Weblog

Aan de hand van de actualiteit geeft Irene van de Voort, boerin, iedere maand uitleg over hoe gewerkt wordt op de boerderij.
De praktijk van alle dag, de keuzes, de bedrijfsfilosofie en de dilemma's komen daarbij aan bod. Zo weet u beter wat u eet. 

Januari 2010

Geiten ruimen, een wetenschappelijke of politieke noodzakelijkheid?

Is het ruimen een zuiver wetenschappelijk besluit dat de politiek heeft overgenomen uit het RIVM rapport van Dr. Cothinho? Of waren er vanuit het ministerie van Landbouw en het ministerie van Volksgezondheid verschillende wetenschappelijke adviezen en was het dus een politiek besluit? Zo ja, was dat dan een zuiver politiek besluit, of was het gekonkel om de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA), die dan weer bij het ministerie van Volksgezondheid hoort en dan weer bij het ministerie van Landbouw? In ieder geval wilde de VWA liever ruimen dan “opschalen”, dat wil zeggen het individueel testen van de geiten op Q-koorts.

Luchtje

Misschien zit toch aan beiden, wetenschap en politiek, een luchtje. Dat luchtje wordt wel erg indringend als de geur van de lijken van de geitjes je in het gezicht slaat. Je hoeft geen veganist te zijn en Marianne te heten of je menselijkheid te ontkennen, om toch een diepe walging te voelen als je ziet hoe geiten worden afgemaakt alsof het insecten zijn.

Klopt dit wel? Heeft dit nu echt zin? Nee, het heeft geen zin. Dit wetenschappelijke antwoord ligt bij de tegenhanger van het RIVM. Het RIVM is het Rijks Instituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne, dat gaat dus over de gezondheid van mensen. De GD is de Gezondheidsdienst voor Dieren, dat spreekt verder voor zich. De GD heeft de verantwoordelijkheid voor het monitoren van dierziekten en had het probleem en de risico’s goed in kaart gebracht. Er zijn maatregelen genomen en er is gevaccineerd. Bij de GD staan gewoon mensen in het lab, geen geiten en zeker geen boeren. Het wetenschappelijk advies om te ruimen kwam nadrukkelijk niet van de GD.

Overdraagbaar

Q-koorts is niet de eerste dierziekte die ook direct overdraagbaar is op mensen (zoals hondsdolheid, Salmonella en griepvirussen) . Het probleem is dat de bacterie niet alleen in het dier voorkomt maar ook overleeft in mest en stof. De bacterie is dus alom tegenwoordig, en dat blijft ook zo, ook al ruim je de besmette dieren. Zij is komt ook al heel lang voor in de omgeving van mens en dier . Mensen die altijd met Glorix hun wc schoonmaken en denken dat er dan geen bacteriën meer op het toilet zitten, zitten er naast. Steriele hygiëne is een fictie waar ze zelfs in operatiekamers moeite mee hebben. Op die manier risicoloosheid inbouwen is een illusie waar de honden geen brood van lusten, en geiten ook niet. Er zullen dus altijd weer geiten besmet raken en die zullen dus altijd weer geruimd moeten worden.

Tankmelkonderzoek

Het aantonen van Q-koorts gaat via een monster van de melk van de geiten. Iedere twee weken wordt een monster genomen op het bedrijf, en dan is het wachten op de uitslag. Als die positief is, worden alle drachtige geiten geruimd. Misschien denken mensen dat dat dus wel meevalt. Wie is er nou zwanger? Onder geiten is dat praktisch iedereen! Het gaat namelijk in de geitenhouderij om de melk. Dus moet er eerst een lammetje geboren worden. Dan geeft de geit weer voor een jaar melk, en wordt er in het volgend voorjaar weer een lammetje geboren. Of twee of drie, zo gaat dat bij geiten.

De uitslag van het tankmelkonderzoek hangt als een zwaard van damocles boven het hoofd van de geitenboer. Alleen al om die reden zou ik geen geitenboer meer willen zijn. Maar goed, wie toch volhoudt zal vroeger of later van de bank moeten stoppen. Zonder aanwas van jongvee en zonder fokkerij kun je geen geiten melken. Het ruimen betekent gewoon het einde van de geitenhouderij in Nederland. Zo duidelijk moeten we zijn.

Risico's

Het kan alleen bestaan als de risico’s voor de menselijke gezondheid beheersbaar zijn. Risico’s totaal uitsluiten bestaat niet in de praktijk. Er zullen altijd mensen doodgaan aan dierziekten, zo duidelijk moeten we zijn. Is het niet onze eigen Q-koorst, dan is het wel een varkensgriep uit Mexico. Daar kunnen we de grenzen niet voor dichtdoen. Risico’s beheersen, daar gaat het om. En het risico ís onder controle, en zou dat ook gebleven zijn zonder ruimen. Het ruimen haalt de bacterie niet uit het milieu, ruimen heeft geen zin. Vaccineren heeft zin, omdat vaccineren voorkomt dat Q-koorts zich massaal kan ontwikkelen in geiten. Ruimen heeft alleen zin in een Q-koorts-vrije omgeving, waar de bacterie voor het eerst wordt aangetoond in een geit. Het heeft dus zin om dieren individueel te testen, om zo het onnodig ruimen van dieren die niet besmet zijn of geen risico meer vormen te voorkomen. De uitslag van individueel testen is wel voor 100% zeker, maar alleen in een Q-koorts vrije omgeving, en daar heb je de test nu net nodig. Als een dier in een omgeving wordt gebracht waar al Q-koorst heerst, en het dier krijgt Q-koorts, dan kan het dier ook nog negatief in de test zijn. Dit enkele dier mis je dus, maar in een gevaccineerde omgeving kan dat geen kwaad. Net als bij kinderboerderijen kun je dan kiezen voor een ander protocol, namelijk extra hygiëne tijdens de bevalling. Verder is het logisch dat gevaccinieerde dieren, waar geen bacterie meer bij aangetroffen wordt, ook geen risoco meer vormen voor het op grote schaal uitscheiden van deze bacterie. Maar als de Q-koorts bacterie wordt aangetoond bij een geit in een Q-koorts-vrije omgeving, dan is het dier altijd besmet en dient het wel zo snel mogelijk te worden afgevoerd. De test mist deze dieren niet, omdat de omgeving schoon is. Met het duiden van de monsters t.o.v. de omgeving valt heel goed te werken. Daar hoeven we niet alles voor af te maken.

Oorzaak

Hoe zit het nu eigenlijk met de oorzaken van de omvang van deze besmetting? De varkenspest uit 1996-1998 trof het varkensgebied rond de Groote Peel, tussen Deurne en Nederweert, heel zwaar. Alle varkens moesten geruimd worden. Daar zijn varkensboeren massaal overgegaan op geiten, omdat je voor geitenmelk geen productierechten (quotum) hoeft te hebben. Je kunt gewoon beginnen. Er werden mega grote bedrijven opgezet, met duizend of zelfs duizenden geiten, ongekend in de geitensector. In een gebied waar dus nog nooit een koe of een geit gestaan had, en waar dus ook nog nooit een Q-koorst bacterie geweest was, en waar dus ook een hele gevoelige menselijke populatie omheen woont. Als op een dergelijke grote schaal dieren worden gehouden, kunnen lastige mutantjes ontstaan. Dat is dus ook gebeurt met de Q-koorts bacterie, ook nog eens in een gebied met een menselijke populatie zonder of met weinig antistoffen tegen Q-koorts. Die twee factoren hebben in Nederland dit probleem op de kaart gezet. Het speelt ook in het gebied tussen Herpen en Heesch bij Oss, waar nu de Q-koorts besmeting is begonnen. Zo zie je maar, van ruimen komt ruimen.
 

 




De meeste dierziekten gelukkig niet overdraagbaar via speeksel. 

Emotioneel

Door de uitzending van Zembla op 6 december werd het Q-koorts probleem zwaar overtrokken. Het rondbazuinen van angst is leuk voor Glorix, in een marketing campagne. Van de Tweede Kamer verwacht ik kennis van zaken. Zo scoren op menselijk leed is verder iets waar de Partij van de Dieren nog iets van kan leren( maar zelfs deze partij was eerder ontdaan van het menselijk leed dan dat zij opkwamen voor de gedupeerde geiten). Dat onze tweede kamer meteen reageert met ruimen bewijst dat ze zijn verworden tot een soort spoednixen, die hun eigen adviesorganen niet goed kennen, en bovendien de Voedsel- en Warenautoriteit eens moeten bemensen met een voldoende capaciteit. Het volk weet wel beter. Een vergissing is menselijk. Het is tijd voor een goed spoeddebat.  De teller staat op 61 besmette bedrijven, rond 10 januari waren er 21 geruimd. 

Schaal bij bio

Misschien kunnen we het daarna in een gewoon debat eens hebben over oorzaken en oplossingen. De oorzaak is duidelijk, die ligt in het op grote schaal houden van dieren. Daar zijn epidemiologen het wereldwijd over eens. Er ontstaan op kleinere schaal even vaak mutanten, maar een eenzame geit aan een ketting, kan geen epidemie veroorzaken, en sterft een eenzame dood. De schaal veroorzaakt de verspreiding, de epidemie. Nu kiezen de meeste consumenten altijd voor het goedkoopste product, dus dat verklaart de schaal van de productie. Als wij die geiten niet melken, dan doen ze dat wel in het buitenland. Onze Tweede Kamer kan de grenzen niet dicht doen voor goedkope producten uit het buitenland, en dat lijkt mij ook beter voor onze welvaart. Het buitenland doet het ook goedkoop en op grote schaal en de wereld krijgt de ziekten over zich heen, kijk maar naar de varkensgriep uit Mexico. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de consument. Maar in dit geval kan de consument niet kiezen, want zelfs de biologische sector is niet gebonden aan schaal. Je kunt zomaar 3000 geiten houden, en nog biologisch ook. Hier zie ik een nobele taak voor de tweede kamer: de biologische sector aan banden leggen wat betreft schaal: maximaal 300 geiten, 120 koeien, 1000 vleesvarkens en 10.000 kippen. Hoor ik daar het RIVM piepen dat dat wetenschappelijk gezien geen zin heeft? Ook biologische eters worden tenslotte ziek. Als je alles wetenschappelijk bekijkt, kun je jezelf maar beter op de composthoop storten.

Gevaccineerd vlees

Verder is het natuurlijk heel belangrijk dat consumenten gevaccineerd vlees eten. Ze eten niet anders, alle dieren worden tegen van alles en nog wat gevaccineerd, wat dat betreft zijn het net mensen. Maar als er dan iets in de krant staat over vaccinatie en bij geiten, dan willen mensen het vlees niet meer eten. Heel raar. Alle consumenten eten altijd al vaccinaties tegen BVD, IBR, pinkengriep, Rota Corona, noem maar op, via hun rundvlees. Varkens hebben een heel vaccinatieschema, als je er daar een bij wilt doen, moet je er eentje afhalen. Gewoon eten wat de pot schaft dus, of.. nouja, dit is natuurlijk een inkoppertje voor ons Marianne van de PvdD.

Praktijk

De praktijk van het vaccineren mis ik een beetje de discussie over het te laat ingrijpen door de overheid. De Gezondheidsdienst voor dieren heeft alles op alles gezet om het vaccin beschikbaar te krijgen voor de geiten, en het zo doelmatig mogelijk ingezet, dus besmette bedrijven eerst. Geitenhouders stonden in de rij voor het vaccin, los van het feit dat de verplichting te laat kwam. De praktijk loopt altijd voor op de besluitvorming. Alle boeren wilde het ruimen voor zijn.

Hier blijven

De machtige landbouwlobby in Den Haag de schuld geven, en daarmee de landbouwsector,  lijkt mij een beetje hypocriet. Als consumenten altijd kiezen voor het goedkoopste product, wordt de landbouw grootschalig. Consumenten krijgen de rekening daarvan nu op hun bord. Het probleem is wereldwijd, omdat grenzen niet dicht kunnen voor besmettelijke ziekten. Ook kunnen goedkope producten uit het buitenland niet geweerd worden, omdat er vrijhandelsafspraken zijn binnen Europa binnen de WTO. We kunnen in Nederland niet kiezen voor kleinschalige productie. Het gaat dus echt om het beheersen van risico’s. Juist in het Westen zijn we daar beter in dan in de Derde Wereld, dus laten we die geitjes maar hier houden.







Augustus 2009

Vooruit boeren

Boerin worden is een gunst, boerin zijn een hele kunst

Mijn carrière als boer verloopt redelijk voorspoedig. Ik heb geen tijd voor een burn-out, dus als moederende werkende ga ik manmoedig verder. We gaan twee dagen naar Denemarken, bezoeken de Jersey fokshow en nemen meteen de melkfabriek Thise even mee. 

Denemarken

Een boerenbedrijf is veelzijdig. Daarbinnen is de fokkerij is een fundament dat je niet mag missen, als je jezelf serieus wilt nemen als boer. Het is zowel letterlijk als figuurlijk een mannenzaak. Ik voel mij er altijd toe aangetrokken. Goed fokken is een vingertoppengevoel, je redt het niet met intelligentie alleen. Volgens mij is het zelfs beter om het zo min mogelijk met je hoofd te doen…zonder de zaken direct door elkaar te halen. De fokkerij, dat is gewoon het echte leven.  

Jan Dirk en ik gaan naar de fokshow in Herning, Denmarken, omdat op Nederlandse fokshows  alleen van die zwartbonte  monsters geshowd worden. Voor de echte lady onder de koeien, de Jersey, moet je naar Denemarken. Daar is 15% van de veestapel een  mooi klein bruin koetje, met grote ogen en een intelligente kop. Ze is als een koningin en werkbijtje tegelijk: ze werkt heel efficiënt per kg koe. Dat is de dubbelzinnigheid in de agrarische romantiek: ze moet wel goed zijn en hard kunnen werken.

Omdat we nog nooit eerder samen op vakantie zijn geweest, en er dit keer geen kinderen mee kunnen, nemen we voor de zekerheid maar personeel mee. Personeel moet je onderhouden tenslotte.

Herning

In Denemarken aangekomen blijkt Herning een echte familieaangelegenheid. Kleine kinderen rennen vrolijk rond tussen de koeien, hele schoolbussen stappen uit, ook met kleuters, ik mis de kinderen meteen.

De fokshow duurt vier dagen, mensen slapen in de stallen tussen de dieren. Wat een gezelligheid, het lijkt wel de middeleeuwen. Het is grappig om te zien dat mensen echt aan de wandel gaan met een koe, als deze verderop in een tent een show moet lopen. Alle showkoeien zijn heel mak. Het is zo knus, ik voel mij meteen thuis. Jammer dat we Gerda niet mee hebben genomen, dat is onze mooiste en één van de beste.

Jan Dirk leert mij de verschillende rassen, ik blijk er al veel te kennen. Tussen al deze koeien vind ook ik de Jersey werkelijk de mooiste en beste. Misschien is dat ook de bekendheid met haar. Rondkijkend vraag ik mij af of dat met mannen ook zo ligt.

Helaas zijn we  het fototoestel weer vergeten.

De Deense biologische melkfabriek

Als levenslang bestuurslid van het Nederlandse Jerseystamboek, worden we door de voorzitter van het Deense Jerseystamboek uitgenodigd om de Deense biologische melkfabriek te bekijken. Dat deze biologisch is, is geen toeval. De Jersey is dermate duurzaam en efficiënt op ruwvoer, dat zij gewoon dé biologische koe genoemd zou mogen worden. Heel anders dan die zwartbonte krachtvoer tubes, waar gewoon bijna geen pens meer in zit, ook niet in potentie. Gewoon eruit gefokt. Vergeef mij het jargon. De pens, dat is de belangrijkste maag van een koe, waar zij natuurlijke dingen kan verteren, zoals gras. Als koeien dat niet meer hebben, dan kunnen ze alleen goed melk geven op brokjes. Die zijn duur en niet gezond, kosten veel energie en hebben veel overige nadelen waar koeien van slijten.

Van die 15 % Jerseykoeien in de Deense veestapel, is een groot deel dus  biologisch. Biologische boeren hebben in Denemarken een eigen melkfabriek. Dat werkt super. Geen gezeur over de biologische melkprijs ten opzichte van de gangbare, geen tegenstellingen als het gaat om het neerzetten van een natuurlijke uitstraling, omdat gangbaar ook een natuurlijk imago wil. Gewoon kunnen zeggen wat je denkt en een goeie biologische prijs neerzetten. Wel was er binnen deze fabriek een lichte tegenstelling tussen Jerseymelk- en Zwartbonte melk leveranciers, omdat het een publiek geheim moest blijven dat Jerseymelk lekkerder is. De Jerseymelk werd apart verwerkt en goed vermarkt, herkenbaar in het schap. Iedere Deense huisvrouw (m/v) weet dat Jerseymelk lekkerder is, kwaliteit waar je iets meer voor betaald. In Engeland is dat ook zo. In Nederland hoef je daar niet mee aan te komen zakken…

Thise

Deze Deense biologische melkfabriek, Thise, was net toevallig in opspraak in Nederland. Gezien de huidige lage melkprijs, hoe dan ook als gevolg van een overschot op de markt, was er enige beroering in bestaande handelsrelaties. De biologische markt is hard, maar net iets redelijker dan de gangbare. De spelers op de markt gaan voor een betrouwbare en langdurige handelsrelatie, de markt is minder anoniem. Zonder naïef te worden, leeft er binnen de biologische handelscultuur toch een andere intentie dan binnen de gangbare. Met gangbare supermarkten is het natuurlijk niet mogelijk om met die intentie te werken, zodoende wordt de biologische sector langzaam “volwassen”. Van mij hoeft dat niet zo, persoonlijk kom ik nooit in een supermarkt, maar dit is dermate biologisch dat niemand er een boodschap aan heeft. Dit terzijde.

Er zijn altijd spelers op de markt die, zeker als er een overschot is, de markt behoorlijk kunnen verzieken. Stunten met prijzen, dat is het spel. De biologische markt overleeft dit altijd, de intentie komt altijd weer bovendrijven. Dat komt omdat de opbrengsten grilliger zijn, afhankelijker van de natuur, partijen zijn kleiner, volumes passen niet op grote inkopers, het is maatwerk, je moet de mensen kennen, tja, en dan moet je elkaar iets gunnen, anders maak je je partners kapot en dan heb je niet zomaar een ander. Zo werkt het, en dat is een prima mechanisme om kwaliteit te waarborgen. 




Het pak van Vechtenaer, de koeien staan er iets suf op, let op die ene Jersey.


Psalm 23 aan Vechtenaer niet besteed.


Meneer Bijl

Zo niet meneer Bijl. Een soort van bonusman, met een stropdas van geitenwol. Een wolf in schaapskleren dus. Hij heeft het merk “Vechtenear” ontwikkeld. Een merk voor biologische zuivel onder het mom van streekproducten. Nu komt het, Thise levert deze melk! Het is gedeeltelijk Jerseymelk, dus extra lekker, maar dat verklapt meneer Bijl niet, hij wijdt de smaak aan het fenomeen streekproduct. Zakelijk gezien loepzuiver, het mag gewoon, er is geen regelgeving voor streekproducten. Zelfs de Chinees hier op het dorp mag zijn nasi verkopen als streekproduct. De rechtspersoon die de regels voor Vechtdalproducten heeft opgesteld heeft wel een kilometerzone, maar blijkbaar wordt daar niet op gecontroleerd. Er is geen certificering, het is allemaal boterzacht, en soft. Daar pakt deze bonusman natuurlijk zijn marge, over de rug van de goedgelovige consument.

Dit is nu een van de redenen dat ik de politiek in wil. Marktregulering prima, maar dan wel met een duidelijke etikettering. Waar is mijn overheid? Ik wil een scheidsrechter op de markt, die harde regels opstelt voor streekproducten. En de term “vers” die wil ik ook gereguleerd hebben. En nanotechnologie, iedere Bijl kan het door zijn melk roeren, omdat het in de regelgeving eenvoudig nog niet bestaat. Ik vind ook dat de gangbare producten de bespuitingen met bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten zetten. Eens kijken of we daar de rentmeestershanden voor op elkaar kunnen krijgen binnen het CDA.

In de agrarische en biologische pers communiceert meneer Bijl dat de melk binnenkort uit het Vechtdal komt, maar bij Thise waren ze duidelijk: de melk komt van ons, uit Denemarken. En dat blijft zo. Ik had de indruk dat ze meneer Bijl nog niet zo goed kende daar, de tekst op het pak, het etiket, was hen ook onbekend. Al lag de verpakking van Vechtenear gewoon in de fabriek, zelfs de verpakking werd in Denemarken verzorgd. In het Vechtdal staat alleen het kantoor van meneer Bijl. Gelukkig was er een geëmigreerde Nederlander ook lid van de coöperatie, hij ging de tekst van het etiket vertalen in het Deens. Ook weer opgelost. De coöperatie Thise was echt heel indrukwekkend en integer bezig. Met alleen maar biologische boeren, daar kunnen wij in Nederland nog iets van leren! De biologische melkprijs los van de gangbare… Dat is in Nederland al een agendapunt in de vergaderingen van de Natuurweide, de vereniging van alle biologische melkveehouders.

Als toetje hierbij de tekst van het etiket, let op, dit staat er letterlijk, ik heb er niks tussendoor gebabbeld:

“Een frisse kom Vechtenear yoghurt met de geur van grazige weiden (vrij vertaald naar Psalm 23).

Net als bij de andere producten uit het Vechtdal is het proeven puur genieten. En meer. Het is de bekroning van het boeren met hart en ziel. En van samenwerking die niet alleen leidt tot biologische en (h)eerlijke producten, maar ook tot een gevarieerd en natuurlijk Vechtdal, zodat ú in alle opzichten van ónze streek kunt genieten! De Vechtdalproducten zijn het resultaat van samenwerking tussen agrarische ondernemers, organisaties voor natuur en landschap, horeca- en recreatieondernemers en overheden in het Vechtdal en de biologische zuivelcoöperatie Thise uit Denemarken, zie www.thise.dk.

Pure passie uit het Vechtdal.”

Aha, dus daar is de overheid, ze zitten er gewoon bij in, bij deze samenwerking!

De kwark van Thise is overigens ook te krijgen bij La Place, gedeeltelijk met Jerseymelk. Ze zijn bij La Place helemaal wild van de kwark met de Jerseys!

   





Juli 2009

Bloemetjes en bijtjes

Vakantie

Druk, druk, druk. Moe, moe, moe. Ik ben even kwijt hoe je ook alweer moet uitrusten. Gelukkig is op de eerste dag van de vakantie de tandpastatube leeg. Ik haal een nieuwe uit de doos en heb weer een doel voor ogen: bijtanken! We slapen een gat in onze vakantie, en na twee dagen staan we uitgerust op. Tijd voor een kopje koffie en een krantje. Gezellig bij de kiosk van camping De Roos, de enige camping in Nederland met een biologische campingwinkel. Zelfs in de zomer consumeren wij doorgewinterd biologisch. Ondanks dat gaat het met de bijen helaas minder goed. Het staat in de krant.

                       

Bijensterfte

We hebben alleen de burgerpers tot onze beschikking. Er staat een interessant artikel in Trouw over bijen: “Zonder bijen geen bestuiving”. Er sterven hele bijenvolken uit vandaag de dag en van de overigen is een groot deel zwak, ziek en misselijk. In het Agrarisch Dagblad staan al langer alarmerende berichten over de bijensterfte. Ik ben blij dat dit landbouwkundige feit, dat de natuur ons opdringt, nu ook is doorgedrongen tot de krant voor niet-boeren. 

Wageningen doet zijn zegje

De situatie is dermate ernstig dat zelfs de landbouwuniversiteit in Wageningen onderzoek heeft gedaan naar de oorzaken. Deze zijn:

  1. Eentoniger landbouwgewassen die minder bloemrijk zijn.
  2. Een opmars aan ziektekiemen en parasieten, waaronder de Varroamijt.
  3. Minder imkers.

Nu is er een niet-Wageningse hoogleraar opgestaan die beweert dat bestrijdingsmiddelen een belangrijke oorzaak zijn. Het is een Nederlander, Jeroen van der Sluijs, die onderzoek heeft gedaan aan de Universiteit van Versailles. Een knappe man moet dat zijn, want hij kan zich blijkbaar aardig redden in het Frans. In Wageningen spreken ze nog altijd don’t-take-me-in the maling-engels (spreek uit: mailing), waar echte buitenlanders geen touw aan vast kunnen knopen. Je bent bèta of je bent het niet. De chemicus Jeroen van der Sluijs in het romantische Frankrijk is zijn bèta-zijn blijkbaar ontstegen en komt met de scherpzinnige en wetenschappelijke conclusie dat bestrijdingsmiddelen een belangrijke oorzaak zijn. Bestrijdingsmiddelen tasten het zenuwstelsel van bijen aan. Motoriek en leervermogen raken verstoord. Wellicht tast dit ook de weerstand aan. Niet alleen in een laboratorium situatie, Van der Sluijs ziet een relatie tussen bijensterfte en bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater.

Multidisciplinair

En passant maakt Van der Sluijs een multidisciplinair uitstapje buiten zijn vakgebied naar de politicologie: hij ergert zich aan de trage reactie van de Nederlandse overheid op wetenschappelijke kennis. In niet nader genoemde landen is meteen gekozen voor een stop op niet nader genoemde bestrijdingmiddelen. Jan Dirk zegt dat in Italië in hele gebieden bepaalde middelen verboden zijn. De boeren zitten daar met de handen in het haar. Zo niet in Nederland, dat zich baseert op een Wagenings rapport. Volgens Van der Sluijs zijn er in Wageningen geen chemici die een uitgebreide bijdrage over pesticiden in hun rapport hadden kunnen ophoesten. Beste Jeroen, het stikt in Wageningen van de chemici en bio-chemici in Wageningen. Er loopt slechts een enkele niet-chemicus rond in een vies bloesje zonder laboratorium. Dé landbouw, met al haar belangen, dat ís Wageningen. Zoeken naar onafhankelijk landbouwkundig onderzoek in Wageningen, is zoeken naar een spelt in een hooiberg. Vandaar dit opmerkelijke resultaat: in het hele rapport over bijensterfte is slechts een kleine paragraaf gewijd aan bestrijdingsmiddelen.

Nog zo’n onafhankelijkheidsakkefietje.

Laatst hadden we een dergelijk akkefietje in de krant. Boeren zijn naar de rechter gestapt, omdat zij zieke en zwakke koeien overhielden na de vaccinatie tegen IBR. Minder melk en een enkel sterfgeval, kortom schade. De fabrikant van het vaccin, Bayer weet van niets: men ziet geen relatie, het komt nooit voor, het kan van alles geweest zijn in voer of milieu. Dat verhaal krijg je dan. De rechtbank wijst een onafhankelijk deskundige aan, professor Aart de Kruif van de faculteit Diergeneeskunde in Gent. De rechtbank doet dat dus, .. de rechtbank. Nu heeft de advocaat van de boeren een klacht ingediend, omdat de faculteit van deze heerlijke Belg gesponsord wordt door Bayer. Gelukkig is deze bèta ook niet al te politiek, want zijn officiële commentaar luidde: “Dat is inderdaad het geval, maar bij andere faculteiten is dat niet anders”. De Jeroen van de Sluijzen moeten we gewoon snikkend om de hals vallen. U begrijpt steeds beter waarom wij naast het gebruik van bestrijdingsmiddelen ook niet willen vaccineren. 

Ervaringskennis

Misschien gaat u dit echt te ver. Daar waar de onafhankelijkheid van wetenschap zélf een onzekere factor is geworden, kun u alleen nog terugvallen op uw eigen ervaringskennis. Tijd voor een experimentje in uw eigen vensterbank. Om te beginnen heeft u luizen nodig in uw geranium. Zonder plaaginsecten geen bestrijdingsmiddelen. Om dat te bereiken gooit u een flinke scheut Pokon bij de potgrond. U gaat gewoon kunstmest toedienen. Uw plant reageert met groei, enorme groei, maar ergens gaat er iets mis, en daar zijn ze: luizen. U kunt uw geranium nu bespuiten en in de buurt van een bijenkast neerzetten. Maar eigenlijk is dat niet meer nodig, u heeft uw lesje al geleerd. Tussen kunstmest en bestrijdingsmiddelen zit een recht evenredig verband. Nu wordt het interessant, we stuiten hier op de basis van de biologische landbouw. Een bestrijdingsmiddel bestrijdt een ziekte of plaag. De plant is hier blijkbaar zelf niet toe in staat. Hoe komt dat??? Waarom kan een biologische plant het wel zelf, die krijgt immers nooit bestrijdingsmiddelen, en een gangbare plant niet, die krijgt immers altijd bestrijdingsmiddelen. Maakt u zich geen illusies, er is geen gangbaar onbespoten groente of fruit of brood of suiker. Dat staat niet op de verpakking, maar dat komt omdat het er niet op hoeft te staan.

Het verschil zit ‘m in kunstmest. Kunstmest pompt je op als plant, voedsel in overvloed, je groeit en groeit, als een soort “supersize me” slurp je shake na shake naar binnen. Maar ergens gaat er iets mis. Je weerstand ontbreekt en de bodem staart je aan als een zwart gat waar je zo in kan knakken. Geen nood, daar komt de tractor of het vliegtuig met een cocktailtje en weg met alle ziekten, plagen en schimmeltjes. Eindstreep gehaald en oogsten maar. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen: 1 + 1 = 2.




De lege tube tandpasta.


Zelfs op vakantie een concreet doel voor ogen houden: bijtanken.


Bodemlandbouw

Biologische landbouw is een landbouw zonder bestrijdingsmiddelen, en dús zonder kunstmest. Het is eigenlijk bodem-landbouw. De bodem wordt gevoed met dierlijke mest of compost. Kunstmest is taboe, omdat het ziekten én plagen veroorzaakt in het gewas. Het is misschien moeilijk te begrijpen voor een mens dat ook plaaginsecten alleen zwakke planten aanvreten. Een ziek mens, heeft ook niet ineens meer last van muggen. Maar insecten weten wel beter. Zwakke planten zijn weldegelijk makkelijker leeg te zuigen door insecten. En dat gebeurt dus ook: plaaginsecten vallen aan op kunstmestplanten.

Zo niet op planten die groeien in een biologische bodem. Deze bodem zit vol leven. Bacteriën verteren de mest, de plant neemt dit op. Alles voedt elkaar, en is in verhouding. En compleet. Op die manier verliezen de planten hun weerstand niet. En voìla, zonder bestrijdingsmiddelen halen ze de eindstreep: het bord van de biologische consument. Het groeit natuurlijk wel een beetje langzamer, en de opbrengt is iets lager, maar de echt doorgewinterde bio-eter betaalt en proeft netjes het verschil. Kwaliteitje, én ook voor het bijtje.

Nederlandse glasgroente

Er is trouwens een uitzondering op de bespoten gangbare groenten, dat zijn de onbespoten gangbare groenten uit de Nederlandse glastuinbouw aan het begin van het groeiseizoen. De wereld is nou eenmaal niet zwart-wit. In de glastuinbouw wordt gewerkt met “biologische bestrijding”, wat inhoudt dat tegen een plaaginsect een natuurlijke vijand wordt uitgezet in de kas, in grote getallen. Tegen luizen worden lieveheersbeestjes uitgezet bijvoorbeeld. Dat verklaart misschien de grote kluit lieveheersbeestjes die tegenwoordig in mijn raamkozijn klitten. Met honderden tegelijk. Het is een uitheemse, agressievere soort. Ik vraag mij af of dit de uitgezette glastuinbouw variant is. Tegenwoordig zuig ik lieveheersbeestje gewoon op met de stofzuiger! Dat was toch vroeger ondenkbaar. Jammer dat ze geen bloemetjes kunnen bestuiven, dan konden ze de bijtjes vervangen. Misschien kunnen ze daar in Wageningen een gennetje voor inbouwen…

Steiner

Meneer Steiner, de grondlegger van de biologisch-dynamische landbouw, die ook de homeopatie heeft uitgevonden, windt er geen doekjes om: de bijen gaan de mensen voor. Dus als de bijen gaan, dan zijn daarna de mensen aan de beurt. Dit idee is iets te veel voor mijn vakantie. Ik was toch al zo moe. Steiner hield er tenslotte ook rare ideeën op na over mensenrassen. In lichte verwarring leg ik mijn krant weg. Misschien gebruikt Wilders ook homeopathische middelen. De wereld is tenslotte niet zwart-wit. We fietsen die dag verder maar een rondje langs een boerderij met boerderij-ijs. De melk van dit ijs is biologisch, maar niet alle smaken van het ijs zijn biologisch. Van sommige smaken is alleen de synthetische variant in poeder verkrijgbaar. En de ijsmachine, daar moet nou eenmaal poeder in. De wereld op zijn kop. We lopen door de stal van deze boer en boerin en we missen de koeien een beetje. Vakantie is ook niet alles. De bijen begrijpen dat.  

www.campingderoos.nl






Juni 2008

Handel in rauwe melk is verboden

Symposium

Al twee maanden geleden was er een symposium over rauwe melk. Teneur tijdens het symposium was dat er meer wetenschappelijk onderzoek moet komen, om het heil van rauwe melk aan te tonen, zodat de wereld om kan en de aanwezige boeren hun melk rauw kunnen leveren via de gangbare paden. Weinig concreet dus. Gelukkig waren er enkele Lunterse vrienden gezellig mee, die nu dus hun rauwe melk ophalen bij een bevriende Lunterse boer. Lunteren is toch meer dan het middelpunt van Nederland, het is het middelpunt van de wereld aan zijn rauwste kant.  

Eicosanoïden kiezen voor rauw

Rauwe melk levert een risico op voor de drinker, omdat er lysteria en salmonella in kunnen zitten. Dit zijn ernstige ziekteverwekkers die voor ouderen en zwakkeren fataal kunnen zijn en bovendien voor zwangere vrouwen het einde van de dracht kunnen betekenen. Om die reden moet rauwe melk in Nederland eerst gepasteuriseerd worden voor het verkocht mag worden. Gepasteuriseerde melk is u welbekend uit een pak.

Tijdens het symposium werd wetenschappelijk onderbouwd dat rauwe melk, als er geen ziekteverwekkers in zitten, ook heel gezond is, omdat het bestanddelen bevat die bij het pasteuriseren verloren gaan. Met name het enzym lipase, dat vet afbreekt, is alleen in rauwe melk aanwezig. Vitamine C gaat ook grotendeels verloren bij pasteurisatie. Omega 3, omega 6, alles wat nieuw is en trendy in de wetenschappelijke stoet van nieuwe geïsoleerde stoffen,  blijkt meestal al wel in rauwe melk te zitten.  Nieuw voor mij was dat Eicosanoïden het immuunsysteem aansturen en dat deze Eicosanoïden door het lichaam gevormd worden uit vetzuren die goed vertegenwoordigd zijn in rauwe melk (Ton Baars, Universiteit van Kassel, Duitsland). Bij pasteurisatie gaan ze verloren of worden ze omgezet in een onbruikbare variant. Als uw Eicosanoïden niet goed gevormd worden, kunnen ze uw immuunsysteem niet goed aansturen, en ontstaat er een allergische reactie. Uw Eicosano’s gaan dus ook voor rauw.

Eicosanoïden, nooit zo bewust van geweest. Qua kwantiteit zijn ze net zoiets als hormonen. Voorzichtigheid geboden dus, denk ik dan, als leek. In ieder geval is in een nog te kleine steekproef aangetoond dat kinderen met een melkallergie goed rauwe melk konden drinken, die moest dan wel komen koeien die gras gevoerd kregen en geen snijmaïs (snijmaïs is gehakseld en ingekuild mengsel van de hele maïsplant, met stengel, blad en kolf; wordt veel gevoerd aan koeien). Bovendien, wonder boven wonder, moesten die koeien ook nog horens hebben. Precies, onze melk dus. Het viel mij eerlijk gezegd mee dat hier niet een bepaald ras werd genoemd… Biologisch of gangbaar maakte ook niet uit eerlijk gezegd. Grasgevoerd, met horens, én rauw, dan zijn uw Eicosanoïden ook weer tevreden.

Natuurlijk kwam ook de kattenproef van Pottenger weer langs op het symposium, over katten die na vier generaties gepasteuriseerde melk vruchtbaarheidsproblemen hadden en een vervormd skelet, maar die kende de meeste symposiumgangers wel.

Oude en nieuwe ziekten

Naast lysteria en salmonella, konden er vroeger ook cholera en tyfus in rauwe melk zitten. Om die reden is pasteurisatie in het verleden in de warenwet geregeld. Terecht. Er zijn vele mensenlevens mee gered. Deze ziekten zijn tegenwoordig onder controle, alleen lysteria en salmonella zijn nog een wezenlijke bedreiging voor de rauwe melkdrinker.

Tegenwoordig zijn moderne welvaartziekten een grotere vijand: overgewicht, suikerziekte en allergieën. Rauwe melk kan een hulpmiddel zijn bij alle drie. Rauwe melk bevat lipase, het enzym dat vet afbreekt. En de vetzuren in rauwe melk zijn bruikbaar voor het lichaam om Eicosanoïden te vormen, wat het immuunsysteem beter doet functioneren en allergische reacties doet afnemen.

Over suikerziekte valt te twisten, maar gepasteuriseerde melk is gewoon niet lekker, er zit geen smaak meer aan. Je bent geneigd om er een smaakje en een laag suiker aan toe te voegen, zie het schap van de supermarkt. Wie als kind leert om de smaak van rauwe melk te waarderen, taant niet meer naar gesuikerde melkmengsels in alle kleuren van de regenboog. Van de ongeveer 10 vriendjes van de kinderen die regelmatig mee eten aan onze keukentafel, lusten er nog 3 een beker melk. Rauw of gepasteuriseerd maakt ze dan niet uit, gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen..

Volgens Ton Baars heeft rauwe melk ook een gunstige werking voor astmapatiënten.

Kortom, rauwe melk kan een bijdrage leveren aan de volksgezondheid van tegenwoordig.

Rauwe melk moet schoon zijn

Natuurlijk moet de rauwe melk schoon zijn en geen salmonella en lysteria bevatten. Ook dit is tegenwoordig, in tegenstelling tot vroeger, heel goed te realiseren en te controleren met een werkend protocol. De koeien worden niet meer buiten gemolken, waar de stront van de rug de melkemmer in regent en ook niet meer met de hand. Een bruine laag op de melk is voor goed verleden tijd. De melkmachine is steriel na iedere reinigingsbeurt, en de melk zit binnen een minuut automatisch in de tank, die het onmiddellijk koelt op vier graden. 

Salmonella zit in het vee, daarvan is onze veestapel gecertificeerd vrij, dus dat kan iedereen doen. Lysteria is vooral een kwestie van schoon werken. Alles in roestvrij staal en dan reinigen bij de juiste temperatuur en met het juiste reinigingsmiddel. Dit alles in een protocol dat met een ijzeren discipline consequent wordt uitgevoerd, en in een monitor opgetekend. Dat durft u toch wel aan. Zet daarbovenop een steekproefsgewijze monsterneming, door een erkende controleorganisatie die onafhankelijk kan certificeren, en u kunt als consument gewoon weer rauwe melk drinken. Tijden veranderen, nu de warenwet nog. 

Handel in rauwe melk

Stel dat boeren zo ver komen dat ze gecertificeerde rauwe melk in de tank hebben, die u durft te drinken, omdat u denkt dat het gezond is. Dan werkt de warenwet nog tegen. Deze wet stamt uit 1919, toen er nog cholera en tyfus heersten. De wet bepaalt dat rauwe melk niet verkocht mag worden. Er is een uitzondering: de boer mag het direct en onverpakt verkopen aan consumenten. Dus niet aan winkeliers en niet in een fles. Vandaar dat je bij sommige boeren een melkdrive, of melktap aan de weg ziet staan. Dit loopt meestal niet, omdat je de overgebleven melk uit de melkdrive niet meer mag leveren aan de fabriek. Menig enthousiasteling heeft de melkdrive daarom alweer in de verkoop staan. Het gaat mijns inziens alleen als er een distributienetwerk komt in de vorm van abonnementen, zoals je dat hebt bij biologische groenteabonnementen. In een groep afnemers mag dan iedere week een ander voor slijter spelen, en de melk rondbrengen aan de rest. Rauwe melk, echt verse, is maximaal een week houdbaar. Ik denk dat de warenwet voorlopig niet verandert en dat Friesland Campina voorlopig ook geen enkel heil ziet in rauwe melk, ondanks nieuwe wetenschappelijke inzichten. Voor het voortschrijdend inzicht is het juist wel belangrijk dat er een succesvolle rauwe melk praktijk ontstaat, met overtuigde drinkers. Onafhankelijk en gewoon volgens de principes van de vrije markt. Vraag en aanbod. Boeren die willen zullen zelf hun markt moeten ontwikkelen, consumenten die willen zullen zelf de distributie moeten regelen, anders hou je het niet vol.

Allergie onderzoek met kaas.

Het allergieonderzoek van Ton Baars had een te kleine steekproef, maar de resultaten waren wel veelbelovend. Alle drie de zwaar allergische kinderen, onder behandeling van een specialist, reageerden goed op rauwe melk van grasgevoerde koeien met horens.

Is rauwmelkse kaas ook geschikt voor allergiepatiënten, als deze van melk komt van  koeien met horens die grasgevoerd zijn? De bewerking van melk tot kaas gaat zonder pasteurisatie en alle oorspronkelijke stoffen zouden behouden moeten blijven tijdens het proces. Tijdens het kaasmaken, komt de temperatuur van de melk niet uit boven de lichaamstemperatuur van de koe. Een interessant experiment, wat bovendien wel meteen van start kan gaan, omdat u zich kan wagen aan de Remeker. Bovendien is dit praktischer, omdat rauwmelkse kaas, en dus ook de Remeker, wel gewoon verkocht mag worden in winkels in Nederland. Nou, mocht u het aandurven en mocht u als allergiepatiënt inderdaad Remeker kunnen verdragen, dan hoor ik het graag op irene@remeker.nl.

Één mits: snijmaïs bijgevoerd in herfst

Helaas voeren wij ook nog drie maanden per jaar snijmaïs bij aan onze koeien, en dat is half augustus, september, oktober en half november. Dan zit er zoveel stikstof in het gras, omdat de klavertjes gedurende de hele zomer hard gewerkt hebben, dan kun je het gras niet puur voeren, zonder snijmaïs. Er moeten dan wat koolhydraten bij, zoals snijmaïs, anders worden de koeien dun op de mest, en dat gaat ten kostte van hun gezondheid. Dit jaar voeren we voor het laatst snijmaïs bij, we hebben een alternatief geoogst deze zomer voor volgend jaar: triticale. Triticale is een kruising tussen tarwe (Triticum) en rogge (Secale). We oogsten dan de hele plant, met stengel en al, en kuilen dat in. Dat heet GPS: gehele plant silage. Een goed alternatief voor snijmaïs als we willen bijsturen in het rantsoen met koolhydraten. Dan is de snijmaïs voorgoed verleden tijd, en een allergische reactie op onze melk hopelijk, naar alle waarschijnlijkheid, ook.

Waarom zonder snijmaïs en met horens

Waarom snijmaïs in het rantsoen lijdt tot een allergische reactie bij de drinker is niet duidelijk. Maar dat het goed gaat met de drinker van de melk van die enkele koe die geen snijmaïs gevoerd krijgt, dat is duidelijk. Die melk is dus zeldzaam. Bijna alle boeren voeren altijd snijmaïs bij, koeien geven er veel melk van. Het is als suiker, zoet, ze eten het graag, maar ze worden er suf van. Het is niet goed om je kinderen veel suiker te geven, het is ook niet goed om je koeien snijmaïs te voeren.

Vroeger werd er geen snijmaïs gevoerd in Nederland, omdat het hier niet kon groeien. Te koud. Door veredeling kan het nu wel, net als bijvoorbeeld wijndruiven. Maïs kan nu zelfs nog noordelijker, in Denemarken, ook groeien. Denemarken staat er in één keer ook vol mee.

In oude grupstallen hadden koeien altijd horens. Met de komst van ligboxen moesten die eraf. Jan Dirk kan zich de dag nog goed heugen dat er gezaagd werd.  Heel bloederig. Hij herkende de koeien niet eens meer. Afijn, als er vraag ontstaat, naar rauwe melk van grasgevoerde koeien mét horens, ontstaat er vanzelf een markt, en daar ontstaat dan de producent en de rest van de werkelijkheid omheen. 






Rauwe melk in de koeilkast van een (agrarisch) consument.


Rauwe melk op tafel met een gezellig tafelzeiltje.

Zestig plusser drinkt rauwe melk.


Zwangere vrouw drinkt rauwe melk én.....


....glimlacht. 



Marktdenken

Dit marktdenken ontbrak er een beetje aan bij de symposiumgangers. Zo niet bij onze Lunterse vrienden die als leken op het symposium genoeg hadden geleerd over melk en wel in waren voor iets rauws. 

Ze halen nu nog steeds gezamenlijk melk bij een bevriende Lunterse boer, die de maximale gezondheidsstatus heeft op zijn bedrijf. Niet alleen vrij van salmonella, maar ook van bvd, para-tb, ibr, en wat al niet meer zij. Dit zijn ziekten die verder geen invloed hebben op de menselijke gezondheid, maar je weet maar nooit. De wetenschap is nooit klaar, dat zie je maar weer met die Eicosanoïden, nooit van gehoord. Deze boer heeft geen horens, op de koeien dan, maar ja, een mens kan niet alles hebben. De koeien zijn wel grasgevoerd.

Hieronder een verslag van de drinkende slijter.

Praktijk ervaring van een moderne slijter in de 21ste eeuw.

Ja, we halen nog steeds melk bij Cor. Na de zomerstop zijn we vorige week weer begonnen. Er komt niet zoveel bij kijken als je eigen biefstukje in je tuin maar ook dit vraagt enige organisatie.

Ik ben eerst gaan kijken bij Cor. We willen graag melk komen halen kan dat? Ja, dat kan. Het beste en makkelijkste is om melk te halen als er de eerste keer gemolken is ná het ophalen van de melk. Dat gebeurt 1x per 3 dagen. Dus ik heb 1x in 3 dagen een avond dat ik melk kan halen. De melk is dan het 'verst' , er zit dan geen 'oude' melk in de tank waar de verse mee is gemengd.  

Dan moet je weten hoe het werkt. De handel onder aan de tank moet je uit zijn beveiliging trekken en dan voorzichtig een beetje naar voren doen en de melk begint te stromen. Voordat ik zo ver was moest ik natuurlijk iets halen waar ik de melk in kon vervoeren. Bij de action heb ik een paar plastic vierkante containers gehaald. Daar heb ik een schaalverdeling op gemaakt. Ik heb een kleintje voor de 'achterburen' (kilometer van ons huis) van 2,75 liter en een grote van 4,6 liter voor onszelf. Ik zet de bussen in een mandje en dat weer in de auto en daar ga ik.

De eerste paar keren had ik het mondstuk van de tank niet schoon gespoten na het melk tappen. Tot ik Cor een keer zag en hij me liet zien hoe het schoongemaakt moest worden. Toen was ik een keer heel geconcentreerd bezig om mijn 2 liter af te passen en toen was ik er en wilde ik net op tijd netjes met de handel de melkstroom stoppen en bewoog ik hem de verkeerde kant op..... had ik bijna 5 liter i.p. 2!

De buren willen wel graag melk maar het is erg lastig om het lege melkbusje naar ons toe te brengen. Dus voor dat ik ga moet ik eerst daar het busje halen (en dat is best wel eens lastig omdat ze achter een grote poort wonen die meestal dicht én op slot is en ze de telefoon meestal ook niet opnemen). Met de melk in de auto rij ik voorzichtig terug - ja ik weet het, niet erg goed voor het milieu maar ik pak een anderen keer wel de fiets- en dat is tot nu toe goed gegaan. Ik heb nog geen noodstop hoeven maken. Eigenlijk wil ik graag een melkcontainer die ik echt af kan sluiten. Mijn plastic bakken hebben een gewone deksel. Dat gaat goed zo lang de bus netjes rechtop blijft staan maar ik vrees de dag dat....

Dan ga ik weer bij de buren langs. Deze keer weten ze van mijn komst en is de poort open en kom ik soms zelfs mijn auto niet uit en dan naar huis. De 2e koelkast die in de bijkeukenstaat is aangepast: er is een rekje uit zodat deze grote bus er in kan staan en dan giet ik steeds één liter in een glazen vierkante kan met plastic dekseltje en zet die in de koelkast. Ik heb er 2 dus als er 1 leeg is kan die in de vaatwasser en vul ik de andere.

Manlief drinkt sinds de nieuwe melk weer melk en ook 2 van de vier kinderen nemen nu weer (af en toe) melk of chocomelk mee naar school.

                       

Na 2 maanden moest er toch echt een melkprijs komen zodat ik voor de vakantie de gehaalde melk kon afrekenen. En dat is al weer zo lang geleden dat ik niet meer weet wat de prijs was..... (adviesprijs: 1 euro per liter, red.).

Ik haal per keer maar 2x2 of 2+3 liter melk (met uitzondering van die ene keer). En meestal om de 6 dagen. De melk blijft probleemloos goed 6 dagen en ik heb wel eens melk van 9 dagen oud gebruikt en die was ook nog prima. Maar daarna houd het echt wel op.

Het voelt een stuk beter. Als kind heb ik vanaf een jaar of 6 ook altijd 'rauwe' melk gedronken. Ik liep dan met een geëmailleerd melk kannetje van 4 liter door de wei (of over het pad, dat was 4x zover, maar als er een stier liep ging je over het pad) naar de boerderij aan de andere kant van de wei. En ben dat mijn hele jeugd thuis blijven gebruiken.

Ik vind het prettig als mijn eten zo 'puur' mogelijk is, niet alles al kant en klaar met van alles aan toegevoegde stoffen.

En dit is weer een stapje in de goede richting

Succes ermee

Xxxmarieke

Google op Ton Baars en Rohmilch

www.westonaprice.org/nutritiongreats/pottenger.html

www.verantwoordeveehouderij.nl (zie onder netwerken, nummer 9)



April en Mei 2009

De crèche houd ons bij de les

Kalfjes geboren

Het  voorjaar is begonnen, de geboortes slaan ons om de oren! Koe na koe krijgt een kalfje. Altijd weer mooi om te zien met hoeveel kracht de koeien een kalfje op de wereld zetten, en hoe liefdevol ze daarna aan de slag gaan met hun vondst. Wij genieten nog steeds van dit wonder, hoe oud en vleselijk het ook is. Na de geboorte kijken we als eerste even tussen de achterpootjes: is het een stiertje of een vaarsje? Dit oordeel heeft verregaande consequenties voor de boreling. 

De Vaarsjes

De vaarsjes zijn de meisjes. Daar zijn we blij mee. Die houden we aan. We koesteren ze met liefde. We geven ze een naam. Het vaarsje heet naar de moeder. Bloesje kreeg dit jaar het eerste kalfje van 2009, dit kalfje heet dan ook Bloesje. Bloesje en Bloesje. Mara kreeg ook een vaarsje, maar vorig jaar had zij al een Mara gekregen. Dit zusje (of halfzusje, vaders is ieder jaar een ander bij koeien) van Mara en dochter van moeder Mara heet Marlies. Moeder Mara en Marlies.

De oma van Mara en Marlies (oma Mara, de moeder van moeder Mara) heeft nog een dochter, dat is tante Margo. Margo kreeg ook haar eerste vaarsje dit jaar: Margo. In de wandelgangen Margootje genoemd. Margo en Margootje. Margootje en Marlies zijn dus nichtjes. U begrijpt dat alle “Mar-ren” familie zijn van elkaar.

Oma Mara beviel zelf ook nog een keer van haar derde dochter, Martha, die bij haar geboorte dus al meteen twee “tante-zeggertjes” had.

Kalfje bij de moeder

De vaarsjes mogen bij de moeder blijven. Er zijn wel wat biologische boeren die dit doen, maar over het algemeen worden kalfjes direct weggehaald bij de koe. Wij deden dat ook altijd. Het idee is daarachter is dat je dan besmetting van allerlei dierziekten voorkomt. Wat wel álle boeren áltijd doen is biest geven. Biologisch of gangbaar: de biest moet erin. Biest is de eerste melk van een koe. Het is dikker en anders van kleur, het zit vol antistoffen. Als het kalf geen biest krijgt, weet je zeker dat het binnen drie weken dood is. Ze hebben dat nodig voor de weerstand. De eerste biest is echt van levensbelang. Denkt u daar nog eens aan als u besluit uw eigen kind geen borstvoeding te geven. Nu kun je mensenbaby’s altijd een infuus geven, en het leven met veel kunst en vliegwerk in een ziekenhuis redden. Met kalfjes gaan we zo ver niet, ze moeten zichzelf redden, zonder infuus. Zonder biest gaat dat absoluut zeker mis, dat weet iedere boer.

Men melkt dan de koe en geeft de biest met een speenemmer aan het kalf. Wij denken dat je dan alsnog allerlei besmettingen kan doorgeven. Wat op het bedrijf aanwezig is, moeten ze zelf weerstand tegen opbouwen. Als je het kalfje bij de moeder laat, krijgen ze de biest het beste binnen, snel en veel. Een uur na de geboorte dribbelt het kalfje al rond en drinkt bij de moeder. Zo sterk en zo snoezig. Als het kalfje even niet drinkt, wordt het droog gelikt door de moeder. Moederliefde. Alleen mannen kunnen dit tafereeltje doorbreken.

Ursula is nummer 1

Na weken en weken debatteren vond Jan Dirk het goed, in 2005 was dat, dat boreling Ursula bij haar moeder bleef. En ze deed het super, ze dronk voorbeeldig, wist het uier feilloos te vinden. Moeder Ursula vond ook alles goed, trapte haar kalf niet weg en stond altijd paraat. Als een volleerd moeder voedde ze haar kalf. Na 6 weken stond er een dijk van een kalf, veel groter dan alle speenemmer kalfjes. Dat praatte makkelijker. Ursula is nu zelf melkkoe, en heeft nummer 1 om de nek gekregen. Ze doet het nog steeds ontzettend goed. Bij ons op het bedrijf staat het project “kalfje bij de moeder” nu als een huis en is het de basis geworden van onze jongvee opfok. Je kunt de wereld niet overlaten aan de man, en zeker niet de landbouw.

Uit nood geboren

Als kalfjes worden geboren en ze krijgen in de eerste week diaree, dan is het coli (eschericia coli, een bacterie). Als ze in de tweede week diaree krijgen, dan is het rota (rota corrona, een virus). Als ze in de derde week diaree krijgen, dan is het crypto (crypto sporidium, een ameube). Alle drie de ziekten kunnen dodelijk aflopen, maar als ze dit goed doorstaan, overleven ze verder alles.

Wij hebben op het bedrijf veel last van rota. Jarenlang gingen er kalfjes aan dood. Het is een virus, je kunt niks, behalve inenten. Wij willen niet enten, want je haalt er een sluipmoordenaar mee binnen. Er zijn hele veestapels aan vaccinatie ten onder gegaan, bij dierlijke vaccinaties kan er zoveel misgaan. Het gaat goedkoper en slordiger dan menselijke vaccinatie. Je prikt in één keer alle natuurlijke weerstand weg bij de koeien, en krijgt de gekste problemen, raadselachtige lamlendigheid, vage klachten, minder melk, het kost klauwen met geld en de veearts weet dan van niks. De boer weet alleen dat het na de vaccinatie is begonnen. Er is geen wetenschappelijke monitor die de vermoedelijke gevallen registreert, daarom alleen al willen wij niet enten. Er zijn wel de verhalen, ook bij bekende en bevriende boeren, wij weten genoeg, we enten alleen als we erbij neervallen. Dit jaar was dat bijna gebeurd.

We hebben namelijk de rota eronder gekregen met drastische maatregelen: ten eerste laten we het kalfje nu de eerste drie weken bij de moeder. Dat helpt. Ten tweede doen we aan geboorteplanning: in de winter wordt er geen enkel kalfje meer geboren. Alles wat in november, december en januari geboren werd, ging standaard dood, dus daar zijn we ook mee gestopt. Alle hokken zijn dan drie maanden leeg, en worden goed schoongemaakt. Dat helpt ook. Verder gingen in 2007 van de laatste 10 geboorten in het najaar, er 7 kalfjes dood. Er waren drie kalfjes van eigen stier (dus geen KI), en precies die drie bleven leven. Sindsdien geloven we dat natuurlijke dekking ook dieren oplevert met meer weerstand. Ook dit jaar was dat weer duidelijk. Dus dat is drie. Elk jaar gaat het beter met de rota, we komen er doorheen. Maar we hadden nog één blinde vlek: hygiëne.

Crypto

Dit jaar ging het goed met de rota. We juichten en genoten. Maar plotseling kwam er weer diarree in de jongste groep en we waren echt de wanhoop nabij. We hebben niet de neiging om de veearts te bellen, we kennen wel zijn riedeltje van inenten. Eén kalfje overleefde, het was Sefanja, de tweede dochter van Senne. Uit pure wanhoop dachten we eraan om dan voortaan alle kalfjes maar een bijbelse naam te geven. We maakten een afspraak met onze dierencommunicator Gerrie. Wij krijgen altijd de neiging om licht te gaan zweven in grote nood. Het heeft ons ook geen windeieren gelegd. Maar in dit geval lieten toch ook wat mest onderzoeken, voor een juiste diagnose. Wat bleek, het was geen rota, het was crypto. Dat betekent dat gewoon de hygiëne beter moet.

Bent u dan zo’n vieze boer?

Hoe kan zoiets simpels nu nog een les zijn? U bent toch al zoveel generaties boeren? Weet u dan nog niet hoe de hygiëne moet bij kalfjes? Ik hoor het u denken. Tja, er zijn wel wat nieuwe dingen. Ten eerste de nieuwe waterbakken, daar staat water in, zodat de kalfjes water kunnen leren drinken. Crypto kan in water zitten, dus dat kan het zijn. Ik laat de waterbakken nu elke dag even doorlopen, zodat er schoon water inzit. Ten tweede de nieuwe stal. De stal is in 2006 verbouwd, en de kalfjes staan nu onder een dak van kasfolie. Heel licht en modern, maar wel warm. Misschien is het de temperatuur, ideaal voor ziektekiemen, waardoor de hygiëne nog beter moet. Ik ben ook al in de weer geweest met een parasol, voor de kalfjes wordt het misschien ook te warm, dat haalt hun weerstand omlaag. Misschien moet er nog een schaduwfolie over het dak, dat bestaat in de kassenbouw ook. Wat kost zoiets? Hier puzzelen we nog op.

Ten derde moeten we misschien inderdaad gewoon vaker opstrooien. Blinde vlek, misschien is dat ook de oorzaak van de rota-problemen. We nemen in het protocol op dat we iedere maandag de kalfjes omhokken, naar een schoon en vers opgestrooid hok.

En de afspraak met Gerrie? Die laten we gewoon staan, altijd gezellig om met haar en de koeien te kletsen.


Onafhankelijke veearts

Joep Driessen komt langs, hij is onafhankelijk veearts. Hij schrijft boeken over koesignalen: je moet naar de koe kijken, als er iets mis is, kun je iets leren. Precies onze filosofie. Dit keer komt Joep langs met een journalist van Seasons, zo op het eerste gezicht iemand die nog geen analoog kaas van een Remeker kan onderscheiden. Seasons is een blad voor buitenlevende burgers, waarin staat hoe je dit jaar weer je geranium buiten moet zetten in zijn designbloempot. Erg nep en vervelend blad. We denken dat onze kaasfans, slow foodies, doorgewinterde biologische antroposofen, consuminderaars, en cultural creatives zal afschrikken als we ons inlaten met een dergelijk glossy magazine. Bovendien hebben we onze eigen communicatiekanalen naar de klanten toe allang op orde. Joep begrijpt er niets van. Ik leg uit dat een verloskundige ook niet gaat adverteren in een pornoblad. Dat komt over. Hij belt een acteur, hijst hem in een overal en maakt de foto’s. Daar hadden we niet van terug. Dus mocht u onze koeien tegenkomen in Seasons, met een schimmige man in een overal, samen met Joep, dan weet u ervan. En Passant sprak Joep nog wel een onafhankelijk woord uit: “Inenten? Tja, het werkt vaak niet. Hygiëne helpt vaak beter. Met een verbeterde hygiëne kun je goed van de rota afkomen.” Kijk, dat klinkt ons wel als muziek in de oren.

En de stiertjes?

“Maar hoe gaat het nu verder met de stiertjes?” vraagt u zich al drie bladzijden af. Die mogen maar één etmaal bij de moeder blijven. Ze drinken dan goed biest. Daarna gaan ze in een eigen hokje, alleen. Als je ze samen in hokje doet, zuigen ze bij elkaar aan de navel.. Tja, dat is de zuigreflex. Ze kunnen niet bij de moeder drinken, en zo’n speenemmer, daar zijn ze snel mee klaar.

Maar daarna is het nog veel erger. Ze gaan naar de gangbare stierenmester. Niks biologisch. Er is maar één biologische stierenmester in Nederland, www.ecofields.nl. Maar die heeft nog te weinig afzet, u eet geen biologisch kalfsvlees. Hij moet dus heel kostprijsbewust werken, dan wordt het prijsverschil met gangbaar kleiner. Daarom wil hij geen Jerseystiertjes, want daar zit te weinig vlees aan. Dan wordt het te duur. Gangbare stierenmesters willen ze, om dezelfde reden, ook liever niet hebben. Het vetmesten van een Jerseystier kost gewoon geld, omdat ze zo weinig vlees hebben. Het Jerseyvlees is natuurlijk overigens wel veel lekkerder, malser, dus het zou een prijs mogen hebben. Wie o wie wil die markt ontwikkelen?? 

Kortom, we zijn blij dat William, gangbaar, ze nog gratis komt ophalen. Voor een Holsteinstiertje betaalt hij 200 euro, voor een Jersey hoeft hij niets te betalen. Maar nu komt het: de subsidie op stieren vetmesten is afgelopen. In Brussel willen ze geen productie meer subsidiëren, alleen landschap. Voedelzekerheid is uit, landschap is in. Tja, zo gaat dat. We zijn bang dat William de Jerseystiertjes ook niet meer wil hebben, en dat we ze af moeten laten schieten. “Over mijn lijk,” zegt Jan Dirk.  

Gesekst sperma

De gangbare oplossing voor dit probleem is gesekst sperma. Dit is eigenlijk gesorteerd sperma, alle stiertjes zijn eruit gecentrifugeerd. Wij zijn niet zo van dit kunst en vliegwerk, wij zijn meer van het verse sperma. Het is gebleken dat gesekst sperma zwakkere nakomelingen levert, en wij moeten het nu juist van de weerstand hebben. Maar vanwege deze penibele situatie belt Jan Dirk met Skal, de controle organisatie voor biologische landbouw met de vraag of wij gesekst sperma mogen gebruiken. Daar blijkt dat deze techniek nog zo nieuw is, dat er nog geen regelgeving voor is. Nouja, nieuw, nieuw, Jan Dirk legt uit dat het wel eens hard kan gaan met het gesekste sperma, en de controleur belooft het in de volgende vergadering in te brengen. Voorlopig mag het dus. Embryo’s spoelen en dan implanteren in een andere koe (ET), ook schering en inslag in de gangbare sector, is wel verboden in de biosector, maar dit terzijde.

(* Halverwege de zomer werd duidelijk dat gesekst sperma absoluut niet mag binnen de biologische productie wijze!)






Samen slapen.


Zo moeder zo dochter.


Speenemmer.


Ursula, nr 1, een dijk van een koe, al is haar kop mooi van lelijkheid.


Diaree kan dodelijk zijn...


De eerste "adopteer een biefstuk"-kalfjes worden opgehaald.

Adopteer een biefstuk

Onze mening staat eigenlijk al vast, we gaan voor vers sperma. Maar waar moeten we dan heen met de stiertjes. Van moeder natuur krijgen we een knipoog. Van de 35 kalfjes zijn er maar 12 stiertjes. Op één na is dat één op drie. Is dit statistisch significant? Volgens mij wel. Daarna krijgen we drie weken geen kalfjes, en nu zijn er weer zeven geboorten: maar twee stiertjes! We denken dat de koeien gewoon weten dat ze de vaarsjes mogen houden en de stiertjes niet. De intenties van koeien zijn blijkbaar heel sterk. Kent u het intentie-experiment? Echt wetenschappelijk. Onze koeien zijn gewoon heel goed in kwantumfysica. Dit is kost voor Gerrie.

Maar met die paar stiertjes moeten we toch iets. Makandra, een zorgboerderij neemt er vier. Een vriendin, toevallig de zus van Joep, neemt er drie. Die gaan naar Joep, hij weet nog van niets. Zo, die zit, 1-1.

Drie zijn er doodgeboren, de overige vier gaan naar William. Als William in de toekomst afhaakt, zoeken we nieuwe adoptieboeren voor de stiertjes die geboren worden. Anders dan bij “adopteer een kip” en “adopteer een appelboom”, is het bij “adopteer uw toekomstige biefstuk” wel de bedoeling dat u het stiertje zelf huisvest in uw tuin. U wordt dan echt boer. Niet in de laatste plaats omdat u dan over een echte boeren hobbel heen moet: u kent het vlees dat u eet bij naam. Als u dat kan, haalt u de woeste natuur in uzelf weer een beetje boven, en dan bent u ook wel bereid om iets geld neer te leggen voor een goed leven voor uw stier.

En last but not least: u moet een UBN nummer aan vragen bij het Ministerie van Landbouw en dan voortaan uw ene stier opgeven bij de meitelling. Zie hiervoor de weblog van februari. Volgens Jan Dirk is deze administratieve rompslomp een nog veel grotere hobbel, maar hij eet dan ook al van kinds af aan zijn Bloesjes en Mara’s en Senne’s en Ursula’s gewoon op.

Opvallend

Als het goed is valt u nu op dat er dus geen enkel stiertje is doodgegaan dit jaar na de geboorte. Geen stiertje met rota of crypto. Sommigen hadden wel even diaree, maar kwamen daar zelf overheen in hun uppie, in hun hokje. Tja, dat zet een mens toch aan het denken. Er waren maar weinig stiertjes, ze hadden steeds een plekje in een buitenbox, daar is het schoon en koel. Daar gaan we met al onze verhalen over kalfje bij de moeder. Hoe hard het ook is: het is toch echt de hygiëne.

Evaluatie

Al met al willen we wel doorgaan met kalfjes bij de moeder. Als de stiertjes en vaarsjes na drie weken bij elkaar in een groepshok komen, zijn de vaarsjes duidelijk beter gegroeid en ze zien er beter uit: meer glans, betere pensvorming.

Bovendien leren we nog elk jaar bij over hoe het moet met de kalfjes bij de moeder. Omdat een koe gefokt is op melk geven, is haar melk veel te veel voor één kalfje. Het gekke is dat het kalfje zelf geen rem heeft op hoeveel ze drinkt: als er te veel beschikbaar is, dan drinkt ze ook teveel. Haar magen lopen dan in elkaar over, wat lijdt tot voedingsdiaree. Hier kunnen ze ook weer aan dood gaan.

Daarom werkten we eerst met pleegmoeders: vier kalfjes onder één koe. Maar dat werkte niet goed. De pleegmoeder accepteerde niet ieder kalf, en het zwakste kalf had altijd de slechtste speen. Dit jaar hebben we voor het eerst een crèche. De kalfjes mogen dan bij de eigen moeder drinken, maar niet de hele dag door, alleen ’s nachts. Zo drinken ze dan ook niet te veel. Ze gaan dan ’s avonds uit de crèche de kudde in en vinden dan altijd feilloos hun eigen moeder tussen al die honderd koeien. Maar een nacht is nog te lang. Ze drinken dan nog te veel, en krijgen dus voedingsdiaree. Daar hebben we dit jaar ook een vaarskalfje aan verloren. We leerden dat twee keer één uur per dag genoeg is, na het melken, als de uier bijna leeg is.

De koeien worden dus gemolken, daarna worden de kalfjes een uurtje losgelaten in de kudde, ze mogen bij hun eigen moeder drinken en moeten na het uur terug in de crèche. Het hele voorjaar door zijn er ongeveer drie tot acht kalfjes tegelijk in de crèche. Sommigen gaan vanzelf terug naar de crèche, anderen moet je terug doen. Wat zijn ze snel!! Sneller dan ik. Zeker in de pot, over het hobbelige stro. Dit is pas conditietraining. Met blote voeten ben ik sneller dan op klompen. Dat is nog tot daar aan toe, soms moet ik plat op mijn buik in de stront en heb dan net een achterpootje te pakken. Je moet iets over hebben voor soortoverschrijdende vrouwensolidariteit. 

Dat gaat nu goed. Alleen een enkele moeder trekt dan de melk op tijdens het melken… er komt dan niets uit de speen als ze aan de melkmachine staat. Jan Dirk ergert zich rot aan deze overdreven moederinstincten, en gelijk heeft hij, want als het kalfje teveel drinkt, dan kan het dood gaan. Deze koeien moeten dan maar in de leer bij Gerrie.

En Gerrie?

Gerrie, de dierencommunicator, komt inderdaad ook nog langs en spreekt ons namens de koeien gewoon moed in. Dat hadden we precies nodig. In het hectische voorjaar loop ik onder alle nieuwe hygiëne maatregelen bijna een burn out op, maar zolang het nog helpt, enten we niet. Met Gerrie erbij bezinnen  we ons nogmaals waarom we nou eigenlijk niet willen inenten. We vertellen haar het verhaal van een bevriende boer. Hij werkt parttime in de gangbare varkenshouderij. Op één dag had hij “80 tomen gedaan”. Een toom, dat is één worp van een zeug, ongeveer 15 biggetjes. Bij deze 80x15 biggetjes had hij per big vier dingen gedaan: antibiotica gegeven, het staartje gecoupeerd, een vitaminen preparaat gegeven en een cocktail van inentingen gegeven. “Want anders gaan ze allemaal dood”. Kijk, en dat willen we niet, we willen dat onze kalfjes gewoon kunnen leven als ze geboren worden. Daar werken we naar toe. Pas als er echt niets meer is om te verbeteren, en het lukt nog niet, dan gaan we inenten. De koeien zijn eens.



Maart 2009

Zij leeft!

Vitaminepillen voor koeien.

Wie slikt ze niet? Een pilletje met vitamine A tot Zink, het kan geen kwaad, altijd goed. De koe die uw melk heeft gegeven, slikt in ieder geval ook. Een Nederlandse koe vinden die niet slikt, is zoeken naar een speld in een hooiberg. Misschien een paar van de meest doorgewinterde biologisch dynamische, daar nemen wij ons petje voor af. Onze koeien slikken ook. Gewoon de synthetische mikmak. We zijn er eigenlijk een beetje klaar mee.

In de pap

Vroeger hadden we thuis in de knalgele vla zo’n knalroze pilletje, voor de vitamine C. Volgens mij is het zelfs een van mijn vroegste herinneringen. Het maakt gewoon indruk, zo’n pil. “Alles” zit erin. Alhoewel dat heel wetenschappelijk is, geloof ik er niet zo in. Gewoon gevarieerd en vers eten, de rest is luiheid of een ander probleem dat je moet oplossen. Gezondheid is niet te koop, en zeker niet in een pil. Toch slikken onze honderd koeien hun dagelijkse dosis. Niet in de vorm van een pil, maar in de vorm van poeder. Mineralen heet dat. Voor het jongvee, de kleintjes van 0 tot 2 jaar, hebben we zelfs een aparte zak. Uit deze zak slikken ook de droge koeien. Dat zijn de koeien die tijdelijk geen melk geven, omdat ze weer een volgend kalfje krijgen.

Twee soorten

Er zijn dus droogstandsmineralen en melkveemineralen. En wat zit daar dan zoal in, vraagt u zich af. Dat zijn vitaminen, spoorelementen en micro-elementen. Om precies te zijn: vitamine A, vitamine D, vitamine E. De spoorelementen zijn: jodium, kobalt, koper, mangaan, zink, selenium en ijzer en verder zit erin aan micro-elementen: calcium, fosfor, magnesium, natrium, kalium, chloor en zwavel. De elementen zijn over het algemeen gebonden aan oxiden, of in de vorm van chelaten.


Biologisch

Misschien vraagt u zich af waarom synthetische spullen toegestaan zijn in de biologische sector. Het is gewoon zo. De gedachte is dat het anders niet kan. De biologische sector, dat zijn we zelf en die maken we zelf. Als een soort agrarische variant van “de maatschappij dat ben jij”. De regelgeving is Europees, maar is tot stand gekomen via privaatrechtelijke controleorganisaties, dus vanuit de boeren die het doen. De regelgeving blijft zich ontwikkelen, maar altijd in overleg met biologische boeren. Synthetische mineralen, die zijn gewoon toegestaan. En voor insiders: zélfs onder het Demeter-keurmerk van de biologisch dynamische landbouw… Waarom?? De natuur levert haar gras toch compleet af? Wie eet er nou gezonder dan een koe, de hele dag verse “sla”, zo van het land af happen, grazen heet dat, en dan nog gebrek hebben aan vitamines en mineralen? Toch gebruiken alle boeren mineralen. Het is de angst voor gebreken. En die angst is ook wel reëel. Het is gebleken dat koeien gebrek hebben. Als je geen mineralen voert, krijg je last met de vruchtbaarheid van de koeien. En u weet: zonder kalfjes geen melk. Ook kun je last krijgen van vroeggeboortes. De kalfjes overleven dan niet en de koe geeft dan geen melk. Wij hadden twee vaarzen die afkalfden, de geboorte verliep perfect, de kalveren waren perfect, maar ze gingen niet ademhalen. Ze gingen dus dood. De veearts kwam het vaker tegen tegenwoordig en wees op seleniumgebrek. Tja, werp daar maar eens iets tegenin.  

Te veel

De aanleiding om hier eens kritisch naar te kijken was dat we een hok jongvee hadden dat “stond te krengen”. Het groeide niet goed, het hoestte altijd, de vacht was vaal, het zag er gewoon niet uit. Ik probeerde van alles, rantsoen, tocht, opstrooien, maar niets hielp. Met de moed in de schoenen, liet ik mij tegen het hek vallen en plofte in het stro. Kalfje Laura, de slechtste van allemaal, begon mij in het gezicht te likken. “Het zijn de mineralen, liefje”. We halveerden de dosis. Bovendien kwamen we erachter dat onze kleine van twee ook wel eens wat handjes bijvoerde, daar werd in het vervolg ook een stokje voor gestoken. En inderdaad, dat hielp. Conclusie: mineralen kun je ook echt te veel voeren. Overdaad schaadt. Laatst stond er in UGCN-magazine (het krantje van het uiergezondheidscentrum) dat te veel vitamine E kan leiden tot uierontsteking. Ook stond er in Nieuwe Oogst (het blaadje van de “vakbond”) dat zink en koper, door het voeren van mineralen, met name bij varkens, de water- en bodemkwaliteit bedreigen. Heel interessant artikel, wat ik hier terzijde laat, maar u zou als melkdrinker en varkenseter zich zeker eens moeten buigen over onze vakliteratuur.

 

Natuurlijke mineralen

Ongeveer een jaar geleden hoorden we van een collega boer dat hij met natuurlijke mineralen was begonnen. Weg met de synthetische rommel, mineralen recht uit de natuur. Dan moet het wel goed zijn. We verdiepten ons er verder niet zo in, het was hot in hip-boerend Nederland, wij gingen ook meteen om. Een telefoontje naar de leverancier en klaar is Kees. Toch waren het net zo goed deze natuurlijke mineralen waar het jongvee last van had. Door de ervaring met het krengende hok jongvee, pakten we nu het etiket er maar eens bij. Niet alle ingrediënten bleken even natuurlijk, maar daar waar mogelijk had men zijn best gedaan. Onze onafhankelijke voervoorlichter, Dirk Zaaier bemoeide zich er ook mee, en voor we het wisten was het een item. Tijd voor een dossier. Alle losse berekeningen, info en uitgeknipte etiketten gingen in een map. Op een rustig moment gingen we er eens voor zitten.

Het compromis

Omdat ik uit de glastuinbouw kom, en niet uit de koeien, moet Jan Dirk mij altijd eerst uitleggen waarom. Waarom?? Waarom krijgen onze koeien mineralen. Jan Dirk zegt dat alle koeien mineralen krijgen. Het is geen vraag. Maar waar komen die gebreken dan vandaan? Niet gehinderd door enige praktische kennis van zaken werp ik er wat theoriën tegenin van de baarden uit Wageningen. We komen tot de conclusie dat in een bodem alle mineralen aanwezig zijn. Als de bodem leeft, gonst van de bacteriën, schimmels, wormen en andere levende zielen, dan zijn de mineralen ook opneembaar. Plantjes wortelen in overvloed. Simpelweg: de een zijn dood is de ander zijn brood. Dat is wat biologische landbouw in zijn kern is: landbouw met een levende bodem. Je moet haar dus ook voeden met organische stof: mest, stro, plantenresten, compost. Als je kunstmest gebruikt geef je alleen stikstof, kalium en fosfor, direct aan de plant. De bodem niet meer dan een dood substraat, zeker in combinatie met bestrijdingsmiddelen. Er is niks, alleen de kunstmest, dat is niets anders dan zout, en die is niet kompleet met alle mineralen. Als het gras de mineralen niet op kan nemen, missen de koeien die in het rantsoen, en moet je ze dus direct aan de koe bijvoeren. Door het gebruik van kunstmest, ontstaan de gebreken verderop in de keten, bij de koeien, en zodoende zijn de mineralen in zwang geraakt. We beseffen onze ziende blindheid: onze bodem leeft, we zijn dit jaar al 15 jaar biologisch en we hebben geen mineralen meer nodig.

Durven we het aan?

Durven we dat aan? Hoe doen de oudste en beste biologische boeren het eigenlijk? Die met de beste vaste stromest, de oudste biologische bodems en de rondste kringlopen? Dat zijn de biologisch dynamische boeren. Ze hebben zich verenigd onder het Demeter-keurmerk. Dat hebben wij niet, met name omdat ze antroposofisch zijn en nogal dogmatisch rommelen met energie, maar dit terzijde. Ik bel met de Stichting Demeter-keurmerk. Het blijkt dat ook biologisch dynamische boeren, Demeter-gecertificeerd, synthetische mineralen gebruiken mogen gebruiken, en zij doen dat over het algemeen ook. Alleen sommigen, de oudste biologisch dynamische bedrijven, die ook natuurgrasland hebben, dat helemaal verschraald is (zonder mest) en met veel kruiden, díe kunnen minderen of helemaal zonder mineralen werken. Soms gebruiken ze dan kruiden- of algenpreparaten. Moraal van het verhaal: mineralen komen uit kruiden. Er moeten veel verschillenden soorten plantjes voorkomen tussen het gras. Biologische diversiteit. Dus het grasland moet verschralen, minder mest. Dan krijgen kruiden een kans. Maar minder mest betekent óok minder opbrengst. Aha, dus uw melk/kaas wordt er weer een slokje duurder van als we de mineralen eruit doen. Als de opbrengst van het gras omlaag gaat, gaat de kwaliteit omhoog. Gelukkig staat ons grasland al bol van de paardenbloemen. Pingsterbloemen, herderstasje, madeliefjes. Maar écht zo kruidenrijk als verschraald grasland, nee dat niet. 




De nieuwe mineralen


De oude (links) en nieuwe (rechts) mineralen.


Ons eigen kuilgras is bijna op.


De aangekocht balen met ingekuild gras


Het jongvee staat er weer puik bij


Pingsterbloemen

Paardebloemen

Grasaankoop

Er is dan nog één probleempje over. We hebben te weinig grond. We hebben nu al teveel koeien eigenlijk, voor de 32 hectaren die bij ons bedrijf horen. We moeten dus ook gras aankopen. Ons eigen gras is zit de laatste jaren in de stijgende lijn qua kwaliteit. Doordat we in 2006 de stal hebben verbouwd tot potstal, waarin de koeien in het stro liggen, beschikken we nu over vaste mest met stro, in plaats van de drijfmest (gier) die we eerst hadden. Dat blijkt dus in de goede richting te werken. We laten altijd monsters van het gras in een laboratorium analyseren, waaruit ook blijkt dat ons eigen gras steeds meer mineralen bevat. Maar uit de analyses blijkt ook dat het aangekochte gras nog een en ander ontbeert. We rekenen een avondje aan de monsteranalyses en zetten alle cijfers op een rijtje. Welke mineralen zijn nu echt nodig? Daar waar wetenschappelijke informatie ontbreekt, pakken we het meer kwantumfysisch aan: we gaan puur op ons gevoel af. Je bent boer of je bent het niet. Als we ons gevoel niet meer kunnen vertrouwen, kunnen we de tent wel sluiten. In Wageningen noemen ze dat ervaringskennis. Als onderwerp van Wageningse studie noem ik het intuïtie. Gewoon doen.

Eigen receptuur

We bellen een andere leverancier, de bovenste beste biologische, Heemskerk, die een mineralenrecept op maat kan maken. De vitamine A laten we eruit, maar D en E laten we erin. Daarvan is alleen de E een natuurlijke stof, de D is synthetisch. Verder laten we de jodium, koper, mangaan, kobalt en selenium er in een lagere doses in en in andere verhoudingen. En de doses die we per dag voeren, verlagen we ook. De zink en de ijzer, en overige mineralen (fosfor, magnesium, kalium, zwavel) laten we zitten. Wel geven we zeewierkalk aan het jongvee, daar zit voornamelijk calcium in. En we geven zeezout, daar zitten natrium en chloride in. Al met al is het een stuk goedkoper en nog steeds waar mogelijk natuurlijk.

Grond nodig

De moraal van dit verhaal is dus dat we meer grond nodig hebben. Grond is, als het al te koop komt bij de buurman, erg duur (60.000 euro per hectare, daar kunnen ongeveer drie Jerseykoeien van eten). Eigenlijk kan het niet uit, ook al is de kaasprijs nog zo goed. Grond zit in het erfgoed, wat je bij moet kopen, is eigenlijk beleggen. Dat is een ander vak. Daar hebben wij niet zo veel mee. Eigenlijk willen we dat burgers, kaaseters, beleggen in  mooie groene grond. Als ze dat een jaar geleden hadden gedaan, had ze dat zeker geen windeieren gelegd. Grond is een waardevaste belegging. Zeker in tijden van crisis geen overbodige luxe.  We zoeken samenwerking. Als we tijd hebben, gaan we hier eens mee aan de slag. Een fonds, participanten. Iedere zichzelf respecterende biologische boer zou dat eigenlijk al moeten hebben. Als het een aangekochte grond is, die omgeschakeld wordt van gangbaar naar biologisch, dan is het eigenlijk een opgestane grond. Zij leeft! Uw pasen kan dan niet meer stuk.

En de koeien?

De koeien zijn tevreden. Voor de droge koeien hadden we namelijk geen natuurlijke mineralen, dus daar zat een vanillesmaak aan. De koeien vinden dat ronduit vies. De voervoorlichter vond het wel lekker ruiken. Een vergissing is menselijk. Ook de drager, de stof waar de mineralen mee verdund zijn, is nu anders: tarwegriesmeel in plaats van magnesiumoxide. De koeien vinden het duidelijk beter. Nu zie je de koeien naar de mineralen happen, voorheen aten ze om de plekken heen waar mineralen gestrooid waren. Prima prima. We wachten af of er problemen komen die voortkomen uit mineralengebrek. Dan passen we de receptuur weer aan. Als het goed gaat, schrappen we meer weg. En als we op termijn meer grond in gebruik kunnen nemen, dan komen we nog eens helemaal van de “pillen” af.  

Alleen had helaas de geestelijk moeder van dit verhaal, kalfje Laura, een te grote groeiachterstand op gelopen. Helaas hebben we haar laten afmaken.

 


Februari 2009

Papier kan ook heel ongeduldig zijn

                       

De administratie

De mest ligt weer netjes uitgestrooid over het land. Maar februari is niet alleen de maand van het mest uitrijden. Het is ook de maand van het boekhouden en overige administratieve verplichtingen. Dat heeft veel meer voeten in de aarde; voeten onder het bureau, in dit geval. We hebben niet voor niets een bureau van zes vierkante meter, waarvan ongeveer drie meter gezamenlijk. Ook dat nog.

Administratieve lasten

Wat kan een boer nou aan administratie hebben, vraagt u zich af. Tja, voor u een vraag, voor mij een weet. Er is zelfs een heus loket waar je onnodige administratieve verplichtingen kan melden. In 2003 is er namelijk een commissie administratieve lastenverlichting in het leven geroepen, die een rapport heeft geschreven getiteld “Lasten in Balans”. Eind 2007 waren de administratieve lasten met 37 % verminderd…

Inderdaad moet ik toegeven dat er verbeteringen zijn. Boeren worden gecontroleerd door het ministerie van Landbouw via een institutie met de aansprekende naam “Dienst Regelingen”. De digitalisering van deze Dienst noopte mij menig maal tot het aanvragen van fysieke papieren, omdat de website gewoon standaard vastliep, net als je alles had ingevuld. Dan kreeg je per post een week later weer de verkeerde kaart opgestuurd, en was er geen tijd meer voor het per post versturen van de juiste kaart… Dat is allemaal afgelopen, het invullen, en digitaal verzenden, gaat redelijk vlotjes.

De mest-administratie

De mest-administratie moet waterdicht zijn en kent strakke deadlines. In Nederland wonen namelijk naast 16 miljoen mensen ook 16 miljoen varkens. Die leven van onder anderen van geïmporteerde soja (deze invoer mag genetisch gemanipuleerd zijn, maar dat ter zijde) die  niet in Nederland wordt verbouw, maar op grond elders in de wereld. Dit leverde zoveel mest op dat er in het verleden wel tot 15 cm dik mest werd uitgereden in Nederland. Dit staat natuurlijk niet in verhouding tot wat er landbouwkundig nodig is. Mest is een afvalproduct geworden. In de jaren ‘70 werd er naar aanleiding van deze problematiek mestwetgeving in het leven geroepen. Terecht. Het Ministerie van Landbouw controleert de boeren op de hoeveelheid mest die ze produceren en waar ze die laten. Hier moet je dus een administratie van bijhouden. Je kan mest naar een akkerbouwer brengen of laten verwerken in een mestverwerker en dan exporteren.

Wij moeten ook mest afvoeren, omdat we gras kopen van andere Nederlandse boeren. We mogen de mest die de koeien uitpoepen van dit gras, dus niet allemaal op onze eigen grond brengen, dat moet weer terug naar de akkers van andere boeren. We voeren dit jaar 930 kuub mest af met 3144 kg stikstof en 1529 kg Fosfaat. Achter deze simpele zin zit twee dagen werk, namelijk het schatten van de hoeveelheden en het invullen van het wettelijk verplichte “bemestingsplan”. Op dit bemestingsplan worden we gecontroleerd door de AID, de Algemene Inspectie Dienst.

De mestwetgeving is per 1 jan 2006 drastisch veranderd, zodat dit het eerste jaar was dat ik het allemaal vlotjes uit de pen schudde. Alleen de layout van het computerprogramma was dit jaar “verbeterd”, zodat ik weer overnieuw moest wennen aan waar alles staat. Maargoed, het is weer gelukt, als de controleur op de stoep staat, moet het goed gaan.

Verder komt er nu nog een factuurtje overheen van 930 kuub mest maal 9 euro per kuub, is 8370 euro. Dit zijn de mestafvoer kosten. Dit valt nog mee, omdat het biologische rundveemest is, een gangbare varkenshouder betaalt tussen de 20 en 25 euro per kuub gangbare varkensmest. Dit geld gaat naar de transporteur en naar de akkerbouwer. Een akkerbouwer ontvangt dus geld, omdat hij mest plaatst op zijn land. De wereld op zijn kop.  

Hier steekt nog iets anders, omdat biologische akkerbouwers tot nu toe gedeeltelijk gangbare mest mochten gebruiken. Niet iedere biologische akkerbouwer doet dat, maargoed, tel uit je winst. Nu maken akkerbouwers in het algemeen weinig winst, dat weer wel. De wet rondom biologische productie wordt momenteel gewijzigd, we gaan naar 100 % biologische mest op biologische akkerbouwbedrijven. Gelukkig maar. Misschien wordt uw biologische winterpeen er iets duurder van, maar voor de bodem en voor u is het echt beter. En wij kunnen die 8 mille ook wel beter besteden…

Derogatie aanvragen

Gras neemt meer mest op dan enig ander landbouwgewas en zodoende mag je op gras extra mest opbrengen, onder bepaalde voorwaarden. Dit moet je apart aanvragen en dit heet “derogatie”. Als wij dit formulier vergeten in te vullen, mogen we 80 kg stikstof per hectare minder bemesten, en dit kost onder de huidige mestafvoer kosten en de huidige stikstofgehalten in onze mest ruim 2000 euro. En wat denkt u? Helemaal goed gegaan!!

Toeslagrechten

Het huidige landbouwbeleid in Europa gaat momenteel op de schop. Dit  heet de “Health Check” in landbouwpolitiek jargon. Het komt er op neer dat de markt voor landbouwproducten zo veel mogelijk vrij moet zijn. Geen opkoop van overschotten tegen een vastgestelde bodemprijs, en geen subsidie op export van overschotten (het uitbetalen van het verschil tussen de wereldmarktprijs en de Europese gegarandeerde bodemprijs aan exporteurs). Dit lukt nog niet helemaal, maar de intentie is er. Wat wel helemaal stopgezet is, zijn de zogenaamde “premies”. Er was een bijvoorbeeld een suikerpremie, bietenpremie,  maispremie, slachtpremie, melkpremie. Iedereen die mais, bieten of suiker had, een koe liet slachten of melk leverde, kreeg geld gestort op zijn bankrekening uit Brussel, via Den Haag. Dit is allemaal verleden tijd. Prima natuurlijk, al vraag ik mij soms wel af hoe dit eindigt. Als het een keer echt crisis wordt, heeft Europa maar 4 miljoen ton tarwe in voorraad. Dat lijkt veel, maar het is ongeveer genoeg voor anderhalve week. Er zijn ook al economen in Brussel die hier kanttekeningen bij plaatsen. Tja, ik weet het ook niet hoor. Het oude landbouwbeleid was ingevoerd na de hongerwinter van 1944. Het ging eigenlijk al 60 jaar goed, maar het kostte wel geld.


Gedeelte van de administratie.


Vuilnisbakken: compost, gewoon en papier.

Hiervoor in de plaats komen nu de zogenaamde “toeslagrechten” per hectare grond. Dus wie grond heeft krijgt geld gestort op zijn bankrekening, dit voor het onderhouden van het landschap en eventuele natuur. Groene en blauwe diensten heet dat. U kunt die niet eten. Ik kon die woorden nooit uit mijn mond krijgen, tot we ruim 15.000 euro op onze bankrekening gestort kregen. Uw belastingsgeld, want zoveel belasting betalen wij niet dit jaar. Al betalen we wel weer belasting over de toeslagrechten… Eerder kregen wij bijna geen premies, er zat amper premie op melk, dus met die nieuwe toeslagrechten boeren we 100% vooruit. Er zitten een aantal voorwaarden aan: je moet je houden aan de mestwet, je moet je houden aan de vogelrichtlijn, de habitatrichtlijn, de milieuwetgeving, de regeling voor fijnstof. En al je spuitlicenties op orde hebben, mocht je spuiten. Bovendien is er nog iets, je moet vakjes aanvinken op de website van Dienst Regelingen in “Mijn Dossier”. Je moet daarmee aangeven dat je je toeslagrechten wilt verzilveren. Wie wil dat nou niet??? Toch moet je het aangeven. Deze vinkjes op de wesite zitten een beetje verborgen. Je moet het per perceel doen, en de window die je moet openen zit niet op een logische plek. Je kan ook niet in een overzicht zien of je een perceel bent vergeten. Bovendien moet je goed lezen of je nou juist moet aanvinken of niet, omdat er “status opgegeven” staat, ook als je nog niet hebt aangevinkt.. Afijn, na 15 keer controleren, voor iedere 1000 euro een keertje, durfde ik op verzenden te drukken. Gelukt!! Er zijn 200 boeren bij wie het mis is gegaan, die liggen nu in de clinch met LNV, en dat gaan ze niet winnen. Er staan af en toe berichten over in de krant, er is ook al een commissie die zich er over buigt.

 

De landbouwtelling

Verder is er natuurlijk de befaamde landbouwtelling, of meitelling, tegenwoordig Gecombineerde Opgave genaamd. Je moet alles opgeven wat je hebt: grond, koeien, kinderen, personeel en vrouwen. Beetje ouderwets komt het op mij over, maar toch vul ik het altijd braaf in. Nu zeker, anders worden we gekort op die 15 mille. Dit hoeft pas in mei. Nu moeten we de zogenaamde “aanvullende gegevens” invullen. Dit is de eindvoorraad mest op 31 december 2008, dan wel de beginvoorraad mest op 1 januari 2009. Ik loop naar de mestkelder en meet de voorraad. Ik loop naar de mesthoop en meet de voorraad. Ik corrigeer een maandje en vul alles netjes in, druk op verzenden. Bij Jan Dirk breekt het zweet uit. Het moet namelijk kloppen met het bovengenoemde bemestingsplan, maar dat schat de mestproductie volgens standaard normen over wat een koe poept. Nou hebben wij hele kleine koeien, Jerseykoeien, het zijn halve geiten eigenlijk, vergeleken bij een Holsteinkoe. Dus op papier hebben we veel meer mest dan in werkelijkheid. Nu combineren we dat met de derogatie. Die 80 kilo stikstof in de mest die we extra mogen uitrijden, rijden we ook alleen uit op papier, die mest die we alleen op papier hebben. Mest alleen uitrijden op papier is heel goed voor het milieu. Zo komen we goed uit, maar de voorraad bij “aanvullende gegevens” moet dan dus ook kloppen. Daar had ik beter voor het verzenden naar kunnen kijken. Er zit leiding in van boven, zou mijn schoonmoeder zeggen, zelfs in de administratie, want het klopt precies.

Snapt u het nog? Geeft niks, mocht u ooit mee willen doen aan “Boer zoekt vrouw”, lees het dan nog eens rustig over.

Dé boekhouding

Verder is er natuurlijk nog de gewone boekhouding, het boeken van de factuurtjes. In februari moet de BTW-aangifte eruit. Dus ik rag er drie maanden aan boekingen doorheen, saai vind ik het nooit. Ik kom altijd wel verrassingen tegen. En altijd weet ik wel een creditnota te ontfrutselen aan deze of gene. Aan ons eigen boekhoudkantoor nota bene. Met de boekhouder leef ik sowieso op voet van een ijskoude oorlog, sinds hij onze nieuwe stal zonder overleg op naam van Jan Dirk heeft gezet, zodat de factuur van de stal de komende jaren aftrekbaar is van zijn inkomen. Fiscaal was dat vééél voordeliger… Omdat we er pas achter kwamen na twee BTW-aangiften zouden de kosten voor het rechtzetten van deze mistap (dit jaar) zo’n totaal 8000 euro zijn. Je moet namelijk ook een boete betalen als de BTW-aangifte toch anders is dan opgegeven. Bij de belastingsdienst is papier niet zo geduldig. De halve bedrijfstoeslag zou dan opgegaan zijn aan een sexe-correcte eigendomsverhouding.

Nu boek ik de rente en aflossing op de lening voor de nieuwe stal, maar er is nog steeds geen nummer aangemaakt voor deze lening, dus ik mail de boekhouder. Ik kom er achter dat die natuurlijk dan ook op Jan Dirks naam is geboekt. Dat bedoel ik met verrassend. Ik heb een vuilnisbak nodig om in te kotsen en bel de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), afdeling “Vrouw en bedrijf”. Eigenlijk heb ik een minachting voor dit soort aparte vrouwenclubjes, die de boot toch vaak net missen, maar dankzij mijn boekhouder stel ik mij open om deze mening te herzien. Ik krijg voor het eerst in mijn carrière als boer een vrouwelijke adviseur aan de lijn. Ze is jurist, ook notarieel onderlegd, en mediator. Ze weet waar ik het over heb.

Jan Dirk wil na alle consternatie de huwelijkse voorwaarden maar helemaal opheffen. In lichte verwarring maak ik een afspraak met de juriste van Vrouw en Bedrijf, gelukkig wordt dat maart. Jan Dirk mag ook mee.






Januari 2009

Zo heilig als een koe

Opstallen

De koeien staan nog steeds binnen, op stal. Ze zijn eind januari op de helft van de lange lange winter. Ze zijn er heel rustig onder. Van koeien gaat zoveel rust uit, het is hen eigen. Het is anders dan verveling. Het gaat hier om tevredenheid. Als mens kun je dat ook oefenen. Om die reden doe ik een meditatiecursus. De vrouwelijke helft van de directie gaat een training doen “op de hei”. Zo vreemd is dat niet voor een manager.

Winterperiode

Hoe lang staan de koeien eigenlijk op stal en wanneer? De maanden december, januari, februari en maart staan ze in ieder geval altijd helemaal binnen. Het gras groeit niet en als ze toch naar buiten zouden gaan om de benen te strekken, lopen ze de bodem kapot. De bodem is in de winter zo nat, dat de koeien door de graszode heen trappen. Alles wordt dan slik en blubber, in het voorjaar zou dan het gras niet op gang komen. In de maanden november en april kunnen ze geluk of pech hebben. Hoe meer regen er dan valt, hoe langer ze binnen staan. Soms moeten ze begin november al naar binnen. Eind oktober kan ook voorkomen. Meestal rond 10 april gaan ze wel naar buiten. Al met al staan ze minimaal vier en maximaal zes maanden binnen.

Zelf zou ik het niet kunnen. De koeien wel, ze zijn er rustig onder. Ik weet zeker dat ze niet zielig zijn. Ze zijn gewoon simpelweg tevreden. Noem het geluk.

Meditatie

Ik volg een meditatiecursus van tien dagen om de koeien te evenaren. Het is de zogenaamde Vipassana-meditatie. Je gaat dan tien dagen de stilte in. Dat lijkt veel, maar de stilte trekt mij juist aan. Het is het enige waar het thuis aan ontbreekt.

Er zijn vijf voorschriften waar je je aan moet houden. Zo mag je niet doden. Ik denk aan de stier Gib in de vriezer, ik kreeg zoveel complimentjes op zijn ossenhaas tijdens het kerstdiner. Dit is mijn moeilijkste voorschrift. Waar gehakt wordt, vallen spaanders, denk ik dan maar. Verder mag je niet stelen (2), en geen sex (3) en geen drank of drugs (4). Én, ten vijfde, je mag niet liegen. Dit betekent dat je tien dagen niet mag praten. Je gaat echt de stilte in. Voor mij is de stilte heilig, en zonder dogma’s. Verder mag je ook niet lezen, of tv kijken, of sporten, maar blijkbaar is dit te onbenullig om er een voorschrift aan te wijden. Wat je wel doet is mediteren, de hele dag lang, eet- en rustpauzes daargelaten.

Aankomst

Het hele gebeuren vind plaats in De Glind. Dat is vanaf Lunteren het volgende dorp aan de Postweg. Een thuiswedstrijd dus. Het begint op tweede kerstdag en eindigt op 6 januari. Heerlijk dat we oud en nieuw over kunnen slaan. Jan Dirk gaat dan ook altijd gewoon naar bed. In 2006 hadden we voor het eerst een oud en nieuw met de open stal, zonder muren. Toen heeft een koe zich verhangen aan zijn nekketting, vanwege de onrust van het vuurwerk. Een lullig ongeluk, maar voor ons was het de druppel. We doen er niet meer aan mee. Bovendien moeten de koeien op 1 januari gewoon gemolken worden. Het personeel is nog jong en kan dan lekker feesten. Wij melken wel. In dit geval moet Jan Dirk het alleen doen, en het vriest ook nog. We hebben nog geen ervaring met een lange vorstperiode in de nieuwe open stal. We weten nog niet precies waar de grens van de waterleiding ligt. Een koe drinkt 20 liter per dag, dus met 100 koeien aan de melk redt je dat niet meer met een emmertje. Deze zorg neem ik mee naar mijn vierkante meter zitruimte. Verder is onze jongste nog geen twee. Ik ben erg bang dat ik haar ga missen. Maar we hebben fantastische oppas aan huis, en Jan Dirk is ook een hele goeie vader. Al met al laat ik mijn 160 zielen met een redelijk gerust hart achter, voor deze tien daagse vakantie naar het puntje van mijn neus.

Jan Dirk brengt mij weg met de auto, en laat mij achter met mijn kussentje. Ik drink thee en klets met wat mensen, ’s avonds om 20.00 gaat de stilte pas in. We mogen nog even een beetje liegen. Een vrouw is drie weken geleden gestopt met roken. Iemand anders drukt bij de deur zijn laatste peuk uit. Daar heb ik echt respect voor. Al met al zijn er 100 deelnemers, precies evenveel als onze koppel melkkoeien.

Als de stilte ingaat, worden mannen en vrouwen van elkaar gescheiden. Overal, ook in de meditatiezaal, is een vrouwen- en een mannengebied. Geen afleiding. Al schijnen er hele huwelijken afgesloten te zijn na een Vipassanacursus. Die ene stiekeme blik over het touwtje, romantisch hoor. Maar als je de Vipassana ziet als een huwelijksbureau, heb je misschien niet helemaal de juiste intentie om er goed in te komen.

De stilte lijkt voor een buitenstaander misschien zwaar om vol te houden, maar is dat helemaal niet. Wat voor mij veel moeilijker is, is het niets om handen hebben. Ik doe eigenlijk nooit niks. De eerste cursus deed ik iedere dag een wasje, dat was namelijk, wonder boven wonder, toegestaan. Het handwasje, mijn redding, ik kan makkelijk tien dagen niet spreken, maar niet tien dagen zonder mijn was. Deze tweede cursus neem ik mij voor om geen wasje te doen, maar die verleiding eens echt te weerstaan.

De techniek

De stilte gaat in, we beginnen. Elke avond, ook de eerste avond, gaat er een tape aan met een lezing van een zekere Dr. Goenka. Hij is een zakenman uit Birma/India, die (hoe kan het ook anders) de originele meditatie-techniek van Boeddha, die 2500 jaar bewaard is gebleven in Birma, heeft verspreid over de wereld. Het boeddhisme is iets heel anders als het Christendom, waarbij je móet geloven. Het boeddhisme is eigenlijk een soort veredelde gymnastiekvereniging, waarbij de beweging verder achterwege is gelaten. Het is een techniek. Het is geen geloof, er is geen God, er is geen ziel. De boeddha is eigenlijk Siddhartha Gautama (ja, die van Herman Hesse), gewoon een persoon, die een oude meditatietechniek (in wetenschappelijke termen valt het onder de noemer mindfullness), in zijn tijd alleen nog bekend uit de geschriften, weer herontdekte en ook in de praktijk weer realiseerde.

Tijdens de vele uren dat je met je ogen dicht stil zit op je kussentje, ben je dus druk bezig deze techniek te oefenen. Je verveelt je geen moment. Misschien weten de koeien hier dus meer van.

De eerste drie dagen hoef je alleen maar je ademhaling te observeren. Je ademhaling gaat normaal gesproken door één van de twee neusgaten. Met de regelmaat van de klok verspringt de ademhaling van het ene naar het andere neusgat. Op de tweede dag voel ik dat een keer gebeuren. Ongelooflijk. Ik haal al 38 jaar adem, en dit is de eerste keer dat ik hier getuige van ben. Wat een avonturen.

vipassana meditatie
De kastanjeboom in haar winterkleed.

stal in de sneeuw
De stal in de sneeuw.

De peuk

Iedere dag controleer ik of de roker nog op zijn kussentje zit. De Peuk heeft nog steeds geen sigaret gerookt. Hij doet het heel goed. Eén van de vrouwen lijkt mij ook een boerin, een akkerbouwer. De Akkerbouwer doet heel erg haar best. Mijn buurvrouw kan ontzettend goed stil zitten. Door Buurvrouw laat ik mij soms inspireren als het stilzitten niet lukt. Ik moet ook weten hoeveel cursussen zij al gedaan heeft. De vriendin van de mannelijke manager zit vooraan. Ik weet dat dit haar zesde cursus is, omdat ik haar vooraf gesproken heb. Vriendin is de enige die ook echt geen oogcontact maakt, haar bewegingen worden heel langzaam. Dit zijn de gevorderden. Boeddha zelf heeft zes jaar stil gezeten, toen was hij verlicht. Dat zijn ruim 300 cursussen. Er zijn mensen van allerlei pluimage. Er is een man met een wit wollen merkvest, en een witte joggingbroek. Merkvest heeft het zwaar, maar redt het wel. Ondanks de stilte is het toch gezellig.

Havermoutpap

Volgens Dr. Goenka is de techniek universeel, maar dan toch niet helemaal vrij van culturele invloeden. Bij het ontbijt is er havermoutpap. Dit is via Engeland in India terecht gekomen. De havermout is tot snot gekookt, helaas, het is eigenlijk mijn lievelingspap. Er zijn ongeveer vijftien mensen die het eten en schoonmaken verzorgen. Op de tweede dag komt er een nieuwe bij, fris en fruitig, met eigen krullen in het haar, een brilletje en een diep decolleté. Zo iemand waar je direct het management van de keuken aan over doet. En inderdaad, de havermoutpap verbetert aanzienlijk. Zou het dan echt waar zijn dat de geest voor de materie uitgaat? Volgens Dr. Goenka, bekend met de moderne wetenschap, is de Vipassana meditatie een soort practicum in de kwantumfysica. Wat wetenschappers hebben gemeten met een bellenvat, dat materie eigenlijk energie is, en dat alles een eenheid is, die je kan sturen met je intentie, is precies wat boeddha met zijn eigen ervaring heeft vastgesteld. De havermoutpap bewijst het toch maar.

Vastberaden

Als je stopt met praten, ratelt je hoofd continue door met allerlei gedachten. Na drie dagen wordt dat wat rustiger. Op de vierde dag begint dan de echte Vipassana meditatie. Je moet dan ook proberen gelijkmoedig te blijven, en niet te vervallen in afkeer of verlangen.

Verder komen ook de “zittingen met grote vastberadenheid” erbij. Deze worden steeds leuker. Dit zijn zittingen waarbij je een uur lang echt moet proberen om echt niet te bewegen en echt je niet je ogen open te doen. Tijdens de eerste cursus deed ik er niet aan mee. Het stilzitten doet namelijk na ongeveer drie kwartier ontzettend pijn aan je benen. Dit moet je met gelijkmoedigheid beantwoorden en niet bewegen. Wat een onzin vond ik dat. Maar iemand anders zei naderhand dat hij juist aan die uren het meeste had gehad. Deze cursus valt de pijn wel mee, ik besluit mij erin te storten. En inderdaad, door de pijn in de benen wordt de geest ontzettend geconcentreerd. Door zo’n simpel probleem op de vierkante millimeter, begrijp je het principe van afkeer en verlangen heel goed. Inderdaad, het is niet de pijn, het is je reactie op de pijn. Je voelt het gebeuren, hoe je dat zelf doet en hoe je daarin kan sturen. Je kunt ook reageren met gelijkmoedigheid en dan stap je in een andere werkelijkheid. De pijn in de benen zijn een soort deur, een overgang naar iets anders. Deze deur bevalt mij wel, je kan er doorheen en terug. Altijd al gedacht dat er hier ergens een uitgang moet zijn. Nooit geweten dat er zoveel diepgang zit in stalpoten. Vandaar dat de koeien er meer van weten…

Uit de stilte

Op de tiende dag moet je weer gaan praten. Je gevoeligheid neemt dan weer af en je kan dan je dagelijkse leven weer in. Na de eerste cursus had ik er al geen zin in, nu zie ik er ronduit tegenop. De vrouwelijke manager helpt mij erdoorheen en ik praat weer. Op de elfde dag mag je vanaf  7.30 naar huis. Ik doe niet mee aan het opruimen, vanaf 7.30 sta ik buiten te wachten. De Peuk staat er niet, zelfs rokers zijn vergankelijk. Jan Dirk staat om 7.45 op de stoep, met de kinderen. Ik ben zo blij, ik kan wel huilen. Ik laat de meditatiehal zien aan de kinderen, waar dan iemand staat te stofzuigen. We brengen de kinderen samen naar school. Ik loop verdwaasd rond tussen de ouders en kinderen. Een vader kust mij gelukkig nieuw jaar toe. “O, ja, God, het is nieuw jaar”, roep ik uit. Het is al 6 januari. Gelukkig vindt deze vader een meditatiecursus wel interessant.

Het is dinsdag en dan doe ik om 9.00 altijd de wekelijkse boodschappen met mijn moeder en een vriendin. De cursus is nog geen twee uur afgelopen, en ik sta alweer aan de kassa met mijn boodschappen. Het duizelt mij een beetje. Het echte leven is weer begonnen.

“Je ziet er mooi uit” zegt Jan Dirk, als er even niemand is. Dit is al de derde keer in ons tien jarige huwelijk dat hij dat zegt. De vorige keer was na een bevalling. Tja, bij zo’n boer red je het niet met een vleugje extra make-up.

En de koeien? Ze gooien een sloot liefde over mij heen als ik er weer ben. Zelf voel ik een innig respect voor hun rust en tevredenheid.

www.dutch.dhamma.org


December 2008

Londen én Dublin

Naar Londen
Jan Dirk had het idee om de verkoop naar Engeland eens iets uit te breiden. We zouden op donderdag vertrekken naar ons enige engelse klantje, Chris, in Londen, om eens te snuffelen aan de Engelse markt. Maar Chris had onze kaas ingezonden naar de World Cheese Awards, dus werden we die dinsdagavond gebeld of we op woensdag om kwart over één in Dublin konden zijn voor de prijsuitreiking. Het duizelde ons een beetje. Wat we dan gewonnen hadden, wilden ze niet zeggen, maar het wás interessant.

Ook naar Dublin
De beslissing was snel genomen, mede omdat de sponsors van de World Cheese Awards de tickets en hotelkosten betaalden. Bovendien zijn we ook niet helemaal ongevoelig voor aandacht en onderscheidingen. Dus vertrokken we op woensdagochtend eerst naar Dublin. Onze paspoorten waren al drie jaar verlopen, we zijn nogal honkvast. Maar die hadden we gelukkig net verlengd in verband met de trip naar Londen. Ook vliegen was voor ons gemiddeld 12 jaar geleden, dus we voelden ons weer echt helemaal up to date zo tussen de wolken.

World Cheese Awards
We arriveerden een half uurtje te vroeg bij het gebouwencomplex in Dublin, alwaar de World Cheese Awards plaatsvonden, dus we konden mooi even koffie drinken in de pub tegenover. We waren allebei nog nooit in Ierland geweest, maar we voelden ons er meteen thuis. De kredietcrisis ging over tafel, de koffie was lekker, en we konden gewoon afrekenen in Euro’s. Daarna op naar de World Cheese Award.
Daar werd ons duidelijk dat de Awards er vooral zijn om op je product te plakken ter verhoging van de verkoop. Er waren heel veel medailles in vele categorieën. Er lagen dan ook meer dan 2400 kazen, verspreid op vele lange tafels in een grote hal. Minstens een kwart viel in de prijzen. Naast de medailles waren er 22 Awards te winnen, waarvan wij de “Best Dutch Cheese” hadden gewonnen. Dat was natuurlijk een hele eer, en we waren er trots op. Een handje vol mensen keek toe hoe we de prijs in ontvangst namen. Behalve dat alle kaas aanwezig was in de zaal, was de event verder nogal digitaal van opzet.
De beste kaas van de wereld kwam van de Canarische eilanden en was gepasteuriseerd. Hij was niet vies, maar de nasmaak was jammerlijk en arm. Dat krijg je met pasteuriseren. Wij vonden dat het eigenlijk wel beter kon.
De ingezonden Olde Remeker had een klein gebrekje. Net niet 100% zuiver, voor de echte kenner. Toch hadden we een gouden medaille in onze categorie. En ook nog de beste van Nederland. Dat geeft toch te denken.
Van de 2400 ingezonden kazen was zeker een kwart gewoon foliekaas. Dus van die vierkante fabrieksblokken, die in plastic afrijpen. Ook daartussen zaten gouden, zilveren en bronzen medailles. De categorieën waren mij niet helemaal duidelijk omdat de folieblokken in veel categorieën voorkwamen.
Al met al hebben we heel veel kaas geproefd. Daardoor heb ik wel meer respect gekregen voor gepasteuriseerde kaas. Daar kun je toch echt ook wel iets van maken. Van de beste 12 van de wereld hebben we een stukje meegenomen. Van de allerbeste kregen we een snippertje mee voor thuis. De koffietafel thuis had, later, ook een mening: drie van de 12 kazen waren gewoon echt met de beste wil van de wereld niet lekker of zuiver te noemen. Wel bitter en zuur. 

Door naar Londen
Een ervaring rijker en een illusie armer sliepen we in een goed hotel en vlogen we door naar Londen, nog steeds op kosten van de foliekaas-concurrentie.
Chris wachtte ons op en leerde ons Londen kennen van de kaaskant. We zagen de biologische markt, kaaswinkels, groothandel en een chique boerderijwinkel in de periferie.
Wat opviel op de markt is dat Engelsen kunnen proeven. En ze hebben een genuanceerdere smaak, om niet te zeggen betere smaak dan Nederlanders. Ze kunnen ook bitter en zuur herkennen en waarderen. Bijvoorbeeld sinaasappelmarmelade is iets typisch engels met een zoetzure bittere smaak. Wij Nederlanders lusten dat vaak niet. Op de markt, voor de kraam van Chris deelden we blokjes uit en het viel ons op dat ook jongeren goed konden proeven. We werden er gewoon gelukkig van. Van de prijzen werden we ook gelukkig. We gingen als consumenten zelf de markt over. Ik kocht een paar pondjes kaas, maar daar hou je snel mee op. We begrepen meteen waarom de stukjes in Engeland per 150 á 300 gram gaan. De Olde Remeker lag voor 25 pond in de kraam van Chris. Dat is zo’n 30 euro. Als producent zien we Engeland wél zitten. 

De landlord!
Op de markt kwam de Landlord langs. De zelfkazende Jerseyboer die bij ons op bezoek geweest is, (zie weblog januari 2008). Hij was uit Amerika onderweg naar huis, maar wist dat we bij Chris op de markt waren, dus kwam even van het vliegveld af langs. Wat een gezellig weerzien, we proefden zijn kaas en vonden dat het een grote ontwikkeling had doorgemaakt. De landlord had ook Amerikaanse kaas meegenomen, als grapje om te laten proeven.  Het was zo dood, het leek wel of het niet meer echt was. “I would call it a safe cheese”, was het commentaar van Chris. 

Wholefoods
We bezochten ook de nieuwe Wholefoods, downtown Londen. Het is de Amerikaanse biologische supermarkt keten, die nu haar eerste filiaal in Engeland heeft geopend. Een buitenkansje voor ons.
Chris vond het allemaal maar niks, veel te veel, veel te groot en daardoor de waardigheid van voedsel ondermijnend. Ik vond het allemaal wel meevallen,



award
De "Best Dutch Cheese"-award in de vensterbank van de kantine.

Best Dutch Cheese
De "Best Dutch Cheese"-award op de koffietafel.

inspecteerde de groentehoek, het zag er goed uit. Het was een soort Lunterse Albert Heijn 4 winkel, in het kwadraat (vier keer zo groot), en dan merendeels biologisch. Ik vond dat Chris zwaar overdreven had en verklaarde dat als ik in Londen woonde dat ik dan zeker hier mijn boodschappen zou doen. Chris zei dat ik dan zonder geld zou komen te zitten. Het omrekenen naar ponden vond ik inderdaad lastig. Daarna bleek dat er nóg twee verdiepingen waren. De tweede heb ik nog gezien, maar daarna raakte ik verdwaald in het pand, vond Chris en Jan Dirk gelukkig terug, gezellig keuvelend bij 25 meter chocola , en we zijn naar buiten gevlucht. Inderdaad, gewoon too much. Ga er niet winkelen zonder mobiel. 

Niels Yard
Bij Niels Yard maakten we nieuwe vrienden. Het is de exporteur van Engelse kwaliteitskaas. Veel gezien en veel geleerd. Chris is importeur van Nederlandse kaas. Er was ook een Zwitser op de markt, een ex-gymleraar, die Zwitserse kazen exporteerde naar Engeland. Al met al een heel bond Europees gezelschap, dat snel integreerde, want  tja, als je de kaas van elkaar geproefd hebt, dan ken je elkaar gewoon. 

De boerderijwinkel
De boerderijwinkel was enorm chique. Er was een restaurant bij en een beautycentrum met een echte Indiase yogaleraar. Nu spreek ik een beetje Hindi, dus ik maakte meteen diepe indruk op de Indiër en het Europese gezelschap. Er was ook een kledingwinkel bij. Jan Dirk heeft meer verstand van kaas dan van kleding, ik denk niet dat hij de Wibra van dit zou kunnen onderscheiden. We wandelden naar binnen en Jan Dirk kijkt dan als ondernemer even de zaak rond. Hij zag twee personeelsleden, veel vloeroppervlak en erg weinig kleren, vreemd. Hij liep een rondje en probeerde de weekomzet te schatten. Er hing een tasje van 8 pond. Ook vreemd. Hoe kan zo’n toko draaien? Vloeroppervlakte is in het buitengebied natuurlijk niet duur, maar er lag wel een verrekte mooi oud tegeltje op het hele oppervlak. De Zwitser heeft waarschijnlijk een iets duurdere vrouw dan Jan Dirk, hij kwam vertellen dat er een tasje hing van 8.000 pond. Toen viel het kwartje. Buiten legde de manager uit dat er maar één of twee setjes verkocht hoeven te worden per week.  

Geslaagd
Al met al was het een geslaagde reis, hebben we veel geleerd en breidt de verkoop naar Engeland zich langzaam uit. Helaas waren we alleen ons fototoestel vergeten.

 

www.finefoodworld.co.uk

www.nealsyarddairy.co.uk







November 2008

De cadans in balans

Stabiliteit
De natuur buffert haar ecosystemen. Als bijvoorbeeld de regen zuur is, dan kan de  bodem door haar bufferwerking heel lang haar eigen zuurgraad in stand houden. Totdat er door de buffer heen gebroken wordt, en dan gaat het in één keer hard achteruit met het leven in de bodem. De huidige landbouwpraktijk is haar buffer een beetje zoek, en daardoor heel gevoelig voor verstoring van buiten af. Bij het minste of geringste stootje moet de boer diep in de antibioticapot graaien, om de boel een beetje op de been te houden. Bij ons gaat het momenteel opvallend goed, we hebben het gevoel dat er een buffer in werking treed die extra stabiliteit geeft. We vragen ons af hoe dat komt. 

Augustuskazen
De kazen van augustus zijn berucht. Meestal regent het dan veel, de koeien zijn smerig. Door de regen ontstaan voor de ingangen van weilanden en de stal enorme modderpoelen, waar de koeien doorheen sjokken. De uier soms lekker door de smurrie. Ook ontstaan er wachtrijen, omdat ze allemaal door het laatste begaanbare stukje willen. Waar koeien wachten gaan ze ook schijten, dus de modder wordt nog lekkerder. Hoe hard je ook poetst tijdens het melken op de uiers, de laatste bacterie krijg je echt niet te pakken. Dus de melk is niet schoon. De kazen krijgen extra bacteriën mee, en smaakt gewoon niet lekker. Besmetting. Onzuiverheden. Poepkaas. Hoe je het noemen wilt, Remeker zal het nooit worden. In de fabriek draait de pasteur gewoon haar uurtjes, daar hebben ze geen last van bijsmaakjes, maar bij het maken van zuivere boerenkaas moet het uitgangsmateriaal, de melk, echt schoon zijn.
Afijn, een deel van de augustuskaas gaat meestal voor de helft van de prijs weg naar de pizzaboer. Daar hebben we speciale klantjes voor. Voor de menselijke gezondheid is het geen probleem. U kunt de kaas gewoon eten, alleen de smaak is vies. Salmonella en lysteria, wel beroerd voor de gezondheid, komen niet uit modder. Daarvan zijn wij gecertificeerd vrij. 

Augustus dit jaar
Dit jaar gaat het heel goed met de augustuskaas. Niet dat er geen bagger-poeppoelen ontstonden, maar de kaas bleef in haar balans. Alsof er een bufferwerking in zat. Het is echt opvallend en het is ook echt vreemd. We zoeken naar een verklaring, wat doen we nu zo anders?

Boter
Nog een opvallende gebeurtenis. Als we kaas maken, verwerken we de melk van twee dagen. Dit is ongeveer drie kuub. Bij het scheiden van de wei en de wrongel, komt er op die drie kuub ongeveer een pondje boter bovendrijven. Heel schattig eigenlijk. We “vegen” dat pondje eraf met een boterspaan en eten het zelf op. We eten dus ongeveer anderhalve kilo roomboter in de week, maar dit terzijde. Deze boter heet “weiboter”. Het is een beetje brokkelig en wordt snel ranzig. Ranzig is niet bedorven, maar iets verzuurd door boterzuurbacteriën. Gewoon vies. Je kan er dus eigenlijk ook niets anders mee dan snel, binnen twee dagen, opeten. Nu gebeurde er iets vreemds. Deze boter wordt niet meer ranzig. Even lang houdbaar als gepasteuriseerde roomboter uit een pakje. Maf toch? 

Een boekje gelezen
Het toeval wilde dat onze enige klant in Engeland, Chris, op visite kwam. Hij wilde een andere Nederlandse boer bezoeken. Dit is het echtpaar Verweij. Het is een bijna bejaard echtpaar, dat een fantastische kaas maakt, de Romero. Echte vakmensen, met zuivere melk en een zuivere kaas. Helaas dreigt dit imperium in te storten, omdat ze hun kaas niet goed weten te vermarkten. Ze krijgen hun prijs niet. Afijn, geen opvolger die hier aan wil beginnen.
Jan Dirk vertrok met Chris naar de familie Verweij, vertolkte de zaken, en Chris betaalde een kwartje boven de vraagprijs. Dit was de familie duidelijk niet gewend van de “handel”. Een dikke traan biggelde over de wang van mevrouw Verweij. Echt gebeurd. Als dank kreeg Jan Dirk een oud boekje, geschreven door meneer Boekel, over de Boekelmethode bij het bereiden van kaas.

De “Boekelmethode”
De exacte titel van het boekje luidt: De “Boekelmethode” zooals ik die heb meegemaakt, de ontwikkeling der kennis van het kaasmaken van 1860-1910 door P.Cz. Boekel. Het gewone volk was toen nog onbekend met het fenomeen bacterie (Louis Pasteur leefde van 1822 tot 1885) en de kwestie in die tijd was of goede kaas maken nou geluk was, of kunde. Meneer Boekel bewees dat het kunde was en dat het aankwam op schoon werken. Verder had hij nog een geheim van de smid, en dat was de melk iets aanzuren, voordat je stremsel toevoegt. Hij deed dit met “lange wei”. Dus gewoon een beetje wei van de vorige keer toevoegen.
Wacht, u bent misschien niet bekend met het Gouds recept. Kaas maak je door eerst zuursel toe te voegen aan de melk. Dit is een bacteriemengsel, dat de melk iets verzuurt. Daarna voeg je stremsel toe (dat is een enzym), waardoor de melk stremt. Het wordt een dikke pudding. Dit snij je in hele kleine stukjes, waardoor je wrongel krijgt. Het vocht loopt vanzelf uit de wrongel, dit vocht is de wei. De wrongel moet je even wassen met water, persen in vaten, en dan heb je kaas. Deze moet nog even in de pekel en voíla.
Vroeger werd er dus kaas gemaakt zonder zuursel, en meneer Boekel vond zuursel uit door een beetje aangezuurde wei, “lange wei”, van de vorige keer toe te voegen. En nu komt het: deze lange wei had niet iedereen. Bij sommige kaasmakers was de wei simpelweg niet houdbaar, werd meteen ranzig of bedierf. De houdbaarheid van deze wei verschilde dus per bedrijf. En meneer Van Boekel had zijn zaakjes blijkbaar goed op orde. Hij had lange wei. Ergens had hij een buffer, stabiliteit, waardoor de houdbaarheid van zijn wei lang genoeg was. Zo lang dat het houdbaar bleef tot de volgende keer dat hij kaas maakte.  

Wat buffert er dan??
Nu blijft de vraag wát er dan buffert. Wat is het? Wij denken zelf dat het komt omdat nu meer dan de helft van de koeien horens heeft. Horens zijn holle ruimten die in verbinding staan met de mondholte, het zijn opslagruimten voor speeksel. Tijdens het herkauwen worden de horens warm. In de vertering spelen speekselenzymen een essentiële rol. Door de horens hebben onze  koeien de vertering qua enzymwerking 100 % op orde. Dit moet terug komen in de melk, waarschijnlijk ook iets met enzymen, waardoor een besmette bacteriewerking in de melk beter onderdrukt kan worden. De melk wordt stabieler. Iets anders kunnen we niet verzinnen. Er is geen andere gewijzigde factor die overeenkomt in de tijd.



Schone uierdoeken staan klaar in de melkstal om uiers te poetsen.


Het boekje over de Boekelmethode afgebeeld voor onze computer.


Op zaterdag de helft van de bak, hier het wassen.

Snijmais
Zoals u weet voeren we geen snijmais in het rantsoen, maar in de herfst is het gras dermate eiwitrijk dat het niet anders kan. Meteen in de herfst werd onze weiboter weer ranzig. Aha, denkt u, het is de snijmais. Maar we voeren al drie jaar geen snijmais in de winter, lente en zomer en pas dit jaar is de weiboter voor het eerst in die seizoenen zo lekker en zo goed houdbaar. Super lekker. Bij het wakker worden denkt Jan Dirk als eerste aan zijn boterhammetje met boter. Als de boter ranzig is, ontstaat er ’s morgens vroeg meteen een domper op de feestvreugde. Meestal doet hij ook nog een plakje kaas op zijn boterham. Iets anders heb ik nog nooit op zijn brood gezien. We zijn nu toch ruim 10 jaar bij elkaar. U begrijpt het belang van de boter. Gelukkig zijn de koeien deze maand naar binnen. Opgestald voor de winter. Ze eten nu kuilgras en daar hoeven we geen snijmais bij te voeren. En.. jawel, de boter is meteen weer heerlijk! Het bevestigt onze theorie. 

Horens
De horens kunnen dus de kwaliteit van de melk, en daarmee van de boter, van de kaas en van lange wei bufferen. Als het regent en de koeien zijn smerig, blijft de melk beter in balans. De kaas blijft eerste kwaliteit en de pizzaboer trekt een pruillipje. Maar tegen snijmais kunnen de horens niet op. Dat is blijkbaar zo’n baggerproduct, er is geen sloot enzymen tegenop gewassen. Toch fijn dat we aan het eind van ons verhaal altijd weer onze eigen stokpaardjes kunnen inkoppen!

Jeukende handen
Mijn handen jeuken om eens met lange wei te werken. Beter dan ons diepgevroren, peperdure zuursel uit het laboratorium, wel veilig en zeker, maar niet natuurlijk en eigen. Die lange wei, dat moet een interessante smaak opleveren. Ik verwacht er diepgang van. Maar in onze kaasbak gaat drie kuub melk tegelijk. Dat kost wel wat als het mislukt. Op zaterdag werken we met de helft van de melk, omdat er zeven dagen in de week zijn, en we dus eigenlijk een dag tekort komen in de week, om altijd met de melk van twee dagen te werken. Zouden we niet eens op zaterdag met lange wei een partijtje kunnen proberen?? Jan Dirk is er niet voor. Hij doet dan ook de handel en kent de pizzaboer beter dan ik. Maar als het zo goed blijft gaan met de augustuskaas, komt er vast een keer financiële ruimte voor een experimentje. Ik heb geduld. 

 




Oktober 2008

Geen crisis zo bont, of er zit wel een vlekje aan 

Antibioticavrij
Dit najaar is het vier jaar geleden dat we gestopt zijn met antibiotica. Onze koeien krijgen geen druppeltje meer, en dat is bijzonder. “O,” denkt u, “is dat zo bijzonder?” Ja, dat is heel bijzonder. In het begin was het ploeteren, maar de koeien zeiden weer in alle talen “ja”, dus hebben we doorgezet. Nu plukken we er de schone vruchten van.

Het gebruik
U kan zich afvragen waarom het zo bijzonder is om geen antibiotica te gebruiken bij koeien. Uw kat of cavia heeft tenslotte ook nog nooit een kuurtje gehad. Maar die hoeven u alleen maar te knuffelen. Bij koeien, varkens en kippen is dat wel anders. Er moeten producties gehaald worden. De agrarische sector gebruikt in Nederland 590.000 kilo antibiotica per jaar. Dit is werkzame stof, dat wil zeggen dat de verdunnende vloeistof die in het flesje zit, niet is meegeteld. Dit is voor alle kippen, varkens en koeien samen. Dus dat zijn precies de dieren die u eet. Dat weinig consumenten bekend zijn met het antibioticagebruik bij dieren, is de typische naïviteit van de eindgebruiker, waar de crises van vandaag de dag op gebaseerd zijn. 

Er wordt aan gewerkt
Het antibioticagebruik in de landbouw blijft stijgen. Natuurlijk is dit de sector niet ontgaan. Iedereen vindt dat het minder moet.  De minister heeft een taskforce ingesteld, waarbij boeren voorlopig vrijwillig aan de slag kunnen. De registratie wordt nu centraal georganiseerd met Vetbase, een soort Elektronisch Patiënten Dossier voor landbouwhuisdieren. Over een aantal jaren zijn dan grootgebruikers op te sporen.
Het lijkt mij in dit kader ook zinvol om reclame voor antibiotica te verbieden in de vakbladen.  Voor mensen is reclame voor medicijnen verboden, in de veehouderij is het de normaalste zaak van de wereld. Zo vindt u in Veeteelt deze week een paginagrote advertentie voor Avuloxil, een cocktail van drie antibiotica: prednisolon, clavulaanzuur en amoxililline. En ook paginagroot Ubolexin, een cocktail van cefalexine en kanamycine. In het Agrarisch Dagblad, de krant die iedere consument zou moeten lezen, vindt u geen reclame voor antibiotica. U moet echt iets dieper graven dit keer, in de vakbladen.
In de praktijk levert de veearts op recept, maar hij komt niet zelf kijken naar een zieke koe. Eén telefoontje is genoeg, om de voorraad antibiotica aan te vullen op het bedrijf, dus de boer beslist zelf, alsof hij de dokter is.
Er is een “wachttijd” voor de melk van koeien die met antibiotica zijn behandeld: ongeveer 5 dagen, afhankelijk van welk antibiotica gebruikt is. Dit betekent dat de melk van zo’n koe voor vijf dagen, tien melkbeurten, zo’n 100 liter, weggegooid moet worden. Dat kost nogal wat. Boze tongen fluisteren dat 2 % van de Nederlandse melkplas wordt weggegooid in de put. Dat lijkt mij wel erg veel, maar als schatting toch aardig. Soms wordt de antibioticamelk opgevoerd aan de kalfjes. Jan Dirk heeft dat ook jaren gedaan, en ziet dat nu als een van zijn grootste zonden. 

En biologisch dan?
Misschien bent u zo naïef dat u denkt dat biologische boeren geen antibiotica mogen gebruiken. Het is tenslotte een synthetisch middel. U heeft gelijk, maar niets is minder waar. Het is een normaal geaccepteerd middel, ook in de biologische melkveehouderij. Het is toegestaan, maar er zijn wel enige beperkingen. Zo mag je niet preventief behandelen. Alleen als er echt een ontsteking waar te nemen is, mag men behandelen. In de praktijk betekent dat, dat er geen “droogzetters” gebruikt mogen worden. Een koe moet namelijk één keer per jaar “droog”. Dit is twee maanden voordat ze een kalfje krijgt, ze wordt dan niet meer gemolken. Ze is dan hoog zwanger en mag rusten. Al haar kracht gaat dan naar haar groeiende kalfje in haar baarmoeder en de melk voor haar vorige boreling wordt stopgezet. Wie zelf wel eens borstvoeding heeft gegeven, weet, dat als je stopt met een voeding, de borstontsteking op de loer ligt. Bij koeien heet dit uierontsteking. Stoppen, droogzetten, is een gevoelige tijd. Iedere gangbare Nederlandse koe krijgt daarom standaard een kuurtje bij het droogzetten. Preventief. Die kuurtjes heten droogzetters. Biologische boeren mogen die dus niet gebruiken, maar moeten wachten tot de ontsteking zich aandient. Soms is het dan zo erg, dat je juist meer antibiotica moet gebruiken. In de praktijk is het antibioticagebruik daardoor op sommige biologische bedrijven hoger. Hier heeft de biologische sector nog een lange weg te gaan.

Varkentjes
Bij varkens mocht je tot 1 januari 2006 ook antibiotica toevoegen aan het voer. Preventief gebruik. Dit heette antimicrobiële groeibevorderaars (AMGB’s). Dat is dus sinds twee jaar verboden. De verwachting was dat daardoor het antibioticumgebruik zou dalen, maar het is helaas gestegen. De veearts schrijft nu meer voor. Volgens de Fidin, de organisatie van fabrikanten van diergeneesmiddelen is een gedeelte van de toename toe te schrijven aan voorraadvorming, omdat er een prijsverhoging verwacht werd. Maar de toename is meer dan de voorraadvorming en de AMGB’s bij elkaar. Blijkbaar was dat zo gek nog niet, dat preventieve gebruik van onze varkentjes. Volgens de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) is een belangrijke oorzaak van de stijging de intensiviteit. Als er preventief behandeld wordt (lees: antibiotica gevoerd wordt), verbeteren de resultaten, maar er wordt niet direct wat aan de huisvesting of bezetting gedaan. Aha, dus er hangt een prijskaartje aan: hoe beter de stal, en hoe meer ruimte, hoe minder antibiotica. Denkt u daar eens aan als u weer eens een kiloknaller in uw mond schuift.

Mensendokters
De mensendokters klagen steen en been over het hozen met antibiotica door de dierendokters. Resistentie ligt op de loer en bacteriën kijken niet naar soort. Er worden al maatregelen genomen. Als varkenshouders naar een ziekenhuis gaan, moeten ze in aparte ruimten behandeld worden. In het ziekenhuis Gelderse Vallei werd mij laatst gevraagd of ik agrariër was. Ik antwoordde: “Ja”, en de zuster keek mij alert en streng tegelijk aan. “Heeft u ook varkens?” “Nee”. Dochter en ik konden gewoon bij de orthopeed binnenwandelen, maar ik voelde mij door het oog van de naald gaan. Bevriende boeren met varkens konden echter met hun kind het gehandicaptentoilet in, omdat er geen aparte behandelkamer was.
De resistente bacteriën noemt met MSRA, voorheen bekend als de ziekenhuisbacterie, maar recentelijk is dus gebleken dat veel varkenshouders die bacterie bij zich dragen. De nieuwe zorgen zijn ESBL’s, het zijn enzymen die zorgen voor de resistentie bij bacteriën, en komen juist veel voor bij vleeskuikens. Ze zijn mogelijk gevaarlijker dan MSRA’s.
Er is zelfs al een heuse Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid opgericht door mensendokters die met het vingertje wijst en de meest ernstige rampscenario’s kan ophoesten. Erger dan vogelgriep pandemie onder mensen. 

Crises
De financiële crisis wordt door vele prekers van crises gebruikt om hun eigen crisis voor het voetlicht te brengen. Er werd al geroepen dat de financiële crisis het hele kapitalisme in een crisis zou storten. Maar de markt heeft juist feilloos gewerkt, gebakken lucht sist er langzaam uit, omdat juist op de markt eerlijk het langste duurt. De kwaliteit van onze kaas staat alleen bij een goede marktwerking. De financiële crisis lijkt mij eerder het einde 



Stoffige medicijnkast in gebruik voor viltstiften.


Homeopatisch alternatief: gewoon water


Mintzalf tegen uierontsteking


Interessante man aan de was

van de conventionele man, mijn persoonlijke crisisverwachting. De man met zijn strategische gedoetjes, gedrag dat eerder nog een leuk uitzicht opleverde op een zwembad in de tuin of een snelle auto met voorwielaandrijving. Nu weet iedereen dat de voorwielen worden aangedreven door de belastingsdienst, eigenlijk is deze conventionele man gewoon een zwartrijder. 
Maargoed, laat maar gaan, klagen heeft geen zin, vrouwen zouden zelf hun top moeten bereiken. Zo heb ik laatst twee weken in de logeerkamer geslapen, en toen heeft Jan Dirk één wasje gevouwen. Hij kan wel was in de wasmachine doen en ophangen, maar vouwen, dat was echt zijn Waterloo. Tja, als je als vrouw de top wilt bereiken, zul je als eerste hobbel toch je eigen echtgenoot moeten nemen. Niet al te letterlijk, want dat soort carrières neem in niet serieus. Maar goed, de overeenkomst met de financiële crisis en de eventuele antibioticacrisis lijkt mij toch ook diezelfde conventionele man. Het strategisch op de pof nemen van risico’s. De sector is gebaséérd op dat risico, op antibiotica, anders kan het niet zo goedkoop. Goedkoper, goedkoper, goedkoper, steeds gekker en complexer. Daarbij ook weer die naïeve eindgebruiker. Dat bent u. U weet van niets, maar eigenlijk speelt u hoog spel. Maar als oplettende lezer weet u nu wel beter. Dus leg eens een stuiver extra neer voor de productie van de dieren, ook al is het niet meteen antibioticavrij. Eet vers, gezond. Zorg dat uw eigen weerstand op orde is, mocht de pleuris uitbreken.  

Antibioticavrij
Het enige antibioticavrije product dat u kunt kopen in Nederland is een stukje Remeker. En het vlees hier bij ons in de vriezer, van onze eigen koeien. Momenteel Fytje. Er zijn ongeveer tien andere boeren die ook antibioticavrij werken, maar hun melk verdwijnt in de grote plas van de fabriek. Bastiaanse heeft biologische kaas gemaakt van antibioticavrije melk, dat geëxporteerd werd naar Amerika. Daar is antibioticavrij wel een item, en zijn er ook gecertificeerde producten te koop. Als er nog iemand een product weet in Nederland, dan hoor ik het graag.
Ik zoek nog een certificeerder voor onze manier van werken, die is er nog niet. Het mag best een man zijn, net zo’n knappe als onze veearts, want die zien we hier nog maar weinig. De laatste keer dat hij hier was, gaf hij ons een complimentje. Dat vonden we echt heel fijn. Want als er iemand is die weet hóe bijzonder het is dat we antibioticavrij werken, met zo’n gezonde veestapel, dan is hij het.


September 2008 a

De koffietafel na de uitzending

Op televisie geweest
De uitzending van Netwerk op 19 augustus over verse melk deed heel wat stof opwaaien aan onze koffietafel. Steeds ontstonden er weer nieuwe vragen. Via wetenschappelijke vrienden en andere vrienden en bekenden die regelmatig aanwaaien, en via deskundige controleurs, die als ambtenaar nooit haast hebben en altijd nog wel een kopje lusten, via wat aangereikte boeken en enig gegoogle, ontstond aan onze koffietafel een compleet beeld van de geschiedenis en het hoe en waarom van pasteuriseren.

De Warenwet
De Warenwet schrijft, in geval van melk, voor wat vers is en wat niet. De term "vers" op een pak melk is dus weldegelijk wettelijk beschermd en staat voor gepasteuriseerde melk. Gepasteuriseerde melk is verhit tot 72 graden. Ze is dus niet gekookt (100 graden). Ze is als het ware nog een beetje rauw.
Het verhitten is nodig om ziekte verwekkende bacteriën in de melk te doden. Het maakt de melk veilig. Dat daarbij essentiële voedingsstoffen verloren gaan is van oudsher bekend, ook wetenschappelijk. Door verhitten gaat het "gezonde" van melk verloren. Door niet helemaal te koken, maar te verhitten tot 72 graden, wordt een optimum gezocht tussen veiligheid van het verhitten en het behouden van de gezonde voedingsstoffen. Met gepasteuriseerde melk zit je dus dubbelgoed: veilig én gezond.
Dit in tegenstelling tot "lang houdbare melk", die in de supermarkt te vinden is tussen de koffiemelk en chocolademelk, buiten de koeling. Deze is gesteriliseerd, gekookt tot 100 graden. Deze melk is jaren houdbaar, omdat alle bacteriën in de melk gedood zijn. Deze melk mag niet vers heten.

De geschiedenis
Het idee van gepasteuriseerde melk is dat het veilig is. Je krijgt er geen cholera van, geen tyfus en geen tuberculose, en je gaat er ook niet van aan de reutel. Er was een tijd, rond 1900 dat dit geen kattenpies was, en er grote epidemieën uitbraken door melk. Onder andere was er in 1913 een grote tyfus epidemie in Amsterdam die in verband werd gebracht met melk.
In die tijd was echter ook al bekend, dat door koken, door het veilig maken van de melk, de voedingswaarde van melk achteruit ging. De samenstelling veranderde, en werd minder goed. Baby's die geen borstvoeding konden krijgen (met zogenaamde "on- of minvermogende moeders") gingen na vijf maanden zeker dood aan scheurbuik als zij alleen gekookte melk kregen. Maar van verse melk konden ze ook dood gaan, omdat er allerlei ziektes mee overgebracht werden. Een duivels dilemma. In het kader van deze discussie ontstond het idee van pasteuriseren.

Melk is steriel in het uier
In het uier is de melk in principe steriel. Er kunnen door het slotgat van de spenen bacteriën naar binnen glippen, en dan ontstaat een uierontsteking. Dan is de melk niet steriel. Maar een gezond uier geeft steriele melk. De tyfus en de cholera en tuberculose in de melk werden dus aangebracht door de melker, of de slijter. Mijn schoonvader, die boerde na 1950, kan er smerige verhalen over vertellen. Allereerst werd er buiten gemolken, dus als het regende spoelde de eventuele stront die op de koe zat , met de regen mee, van de rug, langs het uier de emmer in. Het was niet ongewoon dat er een bruine laag schuim op de emmer lag die onder de koe vandaan kwam. Verder moet je melken "met de volle hand". Je knijpt je vingers achter elkaar dicht, te beginnen met de bovenste. Dit is nogal vermoeiend. Wat er veel gedaan werd is "strippen". Je stript dan met duim en wijsvinger langs het uier. Dat moet wel een beetje glijden, dus er werd getuft in beide handen, dat werkte lekker. Om na een pauze aan de knechten aan te geven dat er weer begonnen moest worden met melken, werd er ook in de beide handen gespuugd. Je kon ook je handen door de melk halen, omdat die vet was, dus dat gleed ook goed. Mijn schoonvader zegt dat in die tijd op de boerderij de melk áltijd gekookt werd.
Als de melk de melker wel redelijk schoon had overleeft, dan was het wel de slijter die er een scheutje vies water bij deed. Door het aanlengen van de melk ontstond menig cholera-epidemie. Pas in 1912 was er iemand zo snugger om het aanlengen van melk te verbieden, maar ook toen pas waren de meettechnieken zodanig ontwikkeld dat er op gecontroleerd kon worden.

Tijden veranderen
Tegenwoordig wordt de melk machinaal gewonnen en komen er geen handen meer aan te pas. Binnen tien seconden zit de melk, via de leidingen, in de tank en wordt in korte tijd gekoeld naar vier graden Celcius. Theoretisch zou er nog cholera in kunnen komen, als er een anderstalige werknemer uit een ver buitenland toevallig open tuberculose heeft, en het dopje van de tank haalt en in de tank hoest. Deze situatie nijgt naar opzet, en komt in de praktijk niet voor.

Technieken veranderen
De Voedsel- en Warenautoriteit controleert of de melk goed gepasteuriseerd is, niet te veel en niet te weinig. Dit doet zij door het fosfatase gehalte in de gepasteuriseerde melk te meten. Fosfatase is een enzym dat compleet aanwezig is in rauwe melk. Naarmate je langer en heter verhit, gaat meer fosfatase verloren; in gesteriliseerde melk is fosfatase totaal verdwenen. Goed gepasteuriseerde melk moet een bepaald gehalte hebben aan fosfatase. In het verleden (we schrijven 1936) is dit gehalte vastgesteld, omdat de toenmalige pasteurisatietechniek (20 minuten bij 62 graden) dit bepaalde gehalte opleverde en men wist dat het veilige melk opleverde. Fosfatase werd gekozen als controle-enzym, omdat de afbraak gelijk loopt met de verhitting en omdat het bij de toenmalige technieken goed en makkelijk meetbaar was. Maar nog steeds is in de Warenwet.deze bepaalde hoeveelheid fosfatase in de melk de definitie van gepasteuriseerde melk. Er zijn nu echter technieken om met hogere temperaturen te werken en de fosfatase toch zodanig te behouden, dat het voldoet aan het wettelijke criterium voor gepasteuriseerde melk. De melk waar mijn generatie mee opgroeide is gepasteuriseerd door 15 seconden te verhitten op 72 graden. Recentelijk wordt nu 2 seconden op 138 graden verhit. Bovendien wordt recentelijk de melk ook gebactofugeerd, dat is een soort van centrifugeren, waarbij sporen van bacteriën worden verwijderd. Omdat beide processen geen invloed hebben op de fosfatase, is het gewoon toegestaan. Afijn, de samenstelling van de melk in uw pak is er iets anders door, en 2 tot 3 maanden houdbaar, maar volgens de wet dus nog gewoon "vers". Gepasteuriseerd.

Warenwet verouderd
In feite loopt de warenwet achter op het voortschrijden van de techniek. Door boven kooktemperatuur te verhitten (138 graden), gaan waarschijnlijk binnen twee seconde andere waardevolle voedingsstoffen wel verloren, maar fosfatase pas bij 2.01 seconde. Hoe zit het met lactase bijvoorbeeld, het enzym dat mensen met een melkallergie tekort komen. Het is aanwezig in rauwe melk, wellicht ook in melk gepasteuriseerd bij 72 graden, maar niet meer in melk van 138 graden. Vandaar dat iedereen vandaag de dag allergisch is voor melk. Leuke hypothese toch, voor de zwijgende meneer in Wageningen. U moet zich bij deze pasteurisatie ook geen ketel of pannen voorstellen, waar hevig in geroerd wordt, om de pasteurisatie homogeen te laten verlopen, zoals dat gebeurde in de tijd van het ontstaan van de Warenwet. Het zijn dunne buizen, waar met constante stroomsnelheid, alles tot op de milliseconde en in fracties van graden geregeld is.

De uitzending
Toen wij de netwerkjournalist aan onze keukentafel hadden, sprak hij over 30 tot 60 dagen houdbaarheid van tegenwoordige verse melk. De zuivelindustrie wilde niet praten.
In de uitzending praatte de zuivelindustrie wel, makkelijk herkenbaar aan de witte hoedjes op hun hoofd. Maar het aantal dagen houdbaarheid waar in de uitzending over gepraat werd, was verminderd tot 15. Kijk, dat vind ik dan interessant. Het riekt een beetje naar een deal. Probeert u het zelf eens uit zou ik zeggen. Tel alleen de dagen dat het pak echt dicht zit, want wat erin valt als u het pak eenmaal opent, daar sta ik niet voor in. Je moet eigenlijk meerdere pakken tegelijk wegzetten voor deze proef, zodat je er steeds eentje open kan doen. Een bevriende wetenschapper gebruikt pakken altijd tot twee weken over de houdbaarheidsdatum.



Zelfs onze jongste veilig aan de rauwe melk.


Ze weet precies met wie ze de melk deelt.


Risico met Hedgewood


Rauwmelkse boter eten


Smaak ontwikkelt zich al jong


Rauwmelks wrongel snoepen


Ook lekker!

Ziekten vandaag de dag
Vandaag de dag lijden mensen niet meer aan tyfus, cholera en tuberculose. Ieder kind kan gevaccineerd worden. De verbeterde hygiëne is ongekend. De verminderde inteelt doet de rest: katholieken kruisen met protestanten!
Er zijn hele andere ziekten die mensen in onze tijd parten spelen: allergie en overgewicht. Daar kan een beetje rauwe melk een hoop goed doen. Door het enzym lipase, wat in melk zit, kan vet afgebroken worden. Geen overbodige luxe voor sommige mensen. Bovendien geeft rauw voedsel een verzadigd gevoel, wat erg kan helpen als je continue bezig bent om eten in je mond te stoppen.
Verschillende keren hebben we meegemaakt dat mensen met een ernstige koemelk allergie na enige discussie met ons, een glaasje rauwe koemelk achteroversloegen, zonder last te krijgen. De allergie geldt in de gevallen die wij hebben gezien dus alleen voor gepasteuriseerde melk, omdat lactase, het enzym dat lactose afbreekt, gewoon nog aanwezig is in rauwe melk. Zelfs iemand die 20 jaar geen koemelk op had, en altijd last had als ze per abuis iets binnen kreeg, kreeg bij ons een kommetje melk en ging zonder kleerscheuren, met een emmertje rauwe melk onder de arm naar huis.

Lysteria
Afijn, de discussie over gepasteuriseerde melk is wat ons betreft toe aan een herziening. Natuurlijk kun je nog een lysteria besmetting oplopen als je rauwe melk drinkt. Of salmonella, ook leuk. Dit is vaak bekend bij zwangere vrouwen, ze eten om die reden geen zachte kazen van rauwe melk. Laatst stonden we een zaterdagmiddag bij Caulils, de gezellige eetwinkel aan de Haarlemmerstraat in Amsterdam met onze kaas. Een zwangere vrouw trok wit weg, toen ze erachter kwam dat onze Remeker rauwmelkse kaas was en ze al een blokje geproefd en doorgeslikt had. Gelukkig konden we haar zodanig gerust stellen, dat niet acuut een spontane abortus op gang kwam. Voor ons was haar paniek echt een eyeopener.
Op dit soort bacteriën kan gewoon gecertificeerd worden. De melk van onze boerderij is al zolang de controle bestaat lysteria vrij, en salmonella vrij ook natuurlijk. Het is gewoon een kwestie van schoon werken. Zo ontstaan dan weer de "modelmelkboerderijen", die in 1908 gepromoot werden door het Genootschap ter Bevordering van Melkkunde, dat dit jaar 100 jaar bestaat. Deze boerderijen produceerden in de vorige eeuw schone melk voor zuigelingen. Door pasteurisatie werden deze boerderijen achterhaald, maar nu zijn ze wat mij betreft weer hoogst actueel. Zeker nu uw "slijter" vandaag de dag weer liever zwijgt.

www.caulils.com
www.genootschapmelkkunde.nl
www.netwerk.tv/uitzending/2008-08-19

/ons-dagelijks-brood-dagverse-melk


September 2008

De koe bij de horens vatten

Samen op cursus
Dé event van de maand lag eigenlijk op een heel ander vlak. Misschien heeft u het zelf ook wel eens met uw eigen vrouw, dan wel man: telepathie. Voor boeren is het eigenlijk heel normaal om dat te hebben met koeien. Zo is de natuur, we staan dichtbij elkaar, we weten gewoon van elkaar wat er is. Met koeien is dat ook erg praktisch, omdat je niet kan terugvallen op spraak. Er zijn ook cursussen om je vermogen met dieren te communiceren te vergroten. Jan Dirk en ik gaan er samen gezellig heen, en we kunnen de cursuskosten gewoon aftrekken bij de belastingsdienst.

Absoluut beginners
De autoriteit op het gebied van het telepathisch communiceren met dieren is Marta Williams. Ze is Amerikaanse en schrijft boeken. Jan Dirk heeft ze allemaal gelezen, ik kom er helaas niet doorheen. Het keuvelt maar door over paarden en poezen die hun brokjes niet lusten of de strikjes in hun haar niet mooi vinden en dat dan uitleggen aan Marta. Zij brieft het probleem dan door aan hun baasjes, en zo komt er altijd een gelukkig einde aan de story.
Het principe interesseert mij echter wel. Via bevriende boeren hoorden we dat Marta Williams naar België komt, om cursusdagen te geven. Het blijkt dat je eerst wel de beginnerscursus gedaan moet hebben, om met het begrip Marta te mogen oefenen. Dit kan bij Gerrie Huijts in Bennekom, die het gedachtengoed van Marta in Nederland vertegenwoordigt. Jan Dirk en ik denken het beginners niveau allang ontstegen te zijn, omdat we onze koeien altijd al zo goed aanvoelen, maar Gerrie komt toch even langs. Ze is erg onder de indruk van onze koeien en wij van haar.

Koeien met horens
Wat mij zo aantrekt in telepathie met dieren is dat je er hele praktische problemen mee kunt oplossen. Wij onthoornen onze koeien niet meer. Het is werkelijk de doodnormaalste zaak van de wereld dat bij een kalfje van 4 weken oud de veearts langskomt en even met een brandertje het plekje waar het beginnende hoorntje zit dichtschroeit. Verdoofd trouwens, want het is wel iets pijnlijker dan castreren van biggetjes. Ik denk dat 0,5 % van de Nederlandse koeien horens heeft. Deze maand is het precies vier jaar geleden dat wij met onthoornen gestopt zijn. Van de 100 koeien die bij ons melk geven, zijn er nu ongeveer 50 koeien met horens, dit zijn de jonge dieren. En er zijn 50 koeien zonder horens, de oudere dieren. Dat geeft problemen. De dieren met horens zijn sterker en staan hoger in de hiërarchie. De jonge dieren, met horens, nemen de leiding in de koppel. De oude dieren, die de wijsheid hebben en het ritme van de dag en het ritme van de seizoenen kennen, missen hun gezag. Pubers aan de macht, als het ware. De koeien willen dan naar de verkeerde wei, waar het gras wel lekkerder is, maar nog moet wachten. Of ze willen niet naar binnen voor het melken. En de jonge dieren laten oudere dieren er niet door bij de ingang van de stal. Kortom, onrust. Vooral met melken is het een probleem en zijn we dagelijks zeker een half uur druk om de koeien naar binnen te krijgen. Degene die melkt kan het ook niet meer alleen voor elkaar krijgen, het kost erg veel tijd, en het is irritant. De koeien zonder horens vreten ook minder, omdat ze weggeduwd worden door de jonge dieren, en daardoor geven ze ook substantieel minder melk.

Gerrie op het erf
Gerrie komt langs en snapt het probleem. Wij vinden dat de oudere koeien zonder horens meer van zich af moeten bijten. Dat kunnen ze best, maar ze doen het niet. Gerrie zegt dat ze daar ook alle reden voor hebben…. Eerlijk biechten wij op dat we inderdaad eigenlijk de koeien zonder horens al afgeschreven hebben en we hen zo snel mogelijk door de jonge aanwas willen laten vervangen. Dit idee geven we op en herstellen de oude dieren in ere. Dat doet hen goed, zegt Gerrie. Beauty is eigenlijk de leidster, ze heeft geen horens, maar wel autoriteit. Het is een wijze en rustige koe. Onder leiding van Gerrie spreken we met de kudde af dat Beauty de leidster is in de koppel.
Het effect is wonderbaarlijk. Het loopt gewoon weer. Er is rust in de koppel en het melken gaat beter. De koeien met horens gaan nu eerst de stal in, én ze lopen door. Ze lopen door naar de wachtruimte. Daarna komen de koeien zonder horens erachteraan. Zij hoeven dan nog niet naar de wachtruimte en hebben tijd om te vreten. We hoeven niet meer met twijgjes van de wilgen de koeien naar binnen te meppen. Beauty komt een aantal keer als eerste in de melkstal, nog vóór de gehoornde dieren, en wordt dan als eerste gemolken.
Super. En dit is nog maar de beginnerscursus. Van Gerrie moeten we verder oefenen met ons nieuwe jonge poesje Dalia.

Veel
Maar met zoveel dieren om ons heen, oefenen we erop los. Ik kan zelf ook al bijna een boek vol schrijven met keuveltjes. Op de een of andere manier is het wel erg vermoeiend, het nieuwe kletsen met de koeien. Waar het aan ligt weet ik niet, maar als ondernemer kun je gelukkig altijd even lekker een extra dutje doen overdag, in je eigen bed, met de sokken nog aan.

Nr. 56
Eén verhaal is echt frappant. Er moesten vijf koeien naar de slacht, ze geven niet genoeg melk meer, ze zijn "oudmelks". Zo gaat dat, ieder jaar gaan er 25 koeien naar de slacht en er komen ieder jaar 25 pubers bij die voor het eerst kalveren en melk gaan geven. De koeien die eruit gaan, zijn allemaal oude koeien zonder horens. Ik ken de namen niet, vandaar het nummer. Ik ken alleen de jonge dieren, bij naam, omdat ik sinds vier jaar de kalfjes verzorg. Deze dieren ken ik van jongs af aan. De oude koeien ken ik alleen bij nummer, of ik ken ze helemaal niet als individu.
Jan Dirk had eigenlijk zes koeien in zijn hoofd die eruit konden, hij besloot nummer 88 toch maar te houden. Ze is al tien jaar oud, Jan Dirk is erg aan haar gehecht.
Koe nummer 56 moest er ook uit. De koeien moeten dan in de draaimelkstal (een caroussel, waarin de koeien een rondje draaien) een deurtje eerder er uit, deze deur doe je apart open. Ze komen dan in een apart hok achter deze deur, alwaar de veerijder ze ophaalt om naar het slachthuis te gaan. Nummer 56 was aan de aandacht ontsnapt, was gewoon door de tweede deur naar buiten gelopen, liep alweer lekker te grazen in de wei en alsnog ging nummer 88 via het eerste deurtje naar het slachthuis.
Toen ik 's avonds molk (mijn eerste echte melkbeurt! Nog een event deze maand dus eigenlijk!) was koe nummer 56 hartstikke bang. Ze vrat geen brokjes uit haar bakje, trapte haar melkstel af, en keek alsof ik haar kind had vermoord, met haar grote koeienogen wijd open. Deze koe doet dat nooit, ze was me nog nooit opgevallen, ik kende haar niet eens. Ik vertelde het aan Jan Dirk en hij was helemaal verbaasd: "56? Nee, die doet dat nooit. Dat is die koe die ik er eigenlijk uit wilde doen vanmorgen." Ik ben nog niet zo ver dat 56 mij dat zelf had kunnen uitleggen. Misschien leren we dat van Marta, op de vervolgcursus. Ik ben benieuwd.


Fyra, mooie koe, zonder horens.


Karin, een van de eerste met horens, mooie volwassen horens.


Merel, ronde horens.


Anne, uitzonderlijke rechte horens, grappig dier.


Mara, compleet dier, hele mooie koe.


Nummer 56, alive and kicking.


Beauty, onbetwist leidster.

Deentje, ons hertekoetje.


Augustus 2008

Rauwe melk is vers

Op televisie
Melk in een pak kan tegenwoordig 30 dagen oud worden, zonder te bederven. Er zijn namenlijk nieuwe technieken om deze melk te pasteuriseren. In Amerika is gepasteuriseerde melk zelfs al tot 60 dagen houdbaar. In kaastermen zou je een Nederlands pak melk al bijna "jong" kunnen noemen en een Amerikaans pak al bijna "jong belegen". Jong is namenlijk zes weken oud en jong belegen is drie maanden oud. Op een pak melk staat echter nog steeds de term "vers". Het programma Netwerk maakt hier een item over en kwam bij ons filmen. Gezellig dronken we eerst een kopje thee aan de keukentafel, met journalist, cameraman en geluidsman.

Wageningen zwijgt
Wat komt een journalist van Netwerk doen in Lunteren, vraagt u zich af. Moet die man niet eerst gewoon naar Wageningen, waar dé landbouw-, voedsel-, en milieu-universiteit is gehuisvest? Qua kennisniveau vooraanstaand in de wereld? Tja, daar was hij al geweest, maar de hoogleraar zuivel wilde niets zeggen. Stille wateren, diepe gronden. Bij hoog en bij laag zweeg de zuivelwetenschap in Wageningen. De journalist van Netwerk vond het zelf ook wel een beetje vreemd. Misschien interessant voor een volgend onderwerp bij Netwerk. Er worden namenlijk vraagtekens gezet bij de onafhankelijkheid van Wageningen, omdat veel onderzoek betaald wordt door het bedrijfsleven. U kunt dit lezen in het onvolprezen Agrarisch Dagblad. Tja, als de zuivelwetenschap in Wageningen past, aan wie stel je dan je vraag?

Lunteren, of all places
Er is gelukkig een hoogleraar te vinden in Wageningen die niet betaald wordt door het bedrijfsleven. Een soort doekje tegen het bloeden. Die praat meteen weer veel te veel, het is een socioloog. Zo'n schoorsteen, met een slordig bloesje. Op zich vind ik het altijd wel charmant aan een man als je kan zien dat hij zichzelf aankleedt, maar het moet er niet té dik bovenop liggen. Zijn wetenschappelijke ideeën zijn niet objectief, niet subjectief, maar kritisch binnen een theoretisch kader. Dit is de onbetaalde kant van Wageningen, en daarmee heb je Wageningen dan ook wel zo'n beetje gehad. Deze kant is onbetaald, onafhankelijk, ietsje politiek misschien, maar waar er politiek ingekleurd wordt, gebeurt dat altijd expliciet binnen een ingekaderd theoretisch paradigma. Zo hoort dat in de wetenschap eigenlijk te gaan, volgens onbetaald Wageningen, want objectief waarnemen, dat bestaat natuurlijk niet. Volgens de modernste inzichten in de kwantumfysica bestaat er sowieso geen onderscheid meer tussen waarnemer en object, of ze nou samen betaald worden of samen niet betaald worden, maar dit terzijde.
Er is ook een vrouwelijke hoogleraar in Wageningen die op deze manier onderzoek doet naar de liefde. Liefde tussen mensen, wetenschappelijk bekeken. Daar moet toch wel een flinke dosis ervaringskennis aan ten grondslag liggen. Wageningen op zijn best. Maar dit ook terzijde.
De Netwerkjournalist kwam bij deze pratende hoogleraar terecht. De socioloog begon een warrig verhaal over enzymen, want dat is natuurlijk helemaal niet zijn vakgebied. Van wie hij dat verhaal had? Van Jan Dirk van de Voort, uit Lunteren.

De vraag
Zodoende kwam deze Netwerkjournalist terecht bij de goeroes van de rauwe melk. Wist hij veel. Weer dwaalde hij van zijn onderwerp af: pasteuriseren moet je zowiezo nóóóóóóít doen. Gewoon rauw drinken die melk. Wij wisten ook niet welke nieuwe technieken er zijn voor pasteurisatie, daar houden wij ons verre van. Dertig dagen?? In Amerika al zestig? Krijgen we na de "verse" Argentijnse biefstuk en de "verse" Thaise kip binnenkort ook "verse" melk uit China? In 60 dagen kan het zelfs retour. De uitholling van de term "vers" door de concurrentie komt ons wel goed uit eigenlijk. Onze kaas, die wordt gemaakt van écht verse melk, (u en ik begrijpen elkaar) wordt er alleen maar meer onderscheidend van. De term "vers" is net als "natuurlijk" of "ambachtelijk" of "echt" of "duurzaam" niet wettelijk beschermd. Dus iedereen mag dat overal op zetten, ook op een pak melk van dertig dagen oud. Niks mis mee, helemaal geen item dus.

Wat is vers?
Laten we de term vers eens terugbrengen naar zijn oorsprong. Waar denkt u aan bij vers? Sla is vers, of een appel bijvoorbeeld, ervan uitgaande dat ze niet verlept of verrot zijn. Appelmoes is niet vers. Alles wat niet gekookt is en nog fris is, dat is vers. Verse groenten bijvoorbeeld.

Vers is gezond
Aan vers zit een gezondheidsclaim: vers is gezond. Wetenschappelijk gezien is dit onzin, zo'n claim krijg je nooit hard, want "vers" is niet te definiëren, en "gezond" is ook dermate complex afhankelijk van een oneindig aantal variabelen, dat je daar niet uit komt. Laat staan dat er een rechtevenredig verband is tussen deze twee definities, dat ook nog herhaalbaar is. Wie betaalt dan de herhaling, vraag je je af. Dat is verder niet ons probleem. Vers is gezond, dat weet een kind.

Rauwe melk is vers en verboden
Melk kan ook vers zijn, dan is de melk niet verhit. Ongepasteuriseerd, er is gewoon helemaal niets mee gedaan. Onvoorstelbaar. Er zijn mensen op aarde die zulke melk nog nooit hebben gezien. De melk "recht uit een koe". Vers. U weet wel. Deze melk heet "rauwe melk", maximaal drie dagen houdbaar. De Netwerkjournalist, de cameraman en de geluidsman dronken onwennig een kommetje rauwe melk leeg. Dát hadden ze nou eigenlijk moeten filmen. En... nu komt het, deze melk mag helemaal niet meer verkocht worden. Verboden. Het móet gepasteuriseerd worden, voordat u het koopt. Verse melk is dus voor u als gewone consument niet verkrijgbaar.

Boerenkaas
Maar gelukkig kunt u verse melk wel eten, in de vorm van kaas. Kaas is het enige zuivelprodukt dat je van ongepasteuriseerde rauwe vérse melk mag maken en mag verkopen. Dat is dan dus rauwmelkse kaas. Bij het maken van kaas komt de temperatuur van de melk niet uit boven de temperatuur van de koe. Rauwmelkse kaas is dus de enige manier voor u om verse melk binnen te krijgen. Van oudsher is rauwmelkse kaas wettelijk beschermd onder de term "boerenkaas". Het betekent dat de voedsel- en warenwet voorschrijft dat als je "boerenkaas" op een kaas zet, dat het dan van rauwe melk gemaakt moet zijn. Anders mag je het er niet op zetten. Helaas is hier een onduidelijkheid ingeslopen, omdat het alleen geldt voor kaas.


Een pakhuis vol vers vet.

Dus alle andere "boeren-" dingen (boerenjoghurt, boerenboter, boerenvla, boerendropjes, boerensokken, ect.) zijn net zo rauwmelks als de boerenmelk van dertig dagen oud. Niet dus.
Dit verhaal is dermate ingewikkeld, dat niemand het weet. Echt een nieuwsitem dus: de enige verse melk is rauwe melk. Rauwe melk is gezond. Rauwe melk is verboden. U kunt rauwe melk alleen kopen in de vorm van kaas. Deze kaas heet "boerenkaas". De term "boerenkaas" is wettelijk beschermd.
Voor de camera kwam het verhaal er niet zo duidelijk uit, omdat Jan Dirk en ik begonnen te kibbelen over de lichaamstemperatuur van een koe. Tijdens een mediatraining leer je vast in les 1: niet kibbelen. Maargoed, nu weet u het in iedergeval.

Enzymen
Wetenschappelijk gezien is rauwe melk gezond omdat er enzymen in zitten. Er zit natuurlijk nog veel meer in, maar tegenwoordig zijn probiotica uit en enzymen zijn hot. Jan Dirk deed er een boekje over open voor de camera. In alles wat vers is zitten enzymen. Deze enzymen verlies je door verhitten. Daarom is een appel gezond en appelmoes niet. Dat verschil voelt u wel aan. Enzymen heeft u nodig voor de vertering van uw voedsel. Ze zijn de katalisator in uw eten, het gereedschap, waar je voedsel mee afbreekt. En ze zijn heel specifiek, dus ieder onderdeel in uw eten heeft zijn eigen enzym. In appels zit suiker, dus ook enzymen om suiker af te breken. In sla zitten koolhydraten, dus ook enzymen om koolhydraten af te breken.In rauwe melk zit vet, dus ook enzymen om vet af te breken. En nu komt het: van dit vet-enzym, lipase, val je af!! Lipase breekt vet af in je lichaam. Lipase, het afslankenzym bij uitstek, zit in rauwe melk. Niet in appels of sla, omdat daar ook geen vet in zit. In Amerika is rauwe melk allang een hype.
Jan Dirk ging na lange tijd weer rauwe melk drinken. Van onze eigen koeien natuurlijk, met een vetpercentage van 6,2% (!). Hij viel vijf kilo af in 6 weken. Ongelooflijk. Gezien ons leeftijdsverschil zou je kunnen zeggen dat ons huwelijk gebaseerd is op rauwe melk. Ik moet er niet aan denken, zo'n vieze buik aan mijn man. Je kunt dus best vet eten, als het maar vers vet is.
Bent u niet zo'n melkdrinker, maar heeft u wel een bierbuik? Geen nood, er is ook één ongepasteuriseerd bier: Limburgs Land. En alle wijn is ook ongepasteuriseerd. Het had maar een haartje gescheeld of alle wijn had ook gepasteuriseerd moeten worden in Europa, vanwege lysteria (een bacterie), maar in het verleden is dat net goed gegaan. Ik moet er niet aan denken, gepasteuriseerde wijn, niet te drinken toch? Ook koudgeslingerde honing en koudgeperste olie zijn vers, vol enzymen en heel gezond. Ook noten bijvoorbeeld.
De Netwerkjournalist momelde iets over een apart item.

Melkautomaat
Door de rauwe melk hype is er gelukkig een maas in de wet gevonden voor consumenten die rauwe melk willen drinken. Er zijn vijftien boeren in Nederland die een rauwemelk-automaat of melktap (of melkdrive) aan de weg hebben staan. Als u googlet op "melkdrive" of "rauwemelkautomaat" vindt u er een paar. Je mag als boer dus de rauwe melk niet aan een winkelier of groothandel verkopen, maar wel direct aan de consument. Er moet dan een bordje op de melktap hangen, waarop staat dat u de melk eerst moet koken. Dit bordje is wettelijk verplicht, maar u kunt dit bordje gewoon negeren!
Maar u kunt natuurlijk ook Remeker eten. Olde Remeker kan ook, alle lipase zit er na anderhalf jaar nog gewoon in, als u het maar niet verhit. En al het vet zit er ook nog in! Lekker hoor, 50-plus. U slankt er van af. Jan Dirk en ik eten met de drie jongsten ruim een kilo rauwmelkse roomboter in de week, zeker 2 kilo Remeker (50 plus dus), en 15 liter rauwe melk van die 6,2% vet. Het vet om te braden nog niet meegeteld. Een beetje diëtist gruwelt hiervan, maar het vet is vers, dus iedereen is gewoon volslank bij ons thuis. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat kinderen vet echt nodig hebben om te groeien, en dat het heel gezond is.

De nieuwe technieken
We weten niet wanneer Netwerk dit item uitzendt, maar het wordt augustus. Rest nog de vraag wat die nieuwe pasteurisatietechnieken in de fabriek nou zijn. Wij wisten het ook niet, maar na enig pluizen in óns netwerk weten we het wel. Het is bactofugeren. Dat is de melk door een centrifuge halen, zodat de sporen (bacteriezaadjes) eruit zijn. En het pasteuriseren zelf gaat tegenwoordig ook anders, je kan lang bij lage temperatuur pasteuriseren, maar ook kort bij hoge temperatuur. Kort-hoog heet dat. Uw melk uit een pak is dus eigenlijk niet vers, maar kort-hoog. Onder boeren wordt het vetloze kort-hoog uit een pak "Campinawater" genoemd, maar dit terzijde.
De Netwerkjounalist bleef maar doorzagen tegen ons dat fabrieksmelk nu zo industriëel is, niet vers, niet echt, niet natuurlijk en hij probeerde ons dat te laten beamen. Volgens mij kon het hem verder ook geen bal meer schelen wát die nieuwe pasteurisatietechnieken zijn die de melk 30 dagen houdbaar maken. Hij wilde gewoon een zwart-wit verhaal neerzetten. Daar had hij ons voor nodig. Wij gebruikten hem weer om het rauwe melk verhaal eens goed in te koppen voor een camera, zonder mediatraining, dat wel. Hopenlijk is de kern van ons verhaal, het afslank-enzym lipase, niet weggeknipt. Vers vet is gezond! En de hoogleraar zuivel? Tja, wie zwijgt, stemt toe.

www.netwerk.nl


Juli 2008

De mensen rondom de kaas

Inzet en waardering
Er is weer zoveel gebeurd, vandaar maar een thema deze maand: mensen. De mensen rondom de kaas. Zonder de mensen geen kaas: personeel, consumenten, klanten. En de pers was ook heel lief voor ons deze maand.

Personeelsuitje
Allereerst het personeelsuitje. De beste kaas van de wereld wordt natuurlijk gemaakt door het beste personeel van de wereld. We hebben vijf partimers: twee kaasmaaksters en drie heren voor de koeien en het melken. Verder een zaterdaghulp, een huishoudelijke hulp en vier stille krachten. Die laatsen zijn onze gepensioneerde wederzijdse ouders. De hoogste tijd om hen eens in het zonnetje te zetten. We maakten een ballonvaart. Ondertussen was ook Dirk 10 jaar bij ons in dienst, maar de spandoek aan het ballonmandje, waar dit heugelijke feit op vermeld was, wapperde steeds voor het uitzicht. Zodoende hebben we de spandoek weer opgerold en later op de veldschuur gespijkerd. Dirk is onze dieselmotor, loopt altijd als een zonnetje. Thuis heeft hij een gangbaar bedrijf, ook met koeien, dus als ik mij krom sta te werken in de spekwortels, dan zegt hij: "Ik heb er wel wat voor...." Ons personeel houdt ons scherp als we iets te veel dreigen te gaan zweven. Maar in het de ballon zweefde het personeel eens lekker hoog met ons mee.

Open dag
Ook was het laatst open dag van de biologische landbouw. Wij doen dan altijd mee en ook dit jaar kwam u gezellig langs. Het is altijd weer inspirerend om consumenten rond te leiden, ze zien zoveel wat wij niet zien. Maar ze zien ook zoveel nieuwe dingen, waarvan het mij verbaast dat ze die niet weten. En ze zijn zo netjes en schoon! Soms heb ik zin om ze allemaal even door het stro in de potstal te laten rollen, maar ik hou mij in.
Dit jaar was er een kalfje geboren in de wei. Dat was natuurlijk heel leuk. Consumenten waren heel verbaasd dat het afkalven zomaar in de wei kan en dat we dat zomaar overlaten aan moeder natuur. Wat dat betreft is het Jerseyras nog echt natuurlijk. Ze zijn niet zo doorgefokt op groote, het gaat eigenlijk altijd vanzelf goed. Ze passen bij de geboorte nog gewoon door het gaatje van de baarmoeder. Als we 100 Holsteinkoeien hadden gehad (de Nederlandse zwart-witte koe), in plaats van onze 100 Jerseys, dan hadden we 100 bevallingen per jaar moeten doen, waarvan minstens de helf 's nachts, een aantal met veearts erbij en een aantal met keizersnee. Nee, geef ons maar de Jersey. Veel Holsteinboeren hebben een camera in de afkalf-stal, en dan een tv met beeld naast het bed, zodat ze vanuit bed kunnen zien wanneer ze eruit moeten om de koe te helpen met kalveren. Jan Dirk had ook zo'n tv naast het bed en camera in de afkalfstal, omdat hij ook heel vroeger Holsteinkoeien heeft gehad, maar toen ik de slaapkamer betrok heb ik die eigenhandig eruit gesloopt. Overbodig. Er zijn zowiezo grenzen.
Ik vroeg aan de excursiegroep bij het pas geboren stiertje: "Weten jullie nu wat een boer als eerste doet?" "Kijken wat het is," zei een slimmerik. "Inderdaad, nou kijken jullie maar eens." Niemand durfde, dus toen voelde ik tussen de achterpoten, en helaas, twee balletjes. De keiharde werkelijkheid drong door tot de consumenten. Aan het eind van de dag, bij de vierde excursiegroep moesten we het stiertje meenemen naar de stal, samen met de koeien die gemolken moesten worden. Ik droeg het dier in mijn armen, en...dat doen ze nou nooit... hij begon te zeiken. Dát vond ik zelf ook wel een beetje vies.
De open dag van de biologische landbouw is altijd in het derde weekend van juni. Mocht u het dit jaar gemist hebben.

Chris uit Engeland
Verder hebben wij één klant in Engeland, Chris. Hij staat op de boerenmarkt in Londen waar Jamie Oliver ook inkopen doet!! Bij hoog en bij laag wilde Chris onze kaas inzenden voor een wedstrijd. Het is namelijk zo dat alle Jerseyboeren over de wereld iedere drie jaar bij elkaar komen op het Wereld Jersey Congres, en dat was dit jaar op het eiland Jersey, dus in Engeland. Dit jaar was er ook een kaaswedstrijd georganiseerd voor kaas gemaakt van Jerseymelk. Chris wilde de inzending wel verzorgen, alle formulieren invullen, kaas opsturen, ect. Afijn, de Olde Remeker won in eigen categorie (harde kaas-kleine producent) en daarna van de winnaars van alle categoriën zodat zij werd uitgeroepen tot "World's Best Jersey Cheese". We waren ontzettend blij. Het was zelfs op de BBC! Helaas had Chris alleen de naam van Jan Dirk vermeld op het inschrijfformulier, zodat deze prijs op het thuisfront weer bijna een echtscheiding veroorzaakte. Gelukkig kon dit rechtgezet worden en op de oorkonde die we thuisgestuurd kregen, stonden onze namen weer gebroederlijk naast elkaar.

World's Best What?
Wat zegt dat nu eigenlijk, "World's Best Jersey Cheese"? Jerseys zijn in aantal het tweede ras in de wereld. Vooral Nieuw Zeeland, Australië, Canada, Zuid Afrika en Denemarken huizen veel Jerseykoeien. Maar dat neemt niet weg dat grofweg 70-80% van alle koeien op aarde een Holstein Frisian is, de Nederlandse zwart-witte koe, in zijn oorspronkelijke vorm uit Friesland. Die Friezen toch, dat waren goeie fokkers. Laten we zeggen dat 15 % van de koeien in de wereld een Jersey is en de rest is "overig".
Toegegeven, een Holstein geeft meer melk dan een Jersey, maar vraag niet wat voor melk en vraag niet hoe. Wij zijn dermate liefhebber van de Jersey, dat wij niet snel een genuanceerde uitspraak doen over Holsteins. Van al die Holsteinmelk wordt natuurlijk ook ondanks alles toch nog wel veel goeie kaas gemaakt, zolang de melk maar niet gepasteuriseerd wordt. Zelfs Holsteinmelk moet je niet pasteuriseren. Maar van Holsteinmelk kun je, met alle respect, nooit een lekkerdere kaas maken dan dat je met Jerseymelk kunt maken. Dus, nouja, trekt u zelf uw conclusie.

Jeroen Thijssen
Als klapper op de vuurpijl bij dit alles, kwam Jeroen Thijssen langs. Onze held! Gewoon toevallig, omdat het open dag van de biologische landbouw was, wilde hij een biologisch kaasje scoren. Jeroen Thijssen is culinair journalist, een soort Michelin-man voor gewone huisvrouwen. Hij deinst er niet voor terug om ook kliekjes, babyvoeding, slachtafval, kattenvoer en het Mac Momentje te proeven. Mocht hij ooit nog eens seizoensgebonden schoonmaakmiddelen aan een culinaire test onderwerpen, dan zal ik zijn vakkundig oordeel zeker meenemen bij de eerstkomende voorjaars-, dan wel najaarsschoonmaak.




Dirk 10 jaar bij ons in dienst.


Het voltallig personeel en "stille krachten", alleen mijn schoonmoeder ontbreekt, met champagne na de ballonvaart.


Het bedrijf.


U kwam langs op de open dag.


Dus besloeg een halve pagina in Trouw een verhaal van Jeroens bezoek aan onze boerderij. Het behaalde wereldkampioenschap haalde zodoende zelfs de Nederlandse pers. En...hij vond de kaas lekker. Toch jammer dat die Michelin-achtige types altijd stiekem komen. We hadden hem graag gefeteerd op een kopje koffie, wat hij hopenlijk niet zwart drinkt, want wij doen altijd onze eigen melk in de koffie, met een temperatuur van precies 70 graden. De thermometer hangt boven het melkpannetje. Die 70 is nog twee graden onder de temperatuur waarop gepasteuriseerd wordt. En dat proef je! Tel er de rauwmelkse boter bij op, op een koek gebakken door een bevriende boerin...

De kredietadviseur
Mijn schoonvader was zo trots over het wereldkampioenschap, dat hij De Lunterse Krant belde. De betere krant van het dorp, die gerust opent met het nieuwe kapsel van de kassiere bij de verdwenen Edah. Dat leverde een bos bloemen op van de lokale Rabobank, die als een soort lege huls na de klapper naar beneden kwam vallen. Ik slaakte een kreet, het was echt een hele dure bos. Het geeft weer een hele andere kijk op onze kredietadviseur. "Krijgen we nu ook korting?" vroeg Jan Dirk. Ik krijg nooit bloemen van mijn eigen man. Het toeval wilde dat onze financiering net ververst moest worden. Dat moet zo eens in de drie à vijf à tien jaar. We hadden net een concept voor de financiering getekend, gekozen voor drie jaar vaste rente. Toen vier weken later de kredietadviseur terug kwam, met het definitieve document, was de rente ondertussen 0,55 % gestegen! Wij wisten niet welke rente nu ging gelden, maar hier liet vadertje Rabobank zich van zijn rechtvaardige kant zien: de handtekening van het concept telde. Voor ons gevoel was de korting dus behoorlijk. De mensen van de Rabobank staan eigenlijk niet rondom de kaas, het zijn meer de mensen ín de kaas. Voorlopig zitten we weer drie jaar vast. En klaagt u alstublieft niet als het regent, want het is weer een droog jaar, vooral in het noorden. Sommige gewassen staan er slecht bij. Dat heeft direct invloed op de prijzen, dus op de inflatie, dus op de rente.

Bouillon
In deze volkomen roes konden we ook nog invoegen in het Bouillonfeestje. Bouillon is een grappig en culinair blad, voor mensen die goed kunnen proeven. Bouillon bestaat 5 jaar en als ambassadeur van Bouillon waren we uitgenodigd bij dit jubileum. Er waren schrijvers, grote koks en andere smaak- en eet-ondernemers. Wij begeven ons zelden in dergelijke chique gezelschappen, maar het ging gelukkig goed. Als boeren waren we niet heel vreemd. Er liep een soort vleesgeworden voedsel-encyclopedie rond, die kaas had meegenomen die hij af en toe "uit moest laten". Kaas als huisdier. Er zaten maden in de kaas, dat was ook de bedoeling, en als die vlieg geworden waren, moest hij af en toe het dekseltje van de kaas halen, om de vliegen eruit te laten. Want vliegen in de kaas, dat gaf geen pas. De kaas was wel lekker.., maar toch vonden we niet dat we het Remeker-recept nu moeten aanpassen.
We genoten van het feestje en de mensen en zijn blij dat we onze smaak-missie met Bouillon kunnen delen.

www.vanhartenballonvaarten.nl
www.jerseycheese.com
http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/europe/jersey/7418493.stm
www.bouillonmagazine.nl


Juni 2008

Spekwortels steken

Bestijdingsmiddelen taboe
Wie werkt volgens de biologische landbouwmethode mag geen bestrijdingsmiddelen gebruiken. Nogal wiedes, met de nadruk op dat "wied". Er moet gewied worden. Bestrijdingsmiddelen worden in de gangbare landbouw gebruikt tegen insecten (insecticiden), schimmels (fungiciden) en onkruid (herbiciden) in een gewas. Wij telen zelf geen granen, mais of zaden, maar kopen dat aan. Het enige wat wij zelf op het land hebben is gras. In gras heb je geen last van insecten, weinig last van schimmels en weinig last van onkruid. Als melkveehouder is het wat bestijdingsmiddelen betreft (er zijn wel andere hobbels) niet heel moeilijk om om te schakelen naar de biologische landbouwmethode. Er is alleen één grote maar, dat is de zogenaamde spekwortel. Een onkruidje dat de koeien echt niet eten, en dat je dus niet mag wegspuiten, niet volvelds met de tractor of met een vliegtuig, ook niet met het "rugketeltje" (alleen lokaal op het onkruidplantje zelf spuiten), gewoon helemaal niet. Nada. Punt uit. Je bent biologisch of je bent het niet.

De spekwortel
De spekwortel is officieel ridderzuring. Het is gewoon een onkruid, ziet er ook als zodanig uit en heeft een dikke spekachtige wortel. Hoewel het moeilijker uit de grond te halen is dan een truffel, heeft de spekwortel geen enkele culinaire waarde. Zelfs Johnnie Boer kan er geen patat van bakken. Het is ook geen vergeten groente. Misschien dat men in de oorlog wel spekwortels heeft gegeten, en is daardoor meer een verdrongen groente. Je kan dus ook geen Slowfood freak zo gek krijgen om ze gratis uit de grond te komen steken. Het is gewoon werk, veel werk om de spekwortels uit de grond te krijgen, handmatig, met het schopje. Waarom biologische producten zo duur zijn? Er zitten gewoon veel handwerkuren in. Van de baas zelf wel te verstaan, want het personeel komt hier niet aan toe.

Herbicide
Het herbicide dat gangbaar tegen de spekwortel wordt ingezet is MCPA. Er zijn contactherbiciden (werken d.m.v. contact, waar de plant geraakt wordt gaat hij dood), groeistofherbiciden (verstoren de hormoonhuishouding van de plant), bodemherbiciden (op de bodem spuiten zodat planten niet kunnen kiemen) en systemische herbiciden (inname via blad, plant verspreidt ze in zichzelf en gaat dan dood). MCPA is een groeistofherbicide en werkt dus op de hormonen van een plant. Te koop in producten met namen als Agrichim MCPA (waarschijnlijk een pure variant, niet in combinatie met andere herbiciden), Agroxyl, Euroxone, Hedonal M Forte (die klinkt goed), Herbivit (naam met humorvolle parodie erin), Hormonex en Luxan MCPA. Volgens internet is MCPA "mogelijk" schadelijk voor de voortplanting en de ontwikkeling van de mens. Ik kan nooit zo goed uit de voeten met dat "mogelijk" in wetenschappelijke literatuur. Roken was ook heel lang "mogelijk" schadelijk voor de gezondheid, omdat niets 100% uitgesloten kan worden in theorie. Daar hebt u niet zoveel aan als de bulten u in de longen staan. Tegenwoordig is roken wel officieel dodelijk.

Overige middelen
Naast MCPA kun je ook MCPP gebruiken, een zusje van MCPA. Daar is helemaal iets grappigs mee aan de hand. Het bevoegde comité van de Europese Commissie heeft besloten dat er bij dit middel geen verhoogde kans op kanker is. Er is een aanwijzing, bij muizen gaf het in hoogste dosis een verhoogd voorkomen van levertumor, maar geen voldoende bewijs. Mocht ik het ook nog eens tot dat comité schoppen, dan zou ik een aanwijzing al voldoende vinden. Maar dat is mijn mening, als biologisch boerin ben ik verre van objectief. We hebben hier te maken met een "objectief besluit". Een contradictio in terminus. Juist daarom ben ik biologisch boerin geworden, ik zie geen objectiviteit in dergelijke commités. Dus wat is er dan eerder, de kip of het ei?
Ik ben geen wetenschappelijk onderzoeker, niet objectief en niet subjectief. Ik ken alleen de lucht van vroeger, van de bestrijdingsmiddelenkast van mijn vader, een tuinder. Ik weet genoeg. Bestrijdingsmiddelen (insecticiden, fungiciden en herbiciden) zijn in de landbouw heel gewoon, gangbaar worden in bijna alle gewassen tijdens de groei meerdere middelen ingezet. Er zijn honderden middelen, in Nederland wordt er over het algemeen netjes mee omgegaan, maar het zit wel in uw eten.
Er hoeft niets over bestrijdingsmiddelengebruik op de verpakking te staan van het eindproduct, en dat staat er dus ook niet. Reken maar van yes dat het gebruikt is als u gangbaar voedsel koopt. Denk dan niet alleen aan iets groens zoals sla, maar ook aan de tarwe in spagetti, of aan vlees, of suiker in uw snoepgoed, aan chips. Al het voedsel is gemaakt van iets dat van het land komt en geteelt is door een boer. Vrijwel al het gangbare voedsel bevat residuen. Netjes onder de objective normen.
Tegen spekwortels kun je ook nog azimsulfuron, glyfosaat (Roundup), fusilade en fervinal gebruiken. Het kan allemaal in hééééle kleine beetjes ronddobberen in uw melk. De risico's van deze stoffen kunt u vinden op de Internationale Chemische Veiligheidkaart (International Chemical Safety Card). Kijk daar heb je het alweer, weer zo'n misleidend woord: veiligheidskaart. Daar wordt ik nou kriegel van, en heb de schijn van subjectiviteit dan natuurlijk meteen tegen mij. Noem dat dan risicokaart. Bij zo'n benaming weet ik alweer genoeg.

Een bespoten spekwortel
Het toeval wil dat ik laatst een bespoten spekwortel heb gezien. We gingen naar de nieuwe sauna bij Apeldoorn, Thermen Bussloo. De aankleding is boeddhistisch, met bij de ingang een boeddha bovenop de kassa. Die plek voor boeddha belooft bij binnenkomst weinig begrip van de boeddhistische traditie, maar dat valt reuze mee. Er was een meditatieruimte, helaas achterin de gang van de Beauty, zodat je je eerst door een haag van parfum heen moet werken. Geef mij dan maar weer die kast met je weet wel. Maargoed, we werden ook aangenaam verrast door een biologische keuken, alhoewel biologisch niet per definitie boeddhistisch is. Er was een klankschalen sauna, waar een zweverige 50'plusser een aufguss gaf met klankschalen. Én er was een Zentuin. Ik wist niet dat ik iets met Zen had, maar de tuin ademde werkelijk een bijzondere sfeer. Er was een onhoorbare toon die je raakte. Juist hier, uitgerekend op deze plek, stonden her en der in het strakgemaaide gazongedeelte een aantal bespoten spekwortels. Het zag er zo naargeestig mismaakt uit, dat ik mij afvroeg hoe dat kon bestaan in de tuin van Zen. Normaal is een spekwortel een stengel recht naar boven, maar nu was de stengel gespleten in driëen of in vieren, en kronkelde krullend over de grond, nog wel in leven en iets lichter groen dan normaal. Moderne marteling op oorlogsniveau. "Kijk, een spekwortel" zei Jan Dirk, "die is bespoten met MCPA". Mijn man heeft ook een gangbaar verleden.


Spekwortel nog in volle glorie.


Een omgespit exemplaar, marteling minder subtiel.


Biologisch boerin, duidelijk herkenbaar aan het schopje.


Noeste arbeid.

Nieuwsgierig jongvee snuffelt, maar opeten homaar.

Het is echt gebeurd. Vraagt u maar na, mocht u er eens terecht komen, wat ze in het Zengazon toch gebruiken. Missschien helpt het. Bij de kassa keek de boeddha mij dermate indringend aan dat ik er wel een opmerking over moest maken toen mij gevraagd werd of alles naar wens was.
Geschrokken zaten we de volgende keer weer gewoon in onze goeie oude vertrouwde sauna De Veluwe in Lunteren, dan maar geen biologische keuken.

Spekwortels steken
Bij ons op de boerderij niets van dit alles. Geen bestrijdingsmiddelenkast te bekennen. De spekwortels worden handmatig met het schopje uitgestoken. We hebben één weiland waar heel veel spekwortels staan, en ieder jaar voor ze zaad dragen, maaien we ze af. We hebben er nooit tijd voor. Maar daardoor ontwikkelen de wortels van de spekwortels zich steeds verder. Dit jaar ga ik aan de slag. Na een dagje spekwortels steken, kun je je de "eureka!" bij de uitvinding van het eerste bestrijdingsmiddel wel voorstellen, maar na nog wat dagen flink doorwerken kom je daar wel overheen. Je voelt je steeds gezonder worden. Voor de boer en boerin zijn het risico van het gebruik van de bestrijdingsmiddelen natuurlijk het grootst, dus dank u wel, ook namens mijn man en onze in totaal zeven kinderen, dat u zo vriendelijk bent om biologisch te eten.

www.slowfood.nl
www.thermenbussloo.nl
www.saunadeveluwe.nl


Mei 2008

Twee interviews

Bijzonder
Vrouwen hebben de naam, maar ondertussen. Mijn man voelt zich vaak onbegrepen. In de maand mei deden we twee intervieuws met twee totaal verschillende bladen, die allebei een stukje van de keten beslaan, waarbij het ons moeilijk viel om onszelf in zijn geheel uit te leggen.

Melkvee magazine
Melkvee magazine is een vakblad voor melkveehouders. Het is enigszins verlicht, net even wat meer dan de gangbare blablabla. Vanalles over koeien. U zou het voor de grap eens moeten inkijken, er gaat werkelijk een wereld voor u open. "Nieuwe kans voor automatisch dippen" kopt een artikel. Wij hebben zelfs nog nooit handmatig gedipt, maar dat terzijde. De spenen van alle koeien dippen met jodium na het melken, om uierontsteking te voorkomen, kan nu ook automatisch. Slechts een residu van 155 microgram jodium in de melk, tov de 111 microgram van het oude systeem. Dat ligt ver onder de norm. Tja, de tijd dat de boer zijn Bessie met een emmer voerde is voorbij volgens de Landbouwuniversiteit, tegenwoordig het Wageningen University and Research centre. Ik ben er zowiezo voorstander van dat iedere melkdrinker eens een poosje onze vakliteratuur leest om een indruk te krijgen van wat er zoal ronddobbert in de melk. Dan zou u weten dat de KI-samen nu ook gesext sperma heeft van Thunder. Dus van Thunder geen zonen meer, alleen nog maar dochters. Tja, daar hoor je de Christen Unie niet over in de tweede kamer.
Afijn, de journalist van Melkvee Maganzine zou meeëten, dat scheelt weer tijd, en zodoende kon hij meteen de kaas proeven op een boterhammetje. Helaas wist hij niet wat boerenkaas was, en legde we hem uit dat boerenkaas gemaakt wordt van ongepasteuriseerde melk. Dat vond hij heel interessant. "Maakt u ook kruidenkaas?" Misschien hadden we wat eerder naar achteren moeten lopen. "Achter" is de stal. Daar had hij meer kaas van gegeten. We raakten niet uitgepraat met hem, en hier herkende de journalist wel de fijne kneepjes van het vak. Antibioticavrij? De beste man sloeg stijl achterover. Kalfjes bij de moeder, bijna geen mais in het rantsoen, de graanmolen, de unieke potstal, "Maar 55 cm diep?". En de gezondheid van het vee, dat viel zijn geoefend oog meteen op. En dan die horens op de koeien, werkelijk grappig. Natuurlijke dekking? Wel, wel, wat een toestand. Al met al werd het toch nog gezellig en verscheen er een leuk artikel over ons bedrijf in Melkvee magazine.

Bouillon
Ook Bouillon kwam langs. Een erg leuk blaadje. Het is een soort "Elle koken", maar dan beter en echter. Voor de oprecht betwetende culinairo die alweer beyond and back is van Slowfood. Hoofdredacteur Will Jansen himself stond op de stoep, samen met zijn vrouw. Ik ben haar naam even kwijt helaas, maar het was niet mevrouw Jansen. Knappe man had zij, beetje Jan Dirk's leeftijd. En hij wist werkelijk alles over kaas. Nog meer dan Jan Dirk. Hij ging helemaal out over zuursels: de landlord een zuursel uit 1900? Bouillon moest nodig eens naar Engeland. Stremsels: niet vegetarisch gelukkig. De luchtvochtigheid in het pakhuis zo hoog? Ongelooflijk. Coccen, streptoccocen, wat kazen maar kan maken en breken, hij wist er alles van. En.. hij en zij konden heel goed proeven. Er zijn maar weinig mensen die dat nog kunnen vandaag de dag. Gewoon knappe mensen. Maar toen we "naar achteren" liepen, de stal in, werd de boer in hen niet meteen wakker.


Het doet ons, vanuit ónze berperkte blik altijd zeer dat een groot gedeelte van de mensheid de boer in zichtzelf kwijt is. Hoe interessant deze journalisten het verhaal achter de kaas ook vonden, en hoe blij wij ook waren met hun waardering, écht beoordelen konden ze dat verhaal niet. Wat we ook vertelden over de mest, het bodemleven, het grasland, de koeien, het ras, het rantsoen, en de melk, ze vonden alles even prachtig. We wijsden aan waar de stier stond en waarachies, ze zagen een verschil met de koeien. Hét ingrediënt van kaas, de melk, waarom die nou zo lekker is, ja, dat kun je alleen maar delen met Melkvee Magazine. Maar die kunnen weer niet proeven dat de kaas lekker is en gedragen zich als een porseleinkast met een olifant erin als ze de Remeker proeven.

De crux
Maar het geheel van die twee werelden zien, dat is de crux. Onze melk kan zichzelf blijven in de kaas en de kaas spiegelt de melk terug. Als mensen niet meer weten hoe voedsel gemaakt wordt, hetzij niet weten hoe koeien melk produceren, hetzij niet weten hoe kaas ongepasteuriseerd gemaakt kan worden, kan de reclame zijn gang gaan, en consumeren mensen terwijl ze hun roer kwijt zijn. Daar gaat de wereld natuurlijk nog eens aan ten onder. Maargoed, er is gelukkig hoop, want goed proeven, dat is een soort van voelen. Je intuïtie wordt aangesproken, en je weet of iets goed voor je is of niet. En je weet of er een goede intentie achter het voedsel zit. Kijk, en daarin waren de Bouillonjournalisten heel goed in geoefend en het was leuk om dat met hen te delen. Beyond Slowfood? Dat zweeft gewoon een beetje. Ik ben benieuwd naar het artikel.

Genoeg
Gelukkig heeft mijn man wel een vrouw die hem begrijpt. Omdat ik niet zeker weet of hij mij begrijpt, neem ik het zekere voor het onzekere en lees ik "Genoeg". Het blad waar ik mijzelf door begrijp. Dit blad is voor mensen die winkelen minder leuk vinden als de keukenvloer dweilen. Lekker met blote voeten door de groene zeep glibberen. Voor mensen die gewoon alleen willen kopen wat ze nodig hebben, omdat ze van zichzelf al enigszins gelukkig zijn. En daardoor altijd genoeg geld hebben, en daar weer gelukkiger van worden. En gewoon genieten van simpele dingen in het leven. Er stond eens een recept in dit blad voor ruitenwisservloeistof. Het bijvullen van de ruitenwisservloeistof besteed ik helaas nogsteeds uit, maar verder is het qua lifestyle heel herkenbaar. Deze maand met een artikel over de balans tussen werk en privé: "Hard werken is niet nodig". Misschien moet ik de Genoeg deze maand eens achteloos laten slingeren tussen de vakliteratuur van Jan Dirk.

www.melkveemagazine.nl
www.bouillonmagazine.nl
www.genoeg.nl


April 2008

De koeien gaan naar buiten

De wei in!!
Ieder jaar, zo rond half april is de lange stalwinter voor de koeien voorbij. Het kuilgras komt hen zo langzamerhand de neus uit, hoewel het oprispen van voedsel voor koeien natuurlijk heel normaal is, dat heet herkauwen.
De koeien verlangen naar gras, vers gras, grazen, grazen. Ze willen de stalpoten strekken en lekker crossen. Ze willen buitenlucht, zon of bewolking, als het maar niet regent. Regen, daar houden de dames niet van, dan zijn ze zo weer binnen.
Waarom mogen ze in de winter eigenlijk ook niet even gewoon naar buiten, vraagt u zich af. Tja, ze lopen dan de bodem kapot, omdat het land te nat is. En er groeit geen gras, dus als ze gaan grazen, dan grazen ze het gras kapot. Ze moeten gewoon wachten. En kuilgras eten, wat in de zomer van het land is gewonnen. Vijf lange maanden lang. Binnen zitten.

Huisvesting
Gelukkig hebben we in de nieuwe stal de muren eruit gehaald, dus het probleem is bij onze koeien betrekkelijk. Ze zien de zon gaan en komen, en dat bevalt ze wel. Koeien willen helemaal geen huis, maar omdat ze niet van regen houden vinden ze een dak wel prettig. Dus daarom hebben we het zo geregeld in de nieuwe stal: geen muren, wel een dak.

17 April
Dit jaar was het donderdag 17 april dat het gras lang genoeg was om de koeien te laten grazen. Het was lekker weer en de dames stoven ervandoor toen het hekje los werd gezet.

Deense Dames
Twee jaar geleden hadden we 10 drachtige vaarzen (een soort van zwangere koe-pubers) gekocht in Denemarken. We hadden problemen in de opfok van jongvee, dus we kwamen koeien tekort. Twee vaarzen kwamen van een Deens bedrijf waar de koeien helemaal niet meer naar buiten mochten. Deze dames hadden nog nooit vers gras gezien, en wat bleek?? Ze durfden niet naar buiten! Ongelooflijk. Jan Dirk zei: "nu begrijp ik al die boeren die de koeien binnen houden en zeggen dat de ze niet naar buiten willen." Ze durven niet, ze weten niet wat het is, ze zijn er nog nooit geweest. Na enig duwen en petsen kregen we de dames eruit, en begon ook voor hen een feestje. Ze lustten zelfs gras!

Varkens en kippen
De Nederlandse varkens en kippen "willen" ook al niet meer naar buiten, alleen de biologische, die willen nog wel. Ze moeten wel, volgens de regelgeving van de biologische landbouwmethoden, gecontroleerd en gecertificeerd door Skal.
In de kippen is daar ook een probleem, omdat de opfok van legkippen (nog) niet biologisch hoeft. Dus de biologische kippenboer koopt de kippen van de gangbare kippen-opfokker (waar de kuikens groeien tot kip, dat zijn gespecialiseerde bedrijven,) en wat blijkt weer: deze kippen, eenmaal aangekomen in een biologische stal, willen helemaal niet naar buiten, want daar zijn ze dus nog nooit geweest. Sommige koppels kippen gaan dan dus ook echt niet naar buiten, terwijl het hekje los staat. De omgekeerde wereld op zijn kop, tja, klopt het dan wel of klopt het dan niet?

Koeien
De gangbare Nederlandse koe verdwijnt ook naar binnen. Boeren die uitbereiden kiezen ervoor, het is gewoon goedkoper. De mestwetgeving is streng, mest afvoeren kost veel geld (18 euro per kuub), en als je de koeien binnen houdt, kun je efficiënter bemesten. Al die flatsen in het land, dat geeft tenslotte alleen maar rommel. Je kunt ook efficiënter voeren. En het scheelt tijd, je hoeft de koeien niet uit het land te halen. En alles moet nou eenmaal voor de laagste prijs in de supermarkt, dus ja, dat heeft zo zijn prijs.
De weidemelk van Campina is al geflopt. Weidemelk was gewoon te koop in de supermarkt. Het is melk van gangbare boeren, die wel wilden beweiden, maar daar de consument aan mee wilde laten betalen. Weidemelk werd zelfs echt gescheiden opgehaald door Campina, wat een kosten werden daarvoor gemaakt. Maar het werd helaas niet verkocht. Tja, dan houdt het ook op.



Fyra

Alexandra

Alexandra





De gangbare koeien, die gaan langzaamaan naar binnen. Het is de gang die de gangbare kippen en varkens in het verleden ook gemaakt hebben. Binnenkort zeggen ook de gangbare koeienboeren: mijn koeien willen niet naar buiten.

Biologische koeien, kippen en varkens, die moeten verplicht naar buiten. Dus beste consumenten, hou in hemelsnaam op met al die acties voor koeien in de wei, te hypocriet voor woorden, en koop gewoon biologische melk. Dat is wel iets duurder ja. Boter bij de vis. Een als u vlees eet, doe dat dan ook eens biologisch. Schrikbarend duur hè. Maarja, u bent gewoon verwent met gangbare prijzen. Daar betalen de dieren aan mee.

Naar buiten!
Koeien die niet naar buiten willen? Laat u niets wijs maken. En laat u de graskaas lekker smaken.


Maart 2008

Mueslimolen voor de koeien

Muesli voor de koeien
Naast gras en mais eten koeien ook zogenaamd "krachtvoer". Dit wordt normaal geleverd door een mengvoerfabrikant, meestal in de vorm van brokjes. Voor de brokjes wordt een product gedroogd, gemalen en weer geperst tot brok. Het kan werkelijk van alles zijn, de brokjes zijn altijd groen. Wij willen dit graag meer in eigen hand en verser en om die reden hebben we een graanpletter gekocht. We zijn er helemaal mee in onze nopjes en de koeien ook. Het is een soort van mueslimolen die elke ochtend in een half uurtje de gerst, rogge, lupine, lijnzaad en maiskorrels, die we in silo's op voorraad houden, vers plet. Helemaal automatisch ingesteld, je hoort hem 's morgens vroeg gezellig pruttelen vanuit je bed.

Wat eten koeien
Koeien eten natuurlijk gras. In de zomer halen ze dat uit de wei, in de winter eten ze ingekuild gras, omdat het gras op het land dan niet wil groeien. Uw grasmaaier staat dan tenslotte ook voor een paar maanden werkeloos in de schuur. En de voerkosten van uw konijn lopen in de winter op, omdat u uw zomerse gazongras in de GFT-bak aan de vuilnisman heeft meegeven. Tja, zo diep kan de mensheid zinken.
Ingekuild gras is gras dat bewaard kan worden. Het wordt op dezelfde manier gemaakt als zuurkool: het wordt luchtdicht opgeslagen, het zuurt dan vanzelf iets aan, en je kan het op die manier lang bewaren. In de zomer wordt dit gras geoogst en ingekuild, in de winter wordt het dan gevoerd aan de koeien.
Op dezelfde manier wordt ook mais ingekuild. De hele maisplant wordt in kleine stukjes gesneden, inclusief de maiskolf. De maiskorrels worden in één moeite door dan ook geplet. Luchtdicht opgeslagen onder zwart plastic zuurt ook deze mais iets aan alsof het zuurkool is en is dan lang houdbaar. Deze ingekuilde mais heet "snijmais". Koeien eten dit het jaar rond.
Verder kun je allerlei bijproducten voor de koeien verzinnen, als het totale ranstoen maar voldoende eiwit bevat. De bijproducten noem je krachtvoer: granen (bijvoorbeeld tarwe, gerst, rogge), peulvruchten (lupine, lucerne) of andere zaden (lijnzaad, maiskorrels), en ook restproducten zoals sesamschilfers en aardappelvezels (die ook gebruikt worden om de ingekuilde mais af te dekken), of nog andere gewassen zoals suikerbieten.
Alle bijproducten kunnen ook in de vorm van brokjes worden geleverd. Je kan na een beetje zeuren bij de mengvoerfabrikant wel een ingrediëntenlijst krijgen, maar of je ook precies bij allemaal kan achterhalen hoeveel van wat waar inzit, dat blijft toch iets onduidelijk. Het zijn recepten, en die geeft men niet graag prijs. De samenstelling van een brok kan ook iets variëren, afhankelijk van de inkoopsprijzen van de grondstoffen. Het klinkt allemaal wel heel goed met namen als: A-brok, Melkveebrok Optimaal, Mengmix Proferm, Glucostartbrok, Productiebrok Plus of Lactatiestart Bingo.
Altijd krijg je de voorlichter c/q vertegenwoordiger van de mengvoerfabrikant er gratis bij. Hij vraagt wat je zelf voert, en adviseert daar een brokje bij. Het basisingrediënt van brok zou graan of peulvrucht moeten zijn, maar omdat de brokjes toch altijd groen zijn, kan de mengvoerfabrikant alle kanten op. Er zit soms ook gewoon gras in de brokjes, dat schiet lekker op. Gemaaid, gedroogd, gemalen en geperst, terwijl de koe het zelf uit de wei kan halen. Grazen noemt men dat.

Cees Kruyt
Als rots in de branding, de schouder waar wij eens snikkend op uithuilden, is er gelukkig Cees Kruyt. Dé biologische mengvoeder. Een wandelende graan-, peulvruchten en zadenecyclopedie, die ook nog eens alles kan leveren voor schappelijke prijzen en gegarandeerd biologisch. Bevlogen ook, en bijna of helemaal gepensioneerd. In iedergeval nadert hij de 80 levensjaren. Zijn kennis en ervaring zijn van onschatbare waarde. Bovendien is alles openbaar, zijn recepten liggen gewoon op straat.

Vers krachtvoer
Maar wat Cees Kruyt dus niet kan, is élke dag al het krachtvoer vers geplet komen brengen. Hele zaden zijn lang houdbaar, maar ook onverteerbaar voor koeien. Je vindt de korrels helemaal heel terug in de mest. Dus ze moeten geplet worden. Maar dan komt er ook iets vocht vrij, en dat kan gaan schimmelen. Vandaar de uitvinding van brokjes: drogen, malen en persen. Dit is echter een dermate grove bewerking van het koeienvoer, soep uit een zakje is er niets bij. Door verhitting gaan alle enzymen verloren, wellicht ook de vitaminen, en in ieder geval de x-factor. Er gaat niets boven vers.
Cees heeft ook biologische brokjes, maar die wilden wij niet. Dus bracht Cees Kruyt het slechts geplette en gemengde krachvoer in zakken van 25 kg, het ligt een tijdje, de smaak gaat verloren, het gaat soms schimmelen, en de koeien vreten het niet goed op. Afijn, we konden niet anders dan hier zelf mee aan de slag: een graanpletter, een heuse mueslimolen, op het eigen erf.


Wat we pletten
We voeren vijf producten die geplet worden door de graanpletter. Dit zijn tarwe, rogge, lupine, maiskorrels en lijnzaad. Elke dag wordt een hoeveelheid precies afgewogen uit de vijf verschillende silo's en geplet door de graanpletter. Door het pletten breekt de korrel open, het iets vochtige binnenste wordt bereikbaar voor vertering.
We kunnen zo ook heel goed sturen in het rantsoen. Hiervoor letten we goed op de mest van de koeien. Als de mest te dun is voeren we extra koolhydraten: maiskorrels, gerst of rogge. Als de mest te dik is voeren we extra eiwitten: lupine. Het lijnzaad voeren we voor de gezondheid van de koeien.
Het geplette graan wordt samen met het kuilgras gemengd in de voermengwagen en dan uitgereden voor het voerhek.



Fyra
De mueslimolen.

Alexandra Uit de vijf buizen bovenin komen granen en peulvruchten, geplet door de gele graanpletter, in de rode voermengwagen.

Alexandra De silo's met tarwe, rogge, lupine, maiskorrels en lijnzaad id over een bodem vol gezelligheid.

Het voer voor het voerhek.

En Cees dan?
Nu wij onze eigen graanpletter hebben, ons eigen kleine mengvoerfabriekje, bestellen we minder bij Cees. Maar onze relatieve onafhankelijkheid stoort hem niet. Open deelt hij zijn keukengeheimen en leert ons de basis van het mengvoeden: staat het wel goed afgesteld, zou je niet wat meer dit, iets minder dat… Verder kent hij de markt op zijn duimpje. Prijs en kwaliteit zijn op elkaar afgesteld en worden openlijk gecommuniceerd. Door de gekte op de biologische eiermarkt is er een schreeuwend tekort aan maiskorrels. Er zijn hier geen maiskorrels meer te koop. Nee, komen de maiskorrels uit China! Cees vertelt het hele verhaal. Het blijkt dat de koeien ook best Chinees lusten.

De uitdaging
Als hoofdmenu krijgen de koeien bij ons gras. In de winter uit de kuil (kuilgras) en in de zomer grazen ze in de wei. Snijmais voeren we liever niet. U kent ons compromis met snijmais (zie december 2007), tegen wil en dank voerden we snijmais, omdat de koeien er nou eenmaal melk van geven. We zien snijmais als een soort fastfood, waardoor koeien moeten inleveren op hun gezondheid. Het komt omdat de snijmais niet in de pens wordt verteerd, één van de vier magen van de koe, maar in de darmen. Daardoor belast het de koe. Normaal geven boeren wel tot 50 % snijmais in het rantsoen. Dus half gras en half snijmais en dan nog wat krachtvoer.
Door de korrels mais die we nu kunnen geven met de graanpletter, hebben we de snijmais voorlopig helemaal kunnen schrappen. Maar de uitdaging is of dit ook lukt in de herfst. Dan is het gras dat de koeien grazen in de wei zó eiwitrijk, dat je wellicht niet zonder snijmais kunt. We zullen zien, we gaan het in ieder geval proberen, maar hebben voor de zekerheid nog wel een klein maiskuiltje (het ingekuilde snijmais) liggen. De geplette maiskorrels zijn nu 7% van het rantsoen.
Mocht u het interesseren, we voeren nu per koe per dag, als we het vocht niet meerekenen: 10,97 kg ingekuild gras, 1,94 kg tarwe, 0,38 kg rogge, 0,50 kg lupine (een peulvrucht), 0,25 kg lijnzaad en 1,19 kg Chineese maiskorrels.

Toch nog brok…
Rest mij nog één ding op om te biechten: we gebruiken nog 1kg brok per koe om de koeien naar de melkstal te lokken. Ze vinden het lekker, die tuttebellen! Het is lastig om hier vers geplet graan van te maken, want het loopt via een automatisch systeem uit een silo zo in het bakje voor de bek van de koe die gemolken wordt.

De prijs
Misschien bent u wel boer en denkt u ook aan een mueslimolen: we waren wel 35.000 euro verder! Maar de koeien doen het er goed op en geven meer melk. Wij willen al niet meer zonder. En we denken dat de melk ook weer iets gezonder is geworden, zodat de consumenten het er ook goed op doen.


Februari 2008

De mesthoop, kloppend hart van ons bedrijf

Mest mag weer uitgereden
Op 1 februari is het dé dag voor boeren. In de winter mag je namenlijk het land niet bemesten, omdat er dan niks groeit. Planten hebben dan geen mest nodig. Vanaf 1 februari mag je weer voor het eerst na de winter mest uitrijden. Een zucht van verlichting trekt door de Nederlandse stal. Alle uitpuilende gierkelders en mesthopen mogen overgepompt en opgeladen op in alles wat rijden kan en scheuren maar.

De basis
De mesthoop is de basis van het biologisch bestaan, het kloppend hart van ons bedrijf. Hier sluit de kringloop; het einde, het afval, gaat over in een nieuw begin. Rebirthing is er niets bij. Miljoenen, miljarden, triljoenen bacteriën en schimmels knopen het eind aan het begin. Mest wordt plantevoeding, de grasprietjes lusten er wel pap van. De koe kan er rustig op los grazen, en geeft weer melk en mest. De kwaliteit van onze mest vinden wij even belangrijk, zo niet belangrijker dan de kwaliteit van onze kaas. Mest is mest denkt u, maar niets is minder waar. Tussen mest en mest zit evenveel verschil als tussen een "plakje vacuum van de Edah" en de onvolprezen Remeker. En het verschil zit hem, juist, precies, u voelt 'm al aankomen, in de bacteriën. Zoals je melk kan doodkoken, of kan vervuilen met vies smakende bacteriën, zo kun je mest ook volledig verpesten. Koeien in ligboxenstallen, zonder stro, met verkeerde voeding, scheiten door betonnen roosters in gierkelders, en dat geeft "drijfmest". Een soort bedorven chocoladevla. Je kan het beter "droefmest" noemen, want het is van een droevige kwaliteit en het stinkt. De koeien in onze potstal daarentegen poepen lekker in het stro, en daar maken we een mooie composthoop van en dat geeft een mestkwaliteitje om te zoenen. Dankzij bacteriën en schimmels die daar van nature in voorkomen. De verteerde mest is compost en van onschatbare waarde. We brengen haar op de bodem, het land. Misschien ziet u een bodem als los zand, een soort strand zonder zee, waar het gras in vaststaat, maar dit zand is slechts het geraamte. Ook de bodem gonst van leven. Er is zoveel beweging, de A30 die langs ons bedrijf loopt, is er niets bij. Alles krioelt en buitelt over elkaar heen, bacteriën, schimmels, insecten; eten en gegeten worden is het motto. En de grassprietjes staan erbij en kijken ernaar. Hun worteltjes pikken de graantjes uit de pap. Gezelligheid kent geen tijd.

Leven en laten leven
Wetenschappelijk gezien is dit verhaal nogal onderbelicht. Landbouwtechnisch kijkt men niet zozeer biologisch, als wel scheikundig: hoevéél stikstof heeft een plant nodig. De manier waarop is daarbij onbelangrijk. Zodoende is de kunstmest die mensen hebben uitgevonden als een zout. Levenloos. Net iets te simpel eigenlijk. Planten doen het kwantitatief wel goed op stikstof in de vorm van zout, maar het is als badwater waar wel keurig wat badzout in zit, maar waarmee het kind is weggegooid. Een bodem die leeft, en die dus ook zodanig bemest wordt dat dit leven gevoedt wordt, biedt veel meer. Wat dan?? Wat ís dat dan???? Tja, lastig, zeker niet in wetenschappelijk jargon te beantwoorden. De X-factor. Het is weerstand, evenwicht, mogelijkheid om krenten uit de pap te halen, nouja misschien is het gewoon gezondheid. Biologische landbouw is landbouw zonder kunstmest én zonder bestrijdingsmiddelen. Die twee hangen samen. Een biologisch gewas heeft meer weerstand tegen ziekten en plagen. Ziekten en plagen zijn ook weer die schimmels, bacteriën en insecten, maar dan de ongewenste, die het gewas onverkoopbaar maken, en oneetbaar voor u. Een biologisch gewas heeft er meestal geen last van en hoeft zodoende niet bespoten te worden met bestrijdingsmiddelen. Bestrijdingsmiddelen zijn de Glorix van uw tuin met de concentratie van Dreft: één druppeltje is vodoende voor uw achtertuin én uw voortuin. Boeren gebruiken wel een litertje of wat per jaar, maar kunnen zo een vierkante kilometer in de rondte platspuiten. Er is dan ook geen teken van leven meer te bekennen in het gewas of in de bodem. Alles dood. Punt uit.

Biologisch
Een biologisch gewas wordt niet bespoten met bestrijdingsmiddelen, en toch komen er geen bacteriën en schimmels of insecten in die ziekteverwekkend werken voor het gewas. Want er zitten al volop bacteriën en schimmels in die meewerken met het gewas, de ziekteverwekkers hebben gewoon geen plek. Als ze een veld aandoen, dan komen ze natuurlijke vijanden tegen. Zo werkt de natuur. Het gaat wel eens mis, dat is het risico, maar meestal gaat het goed. Er heerst een natuurlijk evenwicht in de grond, en met kunstmest maak je dat kapot. Vervolgens spuit je alle problemen weg door met bestrijdingsmiddelen alles dood te spuiten. Ook een manier, maarja, wij kiezen daar niet voor, want we denken dat het niet zo gezond is. En onze koeien, wat vinden die ervan? Een placebo is hen vreemd, dus zij hebben het laatste woord.

En ze zeggen in alle talen ja. Toen Jan Dirk omschakelde in 1994 naar de biologische landbouwmethode, was dat niet makkelijk. Alles is nieuw, vanalles gaat mis, de productie daalt in eerste instantie en kosten stijgen. Je moet ineens weer vakman worden in plaats van zoutknoeier en glorixschenker. Kijken naar leven, aan het roer van een levend organisme waar de elementen je om de oren slaan.


Fyra
Mesthoop wacht op actie.

Alexandra
Koeien in een overvolle pot.

Alexandra
Mest wordt verspreid over een bodem vol gezelligheid.


Maar de koeien, die wilden wel, ze gaven ons houvast. Ze hadden meer glans op de vacht, waren levenslustiger en hadden minder gezondheidsproblemen. Zo zie je maar, alle peilers in het bedrijf; de mesthoop, de grond, het gras, de koeien, de mest, ze spelen elkaar de bal toe van gezond zijn en gezond blijven. Iedere keer als je kunstmest en bestrijdingsmiddelen of antibiotica of pasteurisatie toepast, dan zet de de dood in, en dan knapt er iets in een onderdeel, dat zijn weerslag heeft in het geheel. Tja, je zou er bijna holistisch van worden.


Klavers
Nu, dat is allemaal leuk, maar er komt een slimme vraag bij u op. Kan het allemaal wel? Want die melk, vol eiwitten (stikstof dus), die dragen wij het bedrijf uit in de vorm van kaas. Dus daar lekt veel stikstof weg uit de kringloop. Hoe vullen wij dat gat dan aan? Dat kan toch alleen met kunstmest? Eigenlijk een domme vraag, alsof we niet al 25 miljoen jaar evolutie achter de rug hebben zonder kunstmestfabrieken. De natuur heeft zo haar eigen methoden, geen nood zo hoog of er is wel een bacterie voor. Natuurlijke selectie heet dat, een soort marktmechanisme: waar vraag is ontstaat aanbod. De aanbieder is in dit geval een bacterie die samenleeft met klavers. De klaver is de lieveling van iedere biologische boer. Jan Dirk heeft ze ook tussen het gras gezaaid toen hij omschakelde van gangbaar naar biologisch en daarna heeft hij ze op zijn knieën uit de grond gekeken. Want geen kunstmest meer gebruiken en dan vertrouwen op deze paarse vriend, dat is natuurlijk in het begin wel wild. Maar het vertrouwen werd niet geschaad door moeder natuur, de klavertjes doen het fantastich. Nu we onze composthoop, ons bodemleven en onze klavertjes goed op orde hebben, halen we bijna gangbare grasopbrengsten. Mooi toch?

Grasopbrengst in een veranderend klimaat
Een levende bodem levert ons nog iets op. Al voordat Erwin Krol recoord na recoord meldde in het weerbericht, vroeg Jan Dirk zich al regelmatig af wat er toch aan de hand was met het weer. Als ondernemer moet je dealen met de feiten, hoe pijnlijk ook. Volgens de Partij van de Schaamluizen is het zelfs allemaal de schuld van onze koeien, maar ik denk dat bij die bewering zelfs een eskimo zich achter de oren krabt. Dit terzijde.
Naast dat het hier warmer wordt, wordt het weer ook extremer: droger als het droog is en natter als het nat is. Je hebt dus een bodem nodig die maximaal water kan vasthouden én die snel overtollig water kan afvoeren. Tata, de biologische bodem: perfect. De opgebrachte compost is onze bondgenoot. Ze houdt water vast. En daarbij wortelen onze grasprietjes dieper, omdat ze de krenten uit de pap moeten wroeten en niet een zoutlaagje dat bovenop is gestrooid als kant- en klaarmaaltijd verorberen. Als nu zo'n diepe wortel verteerd is, blijft er een prachtige waterbaan over voor de afvoer van overtollig water. De natuur is geniaal. Klimaatsverandering? Wij liggen er niet meer wakker van.


Januari 2008

Het geheim van de smit

Bezoek
In januari kregen we bezoek van een Engelse landheer die op zijn 500 hectare grote landgoed ook Jerseys hield en ook kaas maakte. Jerseykaas dus! Wij kennen persoonlijk verder niemand op aarde die dit ook doet, dus we wilden deze conculega graag ontmoeten. Het is een normale zaak onder boeren om iemand die ook koeien heeft gewoon op te bellen om te vragen of je langs mag komen. Altijd leerzaam. We waren dan ook zeer vereerd dat deze landlord ons wilde ontmoeten.

De kaas
De zelfgemaakte kaas die hij had meegebracht, net als de Remeker volgens Gouds recept, was dus van Jerseymelk én ongepasteuriseerd (rauwe melk). Wij verwachtten een echt zusje van de Remeker te kunnen proeven, dus we waren zeer benieuwd.
Als wij over andere kaas praten dan de Remeker, dan noemen we dat een "plakje vacuum van de Edah", dus gepasteuriseerde fabriekskaas met de plasticsmaak van het vacuumpak er goed ingetrokken. Als kaas gemaakt is van rauwe melk, dan blijft de smaak hangen in je mond. De nasmaak is erg belangrijk bij het proeven van kaas. Als de materie is doorgeslikt, ontstaat pas het echte feestje, een orgie van aroma's in het speeksel, dat is eigenlijk het echte proeven. Fabriekskaas is van doodgekookte melk, gepasteuriseerd, steriel dus, en dit feestje ontbreekt dan ook totaal, je proeft niets, je slikt alleen een inert stuk mislukte kauwgom naar binnen.
Nu, zo erg was het nou ook weer niet gesteld met deze Engelse Jerseyzus, maar de smaak was toch iets vlak. Hopelijk is het engelse woord hiervoor "flat".
De rauwmelkse cheddar die de landlord had meegenomen, was wel erg lekker, maarja, wij zijn nou eenmaal geen cheddarmensen, wij zijn thuis in het Goudse recept.

Rauwe melk
Zonder dit meteen uit te roepen, Engelsen zijn toch al zo beleefd, zelfs Engelse boeren, wat een landlord toch in feite is, stelden we toch een paar vragen. Heb je (we bedoelden “heeft u”) wel écht rauwe melk gebruikt, of misschien toch gecentrifuceerd, gebactificeerd of getermiseerd?
We stuiten hier op een heel belangrijk punt in onze bedrijfsfilosofie: de melk niet pasteuriseren, voordat je kaas gaat maken. Melk moet rauw blijven, kook het nooit! In melk zitten van nature bacteriën en enzymen die erg gezond zijn en die noodzakelijk zijn om de melk te verteren. En die de kaas fantastisch lekker maken als ze tijdens de rijping hun werk kunnen doen.
Maar als je niet netjes melkt, kan er zomaar een beetje koeienpoep in de melk terecht komen. Met zo’n anus vlak boven het uier is een spatje poep zo mee in de melkmachine, die werkt als een stofzuiger.... Of als je niet netjes gras maait, kan er zomaar een beetje grond in het koeienvoer komen. Of als je niet netjes schoonmaakt in de kaasmakerij, blijft de kaasbak vies achter. Dit geeft allemaal bacteriën in de melk en dus in de kaas, die een vieze smaak geven aan de kaas. Dan moet je de melk wel koken. Alle bacteriën netjes dood. Maar de lekkere en gezonde bacteriën zijn dan ook dood, en de enzymen gesloopt. De melk wordt op die manier voor het grootste gedeelte gewoon onverteerbaar. Inert. U kunt het net zo goed uitspugen, dat doet u met kauwgom tenslotte ook.

Trucjes
Centrifuceren, bactificeren en termiseren zijn allemaal trucjes om melk toch schoon te wassen, zonder het te koken. Je kan dan roepen dat het rauwe melk is, maar je hebt de melk daarmee toch gewoon ook gesloopt, net als bij doodkoken. Deze nepconcurrentie valt voor de echte proever al snel door de mand, want de smaak is ook gewoon weg. Nee, nee, de landlord wist ons ervan te overtuigen dat de rauwe melk echt puur was.
Afgeroomd dan? Dat is de melk laten rusten, zodat het vette gedeelte van de melk bovenop komt te drijven en dan die vetlaag eraf scheppen. Slecht voor uw cholesterolgehalte, slecht voor uw lijn (daar kom ik op terug), maar vooral dodelijk voor de smaak natuurlijk. Nee, dat was het ook niet volgens de landlord.
Overgepompt misschien? De melk moet van de gekoelde melktank in de kaasbak stromen, en dit kun je doen met een slang en er dan een pomp tussen “gooien”. Les 1 bij het maken van kaas: een pomp is te lomp. De melk komt dan als het ware in tweeën de kaasbak in, omdat door het pompen de kleine vetbolletjes in de melk kapot gaan. De melk is nog even wit na het pompen, ziet er nog precies hetzelfde uit, maar je zou het naar onze mening al geen melk meer mogen noemen.
Wat in een pak zit in de supermarkt, is al helemááál geen melk meer, wij noemen dat dan ook Campinawater. Het is gepasteuriseerd en uit elkaar gehaald in allerlei fracties, en alleen de mineure fracties vindt u totaal kapot terug in het pak, nog bekalkt ook, maar dit terzijde.
Om de melk uit de melktank in de kaasbak te krijgen, rijden we met de melktank achter de trekker naar de kaasbak en dan brengen we de melktank omhoog, zodat de melk door het hoogteverschil de kaasbak in stroomt. De landlord deed dit anders, hier hadden we een punt. Hij heeft onder de grond een lange buis van de stal, waar de melktank staat, naar de kaasmakerij. Hier moest ongetwijfeld een pomp aan te pas komen, misschien wel twee.... En hoe hou je zo’n buis schoon? Je kan er niet doorheen kruipen. Nee, die buis, dat leek ons maar niks, we dachten hem dus zelfs te kunnen proeven.

Het pakhuis
Toen we door het pakhuis wandelden, waar al onze kaas ligt opgeslagen, ontdekten we nóg een oorzaak. De temperatuur in hun pakhuis was maar 11 graden. Veel te koud naar onze mening. In het pakhuis ligt de kaas te rijpen, de Remeker rijpt 6 maanden, de Olde Remeker rijpt 18 maanden of langer. Meestal niet langer, omdat we nogsteeds een wachtlijst hebben voor klanten. Het rijpen van kaas is een proces met bacteriën en enzymen die van nature in de kaas aanwezig zijn én de bacteriën die je extra toevoegt met het zuursel. Zuursel is dus een bacteriemengsel. De bacteriën en enzymen zetten suikers, eiwitten en vetten in de kaas om, zodat de smaak er goed in komt. Een kaas van twee weken is vrij smakeloos, en ook veel witter van kleur. Als het te koud is in het pakhuis, verlopen omzettingen veel trager, zodat de rijping niet op volle stoom komt. De smaak blijft dan achter. Nou, dat was dus duidelijk te proeven.

Het geheim van de smit
Twee van de vier belangrijke peilers van ons geheim van de smaaksmit hebben we hiermee uit de doeken gedaan: Jerseykoeien houden en melk niet doodkoken. De derde weet u ook: de onvolprezen biologische landbouwmethode. Ten vierde: we halveren een ingrediënt. Naast melk, zuursel en stremsel is er nog één ingrediënt. Wat dat is mag u zelf proeven. Het is niet het schimmelwerend bestrijdingsmiddel dat op de korst van gangbare kaas zit en ook niet de chemische kleurstoffen, want die laten we helemaal weg, omdat ze verboden zijn bij de biologische productiemethoden. En zowiezo, omdat e niets toevoegen.






Fyra
Om 7.30 uur, de melktank omhoog...


Alexandra
...en de melk loopt in de kaasbak

Alexandra
Kaas die net gemaakt is (onderste partij) is veel witter dan gerijpte kaas (bovenste partij)

Afscheid
De landlord nam lichtelijk verward afscheid, hij had een hoop geleerd. Maar wij hadden ook iets van hem geleerd, namelijk over fagen (bacteriofagen), afschuwelijke smaakverpesters. Het zijn virussen die bacteriën in de wei kunnen belagen. Wei is het restproduct bij het maken van kaas. De wei voeren we weer aan de koeien, en deze gesloten kringloop is natuurlijk een risico. Maar de koeien doen het er heel goed op, want wei is heel gezond. We voeren dus graag wei aan de koeien.
Als de fagen de weibacteriën besmetten, en het komt via koeienhuid, melkmachine of mensenhanden of hoe dan ook in de melk, dan krijgt de kaas bij het rijpen als het ware de griep. Door nu dagelijks te wisselen met zuursels voorkom je dit probleem, immers in de wei (het restproduct) heeft dan andere zuurselbacteriën in zich, met eventueel fagen, maar die kunnen dan in de kaas niks doen, omdat ze net anders zijn, dan de zuurselbacteriën die dan weer in de kaas zitten.
De bacteriofagen, alle types, hangen altijd en overal in de lucht, ook bij u thuis. Je moet ze niet willen bestrijden, onmogelijk. Ze zijn ook niet gevaarlijk, alleen niet lekker.
De landlord maakte op dit punt erg diepe indruk, omdat hij 7 verschillende zuursels gebruikte, voor iedere dag één, en die stamden allemaal uit 1900!! Ongelooflijk. Dat is heel knap. Nog nooit vervuild geraakt met een bacterie die niet smaakt, wat een traditie. We moeten nodig eens naar Engeland.

Boerenkaas
Rauwmelkse kaas is hetzelfde als de zogenaamde “boerenkaas”. De claim “boerenkaas” is ook wettelijk beschermd. Maar dat alleen in kaas. Boerenjoghurt bijvoorbeeld is gewoon van doodgekookte melk, net zoals boerenkwark, boerenboter en boerenkarnemelk, boerenvla, boerendropjes, boerensokken, het slaat allemaal nergens op. Dus het voorvoegsel “boeren-“ is net zo verkracht als de termen “natuurlijk”, “ambachtelijk”en “gezond”. En... nu komt het ergste, het is zelfs verboden om joghurt, kwark, karnemelk van rauwe melk én rauwe melk zelf te verkopen!!! De overheid ziet dit als gevaar voor de volksgezondheid. Ongelooflijk, hoe kan dat gebeuren? Zit meneer Yacult hier achter, vraag ik mij dan af. Maar ook al staat er honderd keer “natuurlijk”, “gezond” of “proactief” op de verpakking van Yacult, het fabrieksmatige bacteriemixje haalt het in de verste verte niet bij moeder natuur. De smid der smeden geeft haar geheimen niet prijs.

Slowfood
Alles pasteuriseren, dat is pas gevaarlijk. U eet en drinkt eigenlijk onverteerbare kauwgom, geen wonder dat u allergie voor melk oploopt, het lichaam liegt niet. Als roeper in de woestijn voel ik mij de laatste der Mohikanen. Maar gelukkig zijn er meer mensen die hier meer van weten en de organisatie Slowfood hebben opgericht. En als er rauwe consumenten zijn, dan vinden boeren altijd weer mazen in de wet om rauwe melk te verkopen. Er zijn tegenwoordig weer boeren die een melkautomaat aan de weg hebben staan, waar u zelf rauwe melk kunt tappen. Er moet wel een bordje op de automaat, waarop staat dat u de melk eerst moet koken. Maar dit bordje kunt u gewoon negeren!! Maak dan zelf uw rauwmelkse joghurt, kwark, boter en karnemelk, en sla gewoon een glas rauwe melk achterover. Een kwestie van durven.
Rauwmelkse boter is ook te koop, bijvoorbeeld bij de Keizershof in Zoeterwoude. Super lekker.

Moraal van het verhaal
Zoals u ziet leven we op de boerderij met bacteriën. Voor de gemiddelde supermarktconsument die steriel als het meest veilige voedsel beschouwd, lijkt het misschien spelen met vuur. Maar zo ligt het niet, uw darmflora weet er meer van. Er zijn altijd en overal bacteriën, het gaat erom dat er een evenwicht is tussen de noodzakelijke en de ziekteverwekkers. Hoe wreed de natuur ook is, het is ook een kwestie van elkaar voeden en samenwerken. Dat u met steriel voedsel geen risico loopt is een illusie. Het is een vergissing van een tijdperk. Binnen de wetenschap is er nog maar één lichtpuntje, namenlijk dat rauwmelkse borstvoeding beter is dan gepasteuriseerde en gefragmentariseerde en gedroogde poedermelk. Het is ook wettelijk geregeld dat fabrikanten hierin niet mogen misleiden. Grappig toch?

www.slowfood.nl
www.borstvoeding.nl





December 2007

Kerst

Stierkalfjes
Het is weer kerst in december. Een prima moment om het eens te hebben over de stiertjes die geboren worden op ons bedrijf. Ze worden opgehaald door een veehandelaar en ze worden vetgemest in de gangbare kalvermesterij. Er is vrijwel geen markt voor biologisch kalfsvlees: er zijn te weinig mensen die het willen eten voor de prijs die het kost om het te maken.

De cijfers
Wij hebben 100 koeien die melk geven, zij krijgen elk jaar allemaal een kalfje. Je kunt geen koeien melken zonder kalfjes te krijgen, want zo is de natuur. Eerst wordt een kalfje geboren, daarna geeft de koe melk.
Als een koe twee jaar oud is, krijgt ze haar eerste kalf. Dit gaat zo vier jaar door, waarbij elk jaar een kalfje geboren wordt, omdat anders de melkgift stopt.
Gemiddeld zes jaar oud gaan koeien dan naar de slacht, omdat ze niet genoeg melk meer kunnen geven. Ze worden dan relatief te duur. Wij hebben één koe van 10 jaar, ze heet Fyra. We hebben twee koeien van 9 jaar, vier koeien van 8 jaar en zes koeien van 7 jaar oud, maar daar heb je het dan echt wel mee gehad.
Gemiddeld krijgt een koe dus vier kalfjes in haar leven. Hiervan zijn er twee stiertjes (jongetjes) en twee vaarsjes (meisjes). Die vaarsjes houden wij wel, maar die stiertjes, daar kunnen we weinig mee, ze geven geen melk.

Vlees eten
Iedere koe (Jerseyras) bij ons geeft jaarlijks 5000 liter melk. Kortom, na iedere 10.000 liter melk die u drinkt (of joghurt, kwark, boter, kaas, Milk & Fruit, Taksi, dierlijk eiwit in koek, ect dat u eet), produceert u automatisch een stierkalf en een halve oude melkkoe. Dit plaatst ons voor een dilemma. Zelf ben ik 14 jaar vegetariër geweest, maar eet nu weer braaf mijn stukje vlees. De eerste keer dat er een koe in de vriezer lag die ik kende, notabene Davida, genoemd naar mijn zoon David, was ik wel weer een weekje vegetariër. Daarna ben ik weer voorzichtig begonnen met het trekken van een soepje.... Tja, dood en leven, geboorte en weer dood, het hoort er allemaal bij op de boerderij. Hier raakt de praktijk van alle dag het religieuze leven. Jan Dirk en ik geloven dat de kudde een groepsziel heeft. En we geloven dat de koeien in dankbaarheid sterven, én we geloven zelfs dat ze weer terug komen, met een beetje geluk bij ons.

De berekening
Hoeveel vlees zou u dan kunnen eten als u een liter melk heeft gedronken? Een Jerseykoe weegt 400 kg. We schatten dat er 160 kg puur vlees overblijft na de slacht. Voor een vetgemest stierkalfje dat na een jaar geslacht wordt, schatten we dit op de helft, ongeveer 80 kg. Een halve melkkoe en een stierkalfje, dat komt dus neer op 160 kg vlees per 10.000 liter melk. Omgerekend 20 gram vlees per liter melk. Dat komt neer op een biologische biefstuk of gehaktbal (van rundergehakt!) per 5 liter melk. Voor een kilo kaas gebruiken we trouwens 7 liter melk....
Misschien vind u dat anderen het vlees voor u moeten opeten, of dat de stierkalfjes en oude melkkoeien wel mogen blijven leven. Misschien kunt u dan uw achtertuin of balkon of logeerkamer willen openstellen voor het houden van al deze dieren. Het drijft de kostprijs van melk wel iets op in ieder geval.






Fyra
Fyra, onze oudste koe, is 10 jaar oud

Alexandra
Alexandra, met haar pas geboren vaarskalfje, is nu onze jongste koe

Ecofields
Nu is er één groot licht in dit vraagstuk en dat licht heet Ecofields: de eerste biologische kalvermesterij van Nederland. Ook in Lunteren nota bene. Het is heel knap van deze ondernemer. Het is nog al niet wat om je bedrijf om te schakelen in een sector waarin niemand je is voorgegaan, en waarin ook de vraag naar je product onbekend is. Een enorm risico, zowel technisch als finaniceel. Nu moet hij zijn hele stal vol dieren dagelijks biologisch voeden. Dat is wel wat meer dan de paar monden die aan een gemiddelde keukentafel zitten.
Van onze Jerseystiertjes heeft Ecofields er vorig jaar tien vetgemest. Maar nu doen ze dat niet meer, want er zit te weinig vlees aan Jerseys. Andere rassen zijn beter, omdat het vlees anders te duur wordt. Tja, daar kom ik de consument steeds weer tegen als boerin. Maar desalnietemin is dit het begin van hoop voor onze stiertjes.

Andere oplossingen
Wat wij als bedrijf zelf kunnen doen is stiertjes aanhouden voor natuurlijke dekking. Dit zijn er maximaal vijf per jaar.
Verder zouden we de stiertjes “nuchter” (binnen 10 dagen) kunnen slachten om zo stremsel te winnen voor het maken van de kaas. De stiertjes hebben dan hun functie in het geheel, we kunnen dan stremsel gebruiken van onze eigen stiertjes. Dit is onze liefste wens, maar we weten we niet hoe het moet en of het mag in de regelgeving. We hebben ook geen idee wat het kost. Wie het weet mag het zeggen.
En we werken eraan dat koeien langer melk geven na de geboorte van een kalfje en dat ze ouder worden. Met een gezond rantsoen en goede huisvesting werken we aan een blakende gezondheid en daarmee houden we de kracht van de melkgift op peil, plus de koeien kunnen langer leven. Zo kom ik altijd weer terug op ons stokpaardje: gezondheid voorop.

Meer informatie: www.ecofields.nl





November 2007

Stier bij de koe

Studiedag
Het overgrote deel van de koeien in Nederland wordt gedekt door kunstmatige inseminatie. Daar zitten grote voordelen aan, maar ook nadelen. Voorzichtig beginnen enkele boeren weer enthousiast met natuurlijke dekking: een stier bij de koeien. Er is zelfs alweer een studiedag georganiseerd door “Stier bij de koe”, een heus netwerk onder leiding van Wytze Nauta.

De setting
Het waaide nogal, maar het verhuurbedrijf had de tent na enig aandringen dan toch wel willen opzetten. Het was op een boerenerf, waar natuurlijke dekking al jaren bedreven wordt. Beamer, gaslamp, geluid, alles deed het. Er zaten al met al zo’n 50 mensen in de wapperende tent. Voornamenlijk heren, de fokkerij is een echte mannenzaak. Het enige vrouwelijke eraan zijn de koeien, maar die worden consequent aangeduid met hij, zodat het niet zo opvalt. Er was nog één vrouw, dat was de fotograaf. Er verscheen inderdaad een mooie foto in het Agrarisch Dagblad, de krant waar iedereen die voedsel eet zich eens op zou moeten abbonneren.
Verder waren er nog twee omaatjes, de vrouwelijke variant van de twee oude mannetjes op het balkon van de Muppetshow, dat waren twee ambtenaren van het ministerie van LNV.
Er was een enkele adviseur aanwezig. En verder allemaal boeren. Heerlijk. In deze inverse situatie kon ik mij goed voorstellen wat het is om de stier te zijn.
De boer waar we te gast waren was net de vorige dag vader geworden. Over fokkerij gesproken.

Netwerken
Bij binnenkomst werd er gegrapt over netwerken: “het is net werken”. Misschien sloeg “netwerk” op sommige kapsels, zeker 10 aanwezigen hadden hun haren niet gekamt. Dit zijn waarschijnlijk de boeren die ook niet zo fokken op exterieur (uiterlijk).

KI heeft ook nadelen
Inhoudelijk waren alle netwerkers het eens: de KI (kunstmatige inseminatie) dat is niet meer wat het geweest is. Dankzij KI heb je beschikking over de beste stieren, van waar ook ter wereld, maar omdat íedereen die beste stieren gebruikt, wordt alles familie van alles. Er zijn wel steeds nieuwe topstieren, maar vaak zijn dat weer zonen van al veel gebruikte stieren. Eén pot nat. Wereldwijd zijn er in de Holstein Frisian (je weet wel, dé Nederlandse zwartbont koe, met zwarte en witte vlekken) nog maar 20 lijnen! Dus stel je voor, je zet een zwart-witkoe in je achtertuin en adopteert net zo’n koe, waar ook ter wereld, dan heb je 5% kans dat het in de verte een halfzus, halfnicht of halfoma is van je eigen koe. Ongelooflijk. Dat moet wel mis gaan, en dat gaat ook mis. In het hele ras Holstein Frisian zitten onvoorziene klauwproblemen: veel ontsteking tussen de twee tenen en kreupel lopen. Erfelijke gebreken heet dat. Die problemen zitten dus meteen overal, wereldwijd, tot in de genen.
Verder heeft de fokkerij lang maar één bril op gehad: de melkbril. Geeft de stier dochters die veel melk geven? Daar kwamen “slijtkoeien” van, snel versleten koeien. Koeien worden niet meer zo oud, normaal is 6 jaar, het kruipt naar 5 jaar, in Amerika is 4 jaar al gewoon. Nu fokken de KI-bedrijven om die reden ook op zogenaamde “duurzaamheid”, maarja het zit ze eigenlijk niet zo in de “genen”. En waar zouden ze die genen in de praktijk vandaan moeen halen? Nergens meer te vinden.

Ons ras
Wij hebben op onze boerderij geen zwart-witte koeien maar Jerseykoeien. We zijn dermate liefhebber dat we op geen enkele manier hier een genuanceerde uitspraak over kunnen doen. Jerseykoeien zijn mooier, intelligenter, hebben een beter karakter, lekkerdere melk, gezondere melk (meer mineralen, meer caroteen, meer vitaminen, meer CLA, ect.). En ze zijn efficiënter: ze gebruiken minder voer en onbewerkter voer voor een zelfde hoeveelheid melk, het is dan ook de meest geschikte koe voor de biologische landbouw. Het is zowiezo de meest geschikte koe. Mijn eigen schoonvader heeft het eerste exemplaar eigenhandig uit Denemarken naar Nederland gehaald rond 1967, gewoon omdat hij er verliefd op geworden was.

Jerseyfokkerij
Maar ook in de Jerseyfokkerij zien we dezelfde problemen opdoemen als bij de Holstein Frisian. De genenpool verarmt. Er is wel een leuke uitzondering. Jerseys komen namenlijk oorspronkelijk van het eiland Jersey, vlak bij Engeland. Op dit eiland mag nogsteeds, tot op de dag van vandaag, geen sperma geïmporteerd worden. De familielijnen zijn daar dus nog echt oud. Iedere boer op het eiland moet ook een aantal stieren zelf aanhouden, om genoeg lijnen uit elkaar te houden.
Voor ons bedrijf is het een doel om ook weer een eilandje te worden, we zijn dan wel familie van de wereld, omdat we al vele jaren met KI hebben gewerkt, maar over een aantal generaties is dat alweer lang geleden, en krijgen we weer meer eigenheid in de genen.




Gib, de stier


Poeh (links) en Evelien, halfbroer en -zusje van vader Coen

Dierenwelzijn
Er is nog een reden waarom we een echte stier bij de koeien belangrijk vinden. Toen ik net op de boerderij woonde, liep ik eens tussen de koeien en er was er één echt vervelend. Ze bleef maar tegen mij aan stoten met haar kop en was niet weg te duwen. Ik vroeg aan Jan Dirk: “Wat heeft die koe??!”. Jan Dirk zei: “Oooh, die is tochtig” Zonder dat hij uitlegde wat dat betekende, begreep ik het meteen. Ze wil een stier zien, maakt niet uit welke. Bij koeien komt de tochtigheid iedere drie weken terug; het valt precies samen met de vruchtbare periode. Als ze tochtig zijn, worden ze dus gedekt met de KI, zo’n stom rietje. Doodzonde eigenlijk. Over dierenwelzijn gesproken, noem het gerust dierengeluk. De hoogste tijd voor natuurlijke dekking.

Sterkere kalfjes
Nog één reden. De meeste boeren, wij ook, hebben al wel een stier op de boerderij voor als de KI niet lukt. Soms worden koeien gewoon niet drachtig (zwanger) van een KI-rietje, omdat de dosis sperma daarvan veel kleiner is. De stier mag dan “nadekken”. Wij vinden deze kalfjes van onze eigen stier sterker, ze hebben meer weerstand. Ze krijgen dat extra zetje mee. Dit zien we omdat we een vervelend virus op ons bedrijf hebben, het rota-virus, waardoor bijna alle kalfjes diaree krijgen. Onze laatste twee kalfjes van dit jaar, Alexandra en Evelien, doen het allebei juist heel goed. Van onze eigen stier: Coen. Terwijl het nu al november is, in de winter hebben kalfjes juist de minste kans om een goede start te maken.
Coen is afgelopen najaar trouwens wel geslacht: hij werd een beetje te gevaarlijk. De stier die we na hem hebben aangehouden en waar we nu mee nadekken heet Gib.

Nieuw beleid
Tijdens de studiedag leerde ik dat je wel vijf stieren aan moet houden om volledig met eigen stieren te dekken en inteelt te voorkomen. We hebben nu ook vijf stieren, maar dus één echte stier en vier “in het vat”. Het vat is het stikstofvat waar de spermarietjes diep onder nul wachten op een eitje. We willen dit langzaam verschuiven naar meer eigen stieren en minder stieren in het vat. We houden voorlopig twee eigen stiertjes aan, eentje is pas geboren, hij heet Poeh, een zoon van Coen en Beauty; de andere houden we aan van één van de koeien die “bevallen” in februari. Het begin is er, de toekomstige opvolgertjes van Gib.

Meer informatie: www.biologischefokkerij.nl




Oktober 2007

De oogst van 2007

De oogsten zijn mager
In oktober wordt de mais geoogst. Er is een groot tekort aan mais. De oogsten zijn mager. Eerst was het te droog en daarna was het te nat. Daardoor is de mais laat, er is te weinig, en de kwaliteit is slecht.
Graan en stro zijn in augustus van het land gehaald. Daarvan is er ook te weinig.
Koeien eten naast gras ook mais en graan. Wij verbouwen dat niet zelf op ons land, dus dit moeten we inkopen bij andere boeren. Het stro moeten we ook kopen, voor het instrooien van de stal.

De prijzen stijgen
Het betekent dat de prijzen stijgen. Wat kost een ton mais? Biologisch was dat 50 euro, nu is dat 70 euro. Gangbaar (je weet wel, met kunstmest en bestrijdingsmiddelen) was dat 25 euro per ton, nu is dat 45.
Voor graan is de markt nog veel gekker; biologisch graan is gestegen van 20 naar 45 en gangbaar van 11 naar 23 euro.
De stromarkt slaat alles. Biologisch stro was 80 euro en is nu helemaal niet verkrijgbaar. Gangbaar was het 70 en is het nu 145 (!!) euro per ton.
Net op tijd hadden we de nieuwe veldschuur af, om het stro van dit jaar op te slaan voor de winter. Helaas kunnen we deze maar voor de helft vullen.
Grofweg zijn de prijzen verdubbeld en betalen gangbare boeren nu biologische prijzen. De biologische boeren tasten diep in de buidel voor onwerkelijke prijzen. Jan Dirk roept dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.

Gangbaar stro
Voor biologisch stro komt een zogenaamde “ontheffing”. De controle-organisatie voor biologische landbouw (Skal) geeft toestemming aan biologische boeren om bij gangbare boeren stro te kopen (dus geteelt met kunstmest en bestrijdingsmiddelen...), totdat de volgende oogst in 2008 binnen is. Hier gaat de praktijk altijd boven het ideaal, we kunnen gewoon niet zonder stro. Het pijnlijke “zie-je-wel-de-biologische-landbouw-kan-niet-zonder-de gangbare-landbouw” incasseren we lijdzaam en met gebogen hoofd. Ik kom hier nog eens op terug. Gelukkig liggen de koeien alleen in het stro, ze eten het niet op.

Koeien in het stro
Het stro hebben we nodig voor onze al even nieuwe “potstal”. Dit is een stal waarbij de koeien in het stro liggen. Het strogedeelte noem je de “pot”.
De oude ligboxenstal, waarbij de koeien op rubbermatten lagen tussen roostervloeren, is afgebroken en hier zijn we heel blij mee. De koeien genieten zichtbaar van de pot, in hun nieuwe gele strobedje. Dat het stro zo duur zou zijn, daar hadden we niet op gerekend, maar toch genieten wij ook van de koeien in hun gele goud.

Wereld melkprijs en Lunterse boerenkaasprijs stijgt ook
Ieder nadeel heeft zijn voordeel: voor de akkerbouwers is het een heel goed jaar, en dat werd tijd. Verder loopt de export van Chinees plastic heel goed en schijnen zij zich allemaal een wolkje melk in de thee te kunnen veroorloven. De melkprijs schiet ook omhoog. Er is eigenlijk geen boer die klaagt. Behalve wij dan een beetje, omdat we niet leveren aan de fabriek, dus ook niet aan Chinezen op de wereldmarkt. Nee, wij hebben het lokaal aangepakt, we verkazen alle melk tot boerenkaas en verkopen dat zelf. Tja, ik denk dat we onze afnemers in januari maar eens een briefje moeten sturen.....prijsverhoging...

Wat eten koeien?
Koeien eten toch gras? Ze grazen in de wei. Waarom eten ze mais en graan? Wat eten koeien eigenlijk?
De Nederlandse koe eet naast gras ook mais. Op de veengebieden na, eten de koeien in Nederland voor de helft gras en voor de andere helft mais. Als bijgerecht krijgen ze krachtvoer, dat is voornamenlijk graan.
Eigenlijk eet de koe het liefst gras en dat is ook het gezondst voor haar. Haar vier magen zijn daar van nature op ingesteld. Maar met een beetje mais en graan erbij, geeft ze meer melk.
Mais is voor koeien eigenlijk een soort witte brood. Fastfood pattattenbrak. Als je het zo bekijkt eet de gemiddelde Amerikaan met overgewicht beter dan de Nederlandse koe. En dat zie je terug in de gezondheid van de koe. Wellicht ook in de gezondheid van de mensen die haar melk drinken. Dit laatste kun je alleen op je klompen aanvoelen, wetenschappelijk is er geen antwoord.






De koeien in het gele goud



Namiddag in het najaarszonnetje


Laatste spijkers in de nieuwe veldschuur,
helaas maar half gevuld met stro

Beter eten
In december 2005 hebben wij het roer omgegooid: de mais eruit. Gras, gras en nog eens gras, en nog een beetje mais. De koeien zeiden in alle talen: “ja”. Ze werden er veel wakkerder van. Koeien kunnen zo suf zijn, iets junkachtig, het was opvallend hoe dat veranderde. Blakend van de gezondheid, mooi in het haar, glanzende vacht, veel minder last van uierontsteking, gaven ze inderdaad wel minder melk. We waren ons er wel bewust van dat dit een erg wilde actie was, vrij ongezien, maar we staan voor gezonde voeding, geloven (bij gebrek aan wetenschappelijke informatie) ergens in, en dan springen we in het diepe en de koeien laten zich daar rustig in leiden. Uiteindelijk zijn we op een rantsoen uitgekomen met nog nog 20% mais en 10% minder melk. Een compromis waar iedereen, mens en dier, blij mee is.
We zijn nu bijna twee jaar verder en werken we volledig antibiotica-vrij. Antibiotica?? Slikken koeien dat dan ook? Welnee, ze krijgen het ingespoten. De Nederlandse koe krijgt jaarlijks standaard een kuurtje, en verder wat er dan nog nodig is. Biologisch mag het niet preventief, alleen bij ziekte (uierontsteking bijvoorbeeld). Wij zijn antibioticavrij nu, en daar zijn we trots op.




September 2007

Held van de Smaak

We zijn held
Van 23 tot 28 september is het week van de smaak en Jan Dirk is genomineerd in de verkiezing tot “Held van de smaak”. Topkoks en culinaire journalisten à la Michelingids bepalen wat het allerlekkerste product is dat in Nederland wordt gemaakt. En wat blijkt?? We winnen, we zijn de held! Wat een titel, het is waardering waar we erg trots op zijn.

Drukte op de boerderij
Het geeft veel drukte en leuke felicitaties. We raken er aardig van aan de booze. We krijgen ook de pers over ons heen. Die blijkt iets minder culinair. Als boer ben je all-rounder en na drie intervieuws zijn we al aardig ingewerkt in het beroep van persvoorlichter. De truc is om alleen te zeggen wat je kwijt wilt en onzin-vragen drastisch en volledig af te kappen. In de Gelderlander komt te staan dat ik alle koeien bij naam ken. We zijn bang dat de Partij van de Dieren mij komt overhoren. Een vraag: “Heeft u ook magere kaas?” Ik antwoord dat die vraag hier echt vloeken in de kerk is. “Rauwe melk, is dat iets nieuws?” Nee hoor, langs de weg naar Rome werd het ook al verkocht. Ik geef aan dat dat betekent dat de kaas gemaakt wordt van ongepaturiseerde melk, waarop de journalist concludeert dat onze kaas korter houdbaar is dan fabriekskaas.....
Het vierde intervieuw dat we doen is met de Barneveldse Krant. Het wordt een leuk artikel, maar nu hebben we het echt gehad met de pers en we gaan weer lekker aan het werk. De kaas is toch al uitverkocht, dus van publiciteit hoeven we het niet te hebben. Wat lekker is, verkoopt zichzelf, dat blijkt gelukkig.

Wat is smaak?
Sowieso gebruiken de meeste mensen het woord smaak meer in de zin van: welke smaak is het? Ham-kaas, Bolognese of Hawai? Aardbei of Vanille? Dit bedoelen we niet. Het gaat niet over de veel te zoute of zoete producten die de chemische industrie, pardon, voedselindustrie ons het maag-darmkanaal in weet te babbelen, maar over de vraag of iets smaak heeft. Hoe krijgt iets smaak?
Wat geeft smaak? Betere vraag. Smaak “krijg” je. Hoe krijg je dat dan?? Voedsel komt uit de natuur, of wat in gedomesticeerde vorm landbouw heet. Hoemeer je de natuur, de planten en de dieren in hun natuurlijke toestand laat, hoe meer smaak je krijgt.

 







Kleine heldjes ook trots

Wetenschappelijke claims
Helaas kan ik dit niet claimen op mijn product, want het is niet wetenschappelijk te bewijzen. Wat is natuurlijk? Wat is smaak? Totaal ondefinieerbare begrippen, laat staan dat er een rechtevenredig verband tussen bestaat. Wetenschappelijk gezien gewoon te soft.
Maar het ís wel zo. Hier stuiten we al op een van de belangrijkste stokpaardjes in onze bedrijfsfilosofie: de landbouw-, voedsel-, en medische wetenschap gaat vandaag de dag niet meer over onafhankelijke waarheidsbevinding, maar wordt helaas betaald door de chemische en aanverwante industrie, de makers van uw voedsel. Het is wel wetenschappelijk bewezen dat wetenschappelijk onderzoek over een voedingsmiddel of medicijn vier tot acht keer zo vaak gunstig uitvalt voor het product als de industrie meebetaalt (PLoS). Dus alle wetenschappelijke informatie over voedsel hoef je niet te geloven. Eet geen pro actief ultra bla bla, neem iets natuurlijks, probeer eens roomboter. En gebruik je tong!! Proef, voel, ontvang. Laat de waarheid gewoon op je inwerken.

Jeroen, waar blijf je??
Al met al zouden wij graag een journalist ontvangen die ons begrijpt. Jeroen Thijssen bijvoorbeeld, onze held. Hij heeft de mythe onderuit gehaald dat je “biologisch” niet kunt proeven. Dat proef je wel, als je kúnt proeven. Een gemiddeld consumentenpanel dat liefst kant en klaar “kookt” in de magnetron, proeft het niet, maar professionele koks proeven het wel! Het blijkt dat professionals het biologische product er zo uit halen. Waarom? Omdat biologische boeren natuurlijker werken, en dus meer smaak krijgen in hun producten.
Jeroen, onze eeuwige dank hiervoor. Kom eens een zaterdag bij ons rondneuzen en neem de Thijssentjes gezellig mee.