schimmeltjes. Eindstreep gehaald en oogsten
maar. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen: 1 + 1 = 2.
|
 De lege tube tandpasta.
 Zelfs op vakantie een concreet doel voor ogen houden: bijtanken.
Bodemlandbouw
Biologische landbouw is een landbouw zonder
bestrijdingsmiddelen, en dús zonder kunstmest. Het is eigenlijk bodem-landbouw.
De bodem wordt gevoed met dierlijke mest of compost. Kunstmest is taboe, omdat
het ziekten én plagen veroorzaakt in het gewas. Het is misschien moeilijk te
begrijpen voor een mens dat ook plaaginsecten alleen zwakke planten aanvreten.
Een ziek mens, heeft ook niet ineens meer last van muggen. Maar insecten weten
wel beter. Zwakke planten zijn weldegelijk makkelijker leeg te zuigen door
insecten. En dat gebeurt dus ook: plaaginsecten vallen aan op kunstmestplanten.
Zo niet op planten die groeien in een biologische bodem.
Deze bodem zit vol leven. Bacteriën verteren de mest, de plant neemt dit op.
Alles voedt elkaar, en is in verhouding. En compleet. Op die manier verliezen
de planten hun weerstand niet. En voìla, zonder bestrijdingsmiddelen halen ze
de eindstreep: het bord van de biologische consument. Het groeit natuurlijk wel
een beetje langzamer, en de opbrengt is iets lager, maar de echt doorgewinterde
bio-eter betaalt en proeft netjes het verschil. Kwaliteitje, én ook voor het
bijtje.
Nederlandse glasgroente
Er is trouwens een uitzondering op de bespoten gangbare
groenten, dat zijn de onbespoten gangbare groenten uit de Nederlandse
glastuinbouw aan het begin van het groeiseizoen. De wereld is nou eenmaal niet
zwart-wit. In de glastuinbouw wordt gewerkt met “biologische bestrijding”, wat
inhoudt dat tegen een plaaginsect een natuurlijke vijand wordt uitgezet in de
kas, in grote getallen. Tegen luizen worden lieveheersbeestjes uitgezet
bijvoorbeeld. Dat verklaart misschien de grote kluit lieveheersbeestjes die
tegenwoordig in mijn raamkozijn klitten. Met honderden tegelijk. Het is een
uitheemse, agressievere soort. Ik vraag mij af of dit de uitgezette
glastuinbouw variant is. Tegenwoordig zuig ik lieveheersbeestje gewoon op met
de stofzuiger! Dat was toch vroeger ondenkbaar. Jammer dat ze geen bloemetjes
kunnen bestuiven, dan konden ze de bijtjes vervangen. Misschien kunnen ze daar
in Wageningen een gennetje voor inbouwen…
Steiner
Meneer Steiner, de grondlegger van de biologisch-dynamische
landbouw, die ook de homeopatie heeft uitgevonden, windt er geen doekjes om: de
bijen gaan de mensen voor. Dus als de bijen gaan, dan zijn daarna de mensen aan
de beurt. Dit idee is iets te veel voor mijn vakantie. Ik was toch al zo moe.
Steiner hield er tenslotte ook rare ideeën op na over mensenrassen. In lichte
verwarring leg ik mijn krant weg. Misschien gebruikt Wilders ook homeopathische
middelen. De wereld is tenslotte niet zwart-wit. We fietsen die dag verder maar
een rondje langs een boerderij met boerderij-ijs. De melk van dit ijs is
biologisch, maar niet alle smaken van het ijs zijn biologisch. Van sommige smaken
is alleen de synthetische variant in poeder verkrijgbaar. En de ijsmachine,
daar moet nou eenmaal poeder in. De wereld op zijn kop. We lopen door de stal
van deze boer en boerin en we missen de koeien een beetje. Vakantie is ook niet
alles. De bijen begrijpen dat.
www.campingderoos.nl
|
Juni 2008
Handel in rauwe melk is verboden
Symposium
Al twee maanden geleden was er een symposium over rauwe
melk. Teneur tijdens het symposium was dat er meer wetenschappelijk onderzoek
moet komen, om het heil van rauwe melk aan te tonen, zodat de wereld om kan en
de aanwezige boeren hun melk rauw kunnen leveren via de gangbare paden. Weinig
concreet dus. Gelukkig waren er enkele Lunterse vrienden gezellig mee, die nu
dus hun rauwe melk ophalen bij een bevriende Lunterse boer. Lunteren is toch
meer dan het middelpunt van Nederland, het is het middelpunt van de wereld aan
zijn rauwste kant.
Eicosanoïden kiezen voor rauw
Rauwe melk levert een risico op voor de drinker, omdat er
lysteria en salmonella in kunnen zitten. Dit zijn ernstige ziekteverwekkers die
voor ouderen en zwakkeren fataal kunnen zijn en bovendien voor zwangere vrouwen
het einde van de dracht kunnen betekenen. Om die reden moet rauwe melk in
Nederland eerst gepasteuriseerd worden voor het verkocht mag worden.
Gepasteuriseerde melk is u welbekend uit een pak.
Tijdens het symposium werd wetenschappelijk onderbouwd dat
rauwe melk, als er geen ziekteverwekkers in zitten, ook heel gezond is, omdat
het bestanddelen bevat die bij het pasteuriseren verloren gaan. Met name het
enzym lipase, dat vet afbreekt, is alleen in rauwe melk aanwezig. Vitamine C
gaat ook grotendeels verloren bij pasteurisatie. Omega 3, omega 6, alles wat
nieuw is en trendy in de wetenschappelijke stoet van nieuwe geïsoleerde
stoffen, blijkt meestal al wel in rauwe
melk te zitten. Nieuw voor mij was dat
Eicosanoïden het immuunsysteem aansturen en dat deze Eicosanoïden door het
lichaam gevormd worden uit vetzuren die goed vertegenwoordigd zijn in rauwe
melk (Ton Baars, Universiteit van Kassel, Duitsland). Bij pasteurisatie gaan ze
verloren of worden ze omgezet in een onbruikbare variant. Als uw Eicosanoïden
niet goed gevormd worden, kunnen ze uw immuunsysteem niet goed aansturen, en
ontstaat er een allergische reactie. Uw Eicosano’s gaan dus ook voor rauw.
Eicosanoïden, nooit zo bewust van geweest. Qua kwantiteit
zijn ze net zoiets als hormonen. Voorzichtigheid geboden dus, denk ik dan, als
leek. In ieder geval is in een nog te kleine steekproef aangetoond dat kinderen
met een melkallergie goed rauwe melk konden drinken, die moest dan wel komen
koeien die gras gevoerd kregen en geen snijmaïs (snijmaïs is gehakseld en
ingekuild mengsel van de hele maïsplant, met stengel, blad en kolf; wordt veel
gevoerd aan koeien). Bovendien, wonder boven wonder, moesten die koeien ook nog
horens hebben. Precies, onze melk dus. Het viel mij eerlijk gezegd mee dat hier
niet een bepaald ras werd genoemd… Biologisch of gangbaar maakte ook niet uit
eerlijk gezegd. Grasgevoerd, met horens, én rauw, dan zijn uw Eicosanoïden ook
weer tevreden.
Natuurlijk kwam ook de kattenproef van Pottenger weer langs
op het symposium, over katten die na vier generaties gepasteuriseerde melk
vruchtbaarheidsproblemen hadden en een vervormd skelet, maar die kende de
meeste symposiumgangers wel.
Oude en nieuwe ziekten
Naast lysteria en salmonella, konden er vroeger ook cholera
en tyfus in rauwe melk zitten. Om die reden is pasteurisatie in het verleden in
de warenwet geregeld. Terecht. Er zijn vele mensenlevens mee gered. Deze
ziekten zijn tegenwoordig onder controle, alleen lysteria en salmonella zijn
nog een wezenlijke bedreiging voor de rauwe melkdrinker.
Tegenwoordig zijn moderne welvaartziekten een grotere
vijand: overgewicht, suikerziekte en allergieën. Rauwe melk kan een hulpmiddel
zijn bij alle drie. Rauwe melk bevat lipase, het enzym dat vet afbreekt. En de
vetzuren in rauwe melk zijn bruikbaar voor het lichaam om Eicosanoïden te
vormen, wat het immuunsysteem beter doet functioneren en allergische reacties
doet afnemen.
Over suikerziekte valt te twisten, maar gepasteuriseerde
melk is gewoon niet lekker, er zit geen smaak meer aan. Je bent geneigd om er
een smaakje en een laag suiker aan toe te voegen, zie het schap van de
supermarkt. Wie als kind leert om de smaak van rauwe melk te waarderen, taant
niet meer naar gesuikerde melkmengsels in alle kleuren van de regenboog. Van de
ongeveer 10 vriendjes van de kinderen die regelmatig mee eten aan onze
keukentafel, lusten er nog 3 een beker melk. Rauw of gepasteuriseerd maakt ze dan
niet uit, gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen..
Volgens Ton Baars heeft rauwe melk ook een gunstige werking voor astmapatiënten.
Kortom, rauwe melk kan een bijdrage leveren aan de
volksgezondheid van tegenwoordig.
Rauwe melk moet schoon zijn
Natuurlijk moet de rauwe melk schoon zijn en geen salmonella
en lysteria bevatten. Ook dit is tegenwoordig, in tegenstelling tot vroeger,
heel goed te realiseren en te controleren met een werkend protocol. De koeien
worden niet meer buiten gemolken, waar de stront van de rug de melkemmer in
regent en ook niet meer met de hand. Een bruine laag op de melk is voor goed
verleden tijd. De melkmachine is steriel na iedere reinigingsbeurt, en de melk
zit binnen een minuut automatisch in de tank, die het onmiddellijk koelt op
vier graden.
Salmonella zit in het vee, daarvan is onze veestapel
gecertificeerd vrij, dus dat kan iedereen doen. Lysteria is vooral een kwestie
van schoon werken. Alles in roestvrij staal en dan reinigen bij de juiste
temperatuur en met het juiste reinigingsmiddel. Dit alles in een protocol dat
met een ijzeren discipline consequent wordt uitgevoerd, en in een monitor
opgetekend. Dat durft u toch wel aan. Zet daarbovenop een steekproefsgewijze
monsterneming, door een erkende controleorganisatie die onafhankelijk kan
certificeren, en u kunt als consument gewoon weer rauwe melk drinken. Tijden
veranderen, nu de warenwet nog.
Handel in rauwe melk
Stel dat boeren zo ver komen dat ze gecertificeerde rauwe
melk in de tank hebben, die u durft te drinken, omdat u denkt dat het gezond
is. Dan werkt de warenwet nog tegen. Deze wet stamt uit 1919, toen er nog
cholera en tyfus heersten. De wet bepaalt dat rauwe melk niet verkocht mag
worden. Er is een uitzondering: de boer mag het direct en onverpakt verkopen
aan consumenten. Dus niet aan winkeliers en niet in een fles. Vandaar dat je
bij sommige boeren een melkdrive, of melktap aan de weg ziet staan. Dit loopt
meestal niet, omdat je de overgebleven melk uit de melkdrive niet meer mag
leveren aan de fabriek. Menig enthousiasteling heeft de melkdrive daarom alweer
in de verkoop staan. Het gaat mijns inziens alleen als er een
distributienetwerk komt in de vorm van abonnementen, zoals je dat hebt bij
biologische groenteabonnementen. In een groep afnemers mag dan iedere week een
ander voor slijter spelen, en de melk rondbrengen aan de rest. Rauwe melk, echt
verse, is maximaal een week houdbaar. Ik denk dat de warenwet voorlopig niet
verandert en dat Friesland Campina voorlopig ook geen enkel heil ziet in rauwe
melk, ondanks nieuwe wetenschappelijke inzichten. Voor het voortschrijdend
inzicht is het juist wel belangrijk dat er een succesvolle rauwe melk praktijk
ontstaat, met overtuigde drinkers. Onafhankelijk en gewoon volgens de principes
van de vrije markt. Vraag en aanbod. Boeren die willen zullen zelf hun markt
moeten ontwikkelen, consumenten die willen zullen zelf de distributie moeten
regelen, anders hou je het niet vol.
Allergie onderzoek met kaas.
Het allergieonderzoek van Ton Baars had een te kleine
steekproef, maar de resultaten waren wel veelbelovend. Alle drie de zwaar
allergische kinderen, onder behandeling van een specialist, reageerden goed op
rauwe melk van grasgevoerde koeien met horens.
Is rauwmelkse kaas ook geschikt voor allergiepatiënten, als
deze van melk komt van koeien met
horens die grasgevoerd zijn? De bewerking van melk tot kaas gaat zonder
pasteurisatie en alle oorspronkelijke stoffen zouden behouden moeten blijven
tijdens het proces. Tijdens het kaasmaken, komt de temperatuur van de melk niet
uit boven de lichaamstemperatuur van de koe. Een interessant experiment, wat
bovendien wel meteen van start kan gaan, omdat u zich kan wagen aan de Remeker.
Bovendien is dit praktischer, omdat rauwmelkse kaas, en dus ook de Remeker, wel
gewoon verkocht mag worden in winkels in Nederland. Nou, mocht u het aandurven
en mocht u als allergiepatiënt inderdaad Remeker kunnen verdragen, dan hoor ik
het graag op irene@remeker.nl.
Één mits: snijmaïs bijgevoerd in herfst
Helaas voeren wij ook nog drie maanden per jaar snijmaïs bij
aan onze koeien, en dat is half augustus, september, oktober en half november.
Dan zit er zoveel stikstof in het gras, omdat de klavertjes gedurende de hele
zomer hard gewerkt hebben, dan kun je het gras niet puur voeren, zonder
snijmaïs. Er moeten dan wat koolhydraten bij, zoals snijmaïs, anders worden de
koeien dun op de mest, en dat gaat ten kostte van hun gezondheid. Dit jaar
voeren we voor het laatst snijmaïs bij, we hebben een alternatief geoogst deze
zomer voor volgend jaar: triticale. Triticale is een kruising tussen tarwe
(Triticum) en rogge (Secale). We oogsten dan de hele plant, met stengel en al,
en kuilen dat in. Dat heet GPS: gehele plant silage. Een goed alternatief voor
snijmaïs als we willen bijsturen in het rantsoen met koolhydraten. Dan is de
snijmaïs voorgoed verleden tijd, en een allergische reactie op onze melk
hopelijk, naar alle waarschijnlijkheid, ook.
Waarom zonder snijmaïs en met horens
Waarom snijmaïs in het rantsoen lijdt tot een allergische
reactie bij de drinker is niet duidelijk. Maar dat het goed gaat met de drinker
van de melk van die enkele koe die geen snijmaïs gevoerd krijgt, dat is
duidelijk. Die melk is dus zeldzaam. Bijna alle boeren voeren altijd snijmaïs
bij, koeien geven er veel melk van. Het is als suiker, zoet, ze eten het graag,
maar ze worden er suf van. Het is niet goed om je kinderen veel suiker te
geven, het is ook niet goed om je koeien snijmaïs te voeren.
Vroeger werd er geen snijmaïs gevoerd in Nederland, omdat
het hier niet kon groeien. Te koud. Door veredeling kan het nu wel, net als
bijvoorbeeld wijndruiven. Maïs kan nu zelfs nog noordelijker, in Denemarken,
ook groeien. Denemarken staat er in één keer ook vol mee.
In oude grupstallen
hadden koeien altijd horens. Met de komst van ligboxen moesten die eraf. Jan
Dirk kan zich de dag nog goed heugen dat er gezaagd werd. Heel bloederig. Hij herkende de koeien niet
eens meer. Afijn, als er vraag ontstaat, naar rauwe melk van grasgevoerde
koeien mét horens, ontstaat er vanzelf een markt, en daar ontstaat dan de
producent en de rest van de werkelijkheid omheen.
|
 Rauwe melk in de koeilkast van een (agrarisch) consument.
 Rauwe melk op tafel met een gezellig tafelzeiltje.
 Zestig plusser drinkt rauwe melk.  Zwangere vrouw drinkt rauwe melk én.....
 ....glimlacht.
Marktdenken
Dit marktdenken ontbrak er een beetje aan bij de
symposiumgangers. Zo niet bij onze Lunterse vrienden die als leken op het
symposium genoeg hadden geleerd over melk en wel in waren voor iets rauws.
Ze halen nu nog steeds gezamenlijk melk bij een bevriende
Lunterse boer, die de maximale gezondheidsstatus heeft op zijn bedrijf. Niet
alleen vrij van salmonella, maar ook van bvd, para-tb, ibr, en wat al niet meer
zij. Dit zijn ziekten die verder geen invloed hebben op de menselijke
gezondheid, maar je weet maar nooit. De wetenschap is nooit klaar, dat zie je
maar weer met die Eicosanoïden, nooit van gehoord. Deze boer heeft geen horens,
op de koeien dan, maar ja, een mens kan niet alles hebben. De koeien zijn wel
grasgevoerd.
Hieronder een verslag van de drinkende slijter.
Praktijk ervaring
van een moderne slijter in de 21ste eeuw.
Ja, we halen nog
steeds melk bij Cor. Na de zomerstop zijn we vorige week weer begonnen. Er komt
niet zoveel bij kijken als je eigen biefstukje in je tuin maar ook dit vraagt
enige organisatie.
Ik ben eerst gaan
kijken bij Cor. We willen graag melk komen halen kan dat? Ja, dat kan. Het
beste en makkelijkste is om melk te halen als er de eerste keer gemolken is ná
het ophalen van de melk. Dat gebeurt 1x per 3 dagen. Dus ik heb 1x in
3 dagen een avond dat ik melk kan halen. De melk is dan het 'verst' , er
zit dan geen 'oude' melk in de tank waar de verse mee is gemengd.
Dan moet je weten
hoe het werkt. De handel onder aan de tank moet je uit zijn beveiliging trekken
en dan voorzichtig een beetje naar voren doen en de melk begint te stromen.
Voordat ik zo ver was moest ik natuurlijk iets halen waar ik de melk in kon
vervoeren. Bij de action heb ik een paar plastic vierkante containers gehaald.
Daar heb ik een schaalverdeling op gemaakt. Ik heb een kleintje voor de
'achterburen' (kilometer van ons huis) van 2,75 liter en een grote van 4,6
liter voor onszelf. Ik zet de bussen in een mandje en dat weer in de auto en
daar ga ik.
De eerste paar keren
had ik het mondstuk van de tank niet schoon gespoten na het melk tappen. Tot ik
Cor een keer zag en hij me liet zien hoe het schoongemaakt moest worden. Toen
was ik een keer heel geconcentreerd bezig om mijn 2 liter af te passen en toen
was ik er en wilde ik net op tijd netjes met de handel de melkstroom stoppen en
bewoog ik hem de verkeerde kant op..... had ik bijna 5 liter i.p. 2!
De buren willen wel
graag melk maar het is erg lastig om het lege melkbusje naar ons toe te
brengen. Dus voor dat ik ga moet ik eerst daar het busje halen (en dat is best
wel eens lastig omdat ze achter een grote poort wonen die meestal dicht én op
slot is en ze de telefoon meestal ook niet opnemen). Met de melk in de auto rij
ik voorzichtig terug - ja ik weet het, niet erg goed voor het milieu maar ik
pak een anderen keer wel de fiets- en dat is tot nu toe goed gegaan. Ik heb nog
geen noodstop hoeven maken. Eigenlijk wil ik graag een melkcontainer die ik
echt af kan sluiten. Mijn plastic bakken hebben een gewone deksel. Dat gaat
goed zo lang de bus netjes rechtop blijft staan maar ik vrees de dag dat....
Dan ga ik weer bij
de buren langs. Deze keer weten ze van mijn komst en is de poort open en kom ik
soms zelfs mijn auto niet uit en dan naar huis. De 2e koelkast die in de
bijkeukenstaat is aangepast: er is een rekje uit zodat deze grote bus er in kan
staan en dan giet ik steeds één liter in een glazen vierkante kan met plastic
dekseltje en zet die in de koelkast. Ik heb er 2 dus als er 1 leeg is kan die
in de vaatwasser en vul ik de andere.
Manlief drinkt sinds
de nieuwe melk weer melk en ook 2 van de vier kinderen nemen nu weer (af en
toe) melk of chocomelk mee naar school.
Na 2 maanden moest
er toch echt een melkprijs komen zodat ik voor de vakantie de gehaalde melk kon
afrekenen. En dat is al weer zo lang geleden dat ik niet meer weet wat de prijs
was..... (adviesprijs: 1 euro per liter, red.).
Ik haal per keer
maar 2x2 of 2+3 liter melk (met uitzondering van die ene keer). En meestal om
de 6 dagen. De melk blijft probleemloos goed 6 dagen en ik heb wel eens melk
van 9 dagen oud gebruikt en die was ook nog prima. Maar daarna houd het echt
wel op.
Het voelt een stuk
beter. Als kind heb ik vanaf een jaar of 6 ook altijd 'rauwe' melk gedronken.
Ik liep dan met een geëmailleerd melk kannetje van 4 liter door de wei (of over
het pad, dat was 4x zover, maar als er een stier liep ging je over het pad) naar
de boerderij aan de andere kant van de wei. En ben dat mijn hele jeugd thuis
blijven gebruiken.
Ik vind het prettig
als mijn eten zo 'puur' mogelijk is, niet alles al kant en klaar met van alles
aan toegevoegde stoffen.
En dit is weer een
stapje in de goede richting
Succes ermee
Xxxmarieke
Google op Ton Baars en Rohmilch
www.westonaprice.org/nutritiongreats/pottenger.html
www.verantwoordeveehouderij.nl
(zie onder netwerken, nummer 9)
|
April en Mei 2009
De crèche houd ons bij de les
Kalfjes geboren
Het voorjaar is
begonnen, de geboortes slaan ons om de oren! Koe na koe krijgt een kalfje.
Altijd weer mooi om te zien met hoeveel kracht de koeien een kalfje op de
wereld zetten, en hoe liefdevol ze daarna aan de slag gaan met hun vondst. Wij
genieten nog steeds van dit wonder, hoe oud en vleselijk het ook is. Na de
geboorte kijken we als eerste even tussen de achterpootjes: is het een stiertje
of een vaarsje? Dit oordeel heeft verregaande consequenties voor de
boreling.
De Vaarsjes
De vaarsjes zijn de meisjes. Daar zijn we blij mee. Die
houden we aan. We koesteren ze met liefde. We geven ze een naam. Het vaarsje
heet naar de moeder. Bloesje kreeg dit jaar het eerste kalfje van 2009, dit kalfje
heet dan ook Bloesje. Bloesje en Bloesje. Mara kreeg ook een vaarsje, maar
vorig jaar had zij al een Mara gekregen. Dit zusje (of halfzusje, vaders is
ieder jaar een ander bij koeien) van Mara en dochter van moeder Mara heet
Marlies. Moeder Mara en Marlies.
De oma van Mara en Marlies (oma Mara, de moeder van moeder
Mara) heeft nog een dochter, dat is tante Margo. Margo kreeg ook haar eerste
vaarsje dit jaar: Margo. In de wandelgangen Margootje genoemd. Margo en
Margootje. Margootje en Marlies zijn dus nichtjes. U begrijpt dat alle
“Mar-ren” familie zijn van elkaar.
Oma Mara beviel zelf ook nog een keer van haar derde
dochter, Martha, die bij haar geboorte dus al meteen twee “tante-zeggertjes”
had.
Kalfje bij de moeder
De vaarsjes mogen bij de moeder blijven. Er zijn wel wat
biologische boeren die dit doen, maar over het algemeen worden kalfjes direct
weggehaald bij de koe. Wij deden dat ook altijd. Het idee is daarachter is dat
je dan besmetting van allerlei dierziekten voorkomt. Wat wel álle boeren áltijd
doen is biest geven. Biologisch of gangbaar: de biest moet erin. Biest is de
eerste melk van een koe. Het is dikker en anders van kleur, het zit vol
antistoffen. Als het kalf geen biest krijgt, weet je zeker dat het binnen drie
weken dood is. Ze hebben dat nodig voor de weerstand. De eerste biest is echt
van levensbelang. Denkt u daar nog eens aan als u besluit uw eigen kind geen
borstvoeding te geven. Nu kun je mensenbaby’s altijd een infuus geven, en het
leven met veel kunst en vliegwerk in een ziekenhuis redden. Met kalfjes gaan we
zo ver niet, ze moeten zichzelf redden, zonder infuus. Zonder biest gaat dat
absoluut zeker mis, dat weet iedere boer.
Men melkt dan de koe en geeft de biest met een speenemmer
aan het kalf. Wij denken dat je dan alsnog allerlei besmettingen kan doorgeven.
Wat op het bedrijf aanwezig is, moeten ze zelf weerstand tegen opbouwen. Als je
het kalfje bij de moeder laat, krijgen ze de biest het beste binnen, snel en
veel. Een uur na de geboorte dribbelt het kalfje al rond en drinkt bij de
moeder. Zo sterk en zo snoezig. Als het kalfje even niet drinkt, wordt het
droog gelikt door de moeder. Moederliefde. Alleen mannen kunnen dit tafereeltje
doorbreken.
Ursula is nummer 1
Na weken en weken debatteren vond Jan Dirk het goed, in 2005
was dat, dat boreling Ursula bij haar moeder bleef. En ze deed het super, ze
dronk voorbeeldig, wist het uier feilloos te vinden. Moeder Ursula vond ook
alles goed, trapte haar kalf niet weg en stond altijd paraat. Als een volleerd
moeder voedde ze haar kalf. Na 6 weken stond er een dijk van een kalf, veel
groter dan alle speenemmer kalfjes. Dat praatte makkelijker. Ursula is nu zelf
melkkoe, en heeft nummer 1 om de nek gekregen. Ze doet het nog steeds
ontzettend goed. Bij ons op het bedrijf staat het project “kalfje bij de
moeder” nu als een huis en is het de basis geworden van onze jongvee opfok. Je
kunt de wereld niet overlaten aan de man, en zeker niet de landbouw.
Uit nood geboren
Als kalfjes worden geboren en ze krijgen in de eerste week
diaree, dan is het coli (eschericia coli, een bacterie). Als ze in de tweede
week diaree krijgen, dan is het rota (rota corrona, een virus). Als ze in de
derde week diaree krijgen, dan is het crypto (crypto sporidium, een ameube).
Alle drie de ziekten kunnen dodelijk aflopen, maar als ze dit goed doorstaan,
overleven ze verder alles.
Wij hebben op het bedrijf veel last van rota. Jarenlang
gingen er kalfjes aan dood. Het is een virus, je kunt niks, behalve inenten.
Wij willen niet enten, want je haalt er een sluipmoordenaar mee binnen. Er zijn
hele veestapels aan vaccinatie ten onder gegaan, bij dierlijke vaccinaties kan
er zoveel misgaan. Het gaat goedkoper en slordiger dan menselijke vaccinatie.
Je prikt in één keer alle natuurlijke weerstand weg bij de koeien, en krijgt de
gekste problemen, raadselachtige lamlendigheid, vage klachten, minder melk, het
kost klauwen met geld en de veearts weet dan van niks. De boer weet alleen dat
het na de vaccinatie is begonnen. Er is geen wetenschappelijke monitor die de
vermoedelijke gevallen registreert, daarom alleen al willen wij niet enten. Er
zijn wel de verhalen, ook bij bekende en bevriende boeren, wij weten genoeg, we
enten alleen als we erbij neervallen. Dit jaar was dat bijna gebeurd.
We hebben namelijk de rota eronder gekregen met drastische
maatregelen: ten eerste laten we het kalfje nu de eerste drie weken bij de
moeder. Dat helpt. Ten tweede doen we aan geboorteplanning: in de winter wordt
er geen enkel kalfje meer geboren. Alles wat in november, december en januari
geboren werd, ging standaard dood, dus daar zijn we ook mee gestopt. Alle
hokken zijn dan drie maanden leeg, en worden goed schoongemaakt. Dat helpt ook.
Verder gingen in 2007 van de laatste 10 geboorten in het najaar, er 7 kalfjes
dood. Er waren drie kalfjes van eigen stier (dus geen KI), en precies die drie
bleven leven. Sindsdien geloven we dat natuurlijke dekking ook dieren oplevert
met meer weerstand. Ook dit jaar was dat weer duidelijk. Dus dat is drie. Elk
jaar gaat het beter met de rota, we komen er doorheen. Maar we hadden nog één
blinde vlek: hygiëne.
Crypto
Dit jaar ging het goed met de rota. We juichten en genoten.
Maar plotseling kwam er weer diarree in de jongste groep en we waren echt de
wanhoop nabij. We hebben niet de neiging om de veearts te bellen, we kennen wel
zijn riedeltje van inenten. Eén kalfje overleefde, het was Sefanja, de tweede
dochter van Senne. Uit pure wanhoop dachten we eraan om dan voortaan alle
kalfjes maar een bijbelse naam te geven. We maakten een afspraak met onze
dierencommunicator Gerrie. Wij krijgen altijd de neiging om licht te gaan
zweven in grote nood. Het heeft ons ook geen windeieren gelegd. Maar in dit
geval lieten toch ook wat mest onderzoeken, voor een juiste diagnose. Wat
bleek, het was geen rota, het was crypto. Dat betekent dat gewoon de hygiëne
beter moet.
Bent u dan zo’n vieze boer?
Hoe kan zoiets simpels nu nog een les zijn? U bent toch al
zoveel generaties boeren? Weet u dan nog niet hoe de hygiëne moet bij kalfjes?
Ik hoor het u denken. Tja, er zijn wel wat nieuwe dingen. Ten eerste de nieuwe
waterbakken, daar staat water in, zodat de kalfjes water kunnen leren drinken.
Crypto kan in water zitten, dus dat kan het zijn. Ik laat de waterbakken nu
elke dag even doorlopen, zodat er schoon water inzit. Ten tweede de nieuwe
stal. De stal is in 2006 verbouwd, en de kalfjes staan nu onder een dak van
kasfolie. Heel licht en modern, maar wel warm. Misschien is het de temperatuur,
ideaal voor ziektekiemen, waardoor de hygiëne nog beter moet. Ik ben ook al in
de weer geweest met een parasol, voor de kalfjes wordt het misschien ook te
warm, dat haalt hun weerstand omlaag. Misschien moet er nog een schaduwfolie
over het dak, dat bestaat in de kassenbouw ook. Wat kost zoiets? Hier puzzelen
we nog op.
Ten derde moeten we misschien inderdaad gewoon vaker
opstrooien. Blinde vlek, misschien is dat ook de oorzaak van de rota-problemen.
We nemen in het protocol op dat we iedere maandag de kalfjes omhokken, naar een
schoon en vers opgestrooid hok.
En de afspraak met Gerrie? Die laten we gewoon staan, altijd
gezellig om met haar en de koeien te kletsen.
Onafhankelijke veearts
Joep Driessen komt langs, hij is onafhankelijk veearts. Hij
schrijft boeken over koesignalen: je moet naar de koe kijken, als er iets mis
is, kun je iets leren. Precies onze filosofie. Dit keer komt Joep langs met een
journalist van Seasons, zo op het eerste gezicht iemand die nog geen analoog
kaas van een Remeker kan onderscheiden. Seasons is een blad voor buitenlevende
burgers, waarin staat hoe je dit jaar weer je geranium buiten moet zetten in
zijn designbloempot. Erg nep en vervelend blad. We denken dat onze kaasfans,
slow foodies, doorgewinterde biologische antroposofen, consuminderaars, en
cultural creatives zal afschrikken als we ons inlaten met een dergelijk glossy
magazine. Bovendien hebben we onze eigen communicatiekanalen naar de klanten
toe allang op orde. Joep begrijpt er niets van. Ik leg uit dat een
verloskundige ook niet gaat adverteren in een pornoblad. Dat komt over. Hij
belt een acteur, hijst hem in een overal en maakt de foto’s. Daar hadden we
niet van terug. Dus mocht u onze koeien tegenkomen in Seasons, met een
schimmige man in een overal, samen met Joep, dan weet u ervan. En Passant sprak
Joep nog wel een onafhankelijk woord uit: “Inenten? Tja, het werkt vaak niet.
Hygiëne helpt vaak beter. Met een verbeterde hygiëne kun je goed van de rota
afkomen.” Kijk, dat klinkt ons wel als muziek in de oren.
En de stiertjes?
“Maar hoe gaat het nu verder met de stiertjes?” vraagt u
zich al drie bladzijden af. Die mogen maar één etmaal bij de moeder blijven. Ze
drinken dan goed biest. Daarna gaan ze in een eigen hokje, alleen. Als je ze
samen in hokje doet, zuigen ze bij elkaar aan de navel.. Tja, dat is de
zuigreflex. Ze kunnen niet bij de moeder drinken, en zo’n speenemmer, daar zijn
ze snel mee klaar.
Maar daarna is het nog veel erger. Ze gaan naar de gangbare
stierenmester. Niks biologisch. Er is maar één biologische stierenmester in
Nederland, www.ecofields.nl. Maar die
heeft nog te weinig afzet, u eet geen biologisch kalfsvlees. Hij moet dus heel
kostprijsbewust werken, dan wordt het prijsverschil met gangbaar kleiner.
Daarom wil hij geen Jerseystiertjes, want daar zit te weinig vlees aan. Dan wordt
het te duur. Gangbare stierenmesters willen ze, om dezelfde reden, ook liever
niet hebben. Het vetmesten van een Jerseystier kost gewoon geld, omdat ze zo
weinig vlees hebben. Het Jerseyvlees is natuurlijk overigens wel veel
lekkerder, malser, dus het zou een prijs mogen hebben. Wie o wie wil die markt
ontwikkelen??
Kortom, we zijn blij dat William, gangbaar, ze nog gratis
komt ophalen. Voor een Holsteinstiertje betaalt hij 200 euro, voor een Jersey
hoeft hij niets te betalen. Maar nu komt het: de subsidie op stieren vetmesten
is afgelopen. In Brussel willen ze geen productie meer subsidiëren, alleen
landschap. Voedelzekerheid is uit, landschap is in. Tja, zo gaat dat. We zijn
bang dat William de Jerseystiertjes ook niet meer wil hebben, en dat we ze af
moeten laten schieten. “Over mijn lijk,” zegt Jan Dirk.
Gesekst sperma
De gangbare oplossing voor dit probleem is gesekst sperma.
Dit is eigenlijk gesorteerd sperma, alle stiertjes zijn eruit gecentrifugeerd.
Wij zijn niet zo van dit kunst en vliegwerk, wij zijn meer van het verse
sperma. Het is gebleken dat gesekst sperma zwakkere nakomelingen levert, en wij
moeten het nu juist van de weerstand hebben. Maar vanwege deze penibele
situatie belt Jan Dirk met Skal, de controle organisatie voor biologische
landbouw met de vraag of wij gesekst sperma mogen gebruiken. Daar blijkt dat
deze techniek nog zo nieuw is, dat er nog geen regelgeving voor is. Nouja,
nieuw, nieuw, Jan Dirk legt uit dat het wel eens hard kan gaan met het gesekste
sperma, en de controleur belooft het in de volgende vergadering in te brengen.
Voorlopig mag het dus. Embryo’s spoelen en dan implanteren in een andere koe
(ET), ook schering en inslag in de gangbare sector, is wel verboden in de
biosector, maar dit terzijde.
(* Halverwege de zomer werd duidelijk dat gesekst sperma
absoluut niet mag binnen de biologische productie wijze!)
|

Samen slapen.
 Zo moeder zo dochter.
 Speenemmer.
 Ursula, nr 1, een dijk van een koe, al is haar kop mooi van lelijkheid.
 Diaree kan dodelijk zijn...
 De eerste "adopteer een biefstuk"-kalfjes worden opgehaald.
Adopteer een biefstuk
Onze mening staat eigenlijk al vast, we gaan voor vers
sperma. Maar waar moeten we dan heen met de stiertjes. Van moeder natuur
krijgen we een knipoog. Van de 35 kalfjes zijn er maar 12 stiertjes. Op één na
is dat één op drie. Is dit statistisch significant? Volgens mij wel. Daarna
krijgen we drie weken geen kalfjes, en nu zijn er weer zeven geboorten: maar
twee stiertjes! We denken dat de koeien gewoon weten dat ze de vaarsjes mogen
houden en de stiertjes niet. De intenties van koeien zijn blijkbaar heel sterk.
Kent u het intentie-experiment? Echt wetenschappelijk. Onze koeien zijn gewoon
heel goed in kwantumfysica. Dit is kost voor Gerrie.
Maar met die paar stiertjes moeten we toch iets. Makandra,
een zorgboerderij neemt er vier. Een vriendin, toevallig de zus van Joep, neemt
er drie. Die gaan naar Joep, hij weet nog van niets. Zo, die zit, 1-1.
Drie zijn er doodgeboren, de overige vier gaan naar William.
Als William in de toekomst afhaakt, zoeken we nieuwe adoptieboeren voor de
stiertjes die geboren worden. Anders dan bij “adopteer een kip” en “adopteer
een appelboom”, is het bij “adopteer uw toekomstige biefstuk” wel de bedoeling
dat u het stiertje zelf huisvest in uw tuin. U wordt dan echt boer. Niet in de
laatste plaats omdat u dan over een echte boeren hobbel heen moet: u kent het
vlees dat u eet bij naam. Als u dat kan, haalt u de woeste natuur in uzelf weer
een beetje boven, en dan bent u ook wel bereid om iets geld neer te leggen voor
een goed leven voor uw stier.
En last but not least: u moet een UBN nummer aan vragen bij
het Ministerie van Landbouw en dan voortaan uw ene stier opgeven bij de
meitelling. Zie hiervoor de weblog van februari. Volgens Jan Dirk is deze
administratieve rompslomp een nog veel grotere hobbel, maar hij eet dan ook al
van kinds af aan zijn Bloesjes en Mara’s en Senne’s en Ursula’s gewoon op.
Opvallend
Als het goed is valt u nu op dat er dus geen enkel stiertje
is doodgegaan dit jaar na de geboorte. Geen stiertje met rota of crypto.
Sommigen hadden wel even diaree, maar kwamen daar zelf overheen in hun uppie,
in hun hokje. Tja, dat zet een mens toch aan het denken. Er waren maar weinig
stiertjes, ze hadden steeds een plekje in een buitenbox, daar is het schoon en
koel. Daar gaan we met al onze verhalen over kalfje bij de moeder. Hoe hard het
ook is: het is toch echt de hygiëne.
Evaluatie
Al met al willen we wel doorgaan met kalfjes bij de moeder.
Als de stiertjes en vaarsjes na drie weken bij elkaar in een groepshok komen,
zijn de vaarsjes duidelijk beter gegroeid en ze zien er beter uit: meer glans,
betere pensvorming.
Bovendien leren we nog elk jaar bij over hoe het moet met de
kalfjes bij de moeder. Omdat een koe gefokt is op melk geven, is haar melk veel
te veel voor één kalfje. Het gekke is dat het kalfje zelf geen rem heeft op
hoeveel ze drinkt: als er te veel beschikbaar is, dan drinkt ze ook teveel.
Haar magen lopen dan in elkaar over, wat lijdt tot voedingsdiaree. Hier kunnen
ze ook weer aan dood gaan.
Daarom werkten we eerst met pleegmoeders: vier kalfjes onder
één koe. Maar dat werkte niet goed. De pleegmoeder accepteerde niet ieder kalf,
en het zwakste kalf had altijd de slechtste speen. Dit jaar hebben we voor het
eerst een crèche. De kalfjes mogen dan bij de eigen moeder drinken, maar niet
de hele dag door, alleen ’s nachts. Zo drinken ze dan ook niet te veel. Ze gaan
dan ’s avonds uit de crèche de kudde in en vinden dan altijd feilloos hun eigen
moeder tussen al die honderd koeien. Maar een nacht is nog te lang. Ze drinken
dan nog te veel, en krijgen dus voedingsdiaree. Daar hebben we dit jaar ook een
vaarskalfje aan verloren. We leerden dat twee keer één uur per dag genoeg is,
na het melken, als de uier bijna leeg is.
De koeien worden dus gemolken, daarna worden de kalfjes een
uurtje losgelaten in de kudde, ze mogen bij hun eigen moeder drinken en moeten
na het uur terug in de crèche. Het hele voorjaar door zijn er ongeveer drie tot
acht kalfjes tegelijk in de crèche. Sommigen gaan vanzelf terug naar de crèche,
anderen moet je terug doen. Wat zijn ze snel!! Sneller dan ik. Zeker in de pot,
over het hobbelige stro. Dit is pas conditietraining. Met blote voeten ben ik
sneller dan op klompen. Dat is nog tot daar aan toe, soms moet ik plat op mijn
buik in de stront en heb dan net een achterpootje te pakken. Je moet iets over
hebben voor soortoverschrijdende vrouwensolidariteit.
Dat gaat nu goed. Alleen een enkele moeder trekt dan de melk
op tijdens het melken… er komt dan niets uit de speen als ze aan de melkmachine
staat. Jan Dirk ergert zich rot aan deze overdreven moederinstincten, en gelijk
heeft hij, want als het kalfje teveel drinkt, dan kan het dood gaan. Deze
koeien moeten dan maar in de leer bij Gerrie.
En Gerrie?
Gerrie, de dierencommunicator, komt inderdaad ook nog langs
en spreekt ons namens de koeien gewoon moed in. Dat hadden we precies nodig. In
het hectische voorjaar loop ik onder alle nieuwe hygiëne maatregelen bijna een
burn out op, maar zolang het nog helpt, enten we niet. Met Gerrie erbij
bezinnen we ons nogmaals waarom we nou
eigenlijk niet willen inenten. We vertellen haar het verhaal van een bevriende
boer. Hij werkt parttime in de gangbare varkenshouderij. Op één dag had hij “80
tomen gedaan”. Een toom, dat is één worp van een zeug, ongeveer 15 biggetjes.
Bij deze 80x15 biggetjes had hij per big vier dingen gedaan: antibiotica
gegeven, het staartje gecoupeerd, een vitaminen preparaat gegeven en een
cocktail van inentingen gegeven. “Want anders gaan ze allemaal dood”. Kijk, en
dat willen we niet, we willen dat onze kalfjes gewoon kunnen leven als ze
geboren worden. Daar werken we naar toe. Pas als er echt niets meer is om te
verbeteren, en het lukt nog niet, dan gaan we inenten. De koeien zijn eens.
|
Maart 2009
Zij leeft!
Vitaminepillen voor koeien.
Wie slikt ze niet? Een pilletje met vitamine A tot Zink, het
kan geen kwaad, altijd goed. De koe die uw melk heeft gegeven, slikt in ieder
geval ook. Een Nederlandse koe vinden die niet slikt, is zoeken naar een speld
in een hooiberg. Misschien een paar van de meest doorgewinterde biologisch
dynamische, daar nemen wij ons petje voor af. Onze koeien slikken ook. Gewoon
de synthetische mikmak. We zijn er eigenlijk een beetje klaar mee.
In de pap
Vroeger hadden we thuis in de knalgele vla zo’n knalroze
pilletje, voor de vitamine C. Volgens mij is het zelfs een van mijn vroegste
herinneringen. Het maakt gewoon indruk, zo’n pil. “Alles” zit erin. Alhoewel
dat heel wetenschappelijk is, geloof ik er niet zo in. Gewoon gevarieerd en
vers eten, de rest is luiheid of een ander probleem dat je moet oplossen.
Gezondheid is niet te koop, en zeker niet in een pil. Toch slikken onze honderd
koeien hun dagelijkse dosis. Niet in de vorm van een pil, maar in de vorm van poeder.
Mineralen heet dat. Voor het jongvee, de kleintjes van 0 tot 2 jaar, hebben we
zelfs een aparte zak. Uit deze zak slikken ook de droge koeien. Dat zijn de
koeien die tijdelijk geen melk geven, omdat ze weer een volgend kalfje krijgen.
Twee soorten
Er zijn dus droogstandsmineralen en melkveemineralen. En wat
zit daar dan zoal in, vraagt u zich af. Dat zijn vitaminen, spoorelementen en
micro-elementen. Om precies te zijn: vitamine A, vitamine D, vitamine E. De
spoorelementen zijn: jodium, kobalt, koper, mangaan, zink, selenium en ijzer en
verder zit erin aan micro-elementen: calcium, fosfor, magnesium, natrium,
kalium, chloor en zwavel. De elementen zijn over het algemeen gebonden aan
oxiden, of in de vorm van chelaten.
Biologisch
Misschien vraagt u zich af waarom synthetische spullen
toegestaan zijn in de biologische sector. Het is gewoon zo. De gedachte is dat
het anders niet kan. De biologische sector, dat zijn we zelf en die maken we
zelf. Als een soort agrarische variant van “de maatschappij dat ben jij”. De
regelgeving is Europees, maar is tot stand gekomen via privaatrechtelijke
controleorganisaties, dus vanuit de boeren die het doen. De regelgeving blijft
zich ontwikkelen, maar altijd in overleg met biologische boeren. Synthetische
mineralen, die zijn gewoon toegestaan. En voor insiders: zélfs onder het
Demeter-keurmerk van de biologisch dynamische landbouw… Waarom?? De natuur
levert haar gras toch compleet af? Wie eet er nou gezonder dan een koe, de hele
dag verse “sla”, zo van het land af happen, grazen heet dat, en dan nog gebrek
hebben aan vitamines en mineralen? Toch gebruiken alle boeren mineralen. Het is
de angst voor gebreken. En die angst is ook wel reëel. Het is gebleken dat
koeien gebrek hebben. Als je geen mineralen voert, krijg je last met de
vruchtbaarheid van de koeien. En u weet: zonder kalfjes geen melk. Ook kun je
last krijgen van vroeggeboortes. De kalfjes overleven dan niet en de koe geeft
dan geen melk. Wij hadden twee vaarzen die afkalfden, de geboorte verliep
perfect, de kalveren waren perfect, maar ze gingen niet ademhalen. Ze gingen
dus dood. De veearts kwam het vaker tegen tegenwoordig en wees op
seleniumgebrek. Tja, werp daar maar eens iets tegenin.
Te veel
De aanleiding om hier eens kritisch naar te kijken was dat
we een hok jongvee hadden dat “stond te krengen”. Het groeide niet goed, het
hoestte altijd, de vacht was vaal, het zag er gewoon niet uit. Ik probeerde van
alles, rantsoen, tocht, opstrooien, maar niets hielp. Met de moed in de
schoenen, liet ik mij tegen het hek vallen en plofte in het stro. Kalfje Laura,
de slechtste van allemaal, begon mij in het gezicht te likken. “Het zijn de
mineralen, liefje”. We halveerden de dosis. Bovendien kwamen we erachter dat
onze kleine van twee ook wel eens wat handjes bijvoerde, daar werd in het
vervolg ook een stokje voor gestoken. En inderdaad, dat hielp. Conclusie:
mineralen kun je ook echt te veel voeren. Overdaad schaadt. Laatst stond er in
UGCN-magazine (het krantje van het uiergezondheidscentrum) dat te veel vitamine
E kan leiden tot uierontsteking. Ook stond er in Nieuwe Oogst (het blaadje van
de “vakbond”) dat zink en koper, door het voeren van mineralen, met name bij
varkens, de water- en bodemkwaliteit bedreigen. Heel interessant artikel, wat
ik hier terzijde laat, maar u zou als melkdrinker en varkenseter zich zeker
eens moeten buigen over onze vakliteratuur.
Natuurlijke mineralen
Ongeveer een jaar geleden hoorden we van een collega boer
dat hij met natuurlijke mineralen was begonnen. Weg met de synthetische rommel,
mineralen recht uit de natuur. Dan moet het wel goed zijn. We verdiepten ons er
verder niet zo in, het was hot in hip-boerend Nederland, wij gingen ook meteen
om. Een telefoontje naar de leverancier en klaar is Kees. Toch waren het net zo
goed deze natuurlijke mineralen waar het jongvee last van had. Door de ervaring
met het krengende hok jongvee, pakten we nu het etiket er maar eens bij. Niet
alle ingrediënten bleken even natuurlijk, maar daar waar mogelijk had men zijn
best gedaan. Onze onafhankelijke voervoorlichter, Dirk Zaaier bemoeide zich er
ook mee, en voor we het wisten was het een item. Tijd voor een dossier. Alle
losse berekeningen, info en uitgeknipte etiketten gingen in een map. Op een
rustig moment gingen we er eens voor zitten.
Het compromis
Omdat ik uit de glastuinbouw kom, en niet uit de koeien,
moet Jan Dirk mij altijd eerst uitleggen waarom. Waarom?? Waarom krijgen onze
koeien mineralen. Jan Dirk zegt dat alle koeien mineralen krijgen. Het is geen
vraag. Maar waar komen die gebreken dan vandaan? Niet gehinderd door enige
praktische kennis van zaken werp ik er wat theoriën tegenin van de baarden uit
Wageningen. We komen tot de conclusie dat in een bodem alle mineralen aanwezig
zijn. Als de bodem leeft, gonst van de bacteriën, schimmels, wormen en andere
levende zielen, dan zijn de mineralen ook opneembaar. Plantjes wortelen in
overvloed. Simpelweg: de een zijn dood is de ander zijn brood. Dat is wat
biologische landbouw in zijn kern is: landbouw met een levende bodem. Je moet
haar dus ook voeden met organische stof: mest, stro, plantenresten, compost.
Als je kunstmest gebruikt geef je alleen stikstof, kalium en fosfor, direct aan
de plant. De bodem niet meer dan een dood substraat, zeker in combinatie met
bestrijdingsmiddelen. Er is niks, alleen de kunstmest, dat is niets anders dan
zout, en die is niet kompleet met alle mineralen. Als het gras de mineralen
niet op kan nemen, missen de koeien die in het rantsoen, en moet je ze dus
direct aan de koe bijvoeren. Door het gebruik van kunstmest, ontstaan de
gebreken verderop in de keten, bij de koeien, en zodoende zijn de mineralen in
zwang geraakt. We beseffen onze ziende blindheid: onze bodem leeft, we zijn dit
jaar al 15 jaar biologisch en we hebben geen mineralen meer nodig.
Durven we het aan?
Durven we dat aan? Hoe doen de oudste en beste biologische
boeren het eigenlijk? Die met de beste vaste stromest, de oudste biologische
bodems en de rondste kringlopen? Dat zijn de biologisch dynamische boeren. Ze
hebben zich verenigd onder het Demeter-keurmerk. Dat hebben wij niet, met name
omdat ze antroposofisch zijn en nogal dogmatisch rommelen met energie, maar dit
terzijde. Ik bel met de Stichting Demeter-keurmerk. Het blijkt dat ook
biologisch dynamische boeren, Demeter-gecertificeerd, synthetische mineralen
gebruiken mogen gebruiken, en zij doen dat over het algemeen ook. Alleen
sommigen, de oudste biologisch dynamische bedrijven, die ook natuurgrasland
hebben, dat helemaal verschraald is (zonder mest) en met veel kruiden, díe
kunnen minderen of helemaal zonder mineralen werken. Soms gebruiken ze dan
kruiden- of algenpreparaten. Moraal van het verhaal: mineralen komen uit
kruiden. Er moeten veel verschillenden soorten plantjes voorkomen tussen het
gras. Biologische diversiteit. Dus het grasland moet verschralen, minder mest.
Dan krijgen kruiden een kans. Maar minder mest betekent óok minder opbrengst.
Aha, dus uw melk/kaas wordt er weer een slokje duurder van als we de mineralen
eruit doen. Als de opbrengst van het gras omlaag gaat, gaat de kwaliteit
omhoog. Gelukkig staat ons grasland al bol van de paardenbloemen.
Pingsterbloemen, herderstasje, madeliefjes. Maar écht zo kruidenrijk als
verschraald grasland, nee dat niet.
|

De nieuwe mineralen
 De oude (links) en nieuwe (rechts) mineralen.
 Ons eigen kuilgras is bijna op.
 De aangekocht balen met ingekuild gras
 Het jongvee staat er weer puik bij
 Pingsterbloemen
Paardebloemen
Grasaankoop
Er is dan nog één probleempje over. We hebben te weinig
grond. We hebben nu al teveel koeien eigenlijk, voor de 32 hectaren die bij ons
bedrijf horen. We moeten dus ook gras aankopen. Ons eigen gras is zit de
laatste jaren in de stijgende lijn qua kwaliteit. Doordat we in 2006 de stal
hebben verbouwd tot potstal, waarin de koeien in het stro liggen, beschikken we
nu over vaste mest met stro, in plaats van de drijfmest (gier) die we eerst
hadden. Dat blijkt dus in de goede richting te werken. We laten altijd monsters
van het gras in een laboratorium analyseren, waaruit ook blijkt dat ons eigen
gras steeds meer mineralen bevat. Maar uit de analyses blijkt ook dat het
aangekochte gras nog een en ander ontbeert. We rekenen een avondje aan de
monsteranalyses en zetten alle cijfers op een rijtje. Welke mineralen zijn nu
echt nodig? Daar waar wetenschappelijke informatie ontbreekt, pakken we het
meer kwantumfysisch aan: we gaan puur op ons gevoel af. Je bent boer of je bent
het niet. Als we ons gevoel niet meer kunnen vertrouwen, kunnen we de tent wel
sluiten. In Wageningen noemen ze dat ervaringskennis. Als onderwerp van
Wageningse studie noem ik het intuïtie. Gewoon doen.
Eigen receptuur
We bellen een andere leverancier, de bovenste beste
biologische, Heemskerk, die een mineralenrecept op maat kan maken. De vitamine
A laten we eruit, maar D en E laten we erin. Daarvan is alleen de E een
natuurlijke stof, de D is synthetisch. Verder laten we de jodium, koper,
mangaan, kobalt en selenium er in een lagere doses in en in andere
verhoudingen. En de doses die we per dag voeren, verlagen we ook. De zink en de
ijzer, en overige mineralen (fosfor, magnesium, kalium, zwavel) laten we
zitten. Wel geven we zeewierkalk aan het jongvee, daar zit voornamelijk calcium
in. En we geven zeezout, daar zitten natrium en chloride in. Al met al is het
een stuk goedkoper en nog steeds waar mogelijk natuurlijk.
Grond nodig
De moraal van dit verhaal is dus dat we meer grond nodig
hebben. Grond is, als het al te koop komt bij de buurman, erg duur (60.000 euro
per hectare, daar kunnen ongeveer drie Jerseykoeien van eten). Eigenlijk kan
het niet uit, ook al is de kaasprijs nog zo goed. Grond zit in het erfgoed, wat
je bij moet kopen, is eigenlijk beleggen. Dat is een ander vak. Daar hebben wij
niet zo veel mee. Eigenlijk willen we dat burgers, kaaseters, beleggen in mooie groene grond. Als ze dat een jaar
geleden hadden gedaan, had ze dat zeker geen windeieren gelegd. Grond is een
waardevaste belegging. Zeker in tijden van crisis geen overbodige luxe. We zoeken samenwerking. Als we tijd hebben,
gaan we hier eens mee aan de slag. Een
fonds, participanten. Iedere zichzelf respecterende biologische boer zou
dat eigenlijk al moeten hebben. Als het een aangekochte grond is, die
omgeschakeld wordt van gangbaar naar biologisch, dan is het eigenlijk een
opgestane grond. Zij leeft! Uw pasen kan dan niet meer stuk.
En de koeien?
De koeien zijn tevreden. Voor de droge koeien hadden we
namelijk geen natuurlijke mineralen, dus daar zat een vanillesmaak aan. De
koeien vinden dat ronduit vies. De voervoorlichter vond het wel lekker ruiken.
Een vergissing is menselijk. Ook de drager, de stof waar de mineralen mee
verdund zijn, is nu anders: tarwegriesmeel in plaats van magnesiumoxide. De
koeien vinden het duidelijk beter. Nu zie je de koeien naar de mineralen
happen, voorheen aten ze om de plekken heen waar mineralen gestrooid waren.
Prima prima. We wachten af of er problemen komen die voortkomen uit
mineralengebrek. Dan passen we de receptuur weer aan. Als het goed gaat,
schrappen we meer weg. En als we op termijn meer grond in gebruik kunnen nemen,
dan komen we nog eens helemaal van de “pillen” af.
Alleen had helaas de geestelijk moeder van dit verhaal,
kalfje Laura, een te grote groeiachterstand op gelopen. Helaas hebben we haar
laten afmaken.
|
Februari 2009
Papier kan ook heel ongeduldig zijn
De administratie
De mest ligt weer netjes uitgestrooid over het land. Maar
februari is niet alleen de maand van het mest uitrijden. Het is ook de maand
van het boekhouden en overige administratieve verplichtingen. Dat heeft veel
meer voeten in de aarde; voeten onder het bureau, in dit geval. We hebben niet
voor niets een bureau van zes vierkante meter, waarvan ongeveer drie meter
gezamenlijk. Ook dat nog.
Administratieve lasten
Wat kan een boer nou aan administratie hebben, vraagt u zich
af. Tja, voor u een vraag, voor mij een weet. Er is zelfs een heus loket waar
je onnodige administratieve verplichtingen kan melden. In 2003 is er namelijk
een commissie administratieve lastenverlichting in het leven geroepen, die een
rapport heeft geschreven getiteld “Lasten in Balans”. Eind 2007 waren de
administratieve lasten met 37 % verminderd…
Inderdaad moet ik toegeven dat er verbeteringen zijn. Boeren
worden gecontroleerd door het ministerie van Landbouw via een institutie met de
aansprekende naam “Dienst Regelingen”. De digitalisering van deze Dienst noopte
mij menig maal tot het aanvragen van fysieke papieren, omdat de website gewoon
standaard vastliep, net als je alles had ingevuld. Dan kreeg je per post een week
later weer de verkeerde kaart opgestuurd, en was er geen tijd meer voor het per post
versturen van de juiste kaart… Dat is allemaal afgelopen, het invullen, en
digitaal verzenden, gaat redelijk vlotjes.
De mest-administratie
De mest-administratie moet waterdicht zijn en kent strakke
deadlines. In Nederland wonen namelijk naast 16 miljoen mensen ook 16 miljoen
varkens. Die leven van onder anderen van geïmporteerde soja (deze invoer mag
genetisch gemanipuleerd zijn, maar dat ter zijde) die niet in Nederland wordt verbouw, maar op grond elders in de
wereld. Dit leverde zoveel mest op dat er in het verleden wel tot 15 cm dik
mest werd uitgereden in Nederland. Dit staat natuurlijk niet in verhouding tot
wat er landbouwkundig nodig is. Mest is een afvalproduct geworden. In de jaren
‘70 werd er naar aanleiding van deze problematiek mestwetgeving in het leven
geroepen. Terecht. Het Ministerie van Landbouw controleert de boeren op de
hoeveelheid mest die ze produceren en waar ze die laten. Hier moet je dus een
administratie van bijhouden. Je kan mest naar een akkerbouwer brengen of laten
verwerken in een mestverwerker en dan exporteren.
Wij moeten ook mest afvoeren, omdat we gras kopen van andere
Nederlandse boeren. We mogen de mest die de koeien uitpoepen van dit gras, dus
niet allemaal op onze eigen grond brengen, dat moet weer terug naar de akkers
van andere boeren. We voeren dit jaar 930 kuub mest af met 3144 kg stikstof en
1529 kg Fosfaat. Achter deze simpele zin zit twee dagen werk, namelijk het
schatten van de hoeveelheden en het invullen van het wettelijk verplichte
“bemestingsplan”. Op dit bemestingsplan worden we gecontroleerd door de AID, de
Algemene Inspectie Dienst.
De mestwetgeving is per 1 jan 2006 drastisch veranderd,
zodat dit het eerste jaar was dat ik het allemaal vlotjes uit de pen schudde.
Alleen de layout van het computerprogramma was dit jaar “verbeterd”, zodat ik
weer overnieuw moest wennen aan waar alles staat. Maargoed, het is weer gelukt,
als de controleur op de stoep staat, moet het goed gaan.
Verder komt er nu nog een factuurtje overheen van 930 kuub
mest maal 9 euro per kuub, is 8370 euro. Dit zijn de mestafvoer kosten. Dit
valt nog mee, omdat het biologische rundveemest is, een gangbare varkenshouder
betaalt tussen de 20 en 25 euro per kuub gangbare varkensmest. Dit geld gaat
naar de transporteur en naar de akkerbouwer. Een akkerbouwer ontvangt dus geld,
omdat hij mest plaatst op zijn land. De wereld op zijn kop.
Hier steekt nog iets anders, omdat biologische akkerbouwers
tot nu toe gedeeltelijk gangbare mest mochten gebruiken. Niet iedere
biologische akkerbouwer doet dat, maargoed, tel uit je winst. Nu maken
akkerbouwers in het algemeen weinig winst, dat weer wel. De wet rondom
biologische productie wordt momenteel gewijzigd, we gaan naar 100 % biologische
mest op biologische akkerbouwbedrijven. Gelukkig maar. Misschien wordt uw
biologische winterpeen er iets duurder van, maar voor de bodem en voor u is het
echt beter. En wij kunnen die 8 mille ook wel beter besteden…
Derogatie aanvragen
Gras neemt meer mest op dan enig ander landbouwgewas en
zodoende mag je op gras extra mest opbrengen, onder bepaalde voorwaarden. Dit
moet je apart aanvragen en dit heet “derogatie”. Als wij dit formulier vergeten
in te vullen, mogen we 80 kg stikstof per hectare minder bemesten, en dit kost
onder de huidige mestafvoer kosten en de huidige stikstofgehalten in onze mest
ruim 2000 euro. En wat denkt u? Helemaal goed gegaan!!
Toeslagrechten
Het huidige landbouwbeleid in Europa gaat momenteel op de
schop. Dit heet de “Health Check” in
landbouwpolitiek jargon. Het komt er op neer dat de markt voor
landbouwproducten zo veel mogelijk vrij moet zijn. Geen opkoop van overschotten
tegen een vastgestelde bodemprijs, en geen subsidie op export van overschotten
(het uitbetalen van het verschil tussen de wereldmarktprijs en de Europese
gegarandeerde bodemprijs aan exporteurs). Dit lukt nog niet helemaal, maar de
intentie is er. Wat wel helemaal stopgezet is, zijn de zogenaamde “premies”. Er
was een bijvoorbeeld een suikerpremie, bietenpremie, maispremie, slachtpremie, melkpremie. Iedereen die mais, bieten
of suiker had, een koe liet slachten of melk leverde, kreeg geld gestort op
zijn bankrekening uit Brussel, via Den Haag. Dit is allemaal verleden tijd.
Prima natuurlijk, al vraag ik mij soms wel af hoe dit eindigt. Als het een keer
echt crisis wordt, heeft Europa maar 4 miljoen ton tarwe in voorraad. Dat lijkt
veel, maar het is ongeveer genoeg voor anderhalve week. Er zijn ook al economen
in Brussel die hier kanttekeningen bij plaatsen. Tja, ik weet het ook niet
hoor. Het oude landbouwbeleid was ingevoerd na de hongerwinter van 1944. Het
ging eigenlijk al 60 jaar goed, maar het kostte wel geld. |

Gedeelte van de administratie.

Vuilnisbakken: compost, gewoon en papier.
Hiervoor in de plaats komen nu de zogenaamde
“toeslagrechten” per hectare grond. Dus wie grond heeft krijgt geld gestort op
zijn bankrekening, dit voor het onderhouden van het landschap en eventuele
natuur. Groene en blauwe diensten heet dat. U kunt die niet eten. Ik kon die
woorden nooit uit mijn mond krijgen, tot we ruim 15.000 euro op onze
bankrekening gestort kregen. Uw belastingsgeld, want zoveel belasting betalen
wij niet dit jaar. Al betalen we wel weer belasting over de toeslagrechten…
Eerder kregen wij bijna geen premies, er zat amper premie op melk, dus met die
nieuwe toeslagrechten boeren we 100% vooruit. Er zitten een aantal voorwaarden
aan: je moet je houden aan de mestwet, je moet je houden aan de vogelrichtlijn,
de habitatrichtlijn, de milieuwetgeving, de regeling voor fijnstof. En al je
spuitlicenties op orde hebben, mocht je spuiten. Bovendien is er nog iets, je
moet vakjes aanvinken op de website van Dienst Regelingen in “Mijn Dossier”. Je
moet daarmee aangeven dat je je toeslagrechten wilt verzilveren. Wie wil dat
nou niet??? Toch moet je het aangeven. Deze vinkjes op de wesite zitten een
beetje verborgen. Je moet het per perceel doen, en de window die je moet openen
zit niet op een logische plek. Je kan ook niet in een overzicht zien of je een
perceel bent vergeten. Bovendien moet je goed lezen of je nou juist moet
aanvinken of niet, omdat er “status opgegeven” staat, ook als je nog niet hebt
aangevinkt.. Afijn, na 15 keer controleren, voor iedere 1000 euro een keertje,
durfde ik op verzenden te drukken. Gelukt!! Er zijn 200 boeren bij wie het mis
is gegaan, die liggen nu in de clinch met LNV, en dat gaan ze niet winnen. Er
staan af en toe berichten over in de krant, er is ook al een commissie die zich
er over buigt.
De landbouwtelling
Verder is er natuurlijk de befaamde landbouwtelling, of
meitelling, tegenwoordig Gecombineerde Opgave genaamd. Je moet alles opgeven
wat je hebt: grond, koeien, kinderen, personeel en vrouwen. Beetje ouderwets
komt het op mij over, maar toch vul ik het altijd braaf in. Nu zeker, anders
worden we gekort op die 15 mille. Dit hoeft pas in mei. Nu moeten we de
zogenaamde “aanvullende gegevens” invullen. Dit is de eindvoorraad mest op 31
december 2008, dan wel de beginvoorraad mest op 1 januari 2009. Ik loop naar de
mestkelder en meet de voorraad. Ik loop naar de mesthoop en meet de voorraad.
Ik corrigeer een maandje en vul alles netjes in, druk op verzenden. Bij Jan
Dirk breekt het zweet uit. Het moet namelijk kloppen met het bovengenoemde
bemestingsplan, maar dat schat de mestproductie volgens standaard normen over
wat een koe poept. Nou hebben wij hele kleine koeien, Jerseykoeien, het zijn
halve geiten eigenlijk, vergeleken bij een Holsteinkoe. Dus op papier hebben we
veel meer mest dan in werkelijkheid. Nu combineren we dat met de derogatie. Die
80 kilo stikstof in de mest die we extra mogen uitrijden, rijden we ook alleen
uit op papier, die mest die we alleen op papier hebben. Mest alleen uitrijden
op papier is heel goed voor het milieu. Zo komen we goed uit, maar de voorraad
bij “aanvullende gegevens” moet dan dus ook kloppen. Daar had ik beter voor het
verzenden naar kunnen kijken. Er zit leiding in van boven, zou mijn
schoonmoeder zeggen, zelfs in de administratie, want het klopt precies.
Snapt u het nog? Geeft niks, mocht u ooit mee willen doen
aan “Boer zoekt vrouw”, lees het dan nog eens rustig over.
Dé boekhouding
Verder is er natuurlijk nog de gewone boekhouding, het
boeken van de factuurtjes. In februari moet de BTW-aangifte eruit. Dus ik rag
er drie maanden aan boekingen doorheen, saai vind ik het nooit. Ik kom altijd
wel verrassingen tegen. En altijd weet ik wel een creditnota te ontfrutselen
aan deze of gene. Aan ons eigen boekhoudkantoor nota bene. Met de boekhouder
leef ik sowieso op voet van een ijskoude oorlog, sinds hij onze nieuwe stal
zonder overleg op naam van Jan Dirk heeft gezet, zodat de factuur van de stal
de komende jaren aftrekbaar is van zijn inkomen. Fiscaal was dat vééél
voordeliger… Omdat we er pas achter kwamen na twee BTW-aangiften zouden de
kosten voor het rechtzetten van deze mistap (dit jaar) zo’n totaal 8000 euro zijn.
Je moet namelijk ook een boete betalen als de BTW-aangifte toch anders is dan
opgegeven. Bij de belastingsdienst is papier niet zo geduldig. De halve
bedrijfstoeslag zou dan opgegaan zijn aan een sexe-correcte
eigendomsverhouding.
Nu boek ik de rente en aflossing op de lening voor de nieuwe
stal, maar er is nog steeds geen nummer aangemaakt voor deze lening, dus ik
mail de boekhouder. Ik kom er achter dat die natuurlijk dan ook op Jan Dirks
naam is geboekt. Dat bedoel ik met verrassend. Ik heb een vuilnisbak nodig om
in te kotsen en bel de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), afdeling “Vrouw en
bedrijf”. Eigenlijk heb ik een minachting voor dit soort aparte vrouwenclubjes,
die de boot toch vaak net missen, maar dankzij mijn boekhouder stel ik mij open
om deze mening te herzien. Ik krijg voor het eerst in mijn carrière als boer
een vrouwelijke adviseur aan de lijn. Ze is jurist, ook notarieel onderlegd, en
mediator. Ze weet waar ik het over heb.
Jan Dirk wil na alle consternatie de huwelijkse voorwaarden
maar helemaal opheffen. In lichte verwarring maak ik een afspraak met de
juriste van Vrouw en Bedrijf, gelukkig wordt dat maart. Jan Dirk mag ook mee.
|
|
Januari 2009
Zo heilig als een koe
Opstallen
De koeien staan nog steeds binnen, op stal. Ze zijn eind
januari op de helft van de lange lange winter. Ze zijn er heel rustig onder.
Van koeien gaat zoveel rust uit, het is hen eigen. Het is anders dan verveling.
Het gaat hier om tevredenheid. Als mens kun je dat ook oefenen. Om die reden
doe ik een meditatiecursus. De vrouwelijke helft van de directie gaat een
training doen “op de hei”. Zo vreemd is dat niet voor een manager.
Winterperiode
Hoe lang staan de koeien eigenlijk op stal en wanneer? De
maanden december, januari, februari en maart staan ze in ieder geval altijd
helemaal binnen. Het gras groeit niet en als ze toch naar buiten zouden gaan om de
benen te strekken, lopen ze de bodem kapot. De bodem is in de winter zo nat,
dat de koeien door de graszode heen trappen. Alles wordt dan slik en blubber,
in het voorjaar zou dan het gras niet op gang komen. In de maanden november en
april kunnen ze geluk of pech hebben. Hoe meer regen er dan valt, hoe langer ze
binnen staan. Soms moeten ze begin november al naar binnen. Eind oktober kan
ook voorkomen. Meestal rond 10 april gaan ze wel naar buiten. Al met al staan
ze minimaal vier en maximaal zes maanden binnen.
Zelf zou ik het niet kunnen. De koeien wel, ze zijn er rustig
onder. Ik weet zeker dat ze niet zielig zijn. Ze zijn gewoon simpelweg
tevreden. Noem het geluk.
Meditatie
Ik volg een meditatiecursus van tien dagen om de koeien te
evenaren. Het is de zogenaamde Vipassana-meditatie. Je gaat dan tien dagen de
stilte in. Dat lijkt veel, maar de stilte trekt mij juist aan. Het is het enige
waar het thuis aan ontbreekt.
Er zijn vijf voorschriften waar je je aan moet houden. Zo
mag je niet doden. Ik denk aan de stier Gib in de vriezer, ik kreeg zoveel
complimentjes op zijn ossenhaas tijdens het kerstdiner. Dit is mijn moeilijkste
voorschrift. Waar gehakt wordt, vallen spaanders, denk ik dan maar. Verder mag
je niet stelen (2), en geen sex (3) en geen drank of drugs (4). Én, ten vijfde,
je mag niet liegen. Dit betekent dat je tien dagen niet mag praten. Je gaat
echt de stilte in. Voor mij is de stilte heilig, en zonder dogma’s. Verder mag
je ook niet lezen, of tv kijken, of sporten, maar blijkbaar is dit te
onbenullig om er een voorschrift aan te wijden. Wat je wel doet is mediteren,
de hele dag lang, eet- en rustpauzes daargelaten.
Aankomst
Het hele gebeuren vind plaats in De Glind. Dat is vanaf
Lunteren het volgende dorp aan de Postweg. Een thuiswedstrijd dus. Het begint
op tweede kerstdag en eindigt op 6 januari. Heerlijk dat we oud en nieuw over
kunnen slaan. Jan Dirk gaat dan ook altijd gewoon naar bed. In 2006 hadden we
voor het eerst een oud en nieuw met de open stal, zonder muren. Toen heeft een
koe zich verhangen aan zijn nekketting, vanwege de onrust van het vuurwerk. Een
lullig ongeluk, maar voor ons was het de druppel. We doen er niet meer aan mee.
Bovendien moeten de koeien op 1 januari gewoon gemolken worden. Het personeel
is nog jong en kan dan lekker feesten. Wij melken wel. In dit geval moet Jan
Dirk het alleen doen, en het vriest ook nog. We hebben nog geen ervaring met
een lange vorstperiode in de nieuwe open stal. We weten nog niet precies waar
de grens van de waterleiding ligt. Een koe drinkt 20 liter per dag, dus met 100
koeien aan de melk redt je dat niet meer met een emmertje. Deze zorg neem ik
mee naar mijn vierkante meter zitruimte. Verder is onze jongste nog geen twee.
Ik ben erg bang dat ik haar ga missen. Maar we hebben fantastische oppas aan
huis, en Jan Dirk is ook een hele goeie vader. Al met al laat ik mijn 160
zielen met een redelijk gerust hart achter, voor deze tien daagse vakantie naar
het puntje van mijn neus.
Jan Dirk brengt mij weg met de auto, en laat mij achter met
mijn kussentje. Ik drink thee en klets met wat mensen, ’s avonds om 20.00 gaat
de stilte pas in. We mogen nog even een beetje liegen. Een vrouw is drie weken
geleden gestopt met roken. Iemand anders drukt bij de deur zijn laatste peuk
uit. Daar heb ik echt respect voor. Al met al zijn er 100 deelnemers, precies
evenveel als onze koppel melkkoeien.
Als de stilte ingaat, worden mannen en vrouwen van elkaar
gescheiden. Overal, ook in de meditatiezaal, is een vrouwen- en een
mannengebied. Geen afleiding. Al schijnen er hele huwelijken afgesloten te zijn
na een Vipassanacursus. Die ene stiekeme blik over het touwtje, romantisch
hoor. Maar als je de Vipassana ziet als een huwelijksbureau, heb je misschien
niet helemaal de juiste intentie om er goed in te komen.
De stilte lijkt voor een buitenstaander misschien zwaar om
vol te houden, maar is dat helemaal niet. Wat voor mij veel moeilijker is, is
het niets om handen hebben. Ik doe eigenlijk nooit niks. De eerste cursus deed
ik iedere dag een wasje, dat was namelijk, wonder boven wonder, toegestaan. Het
handwasje, mijn redding, ik kan makkelijk tien dagen niet spreken, maar niet
tien dagen zonder mijn was. Deze tweede cursus neem ik mij voor om geen wasje
te doen, maar die verleiding eens echt te weerstaan.
De techniek
De stilte gaat in, we beginnen. Elke avond, ook de eerste
avond, gaat er een tape aan met een lezing van een zekere Dr. Goenka. Hij is
een zakenman uit Birma/India, die (hoe kan het ook anders) de originele
meditatie-techniek van Boeddha, die 2500 jaar bewaard is gebleven in Birma,
heeft verspreid over de wereld. Het boeddhisme is iets heel anders als het
Christendom, waarbij je móet geloven. Het boeddhisme is eigenlijk een soort
veredelde gymnastiekvereniging, waarbij de beweging verder achterwege is
gelaten. Het is een techniek. Het is geen geloof, er is geen God, er is geen
ziel. De boeddha is eigenlijk Siddhartha Gautama (ja, die van Herman Hesse),
gewoon een persoon, die een oude meditatietechniek (in wetenschappelijke termen
valt het onder de noemer mindfullness), in zijn tijd alleen nog bekend uit de
geschriften, weer herontdekte en ook in de praktijk weer realiseerde.
Tijdens de vele uren dat je met je ogen dicht stil zit op je
kussentje, ben je dus druk bezig deze techniek te oefenen. Je verveelt je geen
moment. Misschien weten de koeien hier dus meer van.
De eerste drie dagen hoef je alleen maar je ademhaling te
observeren. Je ademhaling gaat normaal gesproken door één van de twee
neusgaten. Met de regelmaat van de klok verspringt de ademhaling van het ene
naar het andere neusgat. Op de tweede dag voel ik dat een keer gebeuren.
Ongelooflijk. Ik haal al 38 jaar adem, en dit is de eerste keer dat ik hier
getuige van ben. Wat een avonturen.
|

De kastanjeboom in haar winterkleed.

De stal in de sneeuw.
De peuk
Iedere dag controleer ik of de roker nog op zijn kussentje
zit. De Peuk heeft nog steeds geen sigaret gerookt. Hij doet het heel goed. Eén
van de vrouwen lijkt mij ook een boerin, een akkerbouwer. De Akkerbouwer doet
heel erg haar best. Mijn buurvrouw kan ontzettend goed stil zitten. Door
Buurvrouw laat ik mij soms inspireren als het stilzitten niet lukt. Ik moet ook
weten hoeveel cursussen zij al gedaan heeft. De vriendin van de mannelijke
manager zit vooraan. Ik weet dat dit haar zesde cursus is, omdat ik haar vooraf
gesproken heb. Vriendin is de enige die ook echt geen oogcontact maakt, haar
bewegingen worden heel langzaam. Dit zijn de gevorderden. Boeddha zelf heeft
zes jaar stil gezeten, toen was hij verlicht. Dat zijn ruim 300 cursussen. Er
zijn mensen van allerlei pluimage. Er is een man met een wit wollen merkvest,
en een witte joggingbroek. Merkvest heeft het zwaar, maar redt het wel. Ondanks
de stilte is het toch gezellig.
Havermoutpap
Volgens Dr. Goenka is de techniek universeel, maar dan toch
niet helemaal vrij van culturele invloeden. Bij het ontbijt is er havermoutpap.
Dit is via Engeland in India terecht gekomen. De havermout is tot snot gekookt,
helaas, het is eigenlijk mijn lievelingspap. Er zijn ongeveer vijftien mensen
die het eten en schoonmaken verzorgen. Op de tweede dag komt er een nieuwe bij,
fris en fruitig, met eigen krullen in het haar, een brilletje en een diep
decolleté. Zo iemand waar je direct het management van de keuken aan over doet.
En inderdaad, de havermoutpap verbetert aanzienlijk. Zou het dan echt waar zijn
dat de geest voor de materie uitgaat? Volgens Dr. Goenka, bekend met de moderne
wetenschap, is de Vipassana meditatie een soort practicum in de kwantumfysica.
Wat wetenschappers hebben gemeten met een bellenvat, dat materie eigenlijk
energie is, en dat alles een eenheid is, die je kan sturen met je intentie, is precies
wat boeddha met zijn eigen ervaring heeft vastgesteld. De havermoutpap bewijst
het toch maar.
Vastberaden
Als je stopt met praten, ratelt je hoofd continue door met
allerlei gedachten. Na drie dagen wordt dat wat rustiger. Op de vierde dag
begint dan de echte Vipassana meditatie. Je moet dan ook proberen gelijkmoedig
te blijven, en niet te vervallen in afkeer of verlangen.
Verder komen ook de “zittingen met grote vastberadenheid”
erbij. Deze worden steeds leuker. Dit zijn zittingen waarbij je een uur lang
echt moet proberen om echt niet te bewegen en echt je niet je ogen open te
doen. Tijdens de eerste cursus deed ik er niet aan mee. Het stilzitten doet
namelijk na ongeveer drie kwartier ontzettend pijn aan je benen. Dit moet je
met gelijkmoedigheid beantwoorden en niet bewegen. Wat een onzin vond ik dat.
Maar iemand anders zei naderhand dat hij juist aan die uren het meeste had
gehad. Deze cursus valt de pijn wel mee, ik besluit mij erin te storten. En
inderdaad, door de pijn in de benen wordt de geest ontzettend geconcentreerd.
Door zo’n simpel probleem op de vierkante millimeter, begrijp je het principe
van afkeer en verlangen heel goed. Inderdaad, het is niet de pijn, het is je
reactie op de pijn. Je voelt het gebeuren, hoe je dat zelf doet en hoe je
daarin kan sturen. Je kunt ook reageren met gelijkmoedigheid en dan stap je in
een andere werkelijkheid. De pijn in de benen zijn een soort deur, een overgang
naar iets anders. Deze deur bevalt mij wel, je kan er doorheen en terug. Altijd
al gedacht dat er hier ergens een uitgang moet zijn. Nooit geweten dat er
zoveel diepgang zit in stalpoten. Vandaar dat de koeien er meer van weten…
Uit de stilte
Op de tiende dag moet je weer gaan praten. Je gevoeligheid
neemt dan weer af en je kan dan je dagelijkse leven weer in. Na de eerste
cursus had ik er al geen zin in, nu zie ik er ronduit tegenop. De vrouwelijke
manager helpt mij erdoorheen en ik praat weer. Op de elfde dag mag je
vanaf 7.30 naar huis. Ik doe niet mee
aan het opruimen, vanaf 7.30 sta ik buiten te wachten. De Peuk staat er niet,
zelfs rokers zijn vergankelijk. Jan Dirk staat om 7.45 op de stoep, met de
kinderen. Ik ben zo blij, ik kan wel huilen. Ik laat de meditatiehal zien aan
de kinderen, waar dan iemand staat te stofzuigen. We brengen de kinderen samen
naar school. Ik loop verdwaasd rond tussen de ouders en kinderen. Een vader
kust mij gelukkig nieuw jaar toe. “O, ja, God, het is nieuw jaar”, roep ik uit.
Het is al 6 januari. Gelukkig vindt deze vader een meditatiecursus wel
interessant.
Het is dinsdag en dan doe ik om 9.00 altijd de wekelijkse
boodschappen met mijn moeder en een vriendin. De cursus is nog geen twee uur
afgelopen, en ik sta alweer aan de kassa met mijn boodschappen. Het duizelt mij
een beetje. Het echte leven is weer begonnen.
“Je ziet er mooi uit” zegt Jan Dirk, als er even niemand is.
Dit is al de derde keer in ons tien jarige huwelijk dat hij dat zegt. De vorige
keer was na een bevalling. Tja, bij zo’n boer red je het niet met een vleugje
extra make-up.
En de koeien? Ze gooien een sloot liefde over mij heen als
ik er weer ben. Zelf voel ik een innig respect voor hun rust en tevredenheid.
www.dutch.dhamma.org
|
|
December
2008
Londen én Dublin
Naar
Londen
Jan Dirk had het idee om de verkoop naar Engeland eens iets
uit te breiden. We zouden op donderdag vertrekken naar ons enige
engelse
klantje, Chris, in Londen, om eens te snuffelen aan de Engelse markt.
Maar
Chris had onze kaas ingezonden naar de World Cheese Awards, dus werden
we die
dinsdagavond gebeld of we op woensdag om kwart over één in Dublin
konden zijn
voor de prijsuitreiking. Het duizelde ons een beetje. Wat we dan
gewonnen
hadden, wilden ze niet zeggen, maar het wás interessant.
Ook naar Dublin
De beslissing was snel genomen, mede omdat de sponsors van
de World Cheese Awards de tickets en hotelkosten betaalden. Bovendien
zijn we
ook niet helemaal ongevoelig voor aandacht en onderscheidingen. Dus
vertrokken
we op woensdagochtend eerst naar Dublin. Onze paspoorten waren al drie
jaar
verlopen, we zijn nogal honkvast. Maar die hadden we gelukkig net
verlengd in
verband met de trip naar Londen. Ook vliegen was voor ons gemiddeld 12
jaar
geleden, dus we voelden ons weer echt helemaal up to date zo tussen de
wolken.
World Cheese
Awards
We arriveerden een half uurtje te vroeg bij het
gebouwencomplex in Dublin, alwaar de World Cheese Awards plaatsvonden,
dus we
konden mooi even koffie drinken in de pub tegenover. We waren allebei
nog nooit
in Ierland geweest, maar we voelden ons er meteen thuis. De
kredietcrisis ging
over tafel, de koffie was lekker, en we konden gewoon afrekenen in
Euro’s.
Daarna op naar de World Cheese Award.
Daar werd ons duidelijk dat de Awards er vooral zijn om op
je product te plakken ter verhoging van de verkoop. Er waren heel veel
medailles in vele categorieën. Er lagen dan ook meer dan 2400 kazen,
verspreid
op vele lange tafels in een grote hal. Minstens een kwart viel in de
prijzen.
Naast de medailles waren er 22 Awards te winnen, waarvan wij de “Best
Dutch
Cheese” hadden gewonnen. Dat was natuurlijk een hele eer, en we waren
er trots
op. Een handje vol mensen keek toe hoe we de prijs in ontvangst namen.
Behalve
dat alle kaas aanwezig was in de zaal, was de event verder nogal
digitaal van
opzet.
De beste kaas van de wereld kwam van de Canarische eilanden
en was gepasteuriseerd. Hij was niet vies, maar de nasmaak was
jammerlijk en
arm. Dat krijg je met pasteuriseren. Wij vonden dat het eigenlijk wel
beter
kon.
De ingezonden Olde Remeker had een klein gebrekje. Net niet
100% zuiver, voor de echte kenner. Toch hadden we een gouden medaille
in onze
categorie. En ook nog de beste van Nederland. Dat geeft toch te denken.
Van de 2400 ingezonden kazen was zeker een kwart gewoon
foliekaas. Dus van die vierkante fabrieksblokken, die in plastic
afrijpen. Ook
daartussen zaten gouden, zilveren en bronzen medailles. De categorieën
waren
mij niet helemaal duidelijk omdat de folieblokken in veel categorieën
voorkwamen.
Al met al hebben we heel
veel kaas geproefd. Daardoor heb ik
wel meer respect gekregen voor gepasteuriseerde kaas. Daar kun je toch
echt ook
wel iets van maken. Van de beste 12 van de wereld hebben we een stukje
meegenomen. Van de allerbeste kregen we een snippertje mee voor thuis.
De
koffietafel thuis had, later, ook een mening: drie van de 12 kazen
waren gewoon
echt met de beste wil van de wereld niet lekker of zuiver te noemen.
Wel bitter
en zuur.
Door naar Londen
Een ervaring rijker en een illusie armer sliepen we in een
goed hotel en vlogen we door naar Londen, nog steeds op kosten van de
foliekaas-concurrentie.
Chris wachtte ons op en leerde ons Londen kennen van de
kaaskant. We zagen de biologische markt, kaaswinkels, groothandel en
een chique
boerderijwinkel in de periferie.
Wat opviel op de markt is dat Engelsen kunnen proeven. En ze
hebben een genuanceerdere smaak, om niet te zeggen betere smaak dan
Nederlanders. Ze kunnen ook bitter en zuur herkennen en waarderen.
Bijvoorbeeld
sinaasappelmarmelade is iets typisch engels met een zoetzure bittere
smaak. Wij
Nederlanders lusten dat vaak niet. Op de markt, voor de kraam van Chris
deelden
we blokjes uit en het viel ons op dat ook jongeren goed konden proeven.
We
werden er gewoon gelukkig van. Van de prijzen werden we ook gelukkig.
We gingen
als consumenten zelf de markt over. Ik kocht een paar pondjes kaas,
maar daar
hou je snel mee op. We begrepen meteen waarom de stukjes in Engeland
per 150 á
300 gram gaan. De Olde Remeker lag voor 25 pond in de kraam van Chris.
Dat is
zo’n 30 euro. Als producent zien we Engeland wél zitten.
De landlord!
Op de markt kwam de Landlord langs. De zelfkazende
Jerseyboer die bij ons op bezoek geweest is, (zie weblog januari 2008).
Hij was
uit Amerika onderweg naar huis, maar wist dat we bij Chris op de markt
waren,
dus kwam even van het vliegveld af langs. Wat een gezellig weerzien, we
proefden zijn kaas en vonden dat het een grote ontwikkeling had
doorgemaakt. De
landlord had ook Amerikaanse kaas meegenomen, als grapje om te laten
proeven. Het was zo
dood, het leek wel
of het niet meer echt was. “I
would call it a safe cheese”, was het commentaar van Chris.
Wholefoods
We bezochten ook de nieuwe Wholefoods, downtown Londen. Het
is de Amerikaanse biologische supermarkt keten, die nu haar eerste
filiaal in
Engeland heeft geopend. Een buitenkansje voor ons.
Chris vond het allemaal maar
niks, veel te veel, veel te
groot en daardoor de waardigheid van voedsel ondermijnend. Ik vond het
allemaal
wel meevallen,
|
 De "Best Dutch Cheese"-award in de vensterbank van de kantine.
 De "Best Dutch Cheese"-award op de koffietafel.
inspecteerde de groentehoek, het zag er goed uit. Het
was een
soort Lunterse Albert Heijn 4 winkel, in het kwadraat (vier keer zo
groot), en
dan merendeels biologisch. Ik vond dat Chris zwaar overdreven had en
verklaarde
dat als ik in Londen woonde dat ik dan zeker hier mijn boodschappen zou
doen.
Chris zei dat ik dan zonder geld zou komen te zitten. Het omrekenen
naar ponden
vond ik inderdaad lastig. Daarna bleek dat er nóg twee verdiepingen
waren. De
tweede heb ik nog gezien, maar daarna raakte ik verdwaald in het pand,
vond
Chris en Jan Dirk gelukkig terug, gezellig keuvelend bij 25 meter
chocola , en
we zijn naar buiten gevlucht. Inderdaad, gewoon too much. Ga er niet
winkelen
zonder mobiel.
Niels Yard
Bij Niels Yard maakten we nieuwe vrienden. Het is de
exporteur van Engelse kwaliteitskaas. Veel gezien en veel geleerd.
Chris is
importeur van Nederlandse kaas. Er was ook een Zwitser op de markt, een
ex-gymleraar, die Zwitserse kazen exporteerde naar Engeland. Al met al
een heel
bond Europees gezelschap, dat snel integreerde, want
tja, als je de kaas van elkaar geproefd hebt,
dan ken je elkaar
gewoon.
De boerderijwinkel
De boerderijwinkel was enorm chique. Er was een restaurant
bij en een beautycentrum met een echte Indiase yogaleraar. Nu spreek ik
een
beetje Hindi, dus ik maakte meteen diepe indruk op de Indiër en het
Europese
gezelschap. Er was ook een kledingwinkel bij. Jan Dirk heeft meer
verstand van
kaas dan van kleding, ik denk niet dat hij de Wibra van dit zou kunnen
onderscheiden. We wandelden naar binnen en Jan Dirk kijkt dan als
ondernemer
even de zaak rond. Hij zag twee personeelsleden, veel vloeroppervlak en
erg
weinig kleren, vreemd. Hij liep een rondje en probeerde de weekomzet te
schatten. Er hing een tasje van 8 pond. Ook vreemd. Hoe kan zo’n toko
draaien?
Vloeroppervlakte is in het buitengebied natuurlijk niet duur, maar er
lag wel
een verrekte mooi oud tegeltje op het hele oppervlak. De Zwitser heeft
waarschijnlijk een iets duurdere vrouw dan Jan Dirk, hij kwam vertellen
dat er
een tasje hing van 8.000 pond. Toen viel het kwartje. Buiten legde de
manager
uit dat er maar één of twee setjes verkocht hoeven te worden per week.
Geslaagd
Al met al was het een geslaagde reis, hebben we veel geleerd
en breidt de verkoop naar Engeland zich langzaam uit. Helaas waren we
alleen
ons fototoestel vergeten.
www.finefoodworld.co.uk
www.nealsyarddairy.co.uk
|
|
November 2008
De
cadans in balans
Stabiliteit
De natuur buffert haar ecosystemen. Als bijvoorbeeld de
regen zuur is, dan kan de bodem
door
haar bufferwerking heel lang haar eigen zuurgraad in stand houden.
Totdat er
door de buffer heen gebroken wordt, en dan gaat het in één keer hard
achteruit
met het leven in de bodem. De huidige landbouwpraktijk is haar buffer
een
beetje zoek, en daardoor heel gevoelig voor verstoring van buiten af.
Bij het
minste of geringste stootje moet de boer diep in de antibioticapot
graaien, om
de boel een beetje op de been te houden. Bij ons gaat het momenteel
opvallend
goed, we hebben het gevoel dat er een buffer in werking treed die extra
stabiliteit geeft. We vragen ons af hoe dat komt.
Augustuskazen
De kazen van augustus zijn berucht. Meestal regent het dan
veel, de koeien zijn smerig. Door de regen ontstaan voor de ingangen
van
weilanden en de stal enorme modderpoelen, waar de koeien doorheen
sjokken. De
uier soms lekker door de smurrie. Ook ontstaan er wachtrijen, omdat ze
allemaal
door het laatste begaanbare stukje willen. Waar koeien wachten gaan ze
ook
schijten, dus de modder wordt nog lekkerder. Hoe hard je ook poetst
tijdens het
melken op de uiers, de laatste bacterie krijg je echt niet te pakken.
Dus de
melk is niet schoon. De kazen krijgen extra bacteriën mee, en smaakt
gewoon
niet lekker. Besmetting. Onzuiverheden. Poepkaas. Hoe je het noemen
wilt,
Remeker zal het nooit worden. In de fabriek draait de pasteur gewoon
haar
uurtjes, daar hebben ze geen last van bijsmaakjes, maar bij het maken
van
zuivere boerenkaas moet het uitgangsmateriaal, de melk, echt schoon
zijn.
Afijn, een deel van de augustuskaas gaat meestal voor de
helft van de prijs weg naar de pizzaboer. Daar hebben we speciale
klantjes
voor. Voor de menselijke gezondheid is het geen probleem. U kunt de
kaas gewoon
eten, alleen de smaak is vies. Salmonella en lysteria, wel beroerd voor
de
gezondheid, komen niet uit modder. Daarvan zijn wij gecertificeerd vrij.
Augustus dit jaar
Dit jaar gaat het heel goed met de augustuskaas. Niet dat er
geen bagger-poeppoelen ontstonden, maar de kaas bleef in haar balans.
Alsof er
een bufferwerking in zat. Het is echt opvallend en het is ook echt
vreemd. We
zoeken naar een verklaring, wat doen we nu zo anders?
Boter
Nog een opvallende
gebeurtenis. Als we kaas maken, verwerken
we de melk van twee dagen. Dit is ongeveer drie kuub. Bij het scheiden
van de
wei en de wrongel, komt er op die drie kuub ongeveer een pondje boter
bovendrijven. Heel schattig eigenlijk. We “vegen” dat pondje eraf met
een
boterspaan en eten het zelf op. We eten dus ongeveer anderhalve kilo
roomboter
in de week, maar dit terzijde. Deze boter heet “weiboter”. Het is een
beetje
brokkelig en wordt snel ranzig. Ranzig is niet bedorven, maar iets
verzuurd door
boterzuurbacteriën. Gewoon vies. Je kan er dus eigenlijk ook niets
anders mee
dan snel, binnen twee dagen, opeten. Nu gebeurde er iets vreemds. Deze
boter
wordt niet meer ranzig. Even lang houdbaar als gepasteuriseerde
roomboter uit
een pakje. Maf toch?
Een boekje gelezen
Het toeval wilde dat onze enige klant in Engeland, Chris, op
visite kwam. Hij wilde een andere Nederlandse boer bezoeken. Dit is het
echtpaar Verweij. Het is een bijna bejaard echtpaar, dat een
fantastische kaas
maakt, de Romero. Echte vakmensen, met zuivere melk en een zuivere
kaas. Helaas
dreigt dit imperium in te storten, omdat ze hun kaas niet goed weten te
vermarkten. Ze krijgen hun prijs niet. Afijn, geen opvolger die hier
aan wil
beginnen.
Jan Dirk vertrok met Chris naar de familie Verweij,
vertolkte de zaken, en Chris betaalde een kwartje boven de vraagprijs.
Dit was
de familie duidelijk niet gewend van de “handel”. Een dikke traan
biggelde over
de wang van mevrouw Verweij. Echt gebeurd. Als dank kreeg Jan Dirk een
oud
boekje, geschreven door meneer Boekel, over de Boekelmethode bij het
bereiden
van kaas.
De “Boekelmethode”
De exacte titel van het boekje luidt: De “Boekelmethode”
zooals ik die heb meegemaakt, de ontwikkeling der kennis van het
kaasmaken van
1860-1910 door P.Cz. Boekel. Het gewone volk was toen nog onbekend met
het
fenomeen bacterie (Louis Pasteur leefde van 1822 tot 1885) en de
kwestie in die
tijd was of goede kaas maken nou geluk was, of kunde. Meneer Boekel
bewees dat
het kunde was en dat het aankwam op schoon werken. Verder had hij nog
een
geheim van de smid, en dat was de melk iets aanzuren, voordat je
stremsel
toevoegt. Hij deed dit met “lange wei”. Dus gewoon een beetje wei van
de vorige
keer toevoegen.
Wacht, u bent misschien niet bekend met het Gouds recept.
Kaas maak je door eerst zuursel toe te voegen aan de melk. Dit is een
bacteriemengsel, dat de melk iets verzuurt. Daarna voeg je stremsel toe
(dat is
een enzym), waardoor de melk stremt. Het wordt een dikke pudding. Dit
snij je
in hele kleine stukjes, waardoor je wrongel krijgt. Het vocht loopt
vanzelf uit
de wrongel, dit vocht is de wei. De wrongel moet je even wassen met
water,
persen in vaten, en dan heb je kaas. Deze moet nog even in de pekel en
voíla.
Vroeger werd er dus kaas gemaakt zonder zuursel, en meneer
Boekel vond zuursel uit door een beetje aangezuurde wei, “lange wei”,
van de
vorige keer toe te voegen. En nu komt het: deze lange wei had niet
iedereen.
Bij sommige kaasmakers was de wei simpelweg niet houdbaar, werd meteen
ranzig
of bedierf. De houdbaarheid van deze wei verschilde dus per bedrijf. En
meneer
Van Boekel had zijn zaakjes blijkbaar goed op orde. Hij had lange wei.
Ergens
had hij een buffer, stabiliteit, waardoor de houdbaarheid van zijn wei
lang
genoeg was. Zo lang dat het houdbaar bleef tot de volgende keer dat hij
kaas
maakte.
Wat buffert er dan??
Nu blijft de vraag wát er dan buffert. Wat is het? Wij
denken zelf dat het komt omdat nu meer dan de helft van de koeien
horens heeft.
Horens zijn holle ruimten die in verbinding staan met de mondholte, het
zijn
opslagruimten voor speeksel. Tijdens het herkauwen worden de horens
warm. In de
vertering spelen speekselenzymen een essentiële rol. Door de horens
hebben
onze koeien de
vertering qua
enzymwerking 100 % op orde. Dit moet terug komen in de melk,
waarschijnlijk ook
iets met enzymen, waardoor een besmette bacteriewerking in de melk
beter
onderdrukt kan worden. De melk wordt stabieler. Iets anders kunnen we
niet
verzinnen. Er is geen andere gewijzigde factor die overeenkomt in de
tijd.
|

Schone uierdoeken staan klaar in de melkstal om uiers te poetsen.

Het boekje over de Boekelmethode afgebeeld voor onze computer.

Op zaterdag de helft van de bak, hier het wassen.
Snijmais
Zoals u weet voeren we geen snijmais in het rantsoen, maar
in de herfst is het gras dermate eiwitrijk dat het niet anders kan.
Meteen in
de herfst werd onze weiboter weer ranzig. Aha, denkt u, het is de
snijmais.
Maar we voeren al drie jaar geen snijmais in de winter, lente en zomer
en pas
dit jaar is de weiboter voor het eerst in die seizoenen zo lekker en zo
goed
houdbaar. Super lekker. Bij het wakker worden denkt Jan Dirk als eerste
aan
zijn boterhammetje met boter. Als de boter ranzig is, ontstaat er ’s
morgens
vroeg meteen een domper op de feestvreugde. Meestal doet hij ook nog
een plakje
kaas op zijn boterham. Iets anders heb ik nog nooit op zijn brood
gezien. We
zijn nu toch ruim 10 jaar bij elkaar. U begrijpt het belang van de
boter.
Gelukkig zijn de koeien deze maand naar binnen. Opgestald voor de
winter. Ze
eten nu kuilgras en daar hoeven we geen snijmais bij te voeren. En..
jawel, de
boter is meteen weer heerlijk! Het bevestigt onze theorie.
Horens
De horens kunnen dus de kwaliteit van de melk, en daarmee
van de boter, van de kaas en van lange wei bufferen. Als het regent en
de
koeien zijn smerig, blijft de melk beter in balans. De kaas blijft
eerste
kwaliteit en de pizzaboer trekt een pruillipje. Maar tegen snijmais
kunnen de horens
niet op. Dat is blijkbaar zo’n baggerproduct, er is geen sloot enzymen
tegenop
gewassen. Toch fijn dat we aan het eind van ons verhaal altijd weer
onze eigen
stokpaardjes kunnen inkoppen!
Jeukende handen
Mijn handen jeuken om eens met lange wei te werken. Beter
dan ons diepgevroren, peperdure zuursel uit het laboratorium, wel
veilig en
zeker, maar niet natuurlijk en eigen. Die lange wei, dat moet een
interessante
smaak opleveren. Ik verwacht er diepgang van. Maar in onze kaasbak gaat
drie
kuub melk tegelijk. Dat kost wel wat als het mislukt. Op zaterdag
werken we met
de helft van de melk, omdat er zeven dagen in de week zijn, en we dus
eigenlijk
een dag tekort komen in de week, om altijd met de melk van twee dagen
te
werken. Zouden we niet eens op zaterdag met lange wei een partijtje
kunnen
proberen?? Jan Dirk is er niet voor. Hij doet dan ook de handel en kent
de
pizzaboer beter dan ik. Maar als het zo goed blijft gaan met de
augustuskaas,
komt er vast een keer financiële ruimte voor een experimentje. Ik heb
geduld.
|
|
Oktober 2008
Geen crisis zo bont, of er zit wel een vlekje
aan
Antibioticavrij
Dit najaar is het vier jaar geleden dat we gestopt zijn met
antibiotica. Onze koeien krijgen geen druppeltje meer, en dat is
bijzonder.
“O,” denkt u, “is dat zo
bijzonder?” Ja, dat is heel bijzonder. In het begin
was het ploeteren, maar de koeien zeiden weer in alle talen
“ja”, dus hebben we
doorgezet. Nu plukken we er de schone vruchten van.
Het gebruik
U kan zich afvragen waarom het zo bijzonder is om geen
antibiotica te gebruiken bij koeien. Uw kat of cavia heeft tenslotte
ook nog
nooit een kuurtje gehad. Maar die hoeven u alleen maar te knuffelen.
Bij
koeien, varkens en kippen is dat wel anders. Er moeten producties
gehaald
worden. De agrarische sector gebruikt in Nederland 590.000 kilo
antibiotica per
jaar. Dit is werkzame stof, dat wil zeggen dat de verdunnende vloeistof
die in
het flesje zit, niet is meegeteld. Dit is voor alle kippen, varkens en
koeien
samen. Dus dat zijn precies de dieren die u eet. Dat weinig consumenten
bekend
zijn met het antibioticagebruik bij dieren, is de typische
naïviteit van de
eindgebruiker, waar de crises van vandaag de dag op gebaseerd zijn.
Er wordt aan
gewerkt
Het antibioticagebruik in de landbouw blijft stijgen.
Natuurlijk is dit de sector niet ontgaan. Iedereen vindt dat het minder
moet. De minister
heeft een taskforce
ingesteld, waarbij boeren voorlopig vrijwillig aan de slag kunnen. De
registratie wordt nu centraal georganiseerd met Vetbase, een soort
Elektronisch
Patiënten Dossier voor landbouwhuisdieren. Over een aantal
jaren zijn dan
grootgebruikers op te sporen.
Het lijkt mij in dit kader ook zinvol om reclame voor
antibiotica te verbieden in de vakbladen.
Voor mensen is reclame voor medicijnen
verboden, in de veehouderij is het
de normaalste zaak van de wereld. Zo vindt u in Veeteelt deze week een
paginagrote advertentie voor Avuloxil, een cocktail van drie
antibiotica:
prednisolon, clavulaanzuur en amoxililline. En ook paginagroot
Ubolexin, een
cocktail van cefalexine en kanamycine. In het Agrarisch Dagblad, de
krant die
iedere consument zou moeten lezen, vindt u geen reclame voor
antibiotica. U
moet echt iets dieper graven dit keer, in de vakbladen.
In de praktijk levert de veearts op recept, maar hij komt
niet zelf kijken naar een zieke koe. Eén telefoontje is
genoeg, om de voorraad
antibiotica aan te vullen op het bedrijf, dus de boer beslist zelf,
alsof hij
de dokter is.
Er is een
“wachttijd” voor de melk van koeien die met
antibiotica zijn behandeld: ongeveer 5 dagen, afhankelijk van welk
antibiotica
gebruikt is. Dit betekent dat de melk van zo’n koe voor vijf
dagen, tien
melkbeurten, zo’n 100 liter, weggegooid moet worden. Dat kost
nogal wat. Boze
tongen fluisteren dat 2 % van de Nederlandse melkplas wordt weggegooid
in de
put. Dat lijkt mij wel erg veel, maar als schatting toch aardig. Soms
wordt de
antibioticamelk opgevoerd aan de kalfjes. Jan Dirk heeft dat ook jaren
gedaan,
en ziet dat nu als een van zijn grootste zonden.
En biologisch
dan?
Misschien bent u zo naïef dat u denkt dat biologische boeren
geen antibiotica mogen gebruiken. Het is tenslotte een synthetisch
middel. U
heeft gelijk, maar niets is minder waar. Het is een normaal
geaccepteerd
middel, ook in de biologische melkveehouderij. Het is toegestaan, maar
er zijn
wel enige beperkingen. Zo mag je niet preventief behandelen. Alleen als
er echt
een ontsteking waar te nemen is, mag men behandelen. In de praktijk
betekent
dat, dat er geen “droogzetters” gebruikt mogen
worden. Een koe moet namelijk
één keer per jaar “droog”.
Dit is twee maanden voordat ze een kalfje krijgt, ze
wordt dan niet meer gemolken. Ze is dan hoog zwanger en mag rusten. Al
haar
kracht gaat dan naar haar groeiende kalfje in haar baarmoeder en de
melk voor
haar vorige boreling wordt stopgezet. Wie zelf wel eens borstvoeding
heeft
gegeven, weet, dat als je stopt met een voeding, de borstontsteking op
de loer
ligt. Bij koeien heet dit uierontsteking. Stoppen, droogzetten, is een
gevoelige tijd. Iedere gangbare Nederlandse koe krijgt daarom standaard
een
kuurtje bij het droogzetten. Preventief. Die kuurtjes heten
droogzetters.
Biologische boeren mogen die dus niet gebruiken, maar moeten wachten
tot de
ontsteking zich aandient. Soms is het dan zo erg, dat je juist meer
antibiotica
moet gebruiken. In de praktijk is het antibioticagebruik daardoor op
sommige
biologische bedrijven hoger. Hier heeft de biologische sector nog een
lange weg
te gaan.
Varkentjes
Bij varkens mocht je tot 1 januari 2006 ook antibiotica
toevoegen aan het voer. Preventief gebruik. Dit heette
antimicrobiële
groeibevorderaars (AMGB’s). Dat is dus sinds twee jaar
verboden. De verwachting
was dat daardoor het antibioticumgebruik zou dalen, maar het is helaas
gestegen. De veearts schrijft nu meer voor. Volgens de Fidin, de
organisatie
van fabrikanten van diergeneesmiddelen is een gedeelte van de toename
toe te
schrijven aan voorraadvorming, omdat er een prijsverhoging verwacht
werd. Maar
de toename is meer dan de voorraadvorming en de AMGB’s bij
elkaar. Blijkbaar
was dat zo gek nog niet, dat preventieve gebruik van onze varkentjes.
Volgens
de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) is een
belangrijke
oorzaak van de stijging de intensiviteit. Als er preventief behandeld
wordt
(lees: antibiotica gevoerd wordt), verbeteren de resultaten, maar er
wordt niet
direct wat aan de huisvesting of bezetting gedaan. Aha, dus er hangt
een
prijskaartje aan: hoe beter de stal, en hoe meer ruimte, hoe minder
antibiotica. Denkt u daar eens aan als u weer eens een kiloknaller in
uw mond schuift.
Mensendokters
De mensendokters klagen steen en been over het hozen met
antibiotica door de dierendokters. Resistentie ligt op de loer en
bacteriën
kijken niet naar soort. Er worden al maatregelen genomen. Als
varkenshouders
naar een ziekenhuis gaan, moeten ze in aparte ruimten behandeld worden.
In het
ziekenhuis Gelderse Vallei werd mij laatst gevraagd of ik
agrariër was. Ik
antwoordde: “Ja”, en de zuster keek mij alert en
streng tegelijk aan. “Heeft u
ook varkens?” “Nee”. Dochter en ik konden
gewoon bij de orthopeed
binnenwandelen, maar ik voelde mij door het oog van de naald gaan.
Bevriende
boeren met varkens konden echter met hun kind het gehandicaptentoilet
in, omdat
er geen aparte behandelkamer was.
De resistente bacteriën noemt met MSRA, voorheen bekend als
de ziekenhuisbacterie, maar recentelijk is dus gebleken dat veel
varkenshouders
die bacterie bij zich dragen. De nieuwe zorgen zijn ESBL’s,
het zijn enzymen
die zorgen voor de resistentie bij bacteriën, en komen juist
veel voor bij
vleeskuikens. Ze zijn mogelijk gevaarlijker dan MSRA’s.
Er is zelfs al een heuse
Stichting Werkgroep Antibiotica
Beleid opgericht door mensendokters die met het vingertje wijst en de
meest
ernstige rampscenario’s kan ophoesten. Erger dan vogelgriep
pandemie onder mensen.
Crises
De financiële crisis wordt door vele prekers van crises
gebruikt om hun eigen crisis voor het voetlicht te brengen. Er werd al
geroepen
dat de financiële crisis het hele kapitalisme in een crisis
zou storten. Maar
de markt heeft juist feilloos gewerkt, gebakken lucht sist er langzaam
uit,
omdat juist op de markt eerlijk het langste duurt. De kwaliteit van
onze kaas
staat alleen bij een goede marktwerking. De financiële crisis
lijkt mij eerder
het einde
|

Stoffige medicijnkast in gebruik voor viltstiften.

Homeopatisch alternatief: gewoon water

Mintzalf tegen uierontsteking

Interessante man aan de was
van de conventionele man, mijn persoonlijke
crisisverwachting. De man
met zijn strategische gedoetjes, gedrag dat eerder nog een leuk
uitzicht
opleverde op een zwembad in de tuin of een snelle auto met
voorwielaandrijving.
Nu weet iedereen dat de voorwielen worden aangedreven door de
belastingsdienst,
eigenlijk is deze conventionele man gewoon een zwartrijder.
Maargoed, laat maar
gaan, klagen heeft geen zin, vrouwen zouden zelf hun top moeten
bereiken. Zo
heb ik laatst twee weken in de logeerkamer geslapen, en toen heeft Jan
Dirk één
wasje gevouwen. Hij kan wel was in de wasmachine doen en ophangen, maar
vouwen,
dat was echt zijn Waterloo. Tja, als je als vrouw de top wilt bereiken,
zul je
als eerste hobbel toch je eigen echtgenoot moeten nemen. Niet al te
letterlijk,
want dat soort carrières neem in niet serieus. Maar goed, de
overeenkomst met
de financiële crisis en de eventuele antibioticacrisis lijkt
mij toch ook
diezelfde conventionele man. Het strategisch op de pof nemen van
risico’s. De
sector is gebaséérd op dat risico, op
antibiotica, anders kan het niet zo
goedkoop. Goedkoper, goedkoper, goedkoper, steeds gekker en complexer.
Daarbij
ook weer die naïeve eindgebruiker. Dat bent u. U weet van
niets, maar eigenlijk
speelt u hoog spel. Maar als oplettende lezer weet u nu wel beter. Dus
leg eens
een stuiver extra neer voor de productie van de dieren, ook al is het
niet
meteen antibioticavrij. Eet vers, gezond. Zorg dat uw eigen weerstand
op orde
is, mocht de pleuris uitbreken.
Antibioticavrij
Het enige antibioticavrije product dat u kunt kopen in
Nederland is een stukje Remeker. En het vlees hier bij ons in de
vriezer, van
onze eigen koeien. Momenteel Fytje. Er zijn ongeveer tien andere boeren
die ook
antibioticavrij werken, maar hun melk verdwijnt in de grote plas van de
fabriek. Bastiaanse heeft biologische kaas gemaakt van antibioticavrije
melk,
dat geëxporteerd werd naar Amerika. Daar is antibioticavrij
wel een item, en
zijn er ook gecertificeerde producten te koop. Als er nog iemand een
product
weet in Nederland, dan hoor ik het graag.
Ik zoek nog een certificeerder voor onze manier van werken,
die is er nog niet. Het mag best een man zijn, net zo’n
knappe als onze
veearts, want die zien we hier nog maar weinig. De laatste keer dat hij
hier
was, gaf hij ons een complimentje. Dat vonden we echt heel fijn. Want
als er
iemand is die weet hóe bijzonder het is dat we
antibioticavrij werken, met zo’n
gezonde veestapel, dan is hij het.
|
|
September 2008 a
De koffietafel na de uitzending
Op televisie geweest
De uitzending van Netwerk op 19 augustus over verse melk deed heel wat
stof opwaaien aan onze koffietafel. Steeds ontstonden er weer nieuwe
vragen. Via wetenschappelijke vrienden en andere vrienden en bekenden
die regelmatig aanwaaien, en via deskundige controleurs, die als
ambtenaar nooit haast hebben en altijd nog wel een kopje lusten, via
wat aangereikte boeken en enig gegoogle, ontstond aan onze koffietafel
een compleet beeld van de geschiedenis en het hoe en waarom van
pasteuriseren.
De Warenwet
De Warenwet schrijft, in geval van melk, voor wat vers is en wat niet.
De term "vers" op een pak melk is dus weldegelijk wettelijk beschermd
en staat voor gepasteuriseerde melk. Gepasteuriseerde melk is verhit
tot 72 graden. Ze is dus niet gekookt (100 graden). Ze is als het ware
nog een beetje rauw.
Het verhitten is nodig om ziekte verwekkende bacteriën in de
melk te doden. Het maakt de melk veilig. Dat daarbij
essentiële voedingsstoffen verloren gaan is van oudsher
bekend, ook wetenschappelijk. Door verhitten gaat het "gezonde" van
melk verloren. Door niet helemaal te koken, maar te verhitten tot 72
graden, wordt een optimum gezocht tussen veiligheid van het verhitten
en het behouden van de gezonde voedingsstoffen. Met gepasteuriseerde
melk zit je dus dubbelgoed: veilig én gezond.
Dit in tegenstelling tot "lang houdbare melk", die in de supermarkt te
vinden is tussen de koffiemelk en chocolademelk, buiten de koeling.
Deze is gesteriliseerd, gekookt tot 100 graden. Deze melk is jaren
houdbaar, omdat alle bacteriën in de melk gedood zijn. Deze
melk mag niet vers heten.
De geschiedenis
Het idee van gepasteuriseerde melk is dat het veilig is. Je krijgt er
geen cholera van, geen tyfus en geen tuberculose, en je gaat er ook
niet van aan de reutel. Er was een tijd, rond 1900 dat dit geen
kattenpies was, en er grote epidemieën uitbraken door melk.
Onder andere was er in 1913 een grote tyfus epidemie in Amsterdam die
in verband werd gebracht met melk.
In die tijd was echter ook al bekend, dat door koken, door het veilig
maken van de melk, de voedingswaarde van melk achteruit ging. De
samenstelling veranderde, en werd minder goed. Baby's die geen
borstvoeding konden krijgen (met zogenaamde "on- of minvermogende
moeders") gingen na vijf maanden zeker dood aan scheurbuik als zij
alleen gekookte melk kregen. Maar van verse melk konden ze ook dood
gaan, omdat er allerlei ziektes mee overgebracht werden. Een duivels
dilemma. In het kader van deze discussie ontstond het idee van
pasteuriseren.
Melk is steriel in het uier
In het uier is de melk in principe steriel. Er kunnen door het slotgat
van de spenen bacteriën naar binnen glippen, en dan ontstaat
een uierontsteking. Dan is de melk niet steriel. Maar een gezond uier
geeft steriele melk. De tyfus en de cholera en tuberculose in de melk
werden dus aangebracht door de melker, of de slijter. Mijn schoonvader,
die boerde na 1950, kan er smerige verhalen over vertellen. Allereerst
werd er buiten gemolken, dus als het regende spoelde de eventuele
stront die op de koe zat , met de regen mee, van de rug, langs het uier
de emmer in. Het was niet ongewoon dat er een bruine laag schuim op de
emmer lag die onder de koe vandaan kwam. Verder moet je melken "met de
volle hand". Je knijpt je vingers achter elkaar dicht, te beginnen met
de bovenste. Dit is nogal vermoeiend. Wat er veel gedaan werd is
"strippen". Je stript dan met duim en wijsvinger langs het uier. Dat
moet wel een beetje glijden, dus er werd getuft in beide handen, dat
werkte lekker. Om na een pauze aan de knechten aan te geven dat er weer
begonnen moest worden met melken, werd er ook in de beide handen
gespuugd. Je kon ook je handen door de melk halen, omdat die vet was,
dus dat gleed ook goed. Mijn schoonvader zegt dat in die tijd op de
boerderij de melk áltijd gekookt werd.
Als de melk de melker wel redelijk schoon had overleeft, dan was het
wel de slijter die er een scheutje vies water bij deed. Door het
aanlengen van de melk ontstond menig cholera-epidemie. Pas in 1912 was
er iemand zo snugger om het aanlengen van melk te verbieden, maar ook
toen pas waren de meettechnieken zodanig ontwikkeld dat er op
gecontroleerd kon worden.
Tijden veranderen
Tegenwoordig wordt de melk machinaal gewonnen en komen er geen handen
meer aan te pas. Binnen tien seconden zit de melk, via de leidingen, in
de tank en wordt in korte tijd gekoeld naar vier graden Celcius.
Theoretisch zou er nog cholera in kunnen komen, als er een anderstalige
werknemer uit een ver buitenland toevallig open tuberculose heeft, en
het dopje van de tank haalt en in de tank hoest. Deze situatie nijgt
naar opzet, en komt in de praktijk niet voor.
Technieken veranderen
De Voedsel- en Warenautoriteit controleert of de melk goed
gepasteuriseerd is, niet te veel en niet te weinig. Dit doet zij door
het fosfatase gehalte in de gepasteuriseerde melk te meten. Fosfatase
is een enzym dat compleet aanwezig is in rauwe melk. Naarmate je langer
en heter verhit, gaat meer fosfatase verloren; in gesteriliseerde melk
is fosfatase totaal verdwenen. Goed gepasteuriseerde melk moet een
bepaald gehalte hebben aan fosfatase. In het verleden (we schrijven
1936) is dit gehalte vastgesteld, omdat de toenmalige
pasteurisatietechniek (20 minuten bij 62 graden) dit bepaalde gehalte
opleverde en men wist dat het veilige melk opleverde. Fosfatase werd
gekozen als controle-enzym, omdat de afbraak gelijk loopt met de
verhitting en omdat het bij de toenmalige technieken goed en makkelijk
meetbaar was. Maar nog steeds is in de Warenwet.deze bepaalde
hoeveelheid fosfatase in de melk de definitie van gepasteuriseerde
melk. Er zijn nu echter technieken om met hogere temperaturen te werken
en de fosfatase toch zodanig te behouden, dat het voldoet aan het
wettelijke criterium voor gepasteuriseerde melk. De melk waar mijn
generatie mee opgroeide is gepasteuriseerd door 15 seconden te
verhitten op 72 graden. Recentelijk wordt nu 2 seconden op 138 graden
verhit. Bovendien wordt recentelijk de melk ook gebactofugeerd, dat is
een soort van centrifugeren, waarbij sporen van bacteriën
worden verwijderd. Omdat beide processen geen invloed hebben op de
fosfatase, is het gewoon toegestaan. Afijn, de samenstelling van de
melk in uw pak is er iets anders door, en 2 tot 3 maanden houdbaar,
maar volgens de wet dus nog gewoon "vers". Gepasteuriseerd.
Warenwet verouderd
In feite loopt de warenwet achter op het voortschrijden van de
techniek. Door boven kooktemperatuur te verhitten (138 graden), gaan
waarschijnlijk binnen twee seconde andere waardevolle voedingsstoffen
wel verloren, maar fosfatase pas bij 2.01 seconde. Hoe zit het met
lactase bijvoorbeeld, het enzym dat mensen met een melkallergie tekort
komen. Het is aanwezig in rauwe melk, wellicht ook in melk
gepasteuriseerd bij 72 graden, maar niet meer in melk van 138 graden.
Vandaar dat iedereen vandaag de dag allergisch is voor melk. Leuke
hypothese toch, voor de zwijgende meneer in Wageningen. U moet zich bij
deze pasteurisatie ook geen ketel of pannen voorstellen, waar hevig in
geroerd wordt, om de pasteurisatie homogeen te laten verlopen, zoals
dat gebeurde in de tijd van het ontstaan van de Warenwet. Het zijn
dunne buizen, waar met constante stroomsnelheid, alles tot op de
milliseconde en in fracties van graden geregeld is.
De uitzending
Toen wij de netwerkjournalist aan onze keukentafel hadden, sprak hij
over 30 tot 60 dagen houdbaarheid van tegenwoordige verse melk. De
zuivelindustrie wilde niet praten.
In de uitzending praatte de zuivelindustrie wel, makkelijk herkenbaar
aan de witte hoedjes op hun hoofd. Maar het aantal dagen houdbaarheid
waar in de uitzending over gepraat werd, was verminderd tot 15. Kijk,
dat vind ik dan interessant. Het riekt een beetje naar een deal.
Probeert u het zelf eens uit zou ik zeggen. Tel alleen de dagen dat het
pak echt dicht zit, want wat erin valt als u het pak eenmaal opent,
daar sta ik niet voor in. Je moet eigenlijk meerdere pakken tegelijk
wegzetten voor deze proef, zodat je er steeds eentje open kan doen. Een
bevriende wetenschapper gebruikt pakken altijd tot twee weken over de
houdbaarheidsdatum.
|

Zelfs onze jongste veilig aan de rauwe melk.

Ze weet precies met wie ze de melk deelt.

Risico met Hedgewood

Rauwmelkse boter eten

Smaak ontwikkelt zich al jong

Rauwmelks wrongel snoepen

Ook lekker!
Ziekten vandaag de dag
Vandaag de dag lijden mensen niet meer aan tyfus, cholera en
tuberculose. Ieder kind kan gevaccineerd worden. De verbeterde
hygiëne is ongekend. De verminderde inteelt doet de rest:
katholieken kruisen met protestanten!
Er zijn hele andere ziekten die mensen in onze tijd parten spelen:
allergie en overgewicht. Daar kan een beetje rauwe melk een hoop goed
doen. Door het enzym lipase, wat in melk zit, kan vet afgebroken
worden. Geen overbodige luxe voor sommige mensen. Bovendien geeft rauw
voedsel een verzadigd gevoel, wat erg kan helpen als je continue bezig
bent om eten in je mond te stoppen.
Verschillende keren hebben we meegemaakt dat mensen met een ernstige
koemelk allergie na enige discussie met ons, een glaasje rauwe koemelk
achteroversloegen, zonder last te krijgen. De allergie geldt in de
gevallen die wij hebben gezien dus alleen voor gepasteuriseerde melk,
omdat lactase, het enzym dat lactose afbreekt, gewoon nog aanwezig is
in rauwe melk. Zelfs iemand die 20 jaar geen koemelk op had, en altijd
last had als ze per abuis iets binnen kreeg, kreeg bij ons een kommetje
melk en ging zonder kleerscheuren, met een emmertje rauwe melk onder de
arm naar huis.
Lysteria
Afijn, de discussie over gepasteuriseerde melk is wat ons betreft toe
aan een herziening. Natuurlijk kun je nog een lysteria besmetting
oplopen als je rauwe melk drinkt. Of salmonella, ook leuk. Dit is vaak
bekend bij zwangere vrouwen, ze eten om die reden geen zachte kazen van
rauwe melk. Laatst stonden we een zaterdagmiddag bij Caulils, de
gezellige eetwinkel aan de Haarlemmerstraat in Amsterdam met onze kaas.
Een zwangere vrouw trok wit weg, toen ze erachter kwam dat onze Remeker
rauwmelkse kaas was en ze al een blokje geproefd en doorgeslikt had.
Gelukkig konden we haar zodanig gerust stellen, dat niet acuut een
spontane abortus op gang kwam. Voor ons was haar paniek echt een
eyeopener.
Op dit soort bacteriën kan gewoon gecertificeerd worden. De
melk van onze boerderij is al zolang de controle bestaat lysteria vrij,
en salmonella vrij ook natuurlijk. Het is gewoon een kwestie van schoon
werken. Zo ontstaan dan weer de "modelmelkboerderijen", die in 1908
gepromoot werden door het Genootschap ter Bevordering van Melkkunde,
dat dit jaar 100 jaar bestaat. Deze boerderijen produceerden in de
vorige eeuw schone melk voor zuigelingen. Door pasteurisatie werden
deze boerderijen achterhaald, maar nu zijn ze wat mij betreft weer
hoogst actueel. Zeker nu uw "slijter" vandaag de dag weer liever zwijgt.
www.caulils.com
www.genootschapmelkkunde.nl
www.netwerk.tv/uitzending/2008-08-19 /ons-dagelijks-brood-dagverse-melk
|
|
|
September 2008
De koe bij de horens vatten
Samen op cursus
Dé event van de maand lag eigenlijk op een heel ander vlak.
Misschien heeft u het zelf ook wel eens met uw eigen vrouw, dan wel
man: telepathie. Voor boeren is het eigenlijk heel normaal om dat te
hebben met koeien. Zo is de natuur, we staan dichtbij elkaar, we weten
gewoon van elkaar wat er is. Met koeien is dat ook erg praktisch, omdat
je niet kan terugvallen op spraak. Er zijn ook cursussen om je vermogen
met dieren te communiceren te vergroten. Jan Dirk en ik gaan er samen
gezellig heen, en we kunnen de cursuskosten gewoon aftrekken bij de
belastingsdienst.
Absoluut beginners
De autoriteit op het gebied van het telepathisch communiceren met
dieren is Marta Williams. Ze is Amerikaanse en schrijft boeken. Jan
Dirk heeft ze allemaal gelezen, ik kom er helaas niet doorheen. Het
keuvelt maar door over paarden en poezen die hun brokjes niet lusten of
de strikjes in hun haar niet mooi vinden en dat dan uitleggen aan
Marta. Zij brieft het probleem dan door aan hun baasjes, en zo komt er
altijd een gelukkig einde aan de story.
Het principe interesseert mij echter wel. Via bevriende boeren hoorden
we dat Marta Williams naar België komt, om cursusdagen te
geven. Het blijkt dat je eerst wel de beginnerscursus gedaan moet
hebben, om met het begrip Marta te mogen oefenen. Dit kan bij Gerrie
Huijts in Bennekom, die het gedachtengoed van Marta in Nederland
vertegenwoordigt. Jan Dirk en ik denken het beginners niveau allang
ontstegen te zijn, omdat we onze koeien altijd al zo goed aanvoelen,
maar Gerrie komt toch even langs. Ze is erg onder de indruk van onze
koeien en wij van haar.
Koeien met horens
Wat mij zo aantrekt in telepathie met dieren is dat je er hele
praktische problemen mee kunt oplossen. Wij onthoornen onze koeien niet
meer. Het is werkelijk de doodnormaalste zaak van de wereld dat bij een
kalfje van 4 weken oud de veearts langskomt en even met een brandertje
het plekje waar het beginnende hoorntje zit dichtschroeit. Verdoofd
trouwens, want het is wel iets pijnlijker dan castreren van biggetjes.
Ik denk dat 0,5 % van de Nederlandse koeien horens heeft. Deze maand is
het precies vier jaar geleden dat wij met onthoornen gestopt zijn. Van
de 100 koeien die bij ons melk geven, zijn er nu ongeveer 50 koeien met
horens, dit zijn de jonge dieren. En er zijn 50 koeien zonder horens,
de oudere dieren. Dat geeft problemen. De dieren met horens zijn
sterker en staan hoger in de hiërarchie. De jonge dieren, met
horens, nemen de leiding in de koppel. De oude dieren, die de wijsheid
hebben en het ritme van de dag en het ritme van de seizoenen kennen,
missen hun gezag. Pubers aan de macht, als het ware. De koeien willen
dan naar de verkeerde wei, waar het gras wel lekkerder is, maar nog
moet wachten. Of ze willen niet naar binnen voor het melken. En de
jonge dieren laten oudere dieren er niet door bij de ingang van de
stal. Kortom, onrust. Vooral met melken is het een probleem en zijn we
dagelijks zeker een half uur druk om de koeien naar binnen te krijgen.
Degene die melkt kan het ook niet meer alleen voor elkaar krijgen, het
kost erg veel tijd, en het is irritant. De koeien zonder horens vreten
ook minder, omdat ze weggeduwd worden door de jonge dieren, en daardoor
geven ze ook substantieel minder melk.
Gerrie op het erf
Gerrie komt langs en snapt het probleem. Wij vinden dat de oudere
koeien zonder horens meer van zich af moeten bijten. Dat kunnen ze
best, maar ze doen het niet. Gerrie zegt dat ze daar ook alle reden
voor hebben…. Eerlijk biechten wij op dat we inderdaad
eigenlijk de koeien zonder horens al afgeschreven hebben en we hen zo
snel mogelijk door de jonge aanwas willen laten vervangen. Dit idee
geven we op en herstellen de oude dieren in ere. Dat doet hen goed,
zegt Gerrie. Beauty is eigenlijk de leidster, ze heeft geen horens,
maar wel autoriteit. Het is een wijze en rustige koe. Onder leiding van
Gerrie spreken we met de kudde af dat Beauty de leidster is in de
koppel.
Het effect is wonderbaarlijk. Het loopt gewoon weer. Er is rust in de
koppel en het melken gaat beter. De koeien met horens gaan nu eerst de
stal in, én ze lopen door. Ze lopen door naar de
wachtruimte. Daarna komen de koeien zonder horens erachteraan. Zij
hoeven dan nog niet naar de wachtruimte en hebben tijd om te vreten. We
hoeven niet meer met twijgjes van de wilgen de koeien naar binnen te
meppen. Beauty komt een aantal keer als eerste in de melkstal, nog
vóór de gehoornde dieren, en wordt dan als eerste
gemolken.
Super. En dit is nog maar de beginnerscursus. Van Gerrie moeten we
verder oefenen met ons nieuwe jonge poesje Dalia.
Veel
Maar met zoveel dieren om ons heen, oefenen we erop los. Ik kan zelf
ook al bijna een boek vol schrijven met keuveltjes. Op de een of andere
manier is het wel erg vermoeiend, het nieuwe kletsen met de koeien.
Waar het aan ligt weet ik niet, maar als ondernemer kun je gelukkig
altijd even lekker een extra dutje doen overdag, in je eigen bed, met
de sokken nog aan.
Nr. 56
Eén verhaal is echt frappant. Er moesten vijf koeien naar de
slacht, ze geven niet genoeg melk meer, ze zijn "oudmelks". Zo gaat
dat, ieder jaar gaan er 25 koeien naar de slacht en er komen ieder jaar
25 pubers bij die voor het eerst kalveren en melk gaan geven. De koeien
die eruit gaan, zijn allemaal oude koeien zonder horens. Ik ken de
namen niet, vandaar het nummer. Ik ken alleen de jonge dieren, bij
naam, omdat ik sinds vier jaar de kalfjes verzorg. Deze dieren ken ik
van jongs af aan. De oude koeien ken ik alleen bij nummer, of ik ken ze
helemaal niet als individu.
Jan Dirk had eigenlijk zes koeien in zijn hoofd die eruit konden, hij
besloot nummer 88 toch maar te houden. Ze is al tien jaar oud, Jan Dirk
is erg aan haar gehecht.
Koe nummer 56 moest er ook uit. De koeien moeten dan in de
draaimelkstal (een caroussel, waarin de koeien een rondje draaien) een
deurtje eerder er uit, deze deur doe je apart open. Ze komen dan in een
apart hok achter deze deur, alwaar de veerijder ze ophaalt om naar het
slachthuis te gaan. Nummer 56 was aan de aandacht ontsnapt, was gewoon
door de tweede deur naar buiten gelopen, liep alweer lekker te grazen
in de wei en alsnog ging nummer 88 via het eerste deurtje naar het
slachthuis.
Toen ik 's avonds molk (mijn eerste echte melkbeurt! Nog een event deze
maand dus eigenlijk!) was koe nummer 56 hartstikke bang. Ze vrat geen
brokjes uit haar bakje, trapte haar melkstel af, en keek alsof ik haar
kind had vermoord, met haar grote koeienogen wijd open. Deze koe doet
dat nooit, ze was me nog nooit opgevallen, ik kende haar niet eens. Ik
vertelde het aan Jan Dirk en hij was helemaal verbaasd: "56? Nee, die
doet dat nooit. Dat is die koe die ik er eigenlijk uit wilde doen
vanmorgen." Ik ben nog niet zo ver dat 56 mij dat zelf had kunnen
uitleggen. Misschien leren we dat van Marta, op de vervolgcursus. Ik
ben benieuwd.
|

Fyra, mooie koe, zonder horens.

Karin, een van de eerste met horens, mooie volwassen horens.

Merel, ronde horens.

Anne, uitzonderlijke rechte horens, grappig dier.

Mara, compleet dier, hele mooie koe.

Nummer 56, alive and kicking.

Beauty, onbetwist leidster.

Deentje, ons hertekoetje.
|
|
|
Augustus 2008
Rauwe melk is vers
Op televisie
Melk in een pak kan tegenwoordig 30 dagen oud worden, zonder te
bederven. Er zijn namenlijk nieuwe technieken om deze melk te
pasteuriseren. In Amerika is gepasteuriseerde melk zelfs al tot 60
dagen houdbaar. In kaastermen zou je een Nederlands pak melk al bijna
"jong" kunnen noemen en een Amerikaans pak al bijna "jong belegen".
Jong is namenlijk zes weken oud en jong belegen is drie maanden oud. Op
een pak melk staat echter nog steeds de term "vers". Het programma
Netwerk maakt hier een item over en kwam bij ons filmen. Gezellig
dronken we eerst een kopje thee aan de keukentafel, met journalist,
cameraman en geluidsman.
Wageningen zwijgt
Wat komt een journalist van Netwerk doen in Lunteren, vraagt u zich af.
Moet die man niet eerst gewoon naar Wageningen, waar dé
landbouw-, voedsel-, en milieu-universiteit is gehuisvest? Qua
kennisniveau vooraanstaand in de wereld? Tja, daar was hij al geweest,
maar de hoogleraar zuivel wilde niets zeggen. Stille wateren, diepe
gronden. Bij hoog en bij laag zweeg de zuivelwetenschap in Wageningen.
De journalist van Netwerk vond het zelf ook wel een beetje vreemd.
Misschien interessant voor een volgend onderwerp bij Netwerk. Er worden
namenlijk vraagtekens gezet bij de onafhankelijkheid van Wageningen,
omdat veel onderzoek betaald wordt door het bedrijfsleven. U kunt dit
lezen in het onvolprezen Agrarisch Dagblad. Tja, als de
zuivelwetenschap in Wageningen past, aan wie stel je dan je vraag?
Lunteren, of all places
Er is gelukkig een hoogleraar te vinden in Wageningen die niet betaald
wordt door het bedrijfsleven. Een soort doekje tegen het bloeden. Die
praat meteen weer veel te veel, het is een socioloog. Zo'n schoorsteen,
met een slordig bloesje. Op zich vind ik het altijd wel charmant aan
een man als je kan zien dat hij zichzelf aankleedt, maar het moet er
niet té dik bovenop liggen. Zijn wetenschappelijke
ideeën zijn niet objectief, niet subjectief, maar kritisch
binnen een theoretisch kader. Dit is de onbetaalde kant van Wageningen,
en daarmee heb je Wageningen dan ook wel zo'n beetje gehad. Deze kant
is onbetaald, onafhankelijk, ietsje politiek misschien, maar waar er
politiek ingekleurd wordt, gebeurt dat altijd expliciet binnen een
ingekaderd theoretisch paradigma. Zo hoort dat in de wetenschap
eigenlijk te gaan, volgens onbetaald Wageningen, want objectief
waarnemen, dat bestaat natuurlijk niet. Volgens de modernste inzichten
in de kwantumfysica bestaat er sowieso geen onderscheid meer tussen
waarnemer en object, of ze nou samen betaald worden of samen niet
betaald worden, maar dit terzijde.
Er is ook een vrouwelijke hoogleraar in Wageningen die op deze manier
onderzoek doet naar de liefde. Liefde tussen mensen, wetenschappelijk
bekeken. Daar moet toch wel een flinke dosis ervaringskennis aan ten
grondslag liggen. Wageningen op zijn best. Maar dit ook terzijde.
De Netwerkjournalist kwam bij deze pratende hoogleraar terecht. De
socioloog begon een warrig verhaal over enzymen, want dat is natuurlijk
helemaal niet zijn vakgebied. Van wie hij dat verhaal had? Van Jan Dirk
van de Voort, uit Lunteren.
De vraag
Zodoende kwam deze Netwerkjournalist terecht bij de goeroes van de
rauwe melk. Wist hij veel. Weer dwaalde hij van zijn onderwerp af:
pasteuriseren moet je zowiezo
nóóóóóóít
doen. Gewoon rauw drinken die melk. Wij wisten ook niet welke nieuwe
technieken er zijn voor pasteurisatie, daar houden wij ons verre van.
Dertig dagen?? In Amerika al zestig? Krijgen we na de "verse"
Argentijnse biefstuk en de "verse" Thaise kip binnenkort ook "verse"
melk uit China? In 60 dagen kan het zelfs retour. De uitholling van de
term "vers" door de concurrentie komt ons wel goed uit eigenlijk. Onze
kaas, die wordt gemaakt van écht verse melk, (u en ik
begrijpen elkaar) wordt er alleen maar meer onderscheidend van. De term
"vers" is net als "natuurlijk" of "ambachtelijk" of "echt" of
"duurzaam" niet wettelijk beschermd. Dus iedereen mag dat overal op
zetten, ook op een pak melk van dertig dagen oud. Niks mis mee,
helemaal geen item dus.
Wat is vers?
Laten we de term vers eens terugbrengen naar zijn oorsprong. Waar denkt
u aan bij vers? Sla is vers, of een appel bijvoorbeeld, ervan uitgaande
dat ze niet verlept of verrot zijn. Appelmoes is niet vers. Alles wat
niet gekookt is en nog fris is, dat is vers. Verse groenten
bijvoorbeeld.
Vers is gezond
Aan vers zit een gezondheidsclaim: vers is gezond. Wetenschappelijk
gezien is dit onzin, zo'n claim krijg je nooit hard, want "vers" is
niet te definiëren, en "gezond" is ook dermate complex
afhankelijk van een oneindig aantal variabelen, dat je daar niet uit
komt. Laat staan dat er een rechtevenredig verband is tussen deze twee
definities, dat ook nog herhaalbaar is. Wie betaalt dan de herhaling,
vraag je je af. Dat is verder niet ons probleem. Vers is gezond, dat
weet een kind.
Rauwe melk is vers en verboden
Melk kan ook vers zijn, dan is de melk niet verhit. Ongepasteuriseerd,
er is gewoon helemaal niets mee gedaan. Onvoorstelbaar. Er zijn mensen
op aarde die zulke melk nog nooit hebben gezien. De melk "recht uit een
koe". Vers. U weet wel. Deze melk heet "rauwe melk", maximaal drie
dagen houdbaar. De Netwerkjournalist, de cameraman en de geluidsman
dronken onwennig een kommetje rauwe melk leeg. Dát hadden ze
nou eigenlijk moeten filmen. En... nu komt het, deze melk mag helemaal
niet meer verkocht worden. Verboden. Het móet
gepasteuriseerd worden, voordat u het koopt. Verse melk is dus voor u
als gewone consument niet verkrijgbaar.
Boerenkaas
Maar gelukkig kunt u verse melk wel eten, in de vorm van kaas. Kaas is
het enige zuivelprodukt dat je van ongepasteuriseerde rauwe
vérse melk mag maken en mag verkopen. Dat is dan dus
rauwmelkse kaas. Bij het maken van kaas komt de temperatuur van de melk
niet uit boven de temperatuur van de koe. Rauwmelkse kaas is dus de
enige manier voor u om verse melk binnen te krijgen. Van oudsher is
rauwmelkse kaas wettelijk beschermd onder de term "boerenkaas". Het
betekent dat de voedsel- en warenwet voorschrijft dat als je
"boerenkaas" op een kaas zet, dat het dan van rauwe melk gemaakt moet
zijn. Anders mag je het er niet op zetten. Helaas is hier een
onduidelijkheid ingeslopen, omdat het alleen geldt voor kaas.
|

Een pakhuis vol vers vet.
Dus alle andere "boeren-" dingen (boerenjoghurt,
boerenboter, boerenvla, boerendropjes, boerensokken, ect.) zijn net zo
rauwmelks als de boerenmelk van dertig dagen oud. Niet dus.
Dit verhaal is dermate ingewikkeld, dat niemand het weet. Echt een
nieuwsitem dus: de enige verse melk is rauwe melk. Rauwe melk is
gezond. Rauwe melk is verboden. U kunt rauwe melk alleen kopen in de
vorm van kaas. Deze kaas heet "boerenkaas". De term "boerenkaas" is
wettelijk beschermd.
Voor de camera kwam het verhaal er niet zo duidelijk uit, omdat Jan
Dirk en ik begonnen te kibbelen over de lichaamstemperatuur van een
koe. Tijdens een mediatraining leer je vast in les 1: niet kibbelen.
Maargoed, nu weet u het in iedergeval.
Enzymen
Wetenschappelijk gezien is rauwe melk gezond omdat er enzymen in
zitten. Er zit natuurlijk nog veel meer in, maar tegenwoordig zijn
probiotica uit en enzymen zijn hot. Jan Dirk deed er een boekje over
open voor de camera. In alles wat vers is zitten enzymen. Deze enzymen
verlies je door verhitten. Daarom is een appel gezond en appelmoes
niet. Dat verschil voelt u wel aan. Enzymen heeft u nodig voor de
vertering van uw voedsel. Ze zijn de katalisator in uw eten, het
gereedschap, waar je voedsel mee afbreekt. En ze zijn heel specifiek,
dus ieder onderdeel in uw eten heeft zijn eigen enzym. In appels zit
suiker, dus ook enzymen om suiker af te breken. In sla zitten
koolhydraten, dus ook enzymen om koolhydraten af te breken.In rauwe
melk zit vet, dus ook enzymen om vet af te breken. En nu komt het: van
dit vet-enzym, lipase, val je af!! Lipase breekt vet af in je lichaam.
Lipase, het afslankenzym bij uitstek, zit in rauwe melk. Niet in appels
of sla, omdat daar ook geen vet in zit. In Amerika is rauwe melk allang
een hype.
Jan Dirk ging na lange tijd weer rauwe melk drinken. Van onze eigen
koeien natuurlijk, met een vetpercentage van 6,2% (!). Hij viel vijf
kilo af in 6 weken. Ongelooflijk. Gezien ons leeftijdsverschil zou je
kunnen zeggen dat ons huwelijk gebaseerd is op rauwe melk. Ik moet er
niet aan denken, zo'n vieze buik aan mijn man. Je kunt dus best vet
eten, als het maar vers vet is.
Bent u niet zo'n melkdrinker, maar heeft u wel een bierbuik? Geen nood,
er is ook één ongepasteuriseerd bier: Limburgs
Land. En alle wijn is ook ongepasteuriseerd. Het had maar een haartje
gescheeld of alle wijn had ook gepasteuriseerd moeten worden in Europa,
vanwege lysteria (een bacterie), maar in het verleden is dat net goed
gegaan. Ik moet er niet aan denken, gepasteuriseerde wijn, niet te
drinken toch? Ook koudgeslingerde honing en koudgeperste olie zijn
vers, vol enzymen en heel gezond. Ook noten bijvoorbeeld.
De Netwerkjournalist momelde iets over een apart item.
Melkautomaat
Door de rauwe melk hype is er gelukkig een maas in de wet gevonden voor
consumenten die rauwe melk willen drinken. Er zijn vijftien boeren in
Nederland die een rauwemelk-automaat of melktap (of melkdrive) aan de
weg hebben staan. Als u googlet op "melkdrive" of "rauwemelkautomaat"
vindt u er een paar. Je mag als boer dus de rauwe melk niet aan een
winkelier of groothandel verkopen, maar wel direct aan de consument. Er
moet dan een bordje op de melktap hangen, waarop staat dat u de melk
eerst moet koken. Dit bordje is wettelijk verplicht, maar u kunt dit
bordje gewoon negeren!
Maar u kunt natuurlijk ook Remeker eten. Olde Remeker kan ook, alle
lipase zit er na anderhalf jaar nog gewoon in, als u het maar niet
verhit. En al het vet zit er ook nog in! Lekker hoor, 50-plus. U slankt
er van af. Jan Dirk en ik eten met de drie jongsten ruim een kilo
rauwmelkse roomboter in de week, zeker 2 kilo Remeker (50 plus dus), en
15 liter rauwe melk van die 6,2% vet. Het vet om te braden nog niet
meegeteld. Een beetje diëtist gruwelt hiervan, maar het vet is
vers, dus iedereen is gewoon volslank bij ons thuis. Bovendien ben ik
ervan overtuigd dat kinderen vet echt nodig hebben om te groeien, en
dat het heel gezond is.
De nieuwe technieken
We weten niet wanneer Netwerk dit item uitzendt, maar het wordt
augustus. Rest nog de vraag wat die nieuwe pasteurisatietechnieken in
de fabriek nou zijn. Wij wisten het ook niet, maar na enig pluizen in
óns netwerk weten we het wel. Het is bactofugeren. Dat is de
melk door een centrifuge halen, zodat de sporen (bacteriezaadjes) eruit
zijn. En het pasteuriseren zelf gaat tegenwoordig ook anders, je kan
lang bij lage temperatuur pasteuriseren, maar ook kort bij hoge
temperatuur. Kort-hoog heet dat. Uw melk uit een pak is dus eigenlijk
niet vers, maar kort-hoog. Onder boeren wordt het vetloze kort-hoog uit
een pak "Campinawater" genoemd, maar dit terzijde.
De Netwerkjounalist bleef maar doorzagen tegen ons dat fabrieksmelk nu
zo industriëel is, niet vers, niet echt, niet natuurlijk en
hij probeerde ons dat te laten beamen. Volgens mij kon het hem verder
ook geen bal meer schelen wát die nieuwe
pasteurisatietechnieken zijn die de melk 30 dagen houdbaar maken. Hij
wilde gewoon een zwart-wit verhaal neerzetten. Daar had hij ons voor
nodig. Wij gebruikten hem weer om het rauwe melk verhaal eens goed in
te koppen voor een camera, zonder mediatraining, dat wel. Hopenlijk is
de kern van ons verhaal, het afslank-enzym lipase, niet weggeknipt.
Vers vet is gezond! En de hoogleraar zuivel? Tja, wie zwijgt, stemt
toe.
www.netwerk.nl
|
|
|
Juli 2008
De mensen rondom de kaas
Inzet en waardering
Er is weer zoveel gebeurd, vandaar maar een thema deze maand: mensen.
De mensen rondom de kaas. Zonder de mensen geen kaas: personeel,
consumenten, klanten. En de pers was ook heel lief voor ons deze maand.
Personeelsuitje
Allereerst het personeelsuitje. De beste kaas van de wereld wordt
natuurlijk gemaakt door het beste personeel van de wereld. We hebben
vijf partimers: twee kaasmaaksters en drie heren voor de koeien en het
melken. Verder een zaterdaghulp, een huishoudelijke hulp en vier stille
krachten. Die laatsen zijn onze gepensioneerde wederzijdse ouders. De
hoogste tijd om hen eens in het zonnetje te zetten. We maakten een
ballonvaart. Ondertussen was ook Dirk 10 jaar bij ons in dienst, maar
de spandoek aan het ballonmandje, waar dit heugelijke feit op vermeld
was, wapperde steeds voor het uitzicht. Zodoende hebben we de spandoek
weer opgerold en later op de veldschuur gespijkerd. Dirk is onze
dieselmotor, loopt altijd als een zonnetje. Thuis heeft hij een
gangbaar bedrijf, ook met koeien, dus als ik mij krom sta te werken in
de spekwortels, dan zegt hij: "Ik heb er wel wat voor...." Ons
personeel houdt ons scherp als we iets te veel dreigen te gaan zweven.
Maar in het de ballon zweefde het personeel eens lekker hoog met ons
mee.
Open dag
Ook was het laatst open dag van de biologische landbouw. Wij doen dan
altijd mee en ook dit jaar kwam u gezellig langs. Het is altijd weer
inspirerend om consumenten rond te leiden, ze zien zoveel wat wij niet
zien. Maar ze zien ook zoveel nieuwe dingen, waarvan het mij verbaast
dat ze die niet weten. En ze zijn zo netjes en schoon! Soms heb ik zin
om ze allemaal even door het stro in de potstal te laten rollen, maar
ik hou mij in.
Dit jaar was er een kalfje geboren in de wei. Dat was natuurlijk heel
leuk. Consumenten waren heel verbaasd dat het afkalven zomaar in de wei
kan en dat we dat zomaar overlaten aan moeder natuur. Wat dat betreft
is het Jerseyras nog echt natuurlijk. Ze zijn niet zo doorgefokt op
groote, het gaat eigenlijk altijd vanzelf goed. Ze passen bij de
geboorte nog gewoon door het gaatje van de baarmoeder. Als we 100
Holsteinkoeien hadden gehad (de Nederlandse zwart-witte koe), in plaats
van onze 100 Jerseys, dan hadden we 100 bevallingen per jaar moeten
doen, waarvan minstens de helf 's nachts, een aantal met veearts erbij
en een aantal met keizersnee. Nee, geef ons maar de Jersey. Veel
Holsteinboeren hebben een camera in de afkalf-stal, en dan een tv met
beeld naast het bed, zodat ze vanuit bed kunnen zien wanneer ze eruit
moeten om de koe te helpen met kalveren. Jan Dirk had ook zo'n tv naast
het bed en camera in de afkalfstal, omdat hij ook heel vroeger
Holsteinkoeien heeft gehad, maar toen ik de slaapkamer betrok heb ik
die eigenhandig eruit gesloopt. Overbodig. Er zijn zowiezo grenzen.
Ik vroeg aan de excursiegroep bij het pas geboren stiertje: "Weten
jullie nu wat een boer als eerste doet?" "Kijken wat het is," zei een
slimmerik. "Inderdaad, nou kijken jullie maar eens." Niemand durfde,
dus toen voelde ik tussen de achterpoten, en helaas, twee balletjes. De
keiharde werkelijkheid drong door tot de consumenten. Aan het eind van
de dag, bij de vierde excursiegroep moesten we het stiertje meenemen
naar de stal, samen met de koeien die gemolken moesten worden. Ik droeg
het dier in mijn armen, en...dat doen ze nou nooit... hij begon te
zeiken. Dát vond ik zelf ook wel een beetje vies.
De open dag van de biologische landbouw is altijd in het derde weekend
van juni. Mocht u het dit jaar gemist hebben.
Chris uit Engeland
Verder hebben wij één klant in Engeland, Chris.
Hij staat op de boerenmarkt in Londen waar Jamie Oliver ook inkopen
doet!! Bij hoog en bij laag wilde Chris onze kaas inzenden voor een
wedstrijd. Het is namelijk zo dat alle Jerseyboeren over de wereld
iedere drie jaar bij elkaar komen op het Wereld Jersey Congres, en dat
was dit jaar op het eiland Jersey, dus in Engeland. Dit jaar was er ook
een kaaswedstrijd georganiseerd voor kaas gemaakt van Jerseymelk. Chris
wilde de inzending wel verzorgen, alle formulieren invullen, kaas
opsturen, ect. Afijn, de Olde Remeker won in eigen categorie (harde
kaas-kleine producent) en daarna van de winnaars van alle
categoriën zodat zij werd uitgeroepen tot "World's Best Jersey
Cheese". We waren ontzettend blij. Het was zelfs op de BBC! Helaas had
Chris alleen de naam van Jan Dirk vermeld op het inschrijfformulier,
zodat deze prijs op het thuisfront weer bijna een echtscheiding
veroorzaakte. Gelukkig kon dit rechtgezet worden en op de oorkonde die
we thuisgestuurd kregen, stonden onze namen weer gebroederlijk naast
elkaar.
World's Best What?
Wat zegt dat nu eigenlijk, "World's Best Jersey Cheese"? Jerseys zijn
in aantal het tweede ras in de wereld. Vooral Nieuw Zeeland,
Australië, Canada, Zuid Afrika en Denemarken huizen veel
Jerseykoeien. Maar dat neemt niet weg dat grofweg 70-80% van alle
koeien op aarde een Holstein Frisian is, de Nederlandse zwart-witte
koe, in zijn oorspronkelijke vorm uit Friesland. Die Friezen toch, dat
waren goeie fokkers. Laten we zeggen dat 15 % van de koeien in de
wereld een Jersey is en de rest is "overig".
Toegegeven, een Holstein geeft meer melk dan een Jersey, maar vraag
niet wat voor melk en vraag niet hoe. Wij zijn dermate liefhebber van
de Jersey, dat wij niet snel een genuanceerde uitspraak doen over
Holsteins. Van al die Holsteinmelk wordt natuurlijk ook ondanks alles
toch nog wel veel goeie kaas gemaakt, zolang de melk maar niet
gepasteuriseerd wordt. Zelfs Holsteinmelk moet je niet pasteuriseren.
Maar van Holsteinmelk kun je, met alle respect, nooit een lekkerdere
kaas maken dan dat je met Jerseymelk kunt maken. Dus, nouja, trekt u
zelf uw conclusie.
Jeroen Thijssen
Als klapper op de vuurpijl bij dit alles, kwam Jeroen Thijssen langs.
Onze held! Gewoon toevallig, omdat het open dag van de biologische
landbouw was, wilde hij een biologisch kaasje scoren. Jeroen Thijssen
is culinair journalist, een soort Michelin-man voor gewone huisvrouwen.
Hij deinst er niet voor terug om ook kliekjes, babyvoeding,
slachtafval, kattenvoer en het Mac Momentje te proeven. Mocht hij ooit
nog eens seizoensgebonden schoonmaakmiddelen aan een culinaire test
onderwerpen, dan zal ik zijn vakkundig oordeel zeker meenemen bij de
eerstkomende voorjaars-, dan wel najaarsschoonmaak.
|

Dirk 10 jaar bij ons in dienst.

Het voltallig personeel en "stille krachten", alleen mijn schoonmoeder
ontbreekt, met champagne na de ballonvaart.

Het bedrijf.

U kwam langs op de open dag.
Dus besloeg een halve pagina in Trouw een verhaal van Jeroens bezoek
aan onze boerderij. Het behaalde wereldkampioenschap haalde zodoende
zelfs de Nederlandse pers. En...hij vond de kaas lekker. Toch jammer
dat die Michelin-achtige types altijd stiekem komen. We hadden hem
graag gefeteerd op een kopje koffie, wat hij hopenlijk niet zwart
drinkt, want wij doen altijd onze eigen melk in de koffie, met een
temperatuur van precies 70 graden. De thermometer hangt boven het
melkpannetje. Die 70 is nog twee graden onder de temperatuur waarop
gepasteuriseerd wordt. En dat proef je! Tel er de rauwmelkse boter bij
op, op een koek gebakken door een bevriende boerin...
De kredietadviseur
Mijn schoonvader was zo trots over het wereldkampioenschap, dat hij De
Lunterse Krant belde. De betere krant van het dorp, die gerust opent
met het nieuwe kapsel van de kassiere bij de verdwenen Edah. Dat
leverde een bos bloemen op van de lokale Rabobank, die als een soort
lege huls na de klapper naar beneden kwam vallen. Ik slaakte een kreet,
het was echt een hele dure bos. Het geeft weer een hele andere kijk op
onze kredietadviseur. "Krijgen we nu ook korting?" vroeg Jan Dirk. Ik
krijg nooit bloemen van mijn eigen man. Het toeval wilde dat onze
financiering net ververst moest worden. Dat moet zo eens in de drie
à vijf à tien jaar. We hadden net een concept
voor de financiering getekend, gekozen voor drie jaar vaste rente. Toen
vier weken later de kredietadviseur terug kwam, met het definitieve
document, was de rente ondertussen 0,55 % gestegen! Wij wisten niet
welke rente nu ging gelden, maar hier liet vadertje Rabobank zich van
zijn rechtvaardige kant zien: de handtekening van het concept telde.
Voor ons gevoel was de korting dus behoorlijk. De mensen van de
Rabobank staan eigenlijk niet rondom de kaas, het zijn meer de mensen
ín de kaas. Voorlopig zitten we weer drie jaar vast. En
klaagt u alstublieft niet als het regent, want het is weer een droog
jaar, vooral in het noorden. Sommige gewassen staan er slecht bij. Dat
heeft direct invloed op de prijzen, dus op de inflatie, dus op de rente.
Bouillon
In deze volkomen roes konden we ook nog invoegen in het
Bouillonfeestje. Bouillon is een grappig en culinair blad, voor mensen
die goed kunnen proeven. Bouillon bestaat 5 jaar en als ambassadeur van
Bouillon waren we uitgenodigd bij dit jubileum. Er waren schrijvers,
grote koks en andere smaak- en eet-ondernemers. Wij begeven ons zelden
in dergelijke chique gezelschappen, maar het ging gelukkig goed. Als
boeren waren we niet heel vreemd. Er liep een soort vleesgeworden
voedsel-encyclopedie rond, die kaas had meegenomen die hij af en toe
"uit moest laten". Kaas als huisdier. Er zaten maden in de kaas, dat
was ook de bedoeling, en als die vlieg geworden waren, moest hij af en
toe het dekseltje van de kaas halen, om de vliegen eruit te laten. Want
vliegen in de kaas, dat gaf geen pas. De kaas was wel lekker.., maar
toch vonden we niet dat we het Remeker-recept nu moeten aanpassen.
We genoten van het feestje en de mensen en zijn blij dat we onze
smaak-missie met Bouillon kunnen delen.
www.vanhartenballonvaarten.nl
www.jerseycheese.com
http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/europe/jersey/7418493.stm
www.bouillonmagazine.nl
|
|
|
Juni 2008
Spekwortels steken
Bestijdingsmiddelen taboe
Wie werkt volgens de biologische landbouwmethode mag geen
bestrijdingsmiddelen gebruiken. Nogal wiedes, met de nadruk op dat
"wied". Er moet gewied worden. Bestrijdingsmiddelen worden in de
gangbare landbouw gebruikt tegen insecten (insecticiden), schimmels
(fungiciden) en onkruid (herbiciden) in een gewas. Wij telen zelf geen
granen, mais of zaden, maar kopen dat aan. Het enige wat wij zelf op
het land hebben is gras. In gras heb je geen last van insecten, weinig
last van schimmels en weinig last van onkruid. Als melkveehouder is het
wat bestijdingsmiddelen betreft (er zijn wel andere hobbels) niet heel
moeilijk om om te schakelen naar de biologische landbouwmethode. Er is
alleen één grote maar, dat is de zogenaamde
spekwortel. Een onkruidje dat de koeien echt niet eten, en dat je dus
niet mag wegspuiten, niet volvelds met de tractor of met een vliegtuig,
ook niet met het "rugketeltje" (alleen lokaal op het onkruidplantje
zelf spuiten), gewoon helemaal niet. Nada. Punt uit. Je bent biologisch
of je bent het niet.
De spekwortel
De spekwortel is officieel ridderzuring. Het is gewoon een onkruid,
ziet er ook als zodanig uit en heeft een dikke spekachtige wortel.
Hoewel het moeilijker uit de grond te halen is dan een truffel, heeft
de spekwortel geen enkele culinaire waarde. Zelfs Johnnie Boer kan er
geen patat van bakken. Het is ook geen vergeten groente. Misschien dat
men in de oorlog wel spekwortels heeft gegeten, en is daardoor meer een
verdrongen groente. Je kan dus ook geen Slowfood freak zo gek krijgen
om ze gratis uit de grond te komen steken. Het is gewoon werk, veel
werk om de spekwortels uit de grond te krijgen, handmatig, met het
schopje. Waarom biologische producten zo duur zijn? Er zitten gewoon
veel handwerkuren in. Van de baas zelf wel te verstaan, want het
personeel komt hier niet aan toe.
Herbicide
Het herbicide dat gangbaar tegen de spekwortel wordt ingezet is MCPA.
Er zijn contactherbiciden (werken d.m.v. contact, waar de plant geraakt
wordt gaat hij dood), groeistofherbiciden (verstoren de
hormoonhuishouding van de plant), bodemherbiciden (op de bodem spuiten
zodat planten niet kunnen kiemen) en systemische herbiciden (inname via
blad, plant verspreidt ze in zichzelf en gaat dan dood). MCPA is een
groeistofherbicide en werkt dus op de hormonen van een plant. Te koop
in producten met namen als Agrichim MCPA (waarschijnlijk een pure
variant, niet in combinatie met andere herbiciden), Agroxyl, Euroxone,
Hedonal M Forte (die klinkt goed), Herbivit (naam met humorvolle
parodie erin), Hormonex en Luxan MCPA. Volgens internet is MCPA
"mogelijk" schadelijk voor de voortplanting en de ontwikkeling van de
mens. Ik kan nooit zo goed uit de voeten met dat "mogelijk" in
wetenschappelijke literatuur. Roken was ook heel lang "mogelijk"
schadelijk voor de gezondheid, omdat niets 100% uitgesloten kan worden
in theorie. Daar hebt u niet zoveel aan als de bulten u in de longen
staan. Tegenwoordig is roken wel officieel dodelijk.
Overige middelen
Naast MCPA kun je ook MCPP gebruiken, een zusje van MCPA. Daar is
helemaal iets grappigs mee aan de hand. Het bevoegde comité
van de Europese Commissie heeft besloten dat er bij dit middel geen
verhoogde kans op kanker is. Er is een aanwijzing, bij muizen gaf het
in hoogste dosis een verhoogd voorkomen van levertumor, maar geen
voldoende bewijs. Mocht ik het ook nog eens tot dat comité
schoppen, dan zou ik een aanwijzing al voldoende vinden. Maar dat is
mijn mening, als biologisch boerin ben ik verre van objectief. We
hebben hier te maken met een "objectief besluit". Een contradictio in
terminus. Juist daarom ben ik biologisch boerin geworden, ik zie geen
objectiviteit in dergelijke commités. Dus wat is er dan
eerder, de kip of het ei?
Ik ben geen wetenschappelijk onderzoeker, niet objectief en niet
subjectief. Ik ken alleen de lucht van vroeger, van de
bestrijdingsmiddelenkast van mijn vader, een tuinder. Ik weet genoeg.
Bestrijdingsmiddelen (insecticiden, fungiciden en herbiciden) zijn in
de landbouw heel gewoon, gangbaar worden in bijna alle gewassen tijdens
de groei meerdere middelen ingezet. Er zijn honderden middelen, in
Nederland wordt er over het algemeen netjes mee omgegaan, maar het zit
wel in uw eten.
Er hoeft niets over bestrijdingsmiddelengebruik op de verpakking te
staan van het eindproduct, en dat staat er dus ook niet. Reken maar van
yes dat het gebruikt is als u gangbaar voedsel koopt. Denk dan niet
alleen aan iets groens zoals sla, maar ook aan de tarwe in spagetti, of
aan vlees, of suiker in uw snoepgoed, aan chips. Al het voedsel is
gemaakt van iets dat van het land komt en geteelt is door een boer.
Vrijwel al het gangbare voedsel bevat residuen. Netjes onder de
objective normen.
Tegen spekwortels kun je ook nog azimsulfuron, glyfosaat (Roundup),
fusilade en fervinal gebruiken. Het kan allemaal in
hééééle kleine beetjes
ronddobberen in uw melk. De risico's van deze stoffen kunt u vinden op
de Internationale Chemische Veiligheidkaart (International Chemical
Safety Card). Kijk daar heb je het alweer, weer zo'n misleidend woord:
veiligheidskaart. Daar wordt ik nou kriegel van, en heb de schijn van
subjectiviteit dan natuurlijk meteen tegen mij. Noem dat dan
risicokaart. Bij zo'n benaming weet ik alweer genoeg.
Een bespoten
spekwortel
Het toeval wil dat ik laatst een bespoten spekwortel heb gezien. We
gingen naar de nieuwe sauna bij Apeldoorn, Thermen Bussloo. De
aankleding is boeddhistisch, met bij de ingang een boeddha bovenop de
kassa. Die plek voor boeddha belooft bij binnenkomst weinig begrip van
de boeddhistische traditie, maar dat valt reuze mee. Er was een
meditatieruimte, helaas achterin de gang van de Beauty, zodat je je
eerst door een haag van parfum heen moet werken. Geef mij dan maar weer
die kast met je weet wel. Maargoed, we werden ook aangenaam verrast
door een biologische keuken, alhoewel biologisch niet per definitie
boeddhistisch is. Er was een klankschalen sauna, waar een zweverige
50'plusser een aufguss gaf met klankschalen. Én er was een
Zentuin. Ik wist niet dat ik iets met Zen had, maar de tuin ademde
werkelijk een bijzondere sfeer. Er was een onhoorbare toon die je
raakte. Juist hier, uitgerekend op deze plek, stonden her en der in het
strakgemaaide gazongedeelte een aantal bespoten spekwortels. Het zag er
zo naargeestig mismaakt uit, dat ik mij afvroeg hoe dat kon bestaan in
de tuin van Zen. Normaal is een spekwortel een stengel recht naar
boven, maar nu was de stengel gespleten in driëen of in
vieren, en kronkelde krullend over de grond, nog wel in leven en iets
lichter groen dan normaal. Moderne marteling op oorlogsniveau. "Kijk,
een spekwortel" zei Jan Dirk, "die is bespoten met MCPA". Mijn man
heeft ook een gangbaar verleden.
|

Spekwortel nog in volle glorie.

Een omgespit exemplaar, marteling minder subtiel.
Biologisch boerin, duidelijk herkenbaar aan het schopje.

Noeste arbeid.
Nieuwsgierig jongvee snuffelt, maar opeten homaar.
Het is echt gebeurd. Vraagt u
maar na, mocht u er eens terecht komen, wat ze in het Zengazon toch
gebruiken. Missschien helpt het. Bij de kassa keek de boeddha mij
dermate indringend aan dat ik er wel een opmerking over moest maken
toen mij gevraagd werd of alles naar wens was.
Geschrokken zaten we de volgende keer weer gewoon in onze goeie oude
vertrouwde sauna De Veluwe in Lunteren, dan maar geen biologische
keuken.
Spekwortels steken
Bij ons op de boerderij niets van dit alles. Geen
bestrijdingsmiddelenkast te bekennen. De spekwortels worden handmatig
met het schopje uitgestoken. We hebben één
weiland waar heel veel spekwortels staan, en ieder jaar voor ze zaad
dragen, maaien we ze af. We hebben er nooit tijd voor. Maar daardoor
ontwikkelen de wortels van de spekwortels zich steeds verder. Dit jaar
ga ik aan de slag. Na een dagje spekwortels steken, kun je je de
"eureka!" bij de uitvinding van het eerste bestrijdingsmiddel wel
voorstellen, maar na nog wat dagen flink doorwerken kom je daar wel
overheen. Je voelt je steeds gezonder worden. Voor de boer en boerin
zijn het risico van het gebruik van de bestrijdingsmiddelen natuurlijk
het grootst, dus dank u wel, ook namens mijn man en onze in totaal
zeven kinderen, dat u zo vriendelijk bent om biologisch te eten.
www.slowfood.nl
www.thermenbussloo.nl
www.saunadeveluwe.nl
|
|
|
Mei 2008
Twee interviews
Bijzonder
Vrouwen hebben de naam, maar ondertussen. Mijn man voelt zich vaak
onbegrepen. In de maand mei deden we twee intervieuws met twee totaal
verschillende bladen, die allebei een stukje van de keten beslaan,
waarbij het ons moeilijk viel om onszelf in zijn geheel uit te leggen.
Melkvee magazine
Melkvee magazine is een vakblad voor melkveehouders. Het is enigszins
verlicht, net even wat meer dan de gangbare blablabla. Vanalles over
koeien. U zou het voor de grap eens moeten inkijken, er gaat werkelijk
een wereld voor u open. "Nieuwe kans voor automatisch dippen" kopt een
artikel. Wij hebben zelfs nog nooit handmatig gedipt, maar dat
terzijde. De spenen van alle koeien dippen met jodium na het melken, om
uierontsteking te voorkomen, kan nu ook automatisch. Slechts een residu
van 155 microgram jodium in de melk, tov de 111 microgram van het oude
systeem. Dat ligt ver onder de norm. Tja, de tijd dat de boer zijn
Bessie met een emmer voerde is voorbij volgens de Landbouwuniversiteit,
tegenwoordig het Wageningen University and Research centre. Ik ben er
zowiezo voorstander van dat iedere melkdrinker eens een poosje onze
vakliteratuur leest om een indruk te krijgen van wat er zoal
ronddobbert in de melk. Dan zou u weten dat de KI-samen nu ook gesext
sperma heeft van Thunder. Dus van Thunder geen zonen meer, alleen nog
maar dochters. Tja, daar hoor je de Christen Unie niet over in de
tweede kamer.
Afijn, de journalist van Melkvee Maganzine zou meeëten, dat
scheelt weer tijd, en zodoende kon hij meteen de kaas proeven op een
boterhammetje. Helaas wist hij niet wat boerenkaas was, en legde we hem
uit dat boerenkaas gemaakt wordt van ongepasteuriseerde melk. Dat vond
hij heel interessant. "Maakt u ook kruidenkaas?" Misschien hadden we
wat eerder naar achteren moeten lopen. "Achter" is de stal. Daar had
hij meer kaas van gegeten. We raakten niet uitgepraat met hem, en hier
herkende de journalist wel de fijne kneepjes van het vak.
Antibioticavrij? De beste man sloeg stijl achterover. Kalfjes bij de
moeder, bijna geen mais in het rantsoen, de graanmolen, de unieke
potstal, "Maar 55 cm diep?". En de gezondheid van het vee, dat viel
zijn geoefend oog meteen op. En dan die horens op de koeien, werkelijk
grappig. Natuurlijke dekking? Wel, wel, wat een toestand. Al met al
werd het toch nog gezellig en verscheen er een leuk artikel over ons
bedrijf in Melkvee magazine.
Bouillon
Ook Bouillon kwam langs. Een erg leuk blaadje. Het is een soort "Elle
koken", maar dan beter en echter. Voor de oprecht betwetende culinairo
die alweer beyond and back is van Slowfood. Hoofdredacteur Will Jansen
himself stond op de stoep, samen met zijn vrouw. Ik ben haar naam even
kwijt helaas, maar het was niet mevrouw Jansen. Knappe man had zij,
beetje Jan Dirk's leeftijd. En hij wist werkelijk alles over kaas. Nog
meer dan Jan Dirk. Hij ging helemaal out over zuursels: de landlord een
zuursel uit 1900? Bouillon moest nodig eens naar Engeland. Stremsels:
niet vegetarisch gelukkig. De luchtvochtigheid in het pakhuis zo hoog?
Ongelooflijk. Coccen, streptoccocen, wat kazen maar kan maken en
breken, hij wist er alles van. En.. hij en zij konden heel goed
proeven. Er zijn maar weinig mensen die dat nog kunnen vandaag de dag.
Gewoon knappe mensen. Maar toen we "naar achteren" liepen, de stal in,
werd de boer in hen niet meteen wakker.
|

Het doet ons, vanuit ónze berperkte blik altijd zeer dat een
groot gedeelte van de mensheid de boer in zichtzelf kwijt is. Hoe
interessant deze journalisten het verhaal achter de kaas ook vonden, en
hoe blij wij ook waren met hun waardering, écht beoordelen
konden ze dat verhaal niet. Wat we ook vertelden over de mest, het
bodemleven, het grasland, de koeien, het ras, het rantsoen, en de melk,
ze vonden alles even prachtig. We wijsden aan waar de stier stond en
waarachies, ze zagen een verschil met de koeien. Hét
ingrediënt van kaas, de melk, waarom die nou zo lekker is, ja,
dat kun je alleen maar delen met Melkvee Magazine. Maar die kunnen weer
niet proeven dat de kaas lekker is en gedragen zich als een
porseleinkast met een olifant erin als ze de Remeker proeven.
De crux
Maar het geheel van die twee werelden zien, dat is de crux. Onze melk
kan zichzelf blijven in de kaas en de kaas spiegelt de melk terug. Als
mensen niet meer weten hoe voedsel gemaakt wordt, hetzij niet weten hoe
koeien melk produceren, hetzij niet weten hoe kaas ongepasteuriseerd
gemaakt kan worden, kan de reclame zijn gang gaan, en consumeren mensen
terwijl ze hun roer kwijt zijn. Daar gaat de wereld natuurlijk nog eens
aan ten onder. Maargoed, er is gelukkig hoop, want goed proeven, dat is
een soort van voelen. Je intuïtie wordt aangesproken, en je
weet of iets goed voor je is of niet. En je weet of er een goede
intentie achter het voedsel zit. Kijk, en daarin waren de
Bouillonjournalisten heel goed in geoefend en het was leuk om dat met
hen te delen. Beyond Slowfood? Dat zweeft gewoon een beetje. Ik ben
benieuwd naar het artikel.
Genoeg
Gelukkig heeft mijn man wel een vrouw die hem begrijpt. Omdat ik niet
zeker weet of hij mij begrijpt, neem ik het zekere voor het onzekere en
lees ik "Genoeg". Het blad waar ik mijzelf door begrijp. Dit blad is
voor mensen die winkelen minder leuk vinden als de keukenvloer dweilen.
Lekker met blote voeten door de groene zeep glibberen. Voor mensen die
gewoon alleen willen kopen wat ze nodig hebben, omdat ze van zichzelf
al enigszins gelukkig zijn. En daardoor altijd genoeg geld hebben, en
daar weer gelukkiger van worden. En gewoon genieten van simpele dingen
in het leven. Er stond eens een recept in dit blad voor
ruitenwisservloeistof. Het bijvullen van de ruitenwisservloeistof
besteed ik helaas nogsteeds uit, maar verder is het qua lifestyle heel
herkenbaar. Deze maand met een artikel over de balans tussen werk en
privé: "Hard werken is niet nodig". Misschien moet ik de
Genoeg deze maand eens achteloos laten slingeren tussen de
vakliteratuur van Jan Dirk.
www.melkveemagazine.nl
www.bouillonmagazine.nl
www.genoeg.nl
|
|
|
April 2008
De koeien gaan naar buiten
De wei in!!
Ieder jaar, zo rond half april is de lange stalwinter voor de koeien
voorbij. Het kuilgras komt hen zo langzamerhand de neus uit, hoewel het
oprispen van voedsel voor koeien natuurlijk heel normaal is, dat heet
herkauwen.
De koeien verlangen naar gras, vers gras, grazen, grazen. Ze willen de
stalpoten strekken en lekker crossen. Ze willen buitenlucht, zon of
bewolking, als het maar niet regent. Regen, daar houden de dames niet
van, dan zijn ze zo weer binnen.
Waarom mogen ze in de winter eigenlijk ook niet even gewoon naar
buiten, vraagt u zich af. Tja, ze lopen dan de bodem kapot, omdat het
land te nat is. En er groeit geen gras, dus als ze gaan grazen, dan
grazen ze het gras kapot. Ze moeten gewoon wachten. En kuilgras eten,
wat in de zomer van het land is gewonnen. Vijf lange maanden lang.
Binnen zitten.
Huisvesting
Gelukkig hebben we in de nieuwe stal de muren eruit gehaald, dus het
probleem is bij onze koeien betrekkelijk. Ze zien de zon gaan en komen,
en dat bevalt ze wel. Koeien willen helemaal geen huis, maar omdat ze
niet van regen houden vinden ze een dak wel prettig. Dus daarom hebben
we het zo geregeld in de nieuwe stal: geen muren, wel een dak.
17 April
Dit jaar was het donderdag 17 april dat het gras lang genoeg was om de
koeien te laten grazen. Het was lekker weer en de dames stoven
ervandoor toen het hekje los werd gezet.
Deense Dames
Twee jaar geleden hadden we 10 drachtige vaarzen (een soort van
zwangere koe-pubers) gekocht in Denemarken. We hadden problemen in de
opfok van jongvee, dus we kwamen koeien tekort. Twee vaarzen kwamen van
een Deens bedrijf waar de koeien helemaal niet meer naar buiten
mochten. Deze dames hadden nog nooit vers gras gezien, en wat bleek??
Ze durfden niet naar buiten! Ongelooflijk. Jan Dirk zei: "nu begrijp ik
al die boeren die de koeien binnen houden en zeggen dat de ze niet naar
buiten willen." Ze durven niet, ze weten niet wat het is, ze zijn er
nog nooit geweest. Na enig duwen en petsen kregen we de dames eruit, en
begon ook voor hen een feestje. Ze lustten zelfs gras!
Varkens en kippen
De Nederlandse varkens en kippen "willen" ook al niet meer naar buiten,
alleen de biologische, die willen nog wel. Ze moeten wel, volgens de
regelgeving van de biologische landbouwmethoden, gecontroleerd en
gecertificeerd door Skal.
In de kippen is daar ook een probleem, omdat de opfok van legkippen
(nog) niet biologisch hoeft. Dus de biologische kippenboer koopt de
kippen van de gangbare kippen-opfokker (waar de kuikens groeien tot
kip, dat zijn gespecialiseerde bedrijven,) en wat blijkt weer: deze
kippen, eenmaal aangekomen in een biologische stal, willen helemaal
niet naar buiten, want daar zijn ze dus nog nooit geweest. Sommige
koppels kippen gaan dan dus ook echt niet naar buiten, terwijl het
hekje los staat. De omgekeerde wereld op zijn kop, tja, klopt het dan
wel of klopt het dan niet?
Koeien
De gangbare Nederlandse koe verdwijnt ook naar binnen. Boeren die
uitbereiden kiezen ervoor, het is gewoon goedkoper. De mestwetgeving is
streng, mest afvoeren kost veel geld (18 euro per kuub), en als je de
koeien binnen houdt, kun je efficiënter bemesten. Al die
flatsen in het land, dat geeft tenslotte alleen maar rommel. Je kunt
ook efficiënter voeren. En het scheelt tijd, je hoeft de
koeien niet uit het land te halen. En alles moet nou eenmaal voor de
laagste prijs in de supermarkt, dus ja, dat heeft zo zijn prijs.
De weidemelk van Campina is al geflopt. Weidemelk was gewoon te koop in
de supermarkt. Het is melk van gangbare boeren, die wel wilden
beweiden, maar daar de consument aan mee wilde laten betalen. Weidemelk
werd zelfs echt gescheiden opgehaald door Campina, wat een kosten
werden daarvoor gemaakt. Maar het werd helaas niet verkocht. Tja, dan
houdt het ook op.
|



De gangbare koeien, die gaan langzaamaan naar binnen. Het is de gang
die de gangbare kippen en varkens in het verleden ook gemaakt hebben.
Binnenkort zeggen ook de gangbare koeienboeren: mijn koeien willen niet
naar buiten.
Biologische koeien, kippen en varkens, die moeten
verplicht naar buiten. Dus beste consumenten, hou in hemelsnaam op met
al die acties voor koeien in de wei, te hypocriet voor woorden, en koop
gewoon biologische melk. Dat is wel iets duurder ja. Boter bij de vis.
Een als u vlees eet, doe dat dan ook eens biologisch. Schrikbarend duur
hè. Maarja, u bent gewoon verwent met gangbare prijzen. Daar
betalen de dieren aan mee.
Naar buiten!
Koeien die niet naar buiten willen? Laat u niets wijs maken. En laat u
de graskaas lekker smaken.
|
|
|
Maart 2008
Mueslimolen voor de koeien
Muesli voor de koeien
Naast gras en mais eten koeien ook zogenaamd "krachtvoer". Dit wordt
normaal geleverd door een mengvoerfabrikant, meestal in de vorm van
brokjes. Voor de brokjes wordt een product gedroogd, gemalen en weer
geperst tot brok. Het kan werkelijk van alles zijn, de brokjes zijn
altijd groen. Wij willen dit graag meer in eigen hand en verser en om
die reden hebben we een graanpletter gekocht. We zijn er helemaal mee
in onze nopjes en de koeien ook. Het is een soort van mueslimolen die
elke ochtend in een half uurtje de gerst, rogge, lupine, lijnzaad en
maiskorrels, die we in silo's op voorraad houden, vers plet. Helemaal
automatisch ingesteld, je hoort hem 's morgens vroeg gezellig pruttelen
vanuit je bed.
Wat eten koeien
Koeien eten natuurlijk gras. In de zomer halen ze dat uit de wei, in de
winter eten ze ingekuild gras, omdat het gras op het land dan niet wil
groeien. Uw grasmaaier staat dan tenslotte ook voor een paar maanden
werkeloos in de schuur. En de voerkosten van uw konijn lopen in de
winter op, omdat u uw zomerse gazongras in de GFT-bak aan de vuilnisman
heeft meegeven. Tja, zo diep kan de mensheid zinken.
Ingekuild gras is gras dat bewaard kan worden. Het wordt op dezelfde
manier gemaakt als zuurkool: het wordt luchtdicht opgeslagen, het zuurt
dan vanzelf iets aan, en je kan het op die manier lang bewaren. In de
zomer wordt dit gras geoogst en ingekuild, in de winter wordt het dan
gevoerd aan de koeien.
Op dezelfde manier wordt ook mais ingekuild. De hele maisplant wordt in
kleine stukjes gesneden, inclusief de maiskolf. De maiskorrels worden
in één moeite door dan ook geplet. Luchtdicht
opgeslagen onder zwart plastic zuurt ook deze mais iets aan alsof het
zuurkool is en is dan lang houdbaar. Deze ingekuilde mais heet
"snijmais". Koeien eten dit het jaar rond.
Verder kun je allerlei bijproducten voor de koeien verzinnen, als het
totale ranstoen maar voldoende eiwit bevat. De bijproducten noem je
krachtvoer: granen (bijvoorbeeld tarwe, gerst, rogge), peulvruchten
(lupine, lucerne) of andere zaden (lijnzaad, maiskorrels), en ook
restproducten zoals sesamschilfers en aardappelvezels (die ook gebruikt
worden om de ingekuilde mais af te dekken), of nog andere gewassen
zoals suikerbieten.
Alle bijproducten kunnen ook in de vorm van brokjes worden geleverd. Je
kan na een beetje zeuren bij de mengvoerfabrikant wel een
ingrediëntenlijst krijgen, maar of je ook precies bij allemaal
kan achterhalen hoeveel van wat waar inzit, dat blijft toch iets
onduidelijk. Het zijn recepten, en die geeft men niet graag prijs. De
samenstelling van een brok kan ook iets variëren, afhankelijk
van de inkoopsprijzen van de grondstoffen. Het klinkt allemaal wel heel
goed met namen als: A-brok, Melkveebrok Optimaal, Mengmix Proferm,
Glucostartbrok, Productiebrok Plus of Lactatiestart Bingo.
Altijd krijg je de voorlichter c/q vertegenwoordiger van de
mengvoerfabrikant er gratis bij. Hij vraagt wat je zelf voert, en
adviseert daar een brokje bij. Het basisingrediënt van brok
zou graan of peulvrucht moeten zijn, maar omdat de brokjes toch altijd
groen zijn, kan de mengvoerfabrikant alle kanten op. Er zit soms ook
gewoon gras in de brokjes, dat schiet lekker op. Gemaaid, gedroogd,
gemalen en geperst, terwijl de koe het zelf uit de wei kan halen.
Grazen noemt men dat.
Cees Kruyt
Als rots in de branding, de schouder waar wij eens snikkend op
uithuilden, is er gelukkig Cees Kruyt. Dé biologische
mengvoeder. Een wandelende graan-, peulvruchten en zadenecyclopedie,
die ook nog eens alles kan leveren voor schappelijke prijzen en
gegarandeerd biologisch. Bevlogen ook, en bijna of helemaal
gepensioneerd. In iedergeval nadert hij de 80 levensjaren. Zijn kennis
en ervaring zijn van onschatbare waarde. Bovendien is alles openbaar,
zijn recepten liggen gewoon op straat.
Vers krachtvoer
Maar wat Cees Kruyt dus niet kan, is élke dag al het
krachtvoer vers geplet komen brengen. Hele zaden zijn lang houdbaar,
maar ook onverteerbaar voor koeien. Je vindt de korrels helemaal heel
terug in de mest. Dus ze moeten geplet worden. Maar dan komt er ook
iets vocht vrij, en dat kan gaan schimmelen. Vandaar de uitvinding van
brokjes: drogen, malen en persen. Dit is echter een dermate grove
bewerking van het koeienvoer, soep uit een zakje is er niets bij. Door
verhitting gaan alle enzymen verloren, wellicht ook de vitaminen, en in
ieder geval de x-factor. Er gaat niets boven vers.
Cees heeft ook biologische brokjes, maar die wilden wij niet. Dus
bracht Cees Kruyt het slechts geplette en gemengde krachvoer in zakken
van 25 kg, het ligt een tijdje, de smaak gaat verloren, het gaat soms
schimmelen, en de koeien vreten het niet goed op. Afijn, we konden niet
anders dan hier zelf mee aan de slag: een graanpletter, een heuse
mueslimolen, op het eigen erf.
Wat we pletten
We voeren vijf producten die geplet worden door de graanpletter. Dit
zijn tarwe, rogge, lupine, maiskorrels en lijnzaad. Elke dag wordt een
hoeveelheid precies afgewogen uit de vijf verschillende silo's en
geplet door de graanpletter. Door het pletten breekt de korrel open,
het iets vochtige binnenste wordt bereikbaar voor vertering.
We kunnen zo ook heel goed sturen in het rantsoen. Hiervoor letten we
goed op de mest van de koeien. Als de mest te dun is voeren we extra
koolhydraten: maiskorrels, gerst of rogge. Als de mest te dik is voeren
we extra eiwitten: lupine. Het lijnzaad voeren we voor de gezondheid
van de koeien.
Het geplette graan wordt samen met het kuilgras gemengd in de
voermengwagen en dan uitgereden voor het voerhek.
|
De mueslimolen.
Uit de vijf buizen bovenin
komen granen en peulvruchten, geplet door de gele graanpletter, in de
rode voermengwagen.
De silo's met tarwe, rogge,
lupine, maiskorrels en lijnzaad id over een bodem vol gezelligheid.

Het voer voor het voerhek.
En Cees dan?
Nu wij onze eigen graanpletter hebben, ons eigen kleine
mengvoerfabriekje, bestellen we minder bij Cees. Maar onze relatieve
onafhankelijkheid stoort hem niet. Open deelt hij zijn keukengeheimen
en leert ons de basis van het mengvoeden: staat het wel goed afgesteld,
zou je niet wat meer dit, iets minder dat… Verder kent hij
de markt op zijn duimpje. Prijs en kwaliteit zijn op elkaar afgesteld
en worden openlijk gecommuniceerd. Door de gekte op de biologische
eiermarkt is er een schreeuwend tekort aan maiskorrels. Er zijn hier
geen maiskorrels meer te koop. Nee, komen de maiskorrels uit China!
Cees vertelt het hele verhaal. Het blijkt dat de koeien ook best
Chinees lusten.
De uitdaging
Als hoofdmenu krijgen de koeien bij ons gras. In de winter uit de kuil
(kuilgras) en in de zomer grazen ze in de wei. Snijmais voeren we
liever niet. U kent ons compromis met snijmais (zie december 2007),
tegen wil en dank voerden we snijmais, omdat de koeien er nou eenmaal
melk van geven. We zien snijmais als een soort fastfood, waardoor
koeien moeten inleveren op hun gezondheid. Het komt omdat de snijmais
niet in de pens wordt verteerd, één van de vier
magen van de koe, maar in de darmen. Daardoor belast het de koe.
Normaal geven boeren wel tot 50 % snijmais in het rantsoen. Dus half
gras en half snijmais en dan nog wat krachtvoer.
Door de korrels mais die we nu kunnen geven met de graanpletter, hebben
we de snijmais voorlopig helemaal kunnen schrappen. Maar de uitdaging
is of dit ook lukt in de herfst. Dan is het gras dat de koeien grazen
in de wei zó eiwitrijk, dat je wellicht niet zonder snijmais
kunt. We zullen zien, we gaan het in ieder geval proberen, maar hebben
voor de zekerheid nog wel een klein maiskuiltje (het ingekuilde
snijmais) liggen. De geplette maiskorrels zijn nu 7% van het rantsoen.
Mocht u het interesseren, we voeren nu per koe per dag, als we het
vocht niet meerekenen: 10,97 kg ingekuild gras, 1,94 kg tarwe, 0,38 kg
rogge, 0,50 kg lupine (een peulvrucht), 0,25 kg lijnzaad en 1,19 kg
Chineese maiskorrels.
Toch nog brok…
Rest mij nog één ding op om te biechten: we
gebruiken nog 1kg brok per koe om de koeien naar de melkstal te lokken.
Ze vinden het lekker, die tuttebellen! Het is lastig om hier vers
geplet graan van te maken, want het loopt via een automatisch systeem
uit een silo zo in het bakje voor de bek van de koe die gemolken wordt.
De prijs
Misschien bent u wel boer en denkt u ook aan een mueslimolen: we waren
wel 35.000 euro verder! Maar de koeien doen het er goed op en geven
meer melk. Wij willen al niet meer zonder. En we denken dat de melk ook
weer iets gezonder is geworden, zodat de consumenten het er ook goed op
doen.
|
|
|
Februari 2008
De mesthoop, kloppend hart van ons bedrijf
Mest mag weer uitgereden
Op 1 februari is het dé dag voor boeren. In de winter mag je
namenlijk het land niet bemesten, omdat er dan niks groeit. Planten
hebben dan geen mest nodig. Vanaf 1 februari mag je weer voor het eerst
na de winter mest uitrijden. Een zucht van verlichting trekt door de
Nederlandse stal. Alle uitpuilende gierkelders en mesthopen mogen
overgepompt en opgeladen op in alles wat rijden kan en scheuren maar.
De basis
De mesthoop is de basis van het biologisch bestaan, het kloppend hart
van ons bedrijf. Hier sluit de kringloop; het einde, het afval, gaat
over in een nieuw begin. Rebirthing is er niets bij. Miljoenen,
miljarden, triljoenen bacteriën en schimmels knopen het eind
aan het begin. Mest wordt plantevoeding, de grasprietjes lusten er wel
pap van. De koe kan er rustig op los grazen, en geeft weer melk en
mest. De kwaliteit van onze mest vinden wij even belangrijk, zo niet
belangrijker dan de kwaliteit van onze kaas. Mest is mest denkt u, maar
niets is minder waar. Tussen mest en mest zit evenveel verschil als
tussen een "plakje vacuum van de Edah" en de onvolprezen Remeker. En
het verschil zit hem, juist, precies, u voelt 'm al aankomen, in de
bacteriën. Zoals je melk kan doodkoken, of kan vervuilen met
vies smakende bacteriën, zo kun je mest ook volledig
verpesten. Koeien in ligboxenstallen, zonder stro, met verkeerde
voeding, scheiten door betonnen roosters in gierkelders, en dat geeft
"drijfmest". Een soort bedorven chocoladevla. Je kan het beter
"droefmest" noemen, want het is van een droevige kwaliteit en het
stinkt. De koeien in onze potstal daarentegen poepen lekker in het
stro, en daar maken we een mooie composthoop van en dat geeft een
mestkwaliteitje om te zoenen. Dankzij bacteriën en schimmels
die daar van nature in voorkomen. De verteerde mest is compost en van
onschatbare waarde. We brengen haar op de bodem, het land. Misschien
ziet u een bodem als los zand, een soort strand zonder zee, waar het
gras in vaststaat, maar dit zand is slechts het geraamte. Ook de bodem
gonst van leven. Er is zoveel beweging, de A30 die langs ons bedrijf
loopt, is er niets bij. Alles krioelt en buitelt over elkaar heen,
bacteriën, schimmels, insecten; eten en gegeten worden is het
motto. En de grassprietjes staan erbij en kijken ernaar. Hun worteltjes
pikken de graantjes uit de pap. Gezelligheid kent geen tijd.
Leven en laten leven
Wetenschappelijk gezien is dit verhaal nogal onderbelicht.
Landbouwtechnisch kijkt men niet zozeer biologisch, als wel
scheikundig: hoevéél stikstof heeft een plant
nodig. De manier waarop is daarbij onbelangrijk. Zodoende is de
kunstmest die mensen hebben uitgevonden als een zout. Levenloos. Net
iets te simpel eigenlijk. Planten doen het kwantitatief wel goed op
stikstof in de vorm van zout, maar het is als badwater waar wel keurig
wat badzout in zit, maar waarmee het kind is weggegooid. Een bodem die
leeft, en die dus ook zodanig bemest wordt dat dit leven gevoedt wordt,
biedt veel meer. Wat dan?? Wat ís dat dan???? Tja, lastig,
zeker niet in wetenschappelijk jargon te beantwoorden. De X-factor. Het
is weerstand, evenwicht, mogelijkheid om krenten uit de pap te halen,
nouja misschien is het gewoon gezondheid. Biologische landbouw is
landbouw zonder kunstmest én zonder bestrijdingsmiddelen.
Die twee hangen samen. Een biologisch gewas heeft meer weerstand tegen
ziekten en plagen. Ziekten en plagen zijn ook weer die schimmels,
bacteriën en insecten, maar dan de ongewenste, die het gewas
onverkoopbaar maken, en oneetbaar voor u. Een biologisch gewas heeft er
meestal geen last van en hoeft zodoende niet bespoten te worden met
bestrijdingsmiddelen. Bestrijdingsmiddelen zijn de Glorix van uw tuin
met de concentratie van Dreft: één druppeltje is
vodoende voor uw achtertuin én uw voortuin. Boeren gebruiken
wel een litertje of wat per jaar, maar kunnen zo een vierkante
kilometer in de rondte platspuiten. Er is dan ook geen teken van leven
meer te bekennen in het gewas of in de bodem. Alles dood. Punt uit.
Biologisch
Een biologisch gewas wordt niet bespoten met bestrijdingsmiddelen, en
toch komen er geen bacteriën en schimmels of insecten in die
ziekteverwekkend werken voor het gewas. Want er zitten al volop
bacteriën en schimmels in die meewerken met het gewas, de
ziekteverwekkers hebben gewoon geen plek. Als ze een veld aandoen, dan
komen ze natuurlijke vijanden tegen. Zo werkt de natuur. Het gaat wel
eens mis, dat is het risico, maar meestal gaat het goed. Er heerst een
natuurlijk evenwicht in de grond, en met kunstmest maak je dat kapot.
Vervolgens spuit je alle problemen weg door met bestrijdingsmiddelen
alles dood te spuiten. Ook een manier, maarja, wij kiezen daar niet
voor, want we denken dat het niet zo gezond is. En onze koeien, wat
vinden die ervan? Een placebo is hen vreemd, dus zij hebben het laatste
woord.
En ze zeggen
in alle talen ja. Toen Jan Dirk omschakelde in 1994 naar de biologische
landbouwmethode, was dat niet makkelijk. Alles is nieuw, vanalles gaat
mis, de productie daalt in eerste instantie en kosten stijgen. Je moet
ineens weer vakman worden in plaats van zoutknoeier en glorixschenker.
Kijken naar leven, aan het roer van een levend organisme waar de
elementen je om de oren slaan.
|
Mesthoop wacht op actie.

Koeien in een overvolle pot.

Mest wordt verspreid over een bodem vol gezelligheid.
Maar de koeien, die wilden wel, ze gaven ons houvast. Ze hadden meer
glans op de vacht, waren levenslustiger en hadden minder
gezondheidsproblemen. Zo zie je maar, alle peilers in het bedrijf; de
mesthoop, de grond, het gras, de koeien, de mest, ze spelen elkaar de
bal toe van gezond zijn en gezond blijven. Iedere keer als je kunstmest
en bestrijdingsmiddelen of antibiotica of pasteurisatie toepast, dan
zet de de dood in, en dan knapt er iets in een onderdeel, dat zijn
weerslag heeft in het geheel. Tja, je zou er bijna holistisch van
worden.
Klavers
Nu, dat is allemaal leuk, maar er komt een slimme vraag bij u op. Kan
het allemaal wel? Want die melk, vol eiwitten (stikstof dus), die
dragen wij het bedrijf uit in de vorm van kaas. Dus daar lekt veel
stikstof weg uit de kringloop. Hoe vullen wij dat gat dan aan? Dat kan
toch alleen met kunstmest? Eigenlijk een domme vraag, alsof we niet al
25 miljoen jaar evolutie achter de rug hebben zonder
kunstmestfabrieken. De natuur heeft zo haar eigen methoden, geen nood
zo hoog of er is wel een bacterie voor. Natuurlijke selectie heet dat,
een soort marktmechanisme: waar vraag is ontstaat aanbod. De aanbieder
is in dit geval een bacterie die samenleeft met klavers. De klaver is
de lieveling van iedere biologische boer. Jan Dirk heeft ze ook tussen
het gras gezaaid toen hij omschakelde van gangbaar naar biologisch en
daarna heeft hij ze op zijn knieën uit de grond gekeken. Want
geen kunstmest meer gebruiken en dan vertrouwen op deze paarse vriend,
dat is natuurlijk in het begin wel wild. Maar het vertrouwen werd niet
geschaad door moeder natuur, de klavertjes doen het fantastich. Nu we
onze composthoop, ons bodemleven en onze klavertjes goed op orde
hebben, halen we bijna gangbare grasopbrengsten. Mooi toch?
Grasopbrengst in een veranderend klimaat
Een levende bodem levert ons nog iets op. Al voordat Erwin Krol recoord
na recoord meldde in het weerbericht, vroeg Jan Dirk zich al regelmatig
af wat er toch aan de hand was met het weer. Als ondernemer moet je
dealen met de feiten, hoe pijnlijk ook. Volgens de Partij van de
Schaamluizen is het zelfs allemaal de schuld van onze koeien, maar ik
denk dat bij die bewering zelfs een eskimo zich achter de oren krabt.
Dit terzijde.
Naast dat het hier warmer wordt, wordt het weer ook extremer: droger
als het droog is en natter als het nat is. Je hebt dus een bodem nodig
die maximaal water kan vasthouden én die snel overtollig
water kan afvoeren. Tata, de biologische bodem: perfect. De opgebrachte
compost is onze bondgenoot. Ze houdt water vast. En daarbij wortelen
onze grasprietjes dieper, omdat ze de krenten uit de pap moeten wroeten
en niet een zoutlaagje dat bovenop is gestrooid als kant- en
klaarmaaltijd verorberen. Als nu zo'n diepe wortel verteerd is, blijft
er een prachtige waterbaan over voor de afvoer van overtollig water. De
natuur is geniaal. Klimaatsverandering? Wij liggen er niet meer wakker
van.
|
|
|
Januari 2008
Het geheim van de smit
Bezoek
In januari kregen we bezoek van een Engelse landheer die op zijn 500
hectare grote landgoed ook Jerseys hield en ook kaas maakte. Jerseykaas
dus! Wij kennen persoonlijk verder niemand op aarde die dit ook doet,
dus we wilden deze conculega graag ontmoeten. Het is een normale zaak
onder boeren om iemand die ook koeien heeft gewoon op te bellen om te
vragen of je langs mag komen. Altijd leerzaam. We waren dan ook zeer
vereerd dat deze landlord ons wilde ontmoeten.
De kaas
De zelfgemaakte kaas die hij had meegebracht, net als de Remeker
volgens Gouds recept, was dus van Jerseymelk én
ongepasteuriseerd (rauwe melk). Wij verwachtten een echt zusje van de
Remeker te kunnen proeven, dus we waren zeer benieuwd.
Als wij over andere kaas praten dan de Remeker, dan noemen we dat een
"plakje vacuum van de Edah", dus gepasteuriseerde fabriekskaas met de
plasticsmaak van het vacuumpak er goed ingetrokken. Als kaas gemaakt is
van rauwe melk, dan blijft de smaak hangen in je mond. De nasmaak is
erg belangrijk bij het proeven van kaas. Als de materie is doorgeslikt,
ontstaat pas het echte feestje, een orgie van aroma's in het speeksel,
dat is eigenlijk het echte proeven. Fabriekskaas is van doodgekookte
melk, gepasteuriseerd, steriel dus, en dit feestje ontbreekt dan ook
totaal, je proeft niets, je slikt alleen een inert stuk mislukte
kauwgom naar binnen.
Nu, zo erg was het nou ook weer niet gesteld met deze Engelse
Jerseyzus, maar de smaak was toch iets vlak. Hopelijk is het engelse
woord hiervoor "flat".
De rauwmelkse cheddar die de landlord had meegenomen, was wel erg
lekker, maarja, wij zijn nou eenmaal geen cheddarmensen, wij zijn thuis
in het Goudse recept.
Rauwe melk
Zonder dit meteen uit te roepen, Engelsen zijn toch al zo beleefd,
zelfs Engelse boeren, wat een landlord toch in feite is, stelden we
toch een paar vragen. Heb je (we bedoelden “heeft
u”) wel écht rauwe melk gebruikt, of misschien
toch gecentrifuceerd, gebactificeerd of getermiseerd?
We stuiten hier op een heel belangrijk punt in onze bedrijfsfilosofie:
de melk niet pasteuriseren, voordat je kaas gaat maken. Melk moet rauw
blijven, kook het nooit! In melk zitten van nature bacteriën
en enzymen die erg gezond zijn en die noodzakelijk zijn om de melk te
verteren. En die de kaas fantastisch lekker maken als ze tijdens de
rijping hun werk kunnen doen.
Maar als je niet netjes melkt, kan er zomaar een beetje koeienpoep in
de melk terecht komen. Met zo’n anus vlak boven het uier is
een spatje poep zo mee in de melkmachine, die werkt als een
stofzuiger.... Of als je niet netjes gras maait, kan er zomaar een
beetje grond in het koeienvoer komen. Of als je niet netjes schoonmaakt
in de kaasmakerij, blijft de kaasbak vies achter. Dit geeft allemaal
bacteriën in de melk en dus in de kaas, die een vieze smaak
geven aan de kaas. Dan moet je de melk wel koken. Alle
bacteriën netjes dood. Maar de lekkere en gezonde
bacteriën zijn dan ook dood, en de enzymen gesloopt. De melk
wordt op die manier voor het grootste gedeelte gewoon onverteerbaar.
Inert. U kunt het net zo goed uitspugen, dat doet u met kauwgom
tenslotte ook.
Trucjes
Centrifuceren, bactificeren en termiseren zijn allemaal trucjes om melk
toch schoon te wassen, zonder het te koken. Je kan dan roepen dat het
rauwe melk is, maar je hebt de melk daarmee toch gewoon ook gesloopt,
net als bij doodkoken. Deze nepconcurrentie valt voor de echte proever
al snel door de mand, want de smaak is ook gewoon weg. Nee, nee, de
landlord wist ons ervan te overtuigen dat de rauwe melk echt puur was.
Afgeroomd dan? Dat is de melk laten rusten, zodat het vette gedeelte
van de melk bovenop komt te drijven en dan die vetlaag eraf scheppen.
Slecht voor uw cholesterolgehalte, slecht voor uw lijn (daar kom ik op
terug), maar vooral dodelijk voor de smaak natuurlijk. Nee, dat was het
ook niet volgens de landlord.
Overgepompt misschien? De melk moet van de gekoelde melktank in de
kaasbak stromen, en dit kun je doen met een slang en er dan een pomp
tussen “gooien”. Les 1 bij het maken van kaas: een
pomp is te lomp. De melk komt dan als het ware in tweeën de
kaasbak in, omdat door het pompen de kleine vetbolletjes in de melk
kapot gaan. De melk is nog even wit na het pompen, ziet er nog precies
hetzelfde uit, maar je zou het naar onze mening al geen melk meer mogen
noemen.
Wat in een pak zit in de supermarkt, is al
helemááál geen melk meer, wij noemen
dat dan ook Campinawater. Het is gepasteuriseerd en uit elkaar gehaald
in allerlei fracties, en alleen de mineure fracties vindt u totaal
kapot terug in het pak, nog bekalkt ook, maar dit terzijde.
Om de melk uit de melktank in de kaasbak te krijgen, rijden we met de
melktank achter de trekker naar de kaasbak en dan brengen we de
melktank omhoog, zodat de melk door het hoogteverschil de kaasbak in
stroomt. De landlord deed dit anders, hier hadden we een punt. Hij
heeft onder de grond een lange buis van de stal, waar de melktank
staat, naar de kaasmakerij. Hier moest ongetwijfeld een pomp aan te pas
komen, misschien wel twee.... En hoe hou je zo’n buis schoon?
Je kan er niet doorheen kruipen. Nee, die buis, dat leek ons maar niks,
we dachten hem dus zelfs te kunnen proeven.
Het pakhuis
Toen we door het pakhuis wandelden, waar al onze kaas ligt opgeslagen,
ontdekten we nóg een oorzaak. De temperatuur in hun pakhuis
was maar 11 graden. Veel te koud naar onze mening. In het pakhuis ligt
de kaas te rijpen, de Remeker rijpt 6 maanden, de Olde Remeker rijpt 18
maanden of langer. Meestal niet langer, omdat we nogsteeds een
wachtlijst hebben voor klanten. Het rijpen van kaas is een proces met
bacteriën en enzymen die van nature in de kaas aanwezig zijn
én de bacteriën die je extra toevoegt met het
zuursel. Zuursel is dus een bacteriemengsel. De bacteriën en
enzymen zetten suikers, eiwitten en vetten in de kaas om, zodat de
smaak er goed in komt. Een kaas van twee weken is vrij smakeloos, en
ook veel witter van kleur. Als het te koud is in het pakhuis, verlopen
omzettingen veel trager, zodat de rijping niet op volle stoom komt. De
smaak blijft dan achter. Nou, dat was dus duidelijk te proeven.
Het geheim van de smit
Twee van de vier belangrijke peilers van ons geheim van de smaaksmit
hebben we hiermee uit de doeken gedaan: Jerseykoeien houden en melk
niet doodkoken. De derde weet u ook: de onvolprezen biologische
landbouwmethode. Ten vierde: we halveren een ingrediënt. Naast
melk, zuursel en stremsel is er nog één
ingrediënt. Wat dat is mag u zelf proeven. Het is niet het
schimmelwerend bestrijdingsmiddel dat op de korst van gangbare kaas zit
en ook niet de chemische kleurstoffen, want die laten we helemaal weg,
omdat ze verboden zijn bij de biologische productiemethoden. En
zowiezo, omdat e niets toevoegen.
|
Om 7.30 uur, de melktank omhoog...

...en de melk loopt in de kaasbak

Kaas die net gemaakt is (onderste partij) is veel witter dan gerijpte
kaas (bovenste partij)
Afscheid
De landlord nam lichtelijk verward afscheid, hij had een hoop geleerd.
Maar wij hadden ook iets van hem geleerd, namelijk over fagen
(bacteriofagen), afschuwelijke smaakverpesters. Het zijn virussen die
bacteriën in de wei kunnen belagen. Wei is het restproduct bij
het maken van kaas. De wei voeren we weer aan de koeien, en deze
gesloten kringloop is natuurlijk een risico. Maar de koeien doen het er
heel goed op, want wei is heel gezond. We voeren dus graag wei aan de
koeien.
Als de fagen de weibacteriën besmetten, en het komt via
koeienhuid, melkmachine of mensenhanden of hoe dan ook in de melk, dan
krijgt de kaas bij het rijpen als het ware de griep. Door nu dagelijks
te wisselen met zuursels voorkom je dit probleem, immers in de wei (het
restproduct) heeft dan andere zuurselbacteriën in zich, met
eventueel fagen, maar die kunnen dan in de kaas niks doen, omdat ze net
anders zijn, dan de zuurselbacteriën die dan weer in de kaas
zitten.
De bacteriofagen, alle types, hangen altijd en overal in de lucht, ook
bij u thuis. Je moet ze niet willen bestrijden, onmogelijk. Ze zijn ook
niet gevaarlijk, alleen niet lekker.
De landlord maakte op dit punt erg diepe indruk, omdat hij 7
verschillende zuursels gebruikte, voor iedere dag
één, en die stamden allemaal uit 1900!!
Ongelooflijk. Dat is heel knap. Nog nooit vervuild geraakt met een
bacterie die niet smaakt, wat een traditie. We moeten nodig eens naar
Engeland.
Boerenkaas
Rauwmelkse kaas is hetzelfde als de zogenaamde
“boerenkaas”. De claim
“boerenkaas” is ook wettelijk beschermd. Maar dat
alleen in kaas. Boerenjoghurt bijvoorbeeld is gewoon van doodgekookte
melk, net zoals boerenkwark, boerenboter en boerenkarnemelk, boerenvla,
boerendropjes, boerensokken, het slaat allemaal nergens op. Dus het
voorvoegsel “boeren-“ is net zo verkracht als de
termen “natuurlijk”,
“ambachtelijk”en “gezond”.
En... nu komt het ergste, het is zelfs verboden om joghurt, kwark,
karnemelk van rauwe melk én rauwe melk zelf te verkopen!!!
De overheid ziet dit als gevaar voor de volksgezondheid. Ongelooflijk,
hoe kan dat gebeuren? Zit meneer Yacult hier achter, vraag ik mij dan
af. Maar ook al staat er honderd keer “natuurlijk”,
“gezond” of “proactief” op de
verpakking van Yacult, het fabrieksmatige bacteriemixje haalt het in de
verste verte niet bij moeder natuur. De smid der smeden geeft haar
geheimen niet prijs.
Slowfood
Alles pasteuriseren, dat is pas gevaarlijk. U eet en drinkt eigenlijk
onverteerbare kauwgom, geen wonder dat u allergie voor melk oploopt,
het lichaam liegt niet. Als roeper in de woestijn voel ik mij de
laatste der Mohikanen. Maar gelukkig zijn er meer mensen die hier meer
van weten en de organisatie Slowfood hebben opgericht. En als er rauwe
consumenten zijn, dan vinden boeren altijd weer mazen in de wet om
rauwe melk te verkopen. Er zijn tegenwoordig weer boeren die een
melkautomaat aan de weg hebben staan, waar u zelf rauwe melk kunt
tappen. Er moet wel een bordje op de automaat, waarop staat dat u de
melk eerst moet koken. Maar dit bordje kunt u gewoon negeren!! Maak dan
zelf uw rauwmelkse joghurt, kwark, boter en karnemelk, en sla gewoon
een glas rauwe melk achterover. Een kwestie van durven.
Rauwmelkse boter is ook te koop, bijvoorbeeld bij de Keizershof in
Zoeterwoude. Super lekker.
Moraal van het verhaal
Zoals u ziet leven we op de boerderij met bacteriën. Voor de
gemiddelde supermarktconsument die steriel als het meest veilige
voedsel beschouwd, lijkt het misschien spelen met vuur. Maar zo ligt
het niet, uw darmflora weet er meer van. Er zijn altijd en overal
bacteriën, het gaat erom dat er een evenwicht is tussen de
noodzakelijke en de ziekteverwekkers. Hoe wreed de natuur ook is, het
is ook een kwestie van elkaar voeden en samenwerken. Dat u met steriel
voedsel geen risico loopt is een illusie. Het is een vergissing van een
tijdperk. Binnen de wetenschap is er nog maar één
lichtpuntje, namenlijk dat rauwmelkse borstvoeding beter is dan
gepasteuriseerde en gefragmentariseerde en gedroogde poedermelk. Het is
ook wettelijk geregeld dat fabrikanten hierin niet mogen misleiden.
Grappig toch?
www.slowfood.nl
www.borstvoeding.nl
|
|
|
December 2007
Kerst
Stierkalfjes
Het is weer kerst in december. Een prima moment om het eens te hebben
over de stiertjes die geboren worden op ons bedrijf. Ze worden
opgehaald door een veehandelaar en ze worden vetgemest in de gangbare
kalvermesterij. Er is vrijwel geen markt voor biologisch kalfsvlees: er
zijn te weinig mensen die het willen eten voor de prijs die het kost om
het te maken.
De cijfers
Wij hebben 100 koeien die melk geven, zij krijgen elk jaar allemaal een
kalfje. Je kunt geen koeien melken zonder kalfjes te krijgen, want zo
is de natuur. Eerst wordt een kalfje geboren, daarna geeft de koe melk.
Als een koe twee jaar oud is, krijgt ze haar eerste kalf. Dit gaat zo
vier jaar door, waarbij elk jaar een kalfje geboren wordt, omdat anders
de melkgift stopt.
Gemiddeld zes jaar oud gaan koeien dan naar de slacht, omdat ze niet
genoeg melk meer kunnen geven. Ze worden dan relatief te duur. Wij
hebben één koe van 10 jaar, ze heet Fyra. We
hebben twee koeien van 9 jaar, vier koeien van 8 jaar en zes koeien van
7 jaar oud, maar daar heb je het dan echt wel mee gehad.
Gemiddeld krijgt een koe dus vier kalfjes in haar leven. Hiervan zijn
er twee stiertjes (jongetjes) en twee vaarsjes (meisjes). Die vaarsjes
houden wij wel, maar die stiertjes, daar kunnen we weinig mee, ze geven
geen melk.
Vlees eten
Iedere koe (Jerseyras) bij ons geeft jaarlijks 5000 liter melk. Kortom,
na iedere 10.000 liter melk die u drinkt (of joghurt, kwark, boter,
kaas, Milk & Fruit, Taksi, dierlijk eiwit in koek, ect dat u
eet), produceert u automatisch een stierkalf en een halve oude melkkoe.
Dit plaatst ons voor een dilemma. Zelf ben ik 14 jaar
vegetariër geweest, maar eet nu weer braaf mijn stukje vlees.
De eerste keer dat er een koe in de vriezer lag die ik kende, notabene
Davida, genoemd naar mijn zoon David, was ik wel weer een weekje
vegetariër. Daarna ben ik weer voorzichtig begonnen met het
trekken van een soepje.... Tja, dood en leven, geboorte en weer dood,
het hoort er allemaal bij op de boerderij. Hier raakt de praktijk van
alle dag het religieuze leven. Jan Dirk en ik geloven dat de kudde een
groepsziel heeft. En we geloven dat de koeien in dankbaarheid sterven,
én we geloven zelfs dat ze weer terug komen, met een beetje
geluk bij ons.
De berekening
Hoeveel vlees zou u dan kunnen eten als u een liter melk heeft
gedronken? Een Jerseykoe weegt 400 kg. We schatten dat er 160 kg puur
vlees overblijft na de slacht. Voor een vetgemest stierkalfje dat na
een jaar geslacht wordt, schatten we dit op de helft, ongeveer 80 kg.
Een halve melkkoe en een stierkalfje, dat komt dus neer op 160 kg vlees
per 10.000 liter melk. Omgerekend 20 gram vlees per liter melk. Dat
komt neer op een biologische biefstuk of gehaktbal (van rundergehakt!)
per 5 liter melk. Voor een kilo kaas gebruiken we trouwens 7 liter
melk....
Misschien vind u dat anderen het vlees voor u moeten opeten, of dat de
stierkalfjes en oude melkkoeien wel mogen blijven leven. Misschien kunt
u dan uw achtertuin of balkon of logeerkamer willen openstellen voor
het houden van al deze dieren. Het drijft de kostprijs van melk wel
iets op in ieder geval.
|
Fyra, onze oudste koe, is 10 jaar oud

Alexandra, met haar pas geboren vaarskalfje, is nu onze jongste koe
Ecofields
Nu is er één groot licht in dit vraagstuk en dat
licht heet Ecofields: de eerste biologische kalvermesterij van
Nederland. Ook in Lunteren nota bene. Het is heel knap van deze
ondernemer. Het is nog al niet wat om je bedrijf om te schakelen in een
sector waarin niemand je is voorgegaan, en waarin ook de vraag naar je
product onbekend is. Een enorm risico, zowel technisch als finaniceel.
Nu moet hij zijn hele stal vol dieren dagelijks biologisch voeden. Dat
is wel wat meer dan de paar monden die aan een gemiddelde keukentafel
zitten.
Van onze Jerseystiertjes heeft Ecofields er vorig jaar tien vetgemest.
Maar nu doen ze dat niet meer, want er zit te weinig vlees aan Jerseys.
Andere rassen zijn beter, omdat het vlees anders te duur wordt. Tja,
daar kom ik de consument steeds weer tegen als boerin. Maar
desalnietemin is dit het begin van hoop voor onze stiertjes.
Andere oplossingen
Wat wij als bedrijf zelf kunnen doen is stiertjes aanhouden voor
natuurlijke dekking. Dit zijn er maximaal vijf per jaar.
Verder zouden we de stiertjes “nuchter” (binnen 10
dagen) kunnen slachten om zo stremsel te winnen voor het maken van de
kaas. De stiertjes hebben dan hun functie in het geheel, we kunnen dan
stremsel gebruiken van onze eigen stiertjes. Dit is onze liefste wens,
maar we weten we niet hoe het moet en of het mag in de regelgeving. We
hebben ook geen idee wat het kost. Wie het weet mag het zeggen.
En we werken eraan dat koeien langer melk geven na de geboorte van een
kalfje en dat ze ouder worden. Met een gezond rantsoen en goede
huisvesting werken we aan een blakende gezondheid en daarmee houden we
de kracht van de melkgift op peil, plus de koeien kunnen langer leven.
Zo kom ik altijd weer terug op ons stokpaardje: gezondheid voorop.
Meer informatie: www.ecofields.nl
|
|
|
November 2007
Stier bij de koe
Studiedag
Het overgrote deel van de koeien in Nederland wordt gedekt door
kunstmatige inseminatie. Daar zitten grote voordelen aan, maar ook
nadelen. Voorzichtig beginnen enkele boeren weer enthousiast met
natuurlijke dekking: een stier bij de koeien. Er is zelfs alweer een
studiedag georganiseerd door “Stier bij de koe”,
een heus netwerk onder leiding van Wytze Nauta.
De setting
Het waaide nogal, maar het verhuurbedrijf had de tent na enig
aandringen dan toch wel willen opzetten. Het was op een boerenerf, waar
natuurlijke dekking al jaren bedreven wordt. Beamer, gaslamp, geluid,
alles deed het. Er zaten al met al zo’n 50 mensen in de
wapperende tent. Voornamenlijk heren, de fokkerij is een echte
mannenzaak. Het enige vrouwelijke eraan zijn de koeien, maar die worden
consequent aangeduid met hij, zodat het niet zo opvalt. Er was nog
één vrouw, dat was de fotograaf. Er verscheen
inderdaad een mooie foto in het Agrarisch Dagblad, de krant waar
iedereen die voedsel eet zich eens op zou moeten abbonneren.
Verder waren er nog twee omaatjes, de vrouwelijke variant van de twee
oude mannetjes op het balkon van de Muppetshow, dat waren twee
ambtenaren van het ministerie van LNV.
Er was een enkele adviseur aanwezig. En verder allemaal boeren.
Heerlijk. In deze inverse situatie kon ik mij goed voorstellen wat het
is om de stier te zijn.
De boer waar we te gast waren was net de vorige dag vader geworden.
Over fokkerij gesproken.
Netwerken
Bij binnenkomst werd er gegrapt over netwerken: “het is net
werken”. Misschien sloeg “netwerk” op
sommige kapsels, zeker 10 aanwezigen hadden hun haren niet gekamt. Dit
zijn waarschijnlijk de boeren die ook niet zo fokken op exterieur
(uiterlijk).
KI heeft ook nadelen
Inhoudelijk waren alle netwerkers het eens: de KI (kunstmatige
inseminatie) dat is niet meer wat het geweest is. Dankzij KI heb je
beschikking over de beste stieren, van waar ook ter wereld, maar omdat
íedereen die beste stieren gebruikt, wordt alles familie van
alles. Er zijn wel steeds nieuwe topstieren, maar vaak zijn dat weer
zonen van al veel gebruikte stieren. Eén pot nat. Wereldwijd
zijn er in de Holstein Frisian (je weet wel, dé Nederlandse
zwartbont koe, met zwarte en witte vlekken) nog maar 20 lijnen! Dus
stel je voor, je zet een zwart-witkoe in je achtertuin en adopteert net
zo’n koe, waar ook ter wereld, dan heb je 5% kans dat het in
de verte een halfzus, halfnicht of halfoma is van je eigen koe.
Ongelooflijk. Dat moet wel mis gaan, en dat gaat ook mis. In het hele
ras Holstein Frisian zitten onvoorziene klauwproblemen: veel ontsteking
tussen de twee tenen en kreupel lopen. Erfelijke gebreken heet dat. Die
problemen zitten dus meteen overal, wereldwijd, tot in de genen.
Verder heeft de fokkerij lang maar één bril op
gehad: de melkbril. Geeft de stier dochters die veel melk geven? Daar
kwamen “slijtkoeien” van, snel versleten koeien.
Koeien worden niet meer zo oud, normaal is 6 jaar, het kruipt naar 5
jaar, in Amerika is 4 jaar al gewoon. Nu fokken de KI-bedrijven om die
reden ook op zogenaamde “duurzaamheid”, maarja het
zit ze eigenlijk niet zo in de “genen”. En waar
zouden ze die genen in de praktijk vandaan moeen halen? Nergens meer te
vinden.
Ons ras
Wij hebben op onze boerderij geen zwart-witte koeien maar Jerseykoeien.
We zijn dermate liefhebber dat we op geen enkele manier hier een
genuanceerde uitspraak over kunnen doen. Jerseykoeien zijn mooier,
intelligenter, hebben een beter karakter, lekkerdere melk, gezondere
melk (meer mineralen, meer caroteen, meer vitaminen, meer CLA, ect.).
En ze zijn efficiënter: ze gebruiken minder voer en
onbewerkter voer voor een zelfde hoeveelheid melk, het is dan ook de
meest geschikte koe voor de biologische landbouw. Het is zowiezo de
meest geschikte koe. Mijn eigen schoonvader heeft het eerste exemplaar
eigenhandig uit Denemarken naar Nederland gehaald rond 1967, gewoon
omdat hij er verliefd op geworden was.
Jerseyfokkerij
Maar ook in de Jerseyfokkerij zien we dezelfde problemen opdoemen als
bij de Holstein Frisian. De genenpool verarmt. Er is wel een leuke
uitzondering. Jerseys komen namenlijk oorspronkelijk van het eiland
Jersey, vlak bij Engeland. Op dit eiland mag nogsteeds, tot op de dag
van vandaag, geen sperma geïmporteerd worden. De familielijnen
zijn daar dus nog echt oud. Iedere boer op het eiland moet ook een
aantal stieren zelf aanhouden, om genoeg lijnen uit elkaar te houden.
Voor ons bedrijf is het een doel om ook weer een eilandje te worden, we
zijn dan wel familie van de wereld, omdat we al vele jaren met KI
hebben gewerkt, maar over een aantal generaties is dat alweer lang
geleden, en krijgen we weer meer eigenheid in de genen.
|

Gib, de stier
Poeh (links) en Evelien, halfbroer en -zusje van vader Coen
Dierenwelzijn
Er is nog een reden waarom we een echte stier bij de koeien belangrijk
vinden. Toen ik net op de boerderij woonde, liep ik eens tussen de
koeien en er was er één echt vervelend. Ze bleef
maar tegen mij aan stoten met haar kop en was niet weg te duwen. Ik
vroeg aan Jan Dirk: “Wat heeft die koe??!”. Jan
Dirk zei: “Oooh, die is tochtig” Zonder dat hij
uitlegde wat dat betekende, begreep ik het meteen. Ze wil een stier
zien, maakt niet uit welke. Bij koeien komt de tochtigheid iedere drie
weken terug; het valt precies samen met de vruchtbare periode. Als ze
tochtig zijn, worden ze dus gedekt met de KI, zo’n stom
rietje. Doodzonde eigenlijk. Over dierenwelzijn gesproken, noem het
gerust dierengeluk. De hoogste tijd voor natuurlijke dekking.
Sterkere kalfjes
Nog één reden. De meeste boeren, wij ook, hebben
al wel een stier op de boerderij voor als de KI niet lukt. Soms worden
koeien gewoon niet drachtig (zwanger) van een KI-rietje, omdat de dosis
sperma daarvan veel kleiner is. De stier mag dan
“nadekken”. Wij vinden deze kalfjes van onze eigen
stier sterker, ze hebben meer weerstand. Ze krijgen dat extra zetje
mee. Dit zien we omdat we een vervelend virus op ons bedrijf hebben,
het rota-virus, waardoor bijna alle kalfjes diaree krijgen. Onze
laatste twee kalfjes van dit jaar, Alexandra en Evelien, doen het
allebei juist heel goed. Van onze eigen stier: Coen. Terwijl het nu al
november is, in de winter hebben kalfjes juist de minste kans om een
goede start te maken.
Coen is afgelopen najaar trouwens wel geslacht: hij werd een beetje te
gevaarlijk. De stier die we na hem hebben aangehouden en waar we nu mee
nadekken heet Gib.
Nieuw beleid
Tijdens de studiedag leerde ik dat je wel vijf stieren aan moet houden
om volledig met eigen stieren te dekken en inteelt te voorkomen. We
hebben nu ook vijf stieren, maar dus één echte
stier en vier “in het vat”. Het vat is het
stikstofvat waar de spermarietjes diep onder nul wachten op een eitje.
We willen dit langzaam verschuiven naar meer eigen stieren en minder
stieren in het vat. We houden voorlopig twee eigen stiertjes aan,
eentje is pas geboren, hij heet Poeh, een zoon van Coen en Beauty; de
andere houden we aan van één van de koeien die
“bevallen” in februari. Het begin is er, de
toekomstige opvolgertjes van Gib.
Meer informatie: www.biologischefokkerij.nl
|
|
|
Oktober 2007
De oogst
van 2007
De oogsten zijn mager
In oktober wordt de mais geoogst. Er is een groot tekort aan mais. De
oogsten zijn mager. Eerst was het te droog en daarna was het te nat.
Daardoor is de mais laat, er is te weinig, en de kwaliteit is slecht.
Graan en stro zijn in augustus van het land gehaald. Daarvan is er ook
te weinig.
Koeien eten naast gras ook mais en graan. Wij verbouwen dat niet zelf
op ons land, dus dit moeten we inkopen bij andere boeren. Het stro
moeten we ook kopen, voor het instrooien van de stal.
De prijzen stijgen
Het betekent dat de prijzen stijgen. Wat kost een ton mais? Biologisch
was dat 50 euro, nu is dat 70 euro. Gangbaar (je weet wel, met
kunstmest en bestrijdingsmiddelen) was dat 25 euro per ton, nu is dat
45.
Voor graan is de markt nog veel gekker; biologisch graan is gestegen
van 20 naar 45 en gangbaar van 11 naar 23 euro.
De stromarkt slaat alles. Biologisch stro was 80 euro en is nu helemaal
niet verkrijgbaar. Gangbaar was het 70 en is het nu 145 (!!) euro per
ton.
Net op tijd hadden we de nieuwe veldschuur af, om het stro van dit jaar
op te slaan voor de winter. Helaas kunnen we deze maar voor de helft
vullen.
Grofweg zijn de prijzen verdubbeld en betalen gangbare boeren nu
biologische prijzen. De biologische boeren tasten diep in de buidel
voor onwerkelijke prijzen. Jan Dirk roept dat hij dit nog nooit heeft
meegemaakt.
Gangbaar stro
Voor biologisch stro komt een zogenaamde
“ontheffing”. De controle-organisatie voor
biologische landbouw (Skal) geeft toestemming aan biologische boeren om
bij gangbare boeren stro te kopen (dus geteelt met kunstmest en
bestrijdingsmiddelen...), totdat de volgende oogst in 2008 binnen is.
Hier gaat de praktijk altijd boven het ideaal, we kunnen gewoon niet
zonder stro. Het pijnlijke
“zie-je-wel-de-biologische-landbouw-kan-niet-zonder-de
gangbare-landbouw” incasseren we lijdzaam en met gebogen
hoofd. Ik kom hier nog eens op terug. Gelukkig liggen de koeien alleen
in het stro, ze eten het niet op.
Koeien in het stro
Het stro hebben we nodig voor onze al even nieuwe
“potstal”. Dit is een stal waarbij de koeien in het
stro liggen. Het strogedeelte noem je de “pot”.
De oude ligboxenstal, waarbij de koeien op rubbermatten lagen tussen
roostervloeren, is afgebroken en hier zijn we heel blij mee. De koeien
genieten zichtbaar van de pot, in hun nieuwe gele strobedje. Dat het
stro zo duur zou zijn, daar hadden we niet op gerekend, maar toch
genieten wij ook van de koeien in hun gele goud.
Wereld melkprijs en Lunterse
boerenkaasprijs stijgt ook
Ieder nadeel heeft zijn voordeel: voor de akkerbouwers is het een heel
goed jaar, en dat werd tijd. Verder loopt de export van Chinees plastic
heel goed en schijnen zij zich allemaal een wolkje melk in de thee te
kunnen veroorloven. De melkprijs schiet ook omhoog. Er is eigenlijk
geen boer die klaagt. Behalve wij dan een beetje, omdat we niet leveren
aan de fabriek, dus ook niet aan Chinezen op de wereldmarkt. Nee, wij
hebben het lokaal aangepakt, we verkazen alle melk tot boerenkaas en
verkopen dat zelf. Tja, ik denk dat we onze afnemers in januari maar
eens een briefje moeten sturen.....prijsverhoging...
Wat eten koeien?
Koeien eten toch gras? Ze grazen in de wei. Waarom eten ze mais en
graan? Wat eten koeien eigenlijk?
De Nederlandse koe eet naast gras ook mais. Op de veengebieden na, eten
de koeien in Nederland voor de helft gras en voor de andere helft mais.
Als bijgerecht krijgen ze krachtvoer, dat is voornamenlijk graan.
Eigenlijk eet de koe het liefst gras en dat is ook het gezondst voor
haar. Haar vier magen zijn daar van nature op ingesteld. Maar met een
beetje mais en graan erbij, geeft ze meer melk.
Mais is voor koeien eigenlijk een soort witte brood. Fastfood
pattattenbrak. Als je het zo bekijkt eet de gemiddelde Amerikaan met
overgewicht beter dan de Nederlandse koe. En dat zie je terug in de
gezondheid van de koe. Wellicht ook in de gezondheid van de mensen die
haar melk drinken. Dit laatste kun je alleen op je klompen aanvoelen,
wetenschappelijk is er geen antwoord.
|

De koeien in het gele goud

Namiddag in het najaarszonnetje

Laatste spijkers in de nieuwe veldschuur,
helaas maar half gevuld met stro
Beter eten
In december 2005 hebben wij het roer omgegooid: de mais eruit. Gras,
gras en nog eens gras, en nog een beetje mais. De koeien zeiden in alle
talen: “ja”. Ze werden er veel wakkerder van.
Koeien kunnen zo suf zijn, iets junkachtig, het was opvallend hoe dat
veranderde. Blakend van de gezondheid, mooi in het haar, glanzende
vacht, veel minder last van uierontsteking, gaven ze inderdaad wel
minder melk. We waren ons er wel bewust van dat dit een erg wilde actie
was, vrij ongezien, maar we staan voor gezonde voeding, geloven (bij
gebrek aan wetenschappelijke informatie) ergens in, en dan springen we
in het diepe en de koeien laten zich daar rustig in leiden.
Uiteindelijk zijn we op een rantsoen uitgekomen met nog nog 20% mais en
10% minder melk. Een compromis waar iedereen, mens en dier, blij mee
is.
We zijn nu bijna twee jaar verder en werken we volledig
antibiotica-vrij. Antibiotica?? Slikken koeien dat dan ook? Welnee, ze
krijgen het ingespoten. De Nederlandse koe krijgt jaarlijks standaard
een kuurtje, en verder wat er dan nog nodig is. Biologisch mag het niet
preventief, alleen bij ziekte (uierontsteking bijvoorbeeld). Wij zijn
antibioticavrij nu, en daar zijn we trots op.
|
|
|
September
2007
Held van de
Smaak
We zijn held
Van 23 tot 28 september is het week van de smaak en Jan Dirk is
genomineerd in de verkiezing tot “Held van de
smaak”. Topkoks en culinaire journalisten à la
Michelingids bepalen wat het allerlekkerste product is dat in Nederland
wordt gemaakt. En wat blijkt?? We winnen, we zijn de held! Wat een
titel, het is waardering waar we erg trots op zijn.
Drukte op de boerderij
Het geeft veel drukte en leuke felicitaties. We raken er aardig van aan
de booze. We krijgen ook de pers over ons heen. Die blijkt iets minder
culinair. Als boer ben je all-rounder en na drie intervieuws zijn we al
aardig ingewerkt in het beroep van persvoorlichter. De truc is om
alleen te zeggen wat je kwijt wilt en onzin-vragen drastisch en
volledig af te kappen. In de Gelderlander komt te staan dat ik alle
koeien bij naam ken. We zijn bang dat de Partij van de Dieren mij komt
overhoren. Een vraag: “Heeft u ook magere kaas?” Ik
antwoord dat die vraag hier echt vloeken in de kerk is.
“Rauwe melk, is dat iets nieuws?” Nee hoor, langs
de weg naar Rome werd het ook al verkocht. Ik geef aan dat dat betekent
dat de kaas gemaakt wordt van ongepaturiseerde melk, waarop de
journalist concludeert dat onze kaas korter houdbaar is dan
fabriekskaas.....
Het vierde intervieuw dat we doen is met de Barneveldse Krant. Het
wordt een leuk artikel, maar nu hebben we het echt gehad met de pers en
we gaan weer lekker aan het werk. De kaas is toch al uitverkocht, dus
van publiciteit hoeven we het niet te hebben. Wat lekker is, verkoopt
zichzelf, dat blijkt gelukkig.
Wat is smaak?
Sowieso gebruiken de meeste mensen het woord smaak meer in de zin van:
welke smaak is het? Ham-kaas, Bolognese of Hawai? Aardbei of Vanille?
Dit bedoelen we niet. Het gaat niet over de veel te zoute of zoete
producten die de chemische industrie, pardon, voedselindustrie ons het
maag-darmkanaal in weet te babbelen, maar over de vraag of iets smaak
heeft. Hoe krijgt iets smaak?
Wat geeft smaak? Betere vraag. Smaak “krijg” je.
Hoe krijg je dat dan?? Voedsel komt uit de natuur, of wat in
gedomesticeerde vorm landbouw heet. Hoemeer je de natuur, de planten en
de dieren in hun natuurlijke toestand laat, hoe meer smaak je krijgt.
|

Kleine heldjes ook trots
Wetenschappelijke claims
Helaas kan ik dit niet claimen op mijn product, want het is niet
wetenschappelijk te bewijzen. Wat is natuurlijk? Wat is smaak? Totaal
ondefinieerbare begrippen, laat staan dat er een rechtevenredig verband
tussen bestaat. Wetenschappelijk gezien gewoon te soft.
Maar het ís wel zo. Hier stuiten we al op een van de
belangrijkste stokpaardjes in onze bedrijfsfilosofie: de landbouw-,
voedsel-, en medische wetenschap gaat vandaag de dag niet meer over
onafhankelijke waarheidsbevinding, maar wordt helaas betaald
door de chemische en aanverwante industrie, de makers van uw voedsel.
Het is wel wetenschappelijk bewezen dat wetenschappelijk onderzoek over
een voedingsmiddel of medicijn vier tot acht keer zo vaak gunstig
uitvalt voor het product als de industrie meebetaalt (PLoS). Dus alle
wetenschappelijke informatie over voedsel hoef je niet te geloven. Eet
geen pro actief ultra bla bla, neem iets natuurlijks, probeer eens
roomboter. En gebruik je tong!! Proef, voel, ontvang. Laat de waarheid
gewoon op je inwerken.
Jeroen, waar blijf je??
Al met al zouden wij graag een journalist ontvangen die ons begrijpt.
Jeroen Thijssen bijvoorbeeld, onze held. Hij heeft de mythe onderuit
gehaald dat je “biologisch” niet kunt proeven. Dat
proef je wel, als je kúnt proeven. Een gemiddeld
consumentenpanel dat liefst kant en klaar “kookt”
in de magnetron, proeft het niet, maar professionele koks proeven het
wel! Het blijkt dat professionals het biologische product er zo uit
halen. Waarom? Omdat biologische boeren natuurlijker werken, en dus
meer smaak krijgen in hun producten.
Jeroen, onze eeuwige dank hiervoor. Kom eens een zaterdag bij ons
rondneuzen en neem de Thijssentjes gezellig mee.
|
|