De Kaas

 

Kwaliteitscontrole

We hebben op diverse plaatsen in de keten meetpunten om de kwaliteit te volgen. Zowel van de melk als van de kaas worden op gezette tijden monsters genomen. Iedere keer als we kaas maken, nemen we eerst een monster van de melk.

Ongewenste bacteriën komen via het voer van de koeien (boterzuur) of via de buitenkant van de speen van de koe of via niet goed schoongemaakte apparatuur in de melk. Er zijn twee typen ongewenste bacteriën: de eerste zijn bacteriën die de consument kan eten (die alleen de smaak van kaas verstoren) en de tweede zijn bacteriën die de consument niet kan eten.

Salmonella en lysteria

Het tweede type bestaat uit salmonella en lysteria. Salmonella is afkomstig van het vee. Vee kan hiervan gecertificeerd vrij zijn, en onze koeien zijn dat ook.

Lysteria kan via vuile apparatuur in de melk terechtkomen. Onze schoonmaakmethoden zijn netjes en consequent, geprotocolleerd en gecontroleerd, zodat lysteria nog nooit is vastgesteld bij een controle en nog nooit is voorgekomen in de kaas.

In Nederland worden de controles op hygiëne uitgevoerd door het COKZ, het Centraal Orgaan Kwaliteitscontrole Zuivel.

Controle op smaak

De smaak van de kaas kun je aan de buitenkant beoordelen door de kaas te “tikken”. Onschuldige bacteriën, die alleen ongewenst zijn omdat ze de smaak verstoren, vormen gassen. De ogen die dan in de kaas komen, kun je horen door op de kaas te kloppen. Iedere afwijkende bacterie (bijvoorbeeld de boterzuurbacterie) heeft zo zijn eigen geluidje. Kaas die niet aan onze smaakeisen voldoet, wordt verkocht als smeltkaas.

Kwaliteit is een spiegel

Naast de conventionele meetpunten die de hygiëne bewaken, denken we dat kwaliteit een spiegel is voor de verbeteringen die mogelijk zijn. Door op die manier te kijken kun je de kaas altijd blijven ontwikkelen en de kwaliteit blijven verdiepen.